Column: De Beginzin

16 oktober 2013 – Niels Graaf

Boeken beoordeel je door lezing van de eerste zin. Zonder uitzondering. Zonder voorbehoud. Zonder mededogen. In de boekenbijlage van de Volkskrant werden daarom altijd de eerste woorden uit een pas verschenen boek aangehaald. Tot een maand geleden.

We zijn er kapot van.

Gelukkig bewees Remco Campert deze mooie traditie in zijn zaterdagcolumn de laatste eer. En dan kunnen wij historici eigenlijk niet achterblijven. Want, ja, die eerste zin is ook voor de geschiedschrijver van belang. Zijn opdracht? De lezer aanzetten tot het lezen van het hele boek. Hoe? Door de verbeelding te prikkelen, te provoceren en vragen op te roepen. Kortom: door een meer dan gemiddelde indruk achter te laten. En dat is helemaal niet erg. Want een meer dan gemiddelde indruk achterlaten, zouden meer historici moeten doen.

Kees Fens memoreerde al dat een eerste zin zoveel te denken kan geven dat een heel boek erdoor wordt bepaald. Een goed voorbeeld is natuurlijk Huizinga’s ‘Wij leven in een bezeten wereld. En wij weten het.’ Een zin die een boek is ontstegen.

Googlet u maar. 

In dezelfde categorie vinden we ‘Dit boek behelst de geschiedenis van een moord’, de eerste – meesterlijke – zin van Pressers Ondergang. Want even eerlijk: als je zo’n zin uit je pen krijgt, dan ben je iemand. Gelukkig is deze kunst niet voorbehouden aan de oude meesters. ‘Keesje Maet had er genoeg van’ uit Paul Knevels het ‘Haagse bureau’ en Arie van Deursens ‘Trijn Willems uit Ursem heeft nooit willen deugen’ uit Een dorp in de Polder zijn de juweeltjes van de afgelopen jaren.

Niet voor niets merkte uitgever Mai Spijkers op dat een schrijver die zijn boek zo kan laten beginnen, voor een uitgever van hoge waarde is. Gelezen worden is blijkbaar één goede zin schrijven. Een opvallend gewone zin eigenlijk. Kort, puntig en met weinig werkwoorden.

U zou het zomaar kunnen.

Terecht merkt Remco Campert in zijn column op dat logischerwijze op de eerste zin de laatste volgt. Ook die is belangrijk. De laatste zin moet het gewicht van het voorafgaande dragen. Met zijn lange snuit blaast de olifant het verhaaltje uit, maar hij mag het niet wegblazen.

Huizinga zou deze woorden beamen. Hij was geen voorvechter van een kunstzinnige geschiedschrijving, een wijdverbreid idee in de historiografie. Het ‘aanbiddelijke misverstand’ dat de romantiek heet, had volgens hem geen plaats in de geschiedschrijving. Dat de geschiedschrijver aandacht aan de vorm moet besteden was voor hem helder, maar het moest niet ontaarden in mooischrijverij. ‘Een easthetiseerende gevoelshistorie, die uit een litteraire behoefte voortkomt, met litteraire middelen werkt, en op litteraire effecten gericht is’, was niet het instrument van de historicus.

Het verleden zonder enige reserve parfumeren, moet in die eerste en laatste penseelstreek dan ook achterwege worden gelaten. De slotzin van het eerste hoofdstuk van Herfsttij laat zien wat hij hiermee bedoelde: ‘Maar de mensheid bekeert zich niet; de Kerk strijdt, predikers en dichters klagen en vermanen vergeefs’. Een schoolvoorbeeld. Perfect in balans. Zoals het hoort.

Huizinga merkte wat dat betreft terecht op dat de historicus geen realistische reproductie van het verleden schetst, maar slechts de voorstelling. En dat is weer een mooi bruggetje naar Campert:

Zoals je loopt
door de kamer uit het bed
naar de tafel met de kam
zal geen regel ooit lopen

De dichter en de historicus begrepen: laat het dan een mooie regel zijn.

 

Niels Graaf - jonge historicusNiels Graaf (1991) studeert Rechten en Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Over de historicus Jacques Presser schreef hij een scriptie en een artikel in een bundel over geleerdenbiografieën. Ook sprak hij over Presser tijdens De Nacht is Jong – Jonge historici in debat (Rode Hoed, 14 juni 2013). Begin 2013 schreef hij op deze website een eerbetoon voor prof. dr. Frits Boterman (UvA) ter gelegenheid van diens emeritaat.
 

1 Comment

  1. Willem  - 21 oktober 2013 - 07:11

    Overigens heb ik ooit van Willem Melching geleerd dat een essay prima kan beginnen met een vraag die ontregelt. Dat is er bij mij niet meer uitgegaan.

Leave a comment

Back to Top