Column JHvhJ’18: Weg met het stoffige imago

Column JHvhJ’18: Weg met het stoffige imago

Column JHvhJ’18: Weg met het stoffige imago

Reacties uitgeschakeld voor Column JHvhJ’18: Weg met het stoffige imago

Enthousiast vertel ik mijn geschiedenisleraar het goede nieuws: ‘Ik heb mij ingeschreven voor de lerarenopleiding geschiedenis’. ‘Weet je het zeker?’ is zijn enige reactie. Ik moet toegeven dat ik op iets meer enthousiasme had gehoopt, een bemoedigend schouderklopje op z’n minst. Het waren tenslotte zijn beeldende verhalen en grappige sketches die mijn nieuwsgierigheid naar het verleden verder hebben aangewakkerd.

Met een propedeuse op zak ruilde ik de lerarenopleiding na een jaar in voor een geheel nieuwe omgeving: de universiteit. Een enge stap voor iemand die begonnen is op het vmbo. Ik had geen idee wat ik kon verwachten en of ik de verwachtingen van de universiteit kon waarmaken. Gelukkig voelde ik mij vrijwel direct op mijn plek en ging het studeren mij goed af. Vanaf het tweede jaar koos ik voor de specialisatie Amerikanistiek en bracht ik het laatste semester door in de Verenigde Staten. Aldaar bezocht ik voor het eerst een archief.

Ik moest voor een vak naar het archief van de universiteit om een aantal brieven van plantage eigenaren te lezen en te interpreteren. Ik herinner mij het sterke bewustzijn dat ik een brief in mijn handen had uit de negentiende eeuw en het geluksgevoel dat hiermee gepaard ging. Een gevoel dat historici ongetwijfeld (her)kennen. In de blog die ik bijhield voor mijn familie en vrienden schreef ik enthousiast het volgende:

Dinsdag ben ik voor de eerste keer op de tiende verdieping van de bieb geweest. Op de tiende verdieping bevindt zich MARBL: het archief van Emory University. Het is geweldig! Ze hebben zo veel oude manuscripten, archieven en zeldzame boeken: niet normaal. Ik weet waar ik mijn spaarzame vrije tijd ga doorbrengen!

Mijn spaarzame vrije tijd heb ik helaas niet doorgebracht op de tiende verdieping van de bibliotheek. Het geluksgevoel ben ik echter nooit vergeten. Sterker nog, ik werk inmiddels vier dagen in de week bij het Noord-Hollands Archief in Haarlem. Eén van mijn werkzaamheden is het aanvullen en onderhouden van het bronnenplatform Geschiedenislokaal023. Op deze website plaats ik primaire bronnen (i.e. archiefstukken) die betrekking hebben op de geschiedenis van Haarlem en werk ik samen met docenten aan praktische opdrachten die leerlingen leren onderzoeken.

Ik heb ook twee dagdelen per week studiezaaldienst. Dit houdt in dat ik beschikbaar ben om vragen van bezoekers te beantwoorden en hen indien nodig op weg help met hun onderzoek. Wat mij tijdens deze diensten opvalt is dat weinig jonge historici archieven raadplegen. Waarom komen jonge historici niet langs? Weten jonge historici hoe omvangrijk archieven zijn en hoeveel kennis archiefmedewerkers van deze archieven hebben? Zijn jonge historici zich bewust van de vele manieren waarop archiefmedewerkers historici kunnen helpen? Denk bijvoorbeeld aan de website Wat Staat Daer?, een online oefentool voor het lezen van oude handschriften. Het Noord-Hollands Archief heeft zich afgelopen maand met een tiental teksten bij dit initiatief aangesloten en deze maand beheer ik de website. De bereidheid van paleografen om (jonge) historici te helpen met het ontcijferen van oude teksten op het forum is verbluffend.

Het archief moet af van zijn stoffige imago. Als ik de Jonge Historicus van het Jaar mag worden zal ik – al dan niet met plumeau – mijn uiterste best doen om het archief toegankelijker te maken voor jonge historici. Het wordt tijd dat het archiefwezen gezien gaat worden voor wat het is: het kloppend hart van de gehele historische gemeenschap. Dát weet ik zeker.

 

Door Lise Koning

Lise Koning is een van de drie finalisten in de strijd om de titel van Jonge Historicus van het Jaar 2018. Op 28 juni zal tijdens ‘De Nacht is Jong’ de winnaar bekend gemaakt worden. Bij zijn? Dat kan! Aanmelden kan via deze pagina.

About the author:

Back to Top