Onze man in Florence – Italiaanse universiteiten: is er sprake van een ‘failed Italian state’?

Onze man in Florence – Italiaanse universiteiten: is er sprake van een ‘failed Italian state’?

Onze man in Florence – Italiaanse universiteiten: is er sprake van een ‘failed Italian state’?

Reacties uitgeschakeld voor Onze man in Florence – Italiaanse universiteiten: is er sprake van een ‘failed Italian state’?

Italië, het land van de dinosauriërs?

De prachtige miniserie La Meglio Gioventu (8,5/10, IMDB) volgt het leven van een paar Italianen van de jaren 60 tot ongeveer het jaar 2000. Aan het begin van de serie legt protagonist Nicola, een jonge student medicijnen, examen af bij een professor, die geflankeerd wordt door twee onderdanige medewerkers. Deze enigszins zelfingenomen man bespeurt dat Nicola erg ambitieus is en geeft hem het advies Italië te verlaten en naar Parijs, Londen of de Verenigde Staten te gaan. ‘Italië’, zo verklaart hij zijn advies, ‘is een land om te vernietigen, mooi en nutteloos, gedoemd om te sterven’. Bovendien, zo voegt hij daaraan toe, ‘staat alles in Italië stil en is het land in handen van dinosaurussen’. Enigszins verward vraagt Nicola de professor waarom hij zelf niet vertrekt, waarop de professor trots verkondigt dat hij zelf één van de dinosaurussen is die gedood moet worden.

Italië wordt nog steeds geregeerd door oude mannen. Dat is natuurlijk niets nieuws, zoals het eveneens geen verrassing is dat inzicht en competenties zelden doorslaggevend zijn. Het netwerk van familie en kennissen is in iedere samenleving belangrijk, maar in Italië misschien net wat meer dan in andere landen. Op de universiteit kan dit echter een groot probleem zijn omdat zij een plaats zou moeten zijn waar vaardigheden, talent en kwaliteit centraal zouden moeten staan. Toch wordt er paradoxaal genoeg vaker geklaagd over marktwerking en privatisering in het onderwijs dan over ‘dinosauriërs’. Is dit terecht? Ik denk slechts ten dele, omdat ‘privatisering’ vooral een gebrekkige benaming is voor gebrek aan publieke financiering.

Bologna

In februari vonden er rellen plaats in Bologna. Een groep van ongeveer 100 studenten protesteerde tegen het feit dat de Biblioteca Discipline Umanistiche aan de Zamboni 36 voortaan alleen toegankelijk zou zijn voor studenten van de universiteit. Deze groep studenten nam de bibliotheek over en barricadeerde de ingang, waarna de oproerpolitie hen hardhandig verwijderde. De feiten staan uiteraard ter discussie. Volgens de universiteit hebben de studenten de bibliotheek vernield, terwijl student Luca stelt dat de protestgroep het toegangssysteem netjes heeft verwijderd, maar dat de politie hen onaangekondigd en onnodig gewelddadig uit de bibliotheek heeft gezet, waarbij het de agenten waren die de boel vernielden.

De politieke reactie hierop was even amusant als onbenullig. Giovanni Paglia van de Sinistra Italia maakte de politie bij voorbaat verdacht door te stellen dat politieacties in een bibliotheek onacceptabel en ondenkbaar waren, terwijl zijn ‘rechtse’ tegenhanger Manes Bernardini even weinig fantasie toonde door te stellen dat de onruststokers had aangepakt moesten worden. Deze ‘linkse’ en ‘rechtse’ reflexen aangaande overheidsgeweld kennen we maar al te goed in Nederland.

Waar ging het allemaal om? De universiteit wilde via een pasjessysteem buitenstaanders de toegang ontzeggen, zowel ten behoeve van de veiligheid van studenten en personeel, als om studenten beter te kunnen laten studeren. De groep studenten stelde daarentegen dat de bibliotheek een publieke plek was, die toegankelijk moet zijn voor iedereen. Studente Silvia Carucci wees de protesterende studenten fijntjes op het grote verschil tussen een publieke universiteit en universiteitsbibliotheek. De laatste behoort toe aan de studenten van de universiteit, ieder ander kan uitwijken naar andere bibliotheken. Carucci nam het dan ook op voor het universiteitsbestuur door te stellen dat de Zamboni 36 de enige bibliotheek in de stad was zonder enige vorm van controle. Dit leverde problemen op doordat ongure figuren zo de bibliotheek in konden lopen en dat ook vaak deden.

Publiek en privaat

Toen ik over deze rellen las had ik de indruk dat deze illustratief waren voor andere problemen. Aangezien ik anderen geen standpunten in de mond kan leggen, waarschuw ik maar alvast dat wat volgt enigszins speculatief is. Het ministerie van onderwijs speelt een leidende rol in de organisatie van het primair en secundair onderwijs. Iedereen die wil lesgeven moet eerst het relevante diploma behalen, waarna hij of zij onderaan de lijst van het ministerie terecht komt. Hierna begint het lange wachten om geplaatst te worden op een willekeurige plek in het land, want er zit weinig schot in. Oude docenten, gemotiveerd en ongemotiveerd, blijven op hun plaats zitten. Vele Italiaanse studenten die uiteindelijk willen lesgeven weten daardoor dat zij voorlopig geen passende baan zullen vinden en wellicht uiteindelijk een baan aangeboden zullen krijgen, die zij niet willen. Als je in Milaan bent opgegroeid, wil je dan werken in Calabrië of Rome? Dit gebrek aan perspectief draagt er waarschijnlijk aan bij dat studenten lang over hun studie doen. Dit wordt ook deels veroorzaakt door het feit dat studenten zelf kunnen kiezen in welke tentamenperiode zij tentamen afleggen. Een beetje meer druk zou de studenten kunnen dwingen meer te studeren, maar waarom zouden ze?

Dit heeft dus niet zozeer met marktwerking, maar veel eerder met een gebrek aan competitie, gebrek aan startersfuncties voor jonge academici en lagere uitgaven aan onderwijs door de Italiaanse overheid.

Oude mannen en vrouwen, de zogenaamde baroni universitari, hebben de meeste academische functies in handen. De Italiaanse journalist Beppe Severgnini beklaagde zich over de houding van Italiaanse professoren op de Politecnico di Milano, de TU-Delft van Italië. Onder professoren daar was een weigering te zien om in het Engels te doceren, de onvermijdelijke lingua franca van de bètawetenschappen. Hij voegde daaraan toe dat slechts 35 van de 13.279 Italiaanse professoren met een vaste aanstelling jonger was dan 40, terwijl de gemiddelde leeftijd lag op 60 jaar.

Tegelijk is het duidelijk dat het aantal studenten weliswaar is gestegen, maar dat er geen academische posities bijgekomen de afgelopen jaren. Andrea Mariuzzo schreef bijvoorbeeld dat in de periode tussen 2006 en 2013 de generatie die geboren is rond 1945 met pensioen ging, maar dat in dezelfde periode nauwelijks mensen zijn aangenomen om hun plek in te nemen. De ratio student/docent neemt daardoor toe, mensen die ongeveer 25 jaar oud zijn hebben nauwelijks kans op een universitaire baan en de gemiddelde leeftijd van docenten neemt toe. Deze trend heeft alles te maken met lagere uitgaven aan onderwijs door de Italiaanse overheid; het is niet zonder meer de schuld van de dinosauriërs, maar een direct gevolg van overheidsbeleid.

Op de universiteit en in het onderwijs komen jongeren niet aan de bak. Voorlopig lijken er weinig tekenen te zijn dat deze situatie gaat veranderen. Het lijkt mij dat de oorzaken voor deze situatie niet zozeer gezocht moeten worden in de privatisering van universiteiten, maar in het onderwijsbeleid van de overheid. Wat mij betreft zouden de protesterende studenten beter een manier kunnen bedenken om dit probleem aan de orde te stellen.

Gertjan Schutte (26) studeerde intellectuele geschiedenis en economie in Rotterdam. Deze twee interesses probeert hij bij elkaar te brengen in zijn PhD onderzoek naar economisch denken in het laatste kwart van de achttiende eeuw. Afgelopen september ging hij hiermee van start aan het Europees Universitair Instituut in Florence. Contact via gertjan.schutte@eui.eu

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top