Boekarest, van microraion tot megastad: het leven in de buurt

Boekarest, van microraion tot megastad: het leven in de buurt

Boekarest, van microraion tot megastad: het leven in de buurt

Reacties uitgeschakeld voor Boekarest, van microraion tot megastad: het leven in de buurt
door Rick Bleumink

De Roemeense website en Facebook-pagina În Faţa Blocului laten zien hoe het leven in de buitenwijken van Boekarest eraan toegaat. Spelende kinderen in de speeltuintjes tussen de torenflats, ouderen die een glaasje palinka drinken op een bankje, jongeren die grauwe muren voorzien van wat ‘kleur’ en mensen die hun boodschappen doen bij de buurtsuper. Hele normale taferelen, die tot de verbeelding spreken voor zij die de typische buitenwijken niet kennen. Het beeld van zulke wijken is veelal dat ze mistroostig, vervallen en eng zijn. Maar niets is minder waar: de buitenwijken zijn vaak gezellig, iedereen houdt een oogje in het zeil en ze zijn nog groen ook.
Deze longread gaat over de architectuur en specifieke woonvorm van het leven in de buitenwijken van de Roemeense hoofdstad Boekarest door de jaren heen. Met een sterke wens om te moderniseren en uit te breiden, is Boekarest onder het communistische bewind om ideologische redenen ingericht in microraions, kleine buurten waarin gemeenschapszin en saamhorigheidsgevoel zouden moeten opbloeien. Deze idealen staan centraal in dit artikel, waaruit ook duidelijk zal worden hoe ze zich aangepast hebben aan grote veranderingen, zoals de val van het communisme.

In Giurgiului, in het zuiden van Boekarest, ontmoeten nieuwe bewoners elkaar in de openbare ruimte tussen de flats (foto: Wikimedia Commons).

Stad zonder buitenwijken
Tegenwoordig telt de Roemeense hoofdstad rond de drie à vier miljoen inwoners, waarvan de meesten in flats wonen. Honderd jaar geleden stelde Boekarest echter nog weinig voor vergeleken met nu. Er woonden zo’n 300.000 mensen, waarvan de meesten een boerenbestaan leidden, en van een moderne, grote stad was absoluut geen sprake. In 1930 kwam koning Carol de Tweede aan de macht, die Demetru Dobrescu aanstelde als burgemeester om Boekarest te moderniseren en er een nieuwe hoofdstad voor een nieuwe koning te maken. Dobrescu liet in 1935 een groot stedenbouwkundig plan maken om Boekarest uit te breiden. Het aantal inwoners verdubbelde destijds tot bijna 640.000, maar pas na de Tweede Wereldoorlog trokken Roemenen en masse vanaf het platteland naar de stad.

Systematisering, modernisering, beschaving
De grote wens van de beruchte dictator Nicolae Ceauşescu was om Boekarest tot een grote, geïndustrialiseerde metropool te maken. Onder zijn bewind, van 1965 tot aan 1989, was het snel gedaan met het agrarische karakter van de stad. Om snel te industrialiseren was het nodig om enorme fabrieken en industrieën te bouwen rondom Boekarest: zware industrie moest het grote exportproduct van Roemenië worden. De productie van ijzer, staal en auto’s werd een prioriteit onder Ceauşescu. De industrialisering leidde automatisch tot urbanisatie, een trek van het platteland naar de stad. Landarbeiders werden fabrieksarbeiders en hele dorpen werden rigoureus platgegooid, waardoor Boekarest nog meer moest groeien. Buitenwijken werden in rap tempo bijgebouwd in de jaren zestig en zeventig, terwijl er ook scholen, riolering, ziekenhuizen en wegen werden gerealiseerd voor al die nieuwe Boekarestenaren.
In 1974 trad de systematiseringswet in werking. Deze wet maakte het mogelijk om nog meer dorpen met de grond gelijk te maken en om alle Roemeense grotere steden, Boekarest in het bijzonder, te laten groeien door middel van systeembouw. Dit is een hele kenmerkende bouwvorm: de ‘oude Sovjetflats’ die allemaal uit de grond gestampt werden op eenzelfde manier om kosten te besparen. Fabrieken buiten de steden produceerden de betonnen panelen die uiteindelijk de woningen zouden worden. Op de bouwplaatsen in de nieuwe buitenwijken verbonden bouwvakkers de panelen aan elkaar om woningen te vormen. Vervolgens kon men deze losse woningen op elkaar stapelen, waardoor de flat ontstond. Deze maatregelen stonden in het kader van de modernisering van Roemenië, die Ceauşescu treffend samenvatte in zijn leus: systematisering, modernisering, beschaving. Die laatste term, beschaving, was het einddoel van de leider. Door de boeren te veranderen in arbeiders zou een nieuw soort beschaving ontstaan. Deze zou gebaseerd zijn op het socialisme en uiteindelijk uitmonden in het communisme. De gewone Roemeen diende een Nieuwe Mens te worden – een toegewijde strijder voor het communistische ideaal.

Microraions: het belang van de buurt
In de buitenwijken van Boekarest moest het communisme tot uiting komen in de vorm van saamhorigheid. Waar de Roemenen voorheen in dorpjes samenleefden, waren ze nu op elkaar aangewezen in de verschillende buitenwijken. Op de tekentafel betekende dat grote wijzigingen in het denken van architecten. Waar zij voorheen losstaande gebouwen ontwierpen, dienden zij vanaf de jaren zestig hele woongemeenschappen vorm te geven. Het belang van de buurt, het ideaal van het samenleven zoals dat gedaan werd in dorpen, moest zijn doorslag vinden in de nieuwe wijken.

De architecten gingen uit van het idee dat de stad een bundeling van meerdere gebouwen was, die onderverdeeld waren in meerdere wooneenheden. De woongemeenschap werd beschouwd als de ideale vorm om in te wonen. De voorgestelde blokken in de jaren vijftig bestonden uit vier lagen, zeer vergelijkbaar met de wederopbouwarchitectuur in Nederland maar ook met gelijktijdige ontwikkelingen in heel Oost-Europa. Pas later, in de jaren zestig tot en met tachtig, zijn architecten de grote woonblokken van acht tot tien lagen gaan ontwerpen – die structuur gaat nog meer uit van het idee van samenleven in één gebouw met allerlei gedeelde voorzieningen.
Het ideaal van saamhorigheid in de buurt was erg sterk in de jaren vijftig en tekende zich in de nieuwe woonwijken door het ontwerpen van zogeheten microraions. Ontwerpers dienden rekening te houden met de ruimte die rondom en tussen woonblokken was ontstaan. De belangrijkste component van dit ideaal was het gemeenschappelijk gebruik van de openbare ruimte: dit was de plek waar buurtbewoners zouden samenleven. Dit concept van microraions is beschreven door architect Marcel Locar als een ‘residentieel ensemble’ dat als doel heeft om een organisch geheel in de buurt te realiseren, waarin bewoners verbonden zijn met elkaar door het gebruik van gemeenschappelijke functies.[1]

Een voorbeeld van dagelijks gebruik van sociale en culturele functies in de buurt is de buurtcrèche, waar buurtbewoners gezamenlijk zorg droegen voor elkaars kinderen.
Het concept microraion is geen Roemeense uitvinding, maar is afkomstig uit de Sovjet-Unie. Daar was het een veelvuldig toegepast systeem in de buitenwijken. Het is zelfs bijzonder te noemen dat Boekarest uit microraions bestaat, aangezien Roemenië en de Sovjet-Unie in de jaren zeventig onder Ceauşescu een breuk meegemaakt hebben, waarna Roemenië zich meer richtte op China en Noord-Korea. In laatstgenoemde is Ceauşescu nog op bezoek geweest om inspiratie op te doen voor Boekarest en om de banden met Noord-Korea aan te halen.

Functiescheiding in de buurt
Een belangrijk onderdeel van het ontwerp van de buurt was het functionalisme, de gedachte dat de verschillende leef- en werkfuncties gescheiden zouden moeten zijn. Denk daarbij aan het verschil tussen woonwijken en industrieterreinen: in woonwijken wordt strikt gewoond, terwijl op industrieterreinen enkel gewerkt wordt. Door de scheidslijn tussen functies scherp te stellen, krijgt de woonwijk een sterkere identiteit en komen bewoners elkaar vaak tegen in de ruimten die zij allemaal gebruiken. Een andere scheiding is die van verkeersfuncties: in een microraion moet het veilig zijn om op straat te spelen en vrij rond te kunnen wandelen. Het gebied wordt veelal duidelijk afgebakend met straten, spoor of water, zodat het een op zichzelf staande gemeenschap kan blijven. De wijk wordt dan ook niet doorkruist door drukke wegen en langzaam- en snelverkeer zijn van elkaar gescheiden. Openbaar vervoer is goed geregeld en volgens strakke berekeningen nooit meer dan een paar honderd meter van de entrees van de woonblokken vandaan.

De ruimten tussen flats worden gebruikt voor allerlei doeleinden, zoals het parkeren van auto’s en het bijpraten met buurtbewoners (foto: Rick Bleumink).

Van wie is de stad?
Toen Boekarest in 1977 getroffen werd door een zware aardbeving, bleef er weinig van de stad over. Voor Ceauşescu het perfecte moment om de kans te pakken de stad naar zijn wensen in te richten en te idealiseren. Het centrum werd radicaal getransformeerd met grote stadsassen, pleinen en monumentale gebouwen. In dit kader begon ook de bouw van het op één na grootste gebouw ter wereld, het Paleis voor het Volk – tegenwoordig Paleis voor het Parlement genaamd. Veel flats in de buitenwijken waren niet bestand tegen de aardbeving en waren ingestort. Hierdoor moest de staat nieuwe woonblokken bouwen en de openbare ruimte opnieuw inrichten. Alles in Boekarest was nu gericht op vernieuwing, modernisering en een verdere industrialisering van het land.
Al die stadsvernieuwingen riepen de vraag op van wie de stad en de openbare ruimte eigenlijk waren. Als de ruimten tussen de flats voor en van de buurtbewoners waren, wie moest er dan zorg voor dragen? Waar de microraion zorgde voor sociale cohesie en zorg voor de buurt, leverde deze ook onrust op. Het Nieuwe Mens-ideaal ging namelijk uit van een sterke inzet van alle burgers om tot de ideale samenleving te komen. Burgers dienden elkaar in de gaten te houden en ideeën en plannen tegen de communistische leer aan te geven. Buren en andere bewoners konden elkaar verraden bij ongewenst gedrag en verkeerde opmerkingen. Daardoor heerste in het socialistische systeem veel angst. In de werkelijkheid betekende het sociale leven in een microraion het hebben van veel spanning, achterdocht en een gebrek aan vertrouwen. Niet voor niets wordt vaak gezegd dat de keuken de belangrijkste plek is in een Oost-Europese stad: om de keukentafel konden de echte verhalen gedeeld worden.
In het systeem was de staat eigenaar van de woningen, het meeste (privé)bezit en de openbare ruimte – en dus ook verantwoordelijk voor het onderhoud en de verzorging van de openbare ruimte. In de flats hadden de bewoners een huismeester die voor het complex zorgde, de meterstanden opnam en allerlei andere klusjes op zich nam. Maar na de val van de Berlijnse Muur en het communisme viel ook de zorg van de staat weg. Privatisering en hyperkapitalisme deden hun intrede en de openbare ruimte was de grote verliezer. Waar niemand meer dacht aan de ruimten tussen de pas opgekochte woningen trad verloedering op. Niemand voelde zich verantwoordelijk voor de openbare ruimte en daarmee werd de stad van niemand – het werd een bundeling van privéwoningen. Veel mensen konden zich hun woning die eerst door de staat betaald werd niet meer veroorloven, kwamen op straat te staan en moesten verhuizen. Flats kwamen leeg te staan, op straat werd het stil en de microraion raakte in verval. Waar de microraion voor iedereen bedoeld was en saamhorigheid moest realiseren in de socialistische tijd, vond vanaf de jaren negentig het tegenovergestelde plaats: de microraion was voor niemand meer.

Vervallen flatgebouw in een groene omgeving nabij metrostation Dristor in Boekarest (foto: Rick Bleumink).

When magic happens…
De economische crisis van 2008 betekende een nieuw begin voor de microraions: de rol van de staat werd nog kleiner en burgers dienden meer zelf te regelen. Het kon op dat moment eigenlijk niet slechter gesteld zijn met de kwaliteit van de openbare ruimte. Allerlei buurtinitiatieven en andere projecten werden in het leven geroepen om bewoners zelf hun buurt onder handen te laten nemen. Deze beweging wordt ook wel DIY, Do It Yourself, genoemd. Het kleine Roemeense architectenbureau Zeppelin probeerde in 2011 met het project Magic Blocks buurtbewoners uit te nodigen hun openbare ruimte weer te gebruiken. Door bepaalde plekken knaloranje te verven, kwamen ze op een hele directe manier weer onder de aandacht. Hierdoor zijn meerdere plekken opgeknapt in de openbare ruimte net buiten het centrum – weliswaar tijdelijk, maar ze laten zien hoe groot de behoefte van bewoners is om de ruimte te gaan gebruiken. Zo slaagden zij erin weer een gevoel van saamhorigheid, eigenheid en verantwoordelijkheid voor de omgeving te creëren.
Eén van de toegepaste experimenten, ‘A place for the community’, had tot doel om een niet gebruikte openbare ruimte terug te geven aan de buurtbewoners. Een ingesloten stukje tussen twee gebouwen, afgesloten met een hekwerk aan de straatzijde, werd op de straat oranje geverfd in patronen van een speelveld voor onder meer voetbal en basketbal. Dit was een nieuwe stap in de ontwikkeling van de Roemeense microraions: van sociale, actieve dorpjes in de jaren zestig, anonieme en vervallen buurten in de jaren negentig, tot nieuwe levendige stadswijken. Dit is te danken aan de bewoners, die de regie over hun eigen buurt in handen hebben genomen in tijden dat de staat dit naliet.

Op een zonnige dag zien de typische late jaren zeventig flats er prima en kleurrijk uit in Vitan, een buitenwijk van Boekarest (foto: Rick Bleumink).

Voor meer informatie over Magic Blocks en voor- en na-foto’s, zie:

De projectpagina op de website van Zeppelin.
De pagina van Magic Blocks als genomineerde voor de European Prize for Urban Public Space (2012).

[1] J. Maxim, ‘Mass housing and collective experience: on the notion of microraion in Romania in the 1950s and 1960s’, The Journal of Architecture, 14:1 (2009), 9.

 

Rick Bleumink (1991) is een architectuurhistoricus en Oost-Europakenner. Hij behaalde zijn Bachelor Geschiedenis en Architectuurgeschiedenis aan de Vrije Universiteit en een Master Oost-Europese Studies aan de Universiteit van Amsterdam. Zijn passie voor architectuur, stedenbouw en (socialistische) geschiedenis heeft hij toegepast in twee scripties over de Amsterdamse Bijlmermeer. Tegenwoordig werkt hij als reisgids in Oost-Europa en als trainee bij de Gemeente Amsterdam.

 

 

DE SCRIPTIE WAAR DEZE LONGREAD OP GEBASEERD IS VERSCHIJNT HIER BINNENKORT. BEKIJK HIER ONDERTUSSEN ALLE SCRIPTIES VAN DE UITGEVERIJ.

WIL JIJ OOK JE SCRIPTIE PUBLICEREN EN EEN LONGREAD SCHRIJVEN? STUUR DAN NU JE STUK OP.

 

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top