Alumni aan het woord – Droombaan gezocht

Alumni aan het woord – Droombaan gezocht

Alumni aan het woord – Droombaan gezocht

Reacties uitgeschakeld voor Alumni aan het woord – Droombaan gezocht

Ieder jaar kiezen honderden eerstejaars studenten voor de studie Geschiedenis, maar waar komen historici eigenlijk terecht na hun afstuderen? De komende weken laten we alumni aan het woord over hun carrière, de moeilijkheden en de mogelijkheden waar zij tegenaan zijn gelopen. Ze beschikken over uiteenlopende vaardigheden en interesses en daar horen verschillende loopbanen bij. Een ding hebben ze echter allemaal gemeen: ze hebben de meest interessante studie gedaan die er maar is! Vandaag vertelt Simone over de zoektocht naar haar droombaan.

Bij mijn ouders op zolder – ik weet inmiddels precies in welke doos – ligt een tekening die ik in groep zeven heb gemaakt bij het project ‘Wat ik later wil worden’. Ik zat op een montessorischool en behalve onze naam dansen, moesten we ook onze toekomstdromen omzetten in creatieve zelfexpressie. Ik had mezelf erop afgebeeld als archeoloog en er een niet erg rimbaudiaans maar wel vurig gedichtje bijgeschreven over hoe graag ik wilde graven naar oude dingetjes. Een jaar of acht later hield ik nog steeds van oude dingetjes, maar was mijn graafobsessie wel over. Welk beroep ik zou gaan uitoefenen, wist ik niet, maar dat ik geschiedenis zou gaan studeren stond vast. Ik stelde me voor dat je als historicus alle mooie verhalen over vroeger zou kennen, en bovendien was ik gefascineerd door de negentiende eeuw. Studeren doe je niet voor een baan, vond ik in 6 vwo al, dat doe je om jezelf te ontwikkelen in een richting die je interessant vindt.

Vervolgens heb ik vier jaar lang niet of nauwelijks aan de arbeidsmarkt gedacht. Niet alleen omdat die arbeidsoriëntatiedagen op universiteiten zo weinig voorstellen, maar ook omdat ik er stilaan vanuit ging dat het wel goed zou komen na mijn studie. Ik studeerde snel, en deed ‘er wel wat dingetjes naast’ maar ondernam vooral activiteiten die ik leuk vond om te doen, niet de cv-must haves die me snel aan een baan zouden helpen en richtte me niet op het zijn van een modelstudent. Studentassistentschappen, bestuursjaren en honoursprogramma’s liet ik aan me voorbij gaan, wel schreef ik een paar jaar mee aan het Algemeen Nijmeegs Studentenblad, had ik weblogs op een paar verschillende websites en een bijbaantje op de redactie van een communicatiebureau.

Terwijl ik de laatste hand legde aan mijn masterscriptie, won ik een schrijfwedstrijd uitgeschreven door Jonge Historici, en op die manier belandde ik in de redactie van deze website – wat weer een leuke manier was om ervaring op te doen in dat wat ik zo ontzettend graag doe. Na mijn afstuderen werkte ik een klein jaartje voor een bijlesbureau, maar door het gebrek aan inhoudelijke verdieping had ik het daar niet naar mijn zin. Na dat jaar, achteraf bezien het meest vormende jaar uit mijn studententijd, was ik er voor mezelf wel uit dat die kinderlijke hartstocht voor graven was omgeslagen in een passie voor schrijven en redactie en wilde ik voor ik aan het werkende leven zou beginnen eerst nog een tweede master doen om mijn kennis te verbreden. Ik verhuisde naar België voor een master Europese Studies en was daar zo op mijn plek dat ik alsnog, bijna per ongeluk, een cv-must have behaalde in de vorm van een cum laude diploma.

Of het feit dat de huidige arbeidsmarkt zo weinig toegankelijk is voor historici nu het gevolg van de crisis is of een consequente uitholling van de cultuursector en de humaniora, of een combinatie van die twee, durf ik hier niet te zeggen. Ondanks dat ik precies wist wat ik wilde en waar mijn talenten en gedrevenheden lagen, heb ik toen ik terugkwam in Nederland een paar moeilijke maanden meegemaakt. Ik heb toen zo’n 75 sollicitatiebrieven voor redactiewerk verstuurd en woonde weer een tijdje bij mijn ouders – die met al die dozen op zolder. Maar begin december vorig jaar gebeurde het meest onverwachte: ik moest kiezen tussen twee banen. Een voor 40 uur in de week bij een uitgeverij voor tijdschriften waar ik geen affiniteit mee had, en een baan voor 16 uur bij het Nexus Instituut, een denktank waar ik zou meewerken aan de uitgave van een cultuurfilosofisch tijdschrift. Ik heb, opnieuw en vrijwel zonder twijfel, gekozen voor de optie die me het interessantst leek, en niet voor het geld of de zekerheid.

Voor mij heeft die keuze voor ‘interessant’ iedere keer goed uitgepakt. Inmiddels werk ik vier dagen in de week op het instituut waar ik voor de website schrijf, meewerk aan de eindredactie van het tijdschrift en een conferentie organiseer met beroemde intellectuelen van over de hele wereld voor een publiek van 2000 man – een interessantere baan kan ik me op dit moment niet voorstellen. Uit eigen ervaring zou ik dus alle geschiedenisstudenten van Nederland willen oproepen om zich niet te veel te laten opfokken door de gedachte aan een baan. Al kan het na je afstuderen soms maandenlang tegenzitten, je komt er wel. Gebruik je studententijd om aan jezelf en je algemene ontwikkeling te werken, ontdek en ontplooi je talenten en blijf vooral dicht bij je eigen interesses. Een perfect standaardcv bestaat in mijn ogen niet, maar je kunt er wel voor zorgen dat je het perfecte cv hebt voor jouw droombaan.

Simone VermeerenWil je meer horen over jonge historici en de arbeidsmarkt? Op 22 november organiseren wij het evenement ‘Jonge Historici maakt werk van geschiedenis.’ Je kan je hier alvast aanmelden. Je ontvangt bericht als het programma rond is.

Simone Vermeeren (1991) is secretaris van het bestuur van Jonge Historici. Ze studeerde geschiedenis in Nijmegen en Amsterdam, en vervolgde haar studie met een tweede master Europese studies in Leuven, België. Momenteel werkt zij bij het cultuurfilosofische Nexus Instituut, als redacteur van het tijdschrift Nexus. Nadat ze in 2013 de schrijfwedstrijd van Jonge Historici won, was ze voor de stichting achtereenvolgens actief als schrijver, eindredacteur en hoofdredacteur website.

 

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top