Column: Wetenschappelijk historisch onderzoek en drama. Een vreemde combinatie?

Het is weer eens wat anders dan een boek, artikel of symposium. Toch staan historici hier vaak kritisch tegenover.

Het kan haast niemand ontgaan zijn: op 1 juli van dit jaar was het precies 150 jaar geleden dat slavernij in de Nederlandse koloniën werd afgeschaft. Het was op 1 januari van dit jaar eveneens 150 jaar geleden dat Lincoln in de door burgeroorlog verscheurde Verenigde Staten de emancipation proclamation in werking stelde, waarmee de slaven in de rebelse zuidelijke slaven vrijheid verkregen. Het jubileumjaar is uitvoerig herdacht en gevierd. Zelfs het Zwarte Pieten-debat is ‘toevallig’ in dit jaar tot ongekende hoogten opgelaaid. In Nederlandse en Amerikaanse musea, theater en film is veel aandacht besteed aan slavernijgeschiedenis. Lincoln, Django Unchained, Tula, Hoe duur was de suiker en Twelve Years a slave draaiden de afgelopen – of de komende – tijd in de Nederlandse bioscopen.

Op 8 maart was het precies 3 jaar, 3 maanden en 11 dagen geleden dat ik mijn onderzoek naar slavinnen in verzet afrondde. Dit onderzoek deed ik voor het Ninsee (het slavernij instituut in Amsterdam), onder begeleiding van Aspha Bijnaar. Drie maanden lang was ik in 2009 op zoek naar de sporen van een vrouwelijke Tula. Het Ninsee en Aspha Bijnaar besloten na de afronding van mijn onderzoek om het om te vormen tot een theatervoorstelling, om het Nederlandse slavernijverleden in het jubileumjaar onder de aandacht van het Nederlandse publiek te blijven brengen. Deze theatervoorstelling, genaamd Rebelse Vrouwen ging op 8 maart in première. Weer eens wat anders dan een boek, artikel of symposium.

Als wetenschapper, met een minder ontwikkeld gevoel voor dichterlijke vrijheid, was dit even wennen. Bij het uitkiezen van de scriptschrijver koos ik juist níét voor diegene die het verhaal bedacht van de West-Afrikaanse tot prostitutie gedwongen vrouw in het heden, die haar voorouders – die toevallig uit Suriname en Curacao kwamen – via een magische spreuk oproept: dat is toch niet aannemelijk? Of was ik te ouderwets? Rationeel gezien had ik misschien gelijk, maar in de fantasie van film en theater mag alles. Daarbij zijn er hierdoor meer mensen in aanraking gekomen met mijn onderzoeksresultaten.

Dit geldt ook voor de verfilming van het slavenverhaal Twelve years a slave, welke op 28 oktober tijdens de Amsterdam Film Week in Nederland in première ging (maar pas vanaf 20 februari in alle andere Nederlandse bioscopen gaat draaien). Tot op heden was het verhaal slechts bekend in historische kringen. Sinds de Amerikaanse première en de lovende kritieken in onder andere de New York Times wordt de film gezien als een enorme kanshebber bij de Academy Awards en is het ‘grote’ publiek ook geïntrigeerd geraakt door het waargebeurde verhaal van Northup Solomon. Hij was een free man of color die uit het Noorden van de Verenigde Staten ontvoerd werd en vervolgens  van 1841 tot 1853 onder mensonterende omstandigheden gedwongen werd in slavernij te werken op verschillende katoenplantages in Louisiana. Northups opgetekende verhaal geeft het perspectief van de slaaf weer, iets wat niet altijd voorhanden is: in mijn onderzoek naar rebelse vrouwen moest ik bijvoorbeeld noodgedwongen putten uit de ‘blanke’ bronnen, zoals reisverslagen, kranten en rechtsarchieven. Ook daarom is Twelve years a slave een bijzondere toevoeging aan het rijtje van recentelijk verschenen slavernijfilms.

Met uitzondering van Lincoln, welke met name draaide om de verheerlijking van deze president van de Verenigde Staten, hadden makers van bovengenoemde films een ander doel; de zwaartepunten liggen anders. Zo zijn er de meer fantasierijke films: zoals Django Unchained en Hoe duur was de suiker, waarin het liefdesverhaal belangrijker is. Daarentegen benadrukken Tula en Rebelse Vrouwen het verzet dat slaven hebben getoond. Dat het slavenleven mensonterend en gewelddadig was staat centraal in Twelve Years a slave, in tegenstelling tot in Hoe duur was de suiker, waarin slavenhouders sympathieker en menselijker  weergegeven zijn.

Kortom, de slavernij-hype van dit jaar is niet voor niets geweest. Het was voor mij in eerste instantie een vreemde combinatie: historisch onderzoek en drama. In hoeverre is het dan nog een geschiedenisverhaal? Toch kan het een effectievere manier zijn om een groter publiek te benaderen en een relevante discussie te ontketenen dan wanneer de analyses in de wetenschappelijke publicaties in een la of boekenkast (of in een PDF file op je computer) verdwijnen.

VentieKarin Lurvink (1987) werkt als promovendus bij de Vrije Universiteit (VU). Ze vergelijkt  gedwongen winkelnering in de veengebieden in Nederland met katoen- en suikerplantages in Louisiana, 1865-1920. Tijdens haar master Global History aan de VU heeft ze gestudeerd aan de Graduate School van de Louisiana State University. Haar onderzoeksstage bij het slavernij-instituut Ninsee resulteerde in 2013 in de theaterproductie Rebelse vrouwen.

Leave a comment

Back to Top