Bundel: Anna Silvius, Partij in progressie. De radicalisering binnen de PvdA begin jaren zeventig (Entree)

Bundel: Anna Silvius, Partij in progressie. De radicalisering binnen de PvdA begin jaren zeventig (Entree)

Bundel: Anna Silvius, Partij in progressie. De radicalisering binnen de PvdA begin jaren zeventig (Entree)

Reacties uitgeschakeld voor Bundel: Anna Silvius, Partij in progressie. De radicalisering binnen de PvdA begin jaren zeventig (Entree)

Eind jaren zestig kwam er een nieuwe, radicalere generatie op binnen de Partij van de Arbeid (PvdA): Nieuw Links. Een groep leden die erg ontevreden was met de parlementaire democratie en het functioneren van de PvdA als socialistische partij. Dit was de eerste keer in de Nederlandse politieke geschiedenis dat een groep (radicalere) jongeren opkwam binnen een politieke partij, die vastberaden was om verandering teweeg te brengen en hierin ook slaagde. Met de toetreding van Nieuw Links begon er een nieuw tijdperk voor de PvdA, een progressiever tijdperk. In hoeverre is dit het werk van Nieuw Links geweest? In het essay “Partij in Progressie: de radicalisering van de PvdA in de jaren zeventig” wordt de ontwikkeling van de PvdA in deze turbulente jaren geschetst en zal antwoord gegeven worden op de vraag naar de bijdrage van Nieuw Links.

Hoewel ‘progressie’ meestal als een gunstige ontwikkeling wordt gezien, zagen veel PvdA’ers van de oude garde de komst van Nieuw Links als een bedreiging voor hun partij. Eén van deze partijleden was Willem Drees. Een man die de PvdA groot heeft gemaakt in het Nederland van de wederopbouw maar die, zoals het volgende verhaal laat zien, geknakt door Nieuw Links het PvdA-toneel verliet.

Drees was al sinds zijn zeventiende overtuigd sociaaldemocraat en sinds zijn achttiende lid van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP, de latere PvdA). Direct na de oorlog werd Drees minister van Sociale Zaken en voerde hij de belangrijke Noodwet Ouderdomsvoorziening door in 1947. Hiermee begon Drees de opbouw van de Nederlandse verzorgingsstaat en werd hij immens populair bij het Nederlandse volk.

Van 1948 tot aan 1958 stond hij aan hoofd van verschillende Rooms-Rode kabinetten waarbij hij de nadruk legde op saamhorigheid en veel compromissen sloot. Dit staat ook wel bekend als de periode van consensuspolitiek. Toen Drees in 1958 op 72-jarige leeftijd stopte met regeren, wilde hij zich richtten op zijn eigen partij. Tot aan 1966 woonde Drees iedere partijvergadering bij, aan het eind van de jaren zestig veranderde dit echter: de consensuspolitiek werd verruild voor polarisatie.

In 1966 werd de beweging Nieuw Links opgericht die het beleid van de PvdA radicaal wilde veranderen. De beweging wilde dat de PvdA ‘big brother’ Amerika losliet en zowel de DDR als de Vietcong erkende. Daarnaast vond de beweging dat het socialistische gedachtegoed veel duidelijker naar voren moest komen binnen de PvdA en dat er afgestapt moest worden van de consensuspolitiek.

Drees vond deze radicalisering verschrikkelijk. Met name de zogenaamde KVP-resolutie was voor Drees een dolk in het hart. Met deze resolutie werd namelijk samenwerking met de Katholieke Volkspartij uitgesloten, de partij waar Drees tien jaar mee geregeerd had. Hij vond polarisatie ten behoeve van de scherpstelling van denkbeelden niet verstandig en zeker niet in het belang van de democratie. Democratische stelsels waren immers al uitermate moeilijk, aldus Drees.

Op een gegeven moment sloeg de twijfel bij Drees toe. Was de PvdA eigenlijk nog wel zijn partij? Paste hij hier nog wel? Deze vraag hield ook andere PvdA-leden bezig en een aantal van hen besloot een eigen partij op te richten: Democratisch Socialisten 1970 (DS’70). Eén van de eerste leden van DS’70 was Drees’ zoon Jan en later werd zijn andere zoon Wim zelfs lijsttrekker van deze partij. Waar stond Drees nu zelf? Kon hij uit de partij stappen? Zou de traditionele achterban hem volgen? Wat zou er dan overblijven van de partij?
Toen de PvdA in 1969 betrokken raakte bij gesprekken voor het zogenaamde Progressief Akkoord (PAK), en er zelfs sprake van was dat de PvdA zou opgaan in een progressief blok, brak de PvdA, volgens Drees, echt met haar ‘grootse socialistische historie’. Drees twijfelde hierdoor steeds meer aan zijn partijlidmaatschap en op 1 mei 1970 liet hij het partijbestuur weten dat hij stilletjes de partij wilde verlaten. Stilletjes werd het echter niet. Begin 1971 begonnen media openlijk te speculeren over Drees’ vertrek en in mei 1971 werd het definitief. De 86-jarige socialist Willem Drees schreef een brief naar het partijbestuur waarin hij zijn lidmaatschap bij de PvdA opzegde.

Hij werd door enige leden als verrader gezien: hij zou ‘over de rug van arbeiders naar de top geklommen zijn’. Drees, die zich 67 jaar lang had ingezet voor de sociaaldemocratie, ervoer dit als zeer kwetsend. Drees’ laatste jaren kenmerkten zich door depressies. Hij was zijn oude partij kwijtgeraakt en leek dit niet te kunnen verkroppen. Wellicht was het verstandiger geweest als hij zich na 1958 helemaal had teruggetrokken uit de politiek.

Het verhaal over Willem Drees laat zien dat Nieuw Links veel teweeg heeft gebracht binnen de PvdA en illustreert de transitiefase van vernieuwing. Nieuw Links was een ongekend fenomeen in de Nederlandse politiek. Voor velen is het echter onbekende episode in de partijgeschiedenis en zouden we zelfs kunnen stellen dat het in de vergetelheid is geraakt. Spijtig, want zo’n interessante beweging mag niet vergeten worden. Wellicht kan de PvdA anno 2015 zelfs nog wat leren van haar eigen partijgeschiedenis

U LEEST HET PAPER VAN ANNA SILVIUS, GETITELD ‘ PARTIJ IN PROGRESSIE. DE RADICALISERING BINNEN DE PVDA BEGIN JAREN ZEVENTIG’  IN DE BUNDEL OVER HISTORISCHE DEBUTEN:

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top