Frits Boterman – Historicus tussen ‘Traum’ en trauma

7 februari 2013; door Niels Graaf & Geerten Waling

‘Over kwaad en geweld in Europa.’ Zo betitelde hij de afgelopen jaren zijn zeer populaire hoorcollege. Maar het had misschien beter ‘Over het belang van cultuur’ kunnen heten. Vandaag neemt historicus Frits Boterman (65) afscheid als hoogleraar Moderne Duitse Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Wie is deze nuchtere historicus voor wie de studenten op de banken stonden?

Bevlogen en eigenzinnig
Nuchter was Boterman in zijn studententijd al. Van de legendevorming rond zijn beroemde voorganger Jacques Presser en de zelfingenomenheden van de generatie ‘68, moest hij weinig hebben. Dat je nooit achter geschreeuw aan moest lopen, besefte hij toen hij in Amsterdam een fakkeltocht onder aanvoering van Rudi Dutschke, de leider van de Duitse studentenbeweging, gadesloeg. Eén keer had hij zich laten gaan, in een demonstratie tegen kernwapens, maar daaraan had hij maar een vieze nasmaak overgehouden. Het was, naar eigen zeggen, de enige keer dat hij aan de verkeerde kant van de geschiedenis stond. Voor het gehuil van de horde zou hij zijn studenten altijd blijven waarschuwen.

Of hij nu geschiedenisdocent was op een randstedelijk gymnasium, of hoogleraar in Groningen of Amsterdam, zijn begeestering voor het onderwijs was onstuitbaar. De fonkeling in de ogen van zijn nieuwsgierige studenten, dat was waar hij het voor deed. En fonkelen deden ze, de ogen van die honderden die in de loop der jaren ademloos luisterden naar de broze man met de uilenbril, het grijze sluike haar en het eeuwige shagje tussen de vergeelde vingers. Niets leerdoelen, powerpoint of didactische trucs, nee: verhalen, verbanden, levenslessen. Gaf hij een bescheiden werkcollege, dan schreven zich zoveel mensen in dat het prompt een hoorcollege werd. Onlangs bij het slotcollege was de zaal afgeladen. Na zijn laatste woorden barstte een luid applaus los dat hem volledig overrompelde. Een traan gleed over zijn wang.

Cultuur als macht
De beste docenten zijn vaak markante wetenschappers. Boterman is daarop geen uitzondering. Zijn promotores Maarten Brands en Jacques Oerlemans hebben hem beiden op hun eigen manier beïnvloed. In Botermans kruistocht tegen de overheersende positie van de Gesellschaftsgeschichte weerspiegelen de cultuurhistoricus en de Duitslandkenner. De nadruk op de sociaal-economische en politieke ontwikkelingen in Duitsland, is volgens Boterman achterhaald. Ten onrechte werd de aandacht afgeleid van de agency – het stempel dat het individu met zijn vaak irrationele handelingen drukt op de loop van de geschiedenis. In artikelen, boeken en colleges liet Boterman de afgelopen jaren die cultuurdragende individuen veelvuldig aan het woord.

Keer op keer hamerde hij erop, dat zonder het uiteenzetten van de culturele lijnen en patronen de Duitse geschiedenis onbegrijpelijk was. In zijn oratie Weimar Revisited (2004) stelde hij al dat cultuurgeschiedenis bij uitstek kan dienen om diversiteit, nuances en ambivalenties in het Duitse verleden bloot te leggen. Voor zijn studenten schetste hij een beeld dat de Duitse geschiedenis niet alleen werd bepaald door politieke leiders als Bismarck, Hitler of Adenauer. Politiek en cultuur, geest en macht, waren onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Opvallend is dat Botermans pleidooi voor een cultuurhistorische invalshoek onbedoeld iets weg heeft van de door hem zo bekritiseerde ‘Sonderweg’-these. Het was de ultieme Duitse paradox dat juist de enorme betekenis van cultuur in Duitsland Hitler in staat stelde om deze voor zijn destructieve doeleinden te misbruiken. De twintigste eeuw had de Duitse eeuw kunnen worden, maar de ‘dichters en denkers’ hebben dat zelf verhinderd. Tijdens de opkomst van nazi-Duitsland, maakten velen van hen actief deel uit van het proces van nationale vernietiging. In zijn proefschrift over Oswald Spengler en Der Untergang des Abendlandes besprak Boterman al de bijdrage van deze cultuurpessimist aan de wegbereiding voor het nationaal-socialisme.

Het zijn de cultuurdragers die volgens hem de moderne Duitse geschiedenis hebben gevormd. Cultuur is historische realiteit en vertegenwoordigde in het Derde Rijk de weg die uiteindelijk letterlijk en figuurlijk doodliep. ‘Traum’ en trauma liggen dicht bij elkaar, schreef hij in zijn overzichtswerk Moderne geschiedenis van Duitsland.

Met zijn cultureel-intellectuele benadering mag Boterman gerust de Rüdiger Safranski van Nederland genoemd worden, en een wegbereider voor nieuwe generaties historici. In tegenstelling tot veel leeftijdsgenoten die dweepten met Marx en Maagdenhuis, heeft Boterman stoïcijns een eigenzinnige historische benadering ontwikkeld die hij trouw is gebleven. Bij hem geen angst om grote verhalen te vertellen, om vanuit gedegen historisch onderzoek iets zinvols te zeggen over de wereld of om historische dogma’s te bestrijden.

Afscheid en een nieuw begin
Buchenwald en Weimar liggen volgens Boterman dichter bij elkaar dan we denken. In zijn colleges sprak hij er dan ook openlijk zijn verbazing over uit dat geen enkele Duitse historicus zich nog heeft gewaagd aan het schrijven van een synthetische Duitse cultuurgeschiedenis van de laatste twee eeuwen. Die schone taak heeft hij nu zelf op zich genomen. Binnenkort verschijnt zijn magnum opus (een kleine 700 pagina’s):
Cultuur als macht. Tegenover zijn studenten stelde hij dat je bepaalde dingen niet vaak genoeg kon herhalen. En dat herhaalde hij dan ook heel vaak. Het is voor de geschiedwetenschap in Nederland én Duitsland te hopen dat hij dat ook na zijn emeritaat zal blijven doen.

Niels Graaf en Geerten Waling zijn historici en oud-studenten van Frits Boterman. 7 februari 2013 nam Boterman afscheid van de UvA met een lezing in de Lutherse Kerk, Amsterdam. Op 14 juni 2013 hield hij de keynote speech op De Nacht is Jong in de Rode Hoed, Amsterdam. In november 2013 verscheen zijn langverbeide magnum opus Cultuur als Macht bij de Arbeiderspers.

Nieuwsbrief

Back to Top