Recensie: Timothy Snyder – Zwarte aarde. Geschiedenis van de Holocaust (Ambo/Anthos, Amsterdam 2015)

Recensie: Timothy Snyder – Zwarte aarde. Geschiedenis van de Holocaust (Ambo/Anthos, Amsterdam 2015)

Recensie: Timothy Snyder – Zwarte aarde. Geschiedenis van de Holocaust (Ambo/Anthos, Amsterdam 2015)

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Timothy Snyder – Zwarte aarde. Geschiedenis van de Holocaust (Ambo/Anthos, Amsterdam 2015)

In zijn vorige monografie, Bloodlands. Europe between Hitler and Stalin, noemde de Amerikaanse historicus Timothy Snyder ‘Europe’s epoch of mass killing’ nog ‘overtheorized and misunderstood’. Met zijn nieuwe boek Zwarte aarde acht hij de tijd rijp voor een nieuwe visie op de Holocaust. Net als in Bloodlands richt hij zijn blik op Midden-Europa en komt tot een schokkende conclusie, die slechts ten dele bevredigt.

De manier waarop de geschiedenis van de Holocaust herdacht wordt, tast volgens Snyder ons geschiedbeeld aan. Door antisemitisme en Auschwitz tot de kern van de Holocaustherinnering te maken, sluiten we onze ogen voor het feit dat lang niet alle daders nazi’s en – evenals verreweg de meeste slachtoffers – vaak zelfs geen Duitsers waren. Door ons enkel te richten op het concentratiekamp als symbool van de Shoah, vergeten we de honderdduizenden mensen die in de nabijheid van hun geboortegrond doodgeschoten werden. Snyder pleit daarom voor het gebruik van bronnen in de taal van de slachtoffers: Oekraïens, Pools, Jiddisch en Russisch, talen die hij zelf beheerst.

Volgens Snyder waren er drie noodzakelijke voorwaarden voor de Holocaust: een wereldomvattende ideologie, de vernietiging van staten en ecologische paniek. Dit laatste begrip gebruikt Snyder om Hitlers drang naar Lebensraum te duiden. Hitler ‘voorzag’ dat Duitsland in de toekomst niet zelfvoorzienend kon zijn. Omdat hij niet geloofde dat politieke of technologische maatregelen afdoende oplossingen konden bieden, was zijn oplossing gebiedsuitbreiding – en wel oostwaarts. Volgens Hitlers racistische wereldbeeld werd dit gebied bevolkt door minderwaardige volkeren die onderworpen moesten worden en Joden die dienden te verdwijnen. Bovendien zou hij in één moeite met het communisme kunnen afrekenen, dat hij zag als onderdeel van een ‘Joods’ complot om wereldheerschappij in handen te krijgen.

Dit idee van Joods-bolsjewisme is volgens Snyder de sleutel tot het begrijpen van de medeplichtigheid van de inwoners van Oost-Europa bij het uitroeien van de Joden. Voordat de Wehrmacht de Oost-Europese territoria binnenviel, waren deze landen bezet geweest door de Sovjet-Unie, die de staten die ze daar aantrof vernietigde en delen van de bevolking deporteerde. Snyder laat zien hoe de fictie van Joods-bolsjewisme de lokale bevolking, die met de Sovjets gecollaboreerd had, hielp deze (in het licht van de Duitse bezetting) ongemakkelijke waarheid te verdoezelen. Door uit ‘wraak’ voor de Sovjetoverheersing Joden te doden, bewezen ze hun loyaliteit aan het nieuwe regime. De Duitse bezettingsmacht was op haar beurt gewillig dit te geloven. Ideologie was dus niet de oorzaak van lokale medeplichtigheid, maar een rechtvaardiging achteraf.

20031013

Oekraïense burgers geven melk en eieren aan Duitse infanteristen, 1941 (Bron: Wikimedia Commons)

Snyder laat zien dat wanneer de nazi’s een land binnenvielen ze de staat en zijn instituties vernietigden. In de landen die kort tevoren een Sovjetbezetting hadden doorgemaakt ontstonden hierdoor ‘staatloze zones’ waarin massamoord als oplossing voor het Joodse ‘vraagstuk’ denkbaar en uitvoerbaar werd. Zonder staatsbescherming in de vorm van staatsburgerschap waren de Joden vogelvrij. Op Duits grondgebied was de Holocaust nooit mogelijk geweest vanwege de functionerende staat, maar in de anarchie die volgde op Operatie Barbarossa wél. Het ontbreken van ‘staatloze zones’ in West-Europa betekende dat de Joden naar het Oosten gedeporteerd moesten worden voor ze vermoord konden worden.

Door zijn these toe te passen op West-Europa verduidelijkt Snyder zijn punt. Dat in Nederland 75 procent van de Joden vermoord kon worden, had te maken met het type bezettingsregime. De Nederlandse regering was in ballingschap en de SS, die de dienst uitmaakte, zette zijn raciale visie om in genocidaal beleid. In Frankrijk was daarentegen sprake van een militaire bezetting. Ondanks de anti-Joodse houding van het Vichyregime overleefde 75 procent van de Joden de oorlog. Bureaucratische procedures vertraagden hier het annuleren van Joods staatsburgerschap. Dit verband wordt door genocide-expert Jacques Sémelin onderschreven: van de Franse Joden bleef bijna 90 procent in leven, terwijl dit bij de Joden zonder de Franse nationaliteit slechts 60 procent was. Wat voor de moordenaars van Joden gold, was ook van toepassing op de redders van Joden. De mensen die grote aantallen Joden redden, waren vrijwel allemaal diplomaten die namens een soevereine staat Joden een staatsburgerschap konden aanbieden.

Het benadrukken van de rol van staatsburgerschap en soevereiniteit is een waardevolle toevoeging aan ons beeld van de Holocaust. Maar de conclusies die Snyder er aan verbindt overtuigen niet volledig. Een eerste bezwaar is dat zijn geschiedenis van de Holocaust te intentionalistisch is. Hoewel Snyder erkent dat Hitler niet vooraf alles gepland had, beschouwt hij de inval in Polen als ‘een voorbereiding en improvisatie om ervaring op te doen met de vernietiging van staten’. Elders schrijft hij dat de nazi’s ‘leerden’ van de Anschluss en deze lessen toepasten in de Baltische staten, maar verzuimt hij dit te onderbouwen met feiten waar dit uit blijkt. Bovendien impliceert de constatering dat ‘staatloze zones’ een vereiste voor massamoord zijn niet dat de staat daarom ongevaarlijk is. Het was in de eerste plaats de nog altijd functionerende Duitse staat die deze ruimtes creëerde.

In de Nederlandse vertaling is de ‘waarschuwing’ uit de Engelse ondertitel, The Holocaust as History and Warning, weggelaten. Het was misschien beter geweest als Snyder deze waarschuwing uit zijn slothoofdstuk had geschrapt en voor een opiniestuk had bewaard. Met de wijze waarop hij de aanloop naar de Holocaust met het heden vergelijkt, overspeelt hij namelijk zijn hand. Volgens Snyder behoort de ‘ecologische paniek’, die Hitler tot zijn vernietigingsoorlog aanzette, niet tot het verleden. Wat ons van de nazi’s onderscheidt is niet moreel van aard, maar materialistisch. Voedselschaarste en droogte kunnen radicale oplossingen als die van Hitler weer salonfähig maken. Ook waarschuwt hij voor de gevaren van Poetins retoriek, die Oekraïne afschildert als een niet-bestaande staat en daarmee de deur voor gewelddadige interventies opent. Hoewel Snyders zorgen terecht zijn, doet het samengeraapte slot afbreuk aan zijn zorgvuldig opgebouwde en rijk geïllustreerde betoog, omdat hij hiermee de – onterechte – verdenking van presentisme op zich laadt.

Door Koen Smilde

Zwarte aarde. Geschiedenis van de Holocaust (2015), door Timothy Snyder. Verschenen bij Ambo/Anthos,  €29,99.

Koen smildeKoen Smilde (1985) studeerde geschiedenis in Rotterdam, Wenen en Amsterdam. Momenteel legt hij de laatste hand aan zijn researchmasterscriptie. Zijn interesse gaat onder meer uit naar de twee totalitaire ideologieën van de twintigste eeuw en de omgang met hun erfenis. Daarnaast werkt hij als stagiair bij het NIOD aan een onderzoek naar de representatie van de Tweede Wereldoorlog op Wikipedia.

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top