Column: Herdenkingshysterie

‘Poppy fascism’ of onschuldig nationaal bindmiddel, hoe erg is de massaliteit van de Britse herdenking van de Eerste Wereldoorlog?

Ieper en omgeving: ooit was het één van de bloedigste slagvelden van de Eerste Wereldoorlog, maar tegenwoordig kom je er vooral Britse bejaarden en schoolkinderen tegen. Gemoedelijk bezoeken ze de belangrijkste begraafplaatsen, luisteren ze naar de dagelijks gespeelde Last Post onder de Menenpoort en struinen ze souvenirwinkels af. In de zomer tenminste. Buiten het hoogseizoen heerst er een vreemde rust in het stadje. De stilte maakt de sfeer bij de oude loopgraven, waar hier en daar iemand in gedachten verzonken rondloopt, bedrukkend.

Het zijn twee verschillende manieren om de oorlog te herdenken. Tommy Duurland verzuchtte hier enkele weken geleden dat hij blij is dat de massaliteit van de Britse herdenking, te zien in Ieper, ons bespaard blijft. De Nederlandse neutraliteit is in het voordeel van de relatief kleine groep oorlogsherdenkers en andere liefhebbers. Die tegenstelling tussen de massale opwinding in het buitenland en inhoudelijk, ingetogen gedenken is echter maar deels waar. Een kijkje in de Britse keuken laat namelijk zien dat de publieke herdenking daar al lang niet meer over de historische gebeurtenis gaat, waardoor de twee vormen elkaar niet uitsluiten. De terugkerende discussie over het al dan niet dragen van een poppy is slechts één voorbeeld dat aantoont hoe men niet zozeer herdenkt, maar vooral bezig is de hedendaagse Britse cultuur af te bakenen.

De klaproos is officieel het symbool voor de gesneuvelden en de voorzichtige hoop die tussen de graven op de voormalige slagvelden bloeide. Vrijwel iedereen die in de eerste helft van november op tv komt, draagt er één. Het is een mooi beeld: al die mensen met een bloem en een plechtige blik. Een beeld, vooral, dat suggereert dat de herdenking weinig dissidenten kent. Wat ook niet vreemd zou zijn, de voorwaarden zijn aanwezig om de herdenking over de oorlogsgruwel en de slachtoffers, over de zinloosheid of juist het historische belang van de oorlog te laten gaan. Door de vele aandacht die de Great War in het onderwijs en tijdens de jaarlijkse herdenking krijgt, is vrijwel iedereen in Groot-Brittannië ooit in aanraking gekomen met zijn betekenis.

Volgens sommigen heeft dit echter weinig opgeleverd, die eerste indruk ten spijt. Ze nemen populaire televisieprogramma’s als voorbeeld. En inderdaad, zoals wij gemerkt hebben na Gordon’s grap over een Chinese deelnemer, kan een talentenshow plots onderliggende maatschappelijke ontwikkelingen blootleggen. Een paar jaar geleden droegen de deelnemers en juryleden van de Britse X-Factor en Strictly Come Dancing ineens poppies van 18 karaats goud, ingelegd met kristal. Ze vervingen de traditionele papieren exemplaren en onmiddellijk hekelden commentatoren en prominenten de degradatie van het symbool tot fashion statement. Dat de klaproos symbool stond voor een extreem bloedig conflict en dat soberheid gepast was, maakte echter weinig indruk. De gouden exemplaren worden nog steeds en in alsmaar uitbundigere uitvoeringen gedragen. Ook onder het publiek worden de glimmende poppies populairder.

Het meedoen aan de herdenking gaat immers niet meer om de Eerste Wereldoorlog zelf, maar om of je er tegenwoordig bij hoort. Als je de herdenking op een andere manier ter discussie stelt, reageert het publiek namelijk wel. ‘Stricly Come Dancing blasted by viewers as NO ONE wore poppies last week’, kopte de Daily Mirror vorige maand, inclusief strategisch gebruik van de caps lock-toets. Een presentator die zonder op tv kwam en de druk om er wel één te dragen beschreef als ‘poppy fascism’, kreeg ook de wind van voren. Charlene White, nieuwslezeres bij ITV, verduidelijkte meermaals dat zij de Britse troepen wél steunt maar op het scherm neutraal en onpartijdig wilde blijven. Racistische en seksistische scheldpartijen waren het gevolg, en er zijn nog meer voorbeelden.

De vraag bij de herdenking is dus: steun je het huidige Groot-Brittannië? De massale groepsreizen naar Ieper en de poppies hebben voor veel mensen nog weinig met geschiedenis te maken. Het onvermijdelijke gevolg is dat de nationalistische rituelen zo de herdenking die nog wel over geschiedenis gaat, overlappen. Ze geven ze weliswaar een andere betekenis, maar gebruiken dezelfde symbolen. Betekent dat ook een botsing tussen die twee? Niet per definitie. De historicus zou zich met de eerste kunnen bemoeien, zeker als het tot nieuwe conflicten of scheldpartijen leidt, maar het zal weinig uitmaken: die herdenking is hij of zij kwijt. Of dat wenselijk is, is een andere vraag. Uiteindelijk is de massaliteit wat mij betreft desondanks positief. Hoe meer mensen zo met geschiedenis in aanraking komen, hoe meer er ook tijdens een koud, herfstachtig weekend in hun verleden duiken. Dat roept de interessante vraag op naar welk slagveld wij onze kinderen en bejaarden in de zomer kunnen sturen.

Arthur Westerhof (1989) is na het behalen van de bachelors geschiedenis en kunstgeschiedenis bezig met zijn scriptie voor de research master ‘Political Cultures and National Identities’ aan de Universiteit Leiden. Hij schreef al eerder voor deze site. 

Leave a comment

Back to Top