Verslag: tentoonstelling ‘Op de Vlucht! 1914-1918 /2015-2016’

Verslag: tentoonstelling ‘Op de Vlucht! 1914-1918 /2015-2016’

Verslag: tentoonstelling ‘Op de Vlucht! 1914-1918 /2015-2016’

Reacties uitgeschakeld voor Verslag: tentoonstelling ‘Op de Vlucht! 1914-1918 /2015-2016’

Op zaterdag 12 december opende museum Huis Doorn een nieuwe tentoonstelling, genaamd ‘Op de vlucht!’. In deze tentoonstelling wordt de huidige vluchtelingenstroom uit Syrië vergeleken met de Belgische vluchtelingen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Vooraf aan de opening werd in de Maartenskerk, in het centrum van Doorn en naast het museum, een symposium met dezelfde naam en hetzelfde thema gehouden.

Op dit symposium was het ochtendprogramma gewijd aan het verleden en het middagprogramma aan het heden. ’s Ochtends spraken historici over de Belgische vluchtelingen. Daarnaast sprak de voorzitter van het Algemeen-Nederlands Verbond over de gevolgen van de Duitse bezetting voor de Vlaamse beweging. ’s Middags was het woord aan vertegenwoordigers van vluchtelingenorganisaties en aan enkele burgemeesters. Hun bijdragen gingen over de opvang en de integratie van de huidige asielzoekers. Voor en na de pauze vertelde theatermaker Bright Richards op komische wijze over zijn vlucht naar Nederland. Omwille van de schoenmaker en de leest gaat dit verslag vooral over de historische referaten.

Historici over vluchtelingen
Piet Chielens, directeur van het ‘In Flanders Fields Museum’ – dat in 2004 en 2005 gelijkaardige tentoonstellingen organiseerde – vertelde over de toenmalige Belgische vluchtelingen. Nederland ving met 900.000 vluchtelingen de meeste Belgen op. Daarnaast waren er veel ‘gevluchten’ in Engeland en Frankrijk, terwijl in België  veel ‘verplaatsten’ naar andere delen van het land gegaan waren. Hij constateerde dat in Nederland, Engeland en Frankrijk aan het begin van de oorlog vluchtelingenhulp vanzelfsprekend was – tot er te veel bleken te komen. De Nederlandse historicus Wim Klinkert beschreef de bestuurlijke reactie op de komst van de vluchtelingen. Om de Nederlandse neutraliteit te handhaven, werden vluchtelingen ver van de grens opgevangen. In augustus 1914 werd een ‘centrale commissie’ opgericht om de plaatselijke comités te coördineren. Een week na de oprichting zorgde de Duitse aanval op Antwerpen voor een nieuwe vluchtelingengolf (‘woorden uit 1914!’). Daarnaast werd, met het oog op de openbare orde, onderscheid gemaakt tussen bemiddelde en arme vluchtelingen. Zo werden ‘onfatsoenlijke armen’ opgevangen in Nunspeet en ‘nette vluchtelingen’ in Ede.

Symposium 'Op de vlucht!'

Symposium ‘Op de vlucht!’

De twee voordrachten toonden overeenkomsten en verschillen aan tussen de Belgische en de Syrische vluchtelingenstromen. In beide gevallen werden de spontane hulpacties al snel vervangen door centrale regelingen van bovenaf. In beide gevallen ontstond verdeeldheid: hoe meer vluchtelingen er kwamen, des te groter werd de polarisatie tussen voor- en tegenstanders van asiel. Er was ook een groot verschil: indertijd werd het vanzelfsprekend gevonden dat de vluchtelingen na het conflict weer zouden vertrekken.  Daarnaast bestonden toen nog geen internationale verdragen omtrent opvang van vluchtelingen.

Het symposium was geen geschiedkundige bijeenkomst, het was een bijeenkomst waarbij ook aandacht aan geschiedenis besteed werd. De aanwezigen bestonden merendeels uit volksvertegenwoordigers en bestuurders uit gemeenten en provincies – de bestuurslagen die de opvang en de integratie van asielzoekers daadwerkelijk moeten uitvoeren. Deze dag bood hen de gelegenheid om de huidige situatie eens van een andere kant te bekijken. Voor Huis Doorn was het een kans om zowel de nieuwe vluchtelingententoonstelling als het recent uitgegeven dagboek over het leven van de Duitse keizer onder de aandacht te brengen.

Legalisering van Keizer Wilhelm II
Na het symposium werd de tentoonstelling op ludieke wijze geopend met een anekdote over keizer Wilhelm II. Na de Eerste Wereldoorlog  had hij toestemming gekregen om op Huis Doorn te verblijven, hij heeft zich echter nooit ingeschreven bij de gemeente Doorn. Formeel verbleef hij dus illegaal in Nederland! Nu werd hij door de burgemeester van de gemeente Utrechtse Heuvelrug alsnog ingeschreven.

De tentoonstelling is overzichtelijk opgesteld en is opgedeeld in vijf keer twee ‘tenten’, met aan de ene kant van het gangpad de situatie toen en aan de andere kant de situatie nu. Een opvallend verschil tussen de tentoonstelling en het voorafgaande symposium is de neutraliteit. Het middagprogramma van het symposium kwam neer op ‘wir schaffen das’. De tentoonstelling bleek echter neutraal. Linkse politici zien tot hun spijt vermeld dat honderd jaar geleden de meningen al verdeeld waren over de wenselijkheid van asielzoekers, rechtse politici kunnen daarentegen niet ontkennen dat vluchtelingen, als ze er eenmaal zijn, opgevangen moeten worden.

Een dag als deze maakt duidelijk hoe verschillend met geschiedenis omgegaan kan worden. Voor academische historici zouden vluchtelingen een onderwerp als alle andere moeten zijn. Of de opvang en integratie nu wel of niet succesvol verliep, de resultaten moeten gepubliceerd worden. Politieke partijen en maatschappelijke organisaties hebben echter een voorkeur voor bevestiging van het ideologische gelijk. Musea en culturele instellingen zitten tussen twee vuren. Tegenover hun educatieve taak staat de noodzaak om voldoende bezoekers en subsidie te krijgen. Tot slot hebben bestuurders – en de vluchtelingen zelf – meer praktische noden dan wetenschappelijke zuiverheid. Huis Doorn slaagde er in om koers te houden en alle klippen te omzeilen. De  vluchtelingtentoonstelling is educatief zoals dat hoort te zijn: feiten worden vermeld op een laagdrempelige en overzichtelijke manier. Gevolgtrekkingen voor het huidige debat zijn aan de bezoeker zelf.

Door Pieter de Jonge

PieterdejongePieter de Jonge begon met geschiedenis aan de VU, haakte door omstandigheden af, maar voltooide het alsnog in Utrecht. Hij twijfelde tot het laatst tussen oude geschiedenis en nieuwste geschiedenis. Zijn eindscriptie voor de master ‘politiek en maatschappij in historisch perspectief’ ging over de VVD en de kruisraketten. Hij is geïnteresseerd in politieke geschiedenis en religiegeschiedenis, ongeacht de periode. Pieter was daarnaast als stagiair in Huis Doorn betrokken bij de heruitgave van Sigurd von Ilsemann, Wilhelm II in Nederland 1918-1941 (2015).

About the author:

Back to Top