Column – Digital Humanities

Column – Digital Humanities

Column – Digital Humanities

Reacties uitgeschakeld voor Column – Digital Humanities

Wat betekenen de Digital Humanities voor de Geschiedwetenschap? Ferry Gouwens, werkzaam bij het Huygens Instituut, geeft ons een eerste indruk.

‘Meer dan de helft van de subsidies van het NWO voor de geesteswetenschappen wordt tegenwoordig vergeven aan projecten binnen de Digital Humanities en persoonlijk vind ik dat dat wel wat minder mag.’ Verrast door deze uitspraak ging ik wat rechter op mijn stoel zitten tijdens de intervisiebijeenkomst voor vrijwilligers en stagiairs aan het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. Thema: Digital Humanities. Het had voor de spreker Charles van den Heuvel, hoogleraar digitale methoden en geschiedwetenschappen aan de UvA, de ideale mogelijkheid geweest om onze jonge geesten te indoctrineren met een groots pleidooi voor deze relatief nieuwe discipline, maar niets was minder waar. Meer dan een vertwijfelde poging werd het niet, ook omdat Van den Heuvel het zelf niet eens leek met de gevaren koers.

Het lijkt er inmiddels op dat de traditionele geesteswetenschappen dienen te capituleren voor deze 2.0-versie, of ze nu willen of niet. Twee weken geleden stelde de NWO met steun van staatssecretaris Sander Dekker bijvoorbeeld dat onderzoek gefinancierd met belastinggeld direct gratis in Open Access gepubliceerd moet worden. Wie betaalt, bepaalt. Dat ze juist in de ‘Open Access-week’, vakkundig gepropt tussen de feestelijke activiteiten van de Maand van de Geschiedenis, dit bekend maakten mag geen verassing heten. Nu is het openbaar digitaal publiceren van onderzoeken natuurlijk maar het topje van de ijsberg. De digitale geestenwetenschappen omvatten bijvoorbeeld ook het ontsluiten van bronnen, het ontwikkelen van nieuwe digitale hulpmiddelen voor verschillende soorten onderzoek en zelfs de ontwikkeling van educatieve games. Daar gaat dus een groot deel van de belastingcenten naartoe.

Nu klink ik wellicht cynisch, maar dat wil niet zeggen dat ik deze discipline onbelangrijk vind. Integendeel, bij het onderzoek voor m’n MA-scriptie heb ik dankbaar gebruik gemaakt van gedigitaliseerde archiefstukken en andere digitale hulpmiddelen. De Digital Humanities staan echter nog altijd in de kinderschoenen. Er is nog altijd discussie over wat het nu daadwerkelijk inhoudt en hoe het zich verhoudt tot traditioneel onderzoek. Ondanks dat zet de NWO haar recentelijk nog hevig bekritiseerde subsidiebeleid door. Lees bijvoorbeeld het opiniestuk van VU-hoogleraar Willem Trommel in De Volkskrant van afgelopen 6 september. Traditioneel onderzoek komt steeds sterker in de verdrukking, een ontwikkeling waar niemand op zitten te wachten, zelfs niet de diegene die er financieel profijt van hebben. Het is allemaal een beetje doorgeslagen, laten we het daar maar op houden.

Als vroegmodernist gebruik ik regelmatig eeuwenoude primaire bronnen en ook daar wringt de schoen. Noem mij een romanticus, een purist, ouderwets misschien zelfs, maar er is niets zo heerlijk als het bladeren door en lezen van zeventiende-eeuwse archiefstukken (de columnisten van de reeks ‘Liefde voor de Archieven’ zullen me begrijpen). Vorig jaar had ik het grote genoegen om in de leeszaal van het Koninklijk Huisarchief onderzoek te mogen doen; een prachtig klein knus zaaltje, ideaal om rustig je materiaal te bestuderen. Daarnaast was de koffie en thee gratis en dat is voor de arme student ook wel zo fijn. Dagenlang had ik er door kunnen brengen, tot de paleiswacht had ingegrepen. (Archief)onderzoek achter de pc, laptop, tablet of smartphone is wellicht net zo vruchtbaar, maar na enkele uren werken achter een scherm heb ik er wel genoeg van. Zo heb ik ook een sterke aversie tegen e-readers, hoe handig ze ook mogen zijn. Redelijk trots ben ik op m’n goed gevulde boekenkast. Maar goed, ik dwaal af.

Natuurlijk is het niet de bedoeling dat met name historici de ogen sluiten voor nieuwe ontwikkelingen. Stilstand is achteruitgang en dan willen we niet. Het openbaar maken van al het gesubsidieerde onderzoek is zelfs een lovenswaardig streven. Wetenschappelijk gezien valt er ook genoeg voor te zeggen, het stimuleert de interactie met andere wetenschappers, van welk vakgebied dan ook en dat is bevorderlijk voor de kwaliteit van het onderzoek. Maar is het wel de bedoeling dat de traditionele wetenschap financieel onder druk komt te staan, terwijl de digitale variant financieel zo vertroeteld wordt? Ik waag het te betwijfelen. Daar komt nog bij dat de vergelijking tussen de Digital Humanities en de traditionele geesteswetenschappen wellicht nog wel schever is dan de vergelijking van appels met peren. Is de wetenschappelijke benadering wel hetzelfde? De onderzoeksvragen? De onderzoeksresultaten? Anders gezegd: vervangen de Digital Humanities de traditionele of bieden zij ‘slechts’ nieuwe hulpmiddelen voor onderzoek? Dat er zoveel geld naar de digitale wereld gaat vind ik geen probleem, maar laat alsjeblieft ook genoeg ruimte over voor de rest. Desnoods betaal ik wel voor de koffie en thee in het Koninklijk Huisarchief.

0669f3aFerry Gouwens (1990) rondde in september 2013 de research master Medieval and Early Modern European History af aan de Universiteit Leiden door een politieke biografie te schrijven van de Utrechtse edelman Johan van Reede, heer van Renswoude (1593-1682). Over dezelfde Van Renswoude verschijnt begin 2015 van zijn hand een artikel in Virtus, jaarboek voor adelsgeschiedenis. Tijdens zijn studie was hij redactielid bij Leidschrift, onder meer als eindredacteur. Momenteel werkt hij als vrijwilliger bij BMGN-LCHR, verbonden aan het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en is hij sinds kort recensent voor Jonge Historici.

About the author:

Back to Top