Verslag: boekpresentatie ‘Wilhelm II in Nederland 1918-1941’

Verslag: boekpresentatie ‘Wilhelm II in Nederland 1918-1941’

Verslag: boekpresentatie ‘Wilhelm II in Nederland 1918-1941’

Reacties uitgeschakeld voor Verslag: boekpresentatie ‘Wilhelm II in Nederland 1918-1941’

Het is het jaar 1918. Europa ligt in puin en likt de wonden van de Oorlog. Nog nooit was zoveel schade aangericht door geweld als ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. In datzelfde jaar vertrekt de Duitse keizer Wilhelm II naar Nederland. In de heruitgave van het dagboek van zijn naaste adjudant Sigurd von Ilsemann valt te lezen hoe de keizer in de jaren erna zijn Nederlandse periode heeft beleefd. Op 11 november jongstleden werd dit boek ‘Wilhelm II in Nederland 1918-1941’ feestelijk gepresenteerd in kasteel Amerongen.

In Nederland hoopte de keizer ‘veilig’ te zijn voor de wraak van Europa. Frankrijk en Engeland zijn van mening dat Duitsland de grootste boosdoener was in de Eerste Wereldoorlog. Waarschijnlijk weet iedereen hoe het af is gelopen met de bepalingen van Versailles, waarin Duitsland keihard gestraft werd voor de gruwelen in de oorlog.

Honderd jaar Eerste Wereldoorlog herdacht
Vorig jaar werd het begin van de Great War bijna overal in Europa groots herdacht, maar in Nederland bleef het stil. ‘Wij’ waren tenslotte neutraal in die jaren, dus wat bond ons met die ingrijpende oorlog in Europa? Toch probeerden historici en televisiemakers de herdenking van de oorlog naar ons landje toe te trekken. Dat betekende meestal dat werd gewezen op de enorme stroom vluchtelingen uit België die in de jaren 1914-1918 ons land in kwamen. Er werden zo nu en dan vergelijkingen getrokken met de huidige vluchtelingenstroom. Terecht of niet, het tekent de manier waarop we in Nederland omgaan met de Eerste Wereldoorlog. We weten niet zo goed wat we er mee moeten omdat het geen onderdeel is van onze historie.

De heruitgave van het dagboek van adjudant  Sigurd von Ilsemann over de periode van keizer Wilhelm II in Nederland sluit waarschijnlijk naadloos aan bij dit fenomeen. Sigurd vond Ilsemann was een naaste medewerker van de Duitse keizer en hield tot de dood van zijn werkgever een dagboek bij waarin hij alle sores, gedachten en gesprekken met de keizer opschreef. Het levert een intrigerend maar ook lijvig boekwerk op. Waarbij de belangrijkste vraag is: welke waarde heeft de overlevering van deze dagboekfragmenten voor ons en wat zegt het over onze geschiedenis?

Maar voordat we toekomen aan dit soort ‘grote’ vragen is het interessant dieper in te gaan op de manier waarop het boek tot stand is gekomen. Dat is, zonder tekort te doen aan de inhoud van het boek, een interessant project geworden. Onder leiding van een oud hoorcollege docent van mij aan de Universiteit Utrecht, Jacco Pekelder,  heeft een groep van veertien studenten de oude fragmenten van het Duitse dagboek opnieuw vertaald naar leesbaar en modern Nederlands. Ergens ben ik jaloers op hen. Zij hebben echt met hun neus in de archieven gezeten, op Huis Doorn nog wel, daar waar de keizer zijn Nederlandse jaren doorbracht.

Een feestelijke overhandiging
Trots mochten de studenten hun boek overhandigen aan een nazaat van Von Ilsemann. Een bijzonder moment dat bovendien op een bijzondere locatie plaats moest vinden: Kasteel Amerongen, daar waar de keizer als eerste aankwam voordat hij zijn residentie in Nederland verhuisde naar Huis Doorn. Om de sfeer op deze feestelijke middag te typeren: ik was blij dat ik mijn enige nette broek had aangedaan, want ik zou anders volledig uit de toon zijn gevallen. Het chique decor van kasteel Amerongen gaf precies de juiste ambiance voor deze presentatie. Op de presentatie werden we toegesproken door Jacco Pekelder en Kees van ’t Hout, die niet alleen de historische maar ook de literaire waarde van dit boek benadrukten. Volgens hen was Von Ilsemann niet alleen een ooggetuige, hij was ook een volleerd schrijver met gevoel voor taal en stijl.

Dat roept verwachtingen op van het boek. Kan het hieraan voldoen? Laat ik vooropstellen, hoewel Ilsemann een vlotte pen hanteert en we alles lof moeten geven aan de kundige vertalingen van de studenten: het is en blijft een persoonlijk dagboek, hier en daar aangevuld met aantekeningen van Ilsemanns vrouw de gravin. Dat wil zeggen dat het boek niet wegleest als een roman: het is fragmentarisch en lang niet altijd historisch relevant voor het groetere plaatje. Gelukkig heeft Jacco Pekelder daarom een wetenschappelijke inleiding geschreven om alles in historisch perspectief te zetten.

Relevante sleur?
Sommige passages zijn echter zo alledaags dat ze meer zijn weggelegd voor de fijnproever. Zo lezen we vaak hoe Z.M. (zijne majesteit) zoals Ilsemann hem steevast noemt, nogal bedreven is in het houthakken. Daarbij zweet hij al na een half uur, om de vuiligheid van het lichaam uit te scheiden, aldus de keizer. Tussen die sleur door lezen we ook hoe de keizer het interbellum beleefd, want in deze periode speelt het boek zich af. In de eerste jaren is de keizer nog bang dat Nederland hem uit zal leveren aan Frankrijk of Engeland, die hem voor het hoge gerechtshof willen slepen. Mede om die reden trekt de familie zich terug in Huis Doorn. In sommige passages laat Ilsemann zien hoe bang de keizer is geworden voor de uitlevering. Zo vertelt hij hoe op een dag een paar Amerikanen op de stoep staan die zeggen journalist te zijn, Ilsemann geeft dat geen goed gevoel, misschien zijn ze van de geheime dienst. Het verhaal loopt niet erg spectaculair af, de Amerikanen nemen een asbak mee, maar verder laten ze de keizer met rust.

Een belangrijk thema in het boek is tevens het oprukkende  bolsjewisme. Links zou de vijand zijn. De keizer probeerde op die manier de schuld van de oorlog af te schuiven en te wijzen op een nieuw gevaar. Daarmee verschilde hij weinig van de retoriek die Hitler hanteerde in de jaren dertig. De keizer was er, aldus Ilsemann, ook van overtuigd dat hij onder Hitlers bewind weer de troon zou kunnen bestijgen in Duitsland, maar dat was  niets meer of minder dan een utopie uit Ilsemann zijn memoires. Het zou ook nooit zover komen, sterker nog Ilsemann verstopte  in de jaren veertig zijn fragmenten voor de nazi’s, de vriend van de keizer bleek juist de vijand van de monarchie. Op deze manier spatte postuum een tweede droom van de keizer uiteen.

Conclusie
Laat ik tot slot nog even terugkeren naar de belangrijkste vraag: welke waarde heeft dit boek? Volgens de makers zelf is het heel actueel, de keizer was namelijk een asielzoeker. Dat voelt als een nogal geknutseld argument (dat we al eerder zagen over de Belgische vluchtelingen), er zijn immers wel vaker immigranten geweest in dit land, met name in de zeventiende eeuw. Waarom zou deze specifieke immigrant daarom representatief zijn voor dit debat? Nee, de relevantie van het boek ligt niet zozeer bij het jaar 1918 of bij de vluchtelingen, het is veel meer een boek waarin het interbellum op een bijzondere manier wordt weergegeven.  In het dagboek lezen we de Duitse visie op de Eerste Wereldoorlog en de aanloop naar de Tweede.

Ondanks deze waarde blijft het boek voor een breed publiek niet heel toegankelijk. Daarvoor is het te lijvig en specifiek gericht op een historisch figuur die niet iedereen zal aanspreken. Dat neemt niet weg dat voor de geïnteresseerde historicus de vertaling een welkome aanvulling is voor onderzoek naar het interbellum. Want niet iedereen is het Duits machtig en de oude vertaling uit de jaren zestig was in een niche terecht gekomen naar verluidt haast onleesbaar. Dat valt van dit boek niet meer te zeggen.

Door Tiewen Visser

Wilhelm II in Nederland 1918-1941 (2015), dagboekfragmenten bezorgd door Jacco Pekelder en Wendy Landewé. Verschenen bij Aspekt, 552 pagina’s, €32.95. 

Foto TiewenTiewen Visser studeerde een blauwe maandag bestuurskunde aan het HBO en haalde vervolgens zijn propedeuse Journalistiek in Utrecht. Het bloed kroop waar het niet gaan kon, dus uiteindelijk is hij in 2011 begonnen aan een studie journalistiek in Utrecht. In de bachelor lag de interesse vooral op het gebied van middeleeuwen, filosofie, politiek en religie. Hierna volgde hij de master ‘politiek en maatschappij in historisch perspectief’ in Utrecht. Naast de studie geen verenigingen of clubs, maar wel veel schrijfwerk voor verschillende platforms, waaronder de Jonge Historici.

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top