Column: De geschiedenis van voetbal – vijf weetjes

Column: De geschiedenis van voetbal – vijf weetjes

Column: De geschiedenis van voetbal – vijf weetjes

Reacties uitgeschakeld voor Column: De geschiedenis van voetbal – vijf weetjes

Morgen begint het WK voetbal in Rusland. Hoewel het natuurlijk vervelend is dat ons land niet meedoet, biedt dit ook mogelijkheden. Zo hebben wij Nederlanders nu wat meer tijd om ons te verdiepen in de geschiedenis van de beroemdste balsport.

Hieronder volgen daarom vijf historische weetjes over voetbal:

1. Voetbal kreeg zijn huidige vorm in Engeland in de negentiende eeuw

Voetbal wordt al eeuwen beoefend, vooral door kostschooljongens in Engeland. Iedere school speelde echter volgens zijn eigen regels en gewoontes. Op zich geen probleem, totdat de jongens naar de universiteit (d.w.z. Oxford of Cambridge) gingen en daar met jongens van andere scholen moesten spelen. Die hadden andere regels. Dat was onhandig. Toen is besloten om de regels te standaardiseren en toen voetbalclubs en scholen in Londen het een beetje eens waren geworden werd in 1863 de Football Association opgericht. Men werd het erover eens dat je niet te ruw mocht spelen en de bal niet met de hand mee mocht nemen. Vervelend voor één school, die juist een variatie speelde waarin ruw spel en het onder de arm meenemen van de bal essentieel waren. Die school paste zich niet aan. De naam van de school was Rugby School.

2. Gezeik op de scheidsrechter is van alle tijden

We gaan het de komende weken vaak zien: spelers die een beslissing van de scheidsrechter in twijfel trekken en met pathetische hand- en armbewegingen komen klagen. Niets nieuws onder de zon. Ook in de beginjaren van het voetbal waren scheidsrechters niet populair. Niet om hun beslissingen, overigens, maar om hun bestaan. De meeste voetballers waren Engelse heren uit hogere klassen. Die zouden nóóit een overtreding begaan, en mochten ze dat per ongeluk wel doen, dan zouden ze het netjes en onder elkaar kunnen oplossen. Het bestaan van de scheidsrechter trok hun gentleman-schap in twijfel. Ze vonden het schandalig.

3. Voetbal is oorlog

Deze uitspraak is, zegt men, van de Nederlandse trainer Rinus Michels, maar die wist (als hij het al zo gezegd heeft) vast niet hoezeer hij gelijk had. Denk maar eens aan de wedstrijden Nederland-Duitsland, die tot een paar jaar geleden nog iets van revanche voor de Tweede Wereldoorlog met zich meedroegen (inmiddels heeft men dit, gezien de staat van het Nederlandse mannenvoetbal, maar opgegeven). In 1988 won Nederland in de halve finale van West-Duitsland, waarna Amsterdammers de straat opgingen en schreeuwden dat ze hun fietsen terug hadden gekregen.

Maar ook daarvoor was voetbal al oorlog. Tijdens het Olympische voetbaltoernooi van 1936 (Berlijn) speelde Peru in de kwartfinale tegen Oostenrijk. Peru won na verlenging, maar die overwinning werd betwist, omdat Peruaanse supporters het veld op waren gestormd. Na de klacht van Oostenrijk besloten de FIFA en het IOC dat de wedstrijd overgespeeld moest worden. Dit weigerde Peru, waardoor Oostenrijk de wedstrijd won. Dit leidde dan weer tot internationaal protest en relletjes bij de Duitse ambassade in Lima. De integriteit van de Duitse organisatie werd sterk in twijfel getrokken. Nog steeds is niet helemaal duidelijk wat er achter de schermen precies gebeurd is, maar dat de toenmalige Duitse dictator er iets mee te maken had, is niet geheel onwaarschijnlijk.

4. Voetbal leidt ook tot verbroedering

Hoewel voetbal en oorlog onlosmakelijk zijn verbonden, geldt hetzelfde voor voetbal en verbroedering. Ik denk vooral aan de vriendschappelijke potjes voetbal die met kerst 1914 tussen soldaten gespeeld werden. Maar dan is er ook de documentaire Next Goal Wins over het voetbalteam van Amerikaans Samoa. Zij worden in de kwalificatie voor het WK van 2014 gecoacht door een Nederlandse trainer, Thomas Rongen. Het is een aandoenlijke documentaire, die laat zien hoezeer voetbal ook een aanmoediging tot zelfontplooiing kan zijn.

5. Vrouwenvoetbal werd pas in 1971 door de KNVB (en de FA) erkend

In veel landen, waaronder Nederland en Engeland, speelden vrouwen al sinds het begin van de twintigste eeuw voetbal. De mannen vonden dat echter niet zo’n goed idee, want voetbal was geen sport voor vrouwen. Ze zouden er onvruchtbaar van kunnen worden en bovendien was dit een inbraak in de mannenwereld die zij niet konden tolereren. Daarom liet de KNVB geen vrouwen toe als lid en verbood de FA vrouwen op velden van officiële clubs te spelen. Tot 1971: toen werd wel duidelijk dat voetballende vrouwen niet te stoppen waren. In 1984 won Zweden het eerste EK voor vrouwen. Maar pas in 1990 gaf de UEFA het vrouwentoernooi dezelfde status als de mannen, en het eerste wereldkampioenschap voor vrouwen (van de FIFA) vond pas in 1991 plaats. Gelukkig doet Nederland het in het vrouwenvoetbal wél goed: de Oranjevrouwen werden in 2017 Europees Kampioen.

 

Door Elisa Rodenburg

Elisa Rodenburg (1992) studeerde in 2017 af van de onderzoeksmaster geschiedenis van de Universiteit van Amsterdam met een scriptie over vrouwenroeien in Nederland. Daarvoor schreef ze over joodse sport in Nederland tot 1940 en de Olympische Spelen van 1936.

 

 

 

About the author:

Back to Top