Column: Historisch Verantwoord

‘NU.nl? Wat is dat?’, vroeg een hoogleraar tijdens een hoorcollege als reactie op een opmerking van een student. De studenten waren ter voorbereiding op het hoorcollege op zoek gegaan naar nieuwsberichten met betrekking tot religie. De Volkskrant, The New York Times, de Frankfurter Allgemeine Zeitung en Le Monde, ze kwamen allemaal voorbij, tot enthousiasme van de docent. Toen echter een student NU.nl aanhaalde, werd dat bericht bij voorbaat belachelijk gemaakt. ‘Daar komt geen écht nieuws op’, leken de studenten te denken. De docent gaf hen gelijk doordat ze aangaf dat ze de website niet kende. Is deze docent wereldvreemd of was ze nog niet helemaal wakker?

Lange tijd was geschiedschrijving een zaak van de elite: geschiedenis was het verhaal over (en door) grote mannen. In de negentiende en zeker in de tweede helft van de twintigste eeuw kwam hier verandering in: geschiedschrijving werd in toenemende mate gedemocratiseerd. Oral history is hier onderdeel van: vooral sinds de jaren zestig is er aandacht voor gemarginaliseerde groepen, zoals arbeiders, en is er de behoefte onder historici om het ‘grote verhaal’ bij te stellen, te bevestigen of in te kleuren. Bijvoorbeeld door de bakker om de hoek een microfoon, het liefst met camera, onder de neus te drukken. Natuurlijk zijn de authenticiteit en de betrouwbaarheid van het geheugen van deze bakker te betwisten, maar door meerdere mensen te interviewen, ontstaat een ‘grondtoon’ die samen met de bestaande kennis leidt tot een beter begrip van het verleden.

Ondanks deze algemeen groeiende waardering voor de ‘historische’ gewone man, halen veel geschiedenisstudenten hun neus op voor hedendaagse ‘gewone’ mensen. De mannen en vrouwen die in de arena zaten ten tijde van keizer Augustus, de immigranten die de stedenpopulatie in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden op peil hielden of het Duitse volk dat al dan niet achter Hitler stond: studenten hebben rooie oortjes als ze een glimp opvangen van de belevingswereld van deze mensen. Maar ondertussen blijken gewone mensen uit hun eigen tijd te triviaal voor woorden: lezers van de Telegraaf, PVV-stemmers, trouwe kijkers van Lingo en GTST. Om over Wikipedia-gebruikers en hbo’ers nog maar te zwijgen, dat is fóut joh. Je bent nóg fouter als je een studie maakt van deze trivialiteiten: ‘Series kijken voor studiepunten, opheffen die opleiding!’ (Lees: de studie Algemene Cultuurwetenschappen). Natuurlijk hoeven geschiedenisstudenten geen fan te zijn van de hier genoemde fenomenen, maar dat ze hun neus ervoor ophalen is vreemd. Geschiedenisstudenten worden door geesteswetenschappers opgeleid om mensen te begrijpen: door inzicht te krijgen in historisch gedrag zijn ze beter in staat om hedendaagse gedragingen te begrijpen. In het ideale geval. Maar blijkbaar is de gemiddelde Lingo-kijker minder dan de gewone man die de gladiator de dood in schreeuwde, en dus niet de moeite waard? Het lijkt alsof gewone mensen alleen met terugwerkende kracht relevant zijn.

Natuurlijk zijn er uitzonderingen: geschiedenisstudenten die genieten van Lingo (al is het maar om het loopje van Lucille Werner), die meegieren met Geer en Goor of die de Telegraaf lezen, al dan niet omdat ze zich ervan bewust zijn dat dit dagblad maatschappelijk veel relevanter is dan bijvoorbeeld De Groene Amsterdammer (de oplage inclusief losse en gratis nummers is ca. 580.000 om 20.000 stuks). Ook zijn er historici die hedendaagse gewone mensen omarmen: Maarten van Rossem leest keurig de Wikipedia-pagina’s van Willem I, II en III voor bij Pauw & Witteman, hangt de clown uit bij De Slimste Mens en spreekt hoorcolleges in voor mensen die niet kunnen lezen.

Zijn deze studenten en Maarten van Rossem de uitzondering? Ik ben er bang voor. Maar volgens mij is hun weerzin voor de hedendaagse populaire cultuur hen niet volledig aan te rekenen. Studenten, onder wie ikzelf, worden gevormd door mensen die vooral zichzelf (en hun onderzoek) zien in het dikke glas in de ramen van de Ivoren Toren. Deze docenten zijn zonder twijfel ongelooflijk capabele mensen, maar ze lijken soms het zicht op hun eigen tijd kwijt. Een van hun belangrijkste drijfveren om onderzoek te doen is de historische sensatie, laten we daar maar vanuit gaan. Maar de confrontatie met de eigen tijd is wellicht een grotere schok dan die met het verleden. Een kijkje nemen op NU.nl kan wonderen doen.

20204_661035877258527_74979918_nChristoph van den Belt (1991) doet de researchmaster Geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Tijd voor hobby’s heeft hij dus niet. Hij is vooral geïnteresseerd in de negentiende-eeuwse receptie van de Oudheid. 

1 Comment

  1. Kim  - 22 november 2013 - 08:10

    Vergeet natuurlijk VOORAL de studie Media & Cultuur niet (met name variant televisie).

Reply Cancel

Back to Top