Alternatieve feiten in tijden van oorlog: de Tweede Boerenoorlog en de Syrische burgeroorlog in historisch perspectief

Alternatieve feiten in tijden van oorlog: de Tweede Boerenoorlog en de Syrische burgeroorlog in historisch perspectief

Alternatieve feiten in tijden van oorlog: de Tweede Boerenoorlog en de Syrische burgeroorlog in historisch perspectief

Reacties uitgeschakeld voor Alternatieve feiten in tijden van oorlog: de Tweede Boerenoorlog en de Syrische burgeroorlog in historisch perspectief
door Richard Visser

Westerse overheden en bedrijven worden tegenwoordig steeds vaker geconfronteerd met de verspreiding en invloed van ‘fake news’. Daarmee worden nieuwsartikelen bedoeld die veelal via sociale media worden verspreid en niet gestoeld zijn op gedegen journalistiek onderzoek, maar die tot doel hebben verwarring te zaaien bij de lezer en een beeld scheppen dat tegenstrijdig is met de berichtgeving van reguliere mediakanalen. Een vorm van propaganda die relevante precedenten kent, zoals tijdens de Tweede Boerenoorlog (1899-1902).

De Tweede Boerenoorlog, die woedde tussen de Afrikaner Boerrepublieken Transvaal en Oranje Vrijstaat enerzijds en het Verenigd Koninkrijk anderzijds, bleek uiteindelijk een vergeefse strijd van de Boeren om onafhankelijk te blijven van de Britse overheersing in Zuid-Afrika. Uiteraard bestond in het Verenigd Koninkrijk veel belangstelling voor het verloop van de oorlog, maar ook in Nederland was er grote belangstelling, omdat veel Nederlanders stamverwantschap voelden met de vaak uit Nederland afkomstige Boeren. In de Verenigde Staten waren vooral Amerikanen van Duitse, Ierse, Nederlandse en Britse komaf geïnteresseerd in het conflict. Dit artikel zal ingaan op de vraag welke verschillende beelden een aantal kranten uit deze drie landen schiepen van de Tweede Boerenoorlog. Waren zij bijvoorbeeld bezig met objectieve journalistiek, of probeerden ze met name politiek draagvlak voor de oorlog te creëren en te behouden? Vervolgens wordt een vertaalslag naar het heden gemaakt, door een korte uiteenzetting van de invloed van alternatief nieuws tijdens de Syrische burgeroorlog, waarbij de inzet van controversiële journalistieke middelen ook een belangrijke rol speelt in de berichtgeving.

 

David tegen Goliath. De Tweede Boerenoorlog (1899-1902)

Tijdens de Tweede Boerenoorlog werd misschien wel even hard gevochten met wapens als met papier. Nederlandse kranten presenteerden het conflict symbolisch waarbij de Boerenrepublieken als David werden neergezet, die het opnam tegen Goliath: het Verenigd Koninkrijk. Op papier was dit een kansloze missie voor de kleine Boerenrepublieken. Toch verliep de oorlog een stuk moeilijker dan door de Britten van tevoren werd gedacht, met als absoluut dieptepunt de ‘Black Week’ in de laatste dagen van de negentiende eeuw. Van 10 tot 17 december 1899 kregen de Britten tot drie keer toe een zware slag te verduren van de Boeren. Tijdens deze gevechten was het eerste grote debat op gang gekomen in Amerikaanse, Britse en Nederlandse media over het gebruik van verboden munitie.
Bij het bepalen van het discours van het debat hadden de Britten een aantal strategische voordelen. Voor hun nieuwsvoorziening konden lezers in het Verenigd Koninkrijk rekenen op dekking door minstens 200 Britse oorlogscorrespondenten en een goed georganiseerd communicatiesysteem van telegraaflijnen. Daarnaast wisten Britse troepen belangrijke spoorwegen in handen te krijgen, wat censuur van postverkeer vergemakkelijkte. Dat betekende dat Nederlandse media nieuws van het front vooral via Britse media ontvingen, nadat de informatie gekleurd was door de Britten zelf. Tot slot speelden de belangen van het grootkapitaal een belangrijke rol. De Britse mijnmagnaat Cecil Rhodes had groot belang bij een voordelige afloop van de oorlog (de Boerenrepublieken bezaten waardevolle mijnen) en was grootaandeelhouder van de Argus mediagroep, die The Daily News en de Johannesburg Star in het bezit hadden. In de invloedrijkere New Yorkse kringen was daarnaast ook veel steun voor de Britten, die geregeld tot uiting kwam via The New York Times en bleek uit de mislukte pogingen van leden van de Rothschild familie om Willem Leyds, diplomaat van de Transvaal, om te kopen en te overtuigen vrede te sluiten met de Britten in 1901. Leyds, de Nederlandse rechtsgeleerde in dienst van Transvaal, werd namelijk door de president van Transvaal, Paul Kruger, erop uitgestuurd om bondgenoten voor de Boeren te zoeken in Europa en de VS, en zag het als zijn taak om zo veel mogelijk pro-Boer propaganda te verspreiden om zo weerstand te bieden tegen het Britse geluid. Zo hadden Nederlandse en Amerikaanse media de uitdagende taak om via verschillende nieuwskanalen propaganda van objectieve berichtgeving te onderscheiden.

 

Van schadelijke verwarring in het verleden…

Expanderende kogels, ook wel ‘Mark IV kogels’ of ‘dum-dums’ genoemd, werden verboden tijdens de Haagse conventie van 1899 vanwege de brute verwondingen die soldaten als gevolg ervan opliepen. Aanvankelijk ontkenden de Britse Daily Mail en Daily News dat het Britse leger ze gebruikte, later beschuldigden ze de Boeren hiervan. Britse soldaten zouden ermee zijn beschoten nadat zij zich over hadden gegeven—een lafhartige daad, vond een Amerikaanse oorlogscorrespondent in dienst van Daily Mail. Twee maanden later gaven de twee kranten alsnog toe dat het gebruik van deze kogels nu eenmaal nodig was om af te rekenen met de Boeren. Als enige Britse krant ging The Times dieper in op de vraag met welke kogels er geschoten werd en kwam tot de conclusie dat de Boeren en de Britten allebei geen dum-dums gebruikten. Kranten als The Guardian en The Observer namen ook een dergelijke positie in, maar Morning Post en het Ierse Freeman’s Journal trokken deze berichtgeving in twijfel. Als de Britten niet al van tevoren met deze kogels waren uitgerust, dan konden de Boeren onmogelijk in het bezit komen van deze kogels, zo dachten zij. De kogels kwamen ten slotte uit een Britse fabriek in India.

‘Mauser vs. Lee-Metford’ Daily Mail, 11 Januari 1900, 7.

 

Nederlandse kranten weerlegden de Britse aanklachten. Regionale kranten zoals De Graafschap-bode en Leeuwarder Courant, waarbij vooral de laatstgenoemde intensief verslag deed van de oorlog, ontkenden dat Boeren dum-dums gebruikten en beweerde dat zij met het standaard type kogels schoten die voor hun Mauser geweren werden gemaakt. Later erkenden de Leeuwarder Courant en ook De Telegraaf dat de Boeren dum-dums gebruikten, nadat ze die buit hadden gemaakt op de Britten. De Tilburgsche Courant probeerde door eigen onderzoek te achterhalen in welk scenario de Boeren inderdaad met dum-dums zouden kunnen vuren. Het leek onwaarschijnlijk dat de Boeren met hun in Duitsland gemaakte Mauser geweren Britse dum-dums konden afvuren, dus kwamen zij tot de conclusie dat als zij al met dum-dums schoten, die gelost zouden moeten worden met de Britse Lee-Metfords. Tekenend voor de positie van Nederlandse kranten was een verklaring van De Standaard, die schreef dat ze al wekenlang tegenstrijdige berichten ontvingen, waardoor het niet eenvoudig was te achterhalen wat er precies gebeurde.
In Amerikaanse kranten kwam deze verwarring ook tot uiting. Met hun eigen revolutionaire opstand tegen de Britten hadden de Amerikanen zich eigenlijk achter de Boeren kunnen scharen, maar de VS hield zich opmerkelijk afzijdig in het conflict. Zij waren de Britse politieke steun tijdens de oorlog met Spanje in 1898 niet vergeten en de VS was zich met deze oorlog ook nadrukkelijker als imperiale macht gaan gedragen. Toch schaarden Amerikaanse kranten zich niet unaniem achter het Verenigd Koninkrijk. In een brief die verscheen in The New York Times deed een lezer zijn beklag over het feit dat de krant geen kant leek te kunnen kiezen: de ene dag leken ze de Boeren te steunen en de andere dag de Britten. Pas in 1901 schaarde de krant zich bij wijze van een editorial achter het Verenigd Koninkrijk. De positie van The Wall Street Journal was een stuk duidelijker. Zij waren al vrij snel overtuigd van het feit dat de Britten dum-dums gebruikten en ze met deze kogels heel Zuid-Afrika zouden gaan vernietigen. Zoals verwacht vergeleken zij daarbij de Amerikaanse strijd voor onafhankelijkheid met die van de Boeren.

 

Nieuwe methoden

Met de komst van nieuwe mediakanalen, via het internet en sociale media, is het arsenaal om een alternatieve versie van de waarheid te delen met de wereld een stuk uitgebreider geworden. Alternatief nieuws, vaak gebaseerd op alternatieve feiten en soms ook fake news of nepnieuws genoemd, kan nu snel en eenvoudig worden verspreid via kanalen zoals Facebook en Twitter. De impact van dergelijk nieuws moet niet worden onderschat. Het relatief lage vertrouwen dat veel mensen hebben in de reguliere pers zorgt ervoor dat veel mediagebruikers openstaan voor informatie uit alternatieve bronnen.[1] Daarnaast bleek uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) dat 4 op de 10 Nederlanders niet of nauwelijks nieuws volgt.[2] In een klimaat waarin veel mensen nieuws van horen zeggen krijgen kan de effectiviteit van nepnieuws enorm zijn. In dat geval weet niemand ten slotte waar het nieuwsfeit vandaan kwam. Bij berichtgeving over conflicten kan de verwarring die ontstaat door tegenstrijdige berichtgeving zeer schadelijke gevolgen hebben, zoals het gebruik van dum-dums tijdens de Tweede Boerenoorlog liet zien. Met waarheidsgetrouwe berichtgeving hadden mogelijk ergere excessen gepleegd door het Verenigd Koninkrijk later in de oorlog kunnen worden voorkomen door internationale politieke druk. Helaas speelt een soortgelijk scenario zich nu af tijdens de Syrische burgeroorlog.

Bron: Centraal Bureau voor de Statistiek (zie noot 1).

… naar schadelijke verwarring in het heden

De gasaanval op Khan Sheikhoun in Syrië in april 2017 had ongeveer honderd doden en meer dan driehonderd gewonden tot gevolg. Onder de slachtoffers bevonden zich veel kinderen, zoals te zien was door middel van schokkende beelden op de televisie. Dit was extra opmerkelijk, omdat Syrië in september 2013 al was opgedragen afstand te nemen van hun chemische wapens en ze te vernietigen. De Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, maar ook Saudi-Arabië en Israël wezen de Syrische regering aan als schuldige. Die ontkende alle betrokkenheid, en bondgenoot Rusland suggereerde dat de chemische wapens waren geëxplodeerd in een opslagplaats van de rebellen. De aanval vormde de aanleiding voor een vergeldingsbombardement dat werd uitgevoerd door de Verenigde Staten en een luchtmachtbasis van het Syrische leger tot doel had. Daarbij kwamen bijna 20 mensen om het leven, waar onder burgers.

Op het internet deden al snel verschillende verhalen de ronde. InfoWars, een aan populariteit winnende, beruchte alternatieve nieuwssite uit de Verenigde Staten, was er al vrij snel van overtuigd dat het een false flag-aanval was. De Witte Helmen, een Syrische humanitaire hulporganisatie die gesteund werd door onder andere filantroop George Soros, zouden volgens InfoWars achter de aanval zitten en tot doel hebben gehad de Syrische regering in diskrediet te brengen. Een dag daarna probeerde The Huffington Post UK het verhaal van InfoWars al te ontkrachten. Op internet barstte hierdoor de strijd om de waarheid los.

Om ook de informatiebron van de Amerikaanse vergeldingsactie onderuit te halen, namelijk een Frans inlichtingenrapport, werd vervolgens het vuur geopend op het Witte Huis. Volgens Theodore Postol, emeritus hoogleraar aan Massachussetts Institute of Technology, bevatte het inlichtingenrapport waarop de Amerikaanse regering zich baseerde feitelijke fouten en had de regering beslissingen genomen op basis van zeer gebrekkige inlichtingen. Dit hadden zij in 2013 al eerder gedaan, vertelde Postol in een interview met Russia Today. Postol’s claims werden direct weerlegd door het aan populariteit winnende Bellingcat, een onderzoeksplatform van burgerjournalisten. Bellingcat wees Postol erop dat hij zich in de datum en locatie van de aanval had vergist en de gebeurtenissen in Khan Sheikhoun had verward met een andere chemische aanval.

Dit artikel kon echter niet voorkomen dat onder lezers van Bellingcat verwarring was ontstaan. De lezers van Bellingcat, waaronder zeer fanatieke amateuronderzoekers, kwamen in de commentaarsectie van het artikel met elkaar in aanvaring over de werkelijke toedracht van de aanval op Khan Sheikhoun. (Het lezen van de lezerscommentaren is overigens zeer de moeite waard om een inzicht te krijgen waarover verwarring is ontstaan). Wat dat betreft was het artikel van Russia Today voldoende om verwarring te zaaien bij een bovengemiddeld geïnteresseerd lezerspubliek. Het Amerikaanse Wired ging dieper in op het debacle rondom Postol en dacht een breder patroon te hebben ontdekt bij alternatieve media: om je eigen verhaal legitimiteit te verschaffen kies je gewoon een ‘expert’ die jouw verhaal wil verkondigen. Dit geeft ook aan hoe groot de impact van internet en sociale media is op de journalistiek. Waar de Britten tijdens de Tweede Boerenoorlog een redelijk dominante positie genoten vanwege het bezit van communicatielijnen, kan nu iedereen met een telefoon, tekstverwerker en internetverbinding zijn eigen verhaal de wereld in slingeren.

 

Verwarring is al voldoende winst

Mediagebruikers die leefden ten tijde van de Tweede Boerenoorlog hadden het qua nieuwskeuze een stuk makkelijker dan die van vandaag. Zij hadden ten slotte niet direct beschikking over internationale kranten en het internet, maar volgden het nieuws alleen via nationale en regionale kranten. Wellicht hadden Britse lezers ook anders gereageerd op de verhalen over dum-dums tijdens de oorlog als zij wisten wat buitenlandse kranten erover schreven. Duidelijk is dat de verwarring die kan ontstaan als gevolg van oorlogsverslaggeving in huidige conflicten bijzonder veel groter is geworden vanwege de overvloed van mediakanalen die wij tot onze beschikking hebben.
De strategische winst van de partij die alternatief nieuws brengt zit hem tegenwoordig ook niet zo zeer in het overtuigen van de lezer van het alternatieve nieuwsbericht. Het in twijfel trekken van de reguliere media en het creëren van een verwarde toestand bij de lezer is al voldoende winst. Het voorkomt dat zij zich duidelijk voor of tegen één van de strijdende partijen scharen, omdat er onduidelijkheid wordt gecreëerd over een mogelijke schuldige partij. Zo kan bij de burgers van één van de partijen verdeeldheid ontstaan en het scenario van een politiek onhoudbare oorlog, waarbij de regering er niet langer mee wegkomt de oorlog door te zetten, worden voorkomen.

Dat betekent niet dat alles wat reguliere mediakanalen schrijven zonder kritiek geloofd moet worden. Wel is het belangrijk dat de lezer een kritische houding aanneemt ten opzichte van gebruikte bronnen en dat gedegen journalistiek ondersteund wordt en de aandacht krijgt. Wat de Tweede Boerenoorlog en de Syrische burgeroorlog beiden bewijzen is dat waarheidsgetrouwe journalistiek vooral in tijden van oorlog essentieel is, en het een grote invloed kan hebben op de mate van vernietiging die met de strijd gepaard gaat.

Richard Visser (1994) behaalde zijn bachelor Geschiedenis in 2015 en zijn master Internationale betrekkingen in historisch perspectief in 2017. Tijdens zijn studie schreef hij als freelancer voor regionale nieuwsmedia en in 2016 liep hij stage bij Directie Europa van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Richard werkt op dit moment als Politiek Assistent.

 

 

LEES HIER DE SCRIPTIE WAAR DEZE LONGREAD OP GEBASEERD IS EN BEKIJK HIER ALLE SCRIPTIES VAN DE UITGEVERIJ.

WIL JIJ OOK JE SCRIPTIE PUBLICEREN EN EEN LONGREAD SCHRIJVEN? STUUR DAN NU JE STUK OP.

 

NOTEN

[1] Centraal Bureau voor Statistiek, 5, geraadpleegd 6 mei 2017.

[2] Trouw, geraadpleegd op  28 juni 2017.

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top