Column: Malapartes dilemma

Column: Malapartes dilemma

Wat moet een historicus doen met een onbetrouwbaar verslag van een gebeurtenis? In deze column sta ik stil bij de roman Kaputt, en de vraag wat de historicus met onware verhalen moet doen.

De Italiaanse schrijver Curzio Malaparte voltooide in 1944 zijn meesterwerk ‘Kaputt’, in mijn ogen een absolute mijlpaal in de literatuur rondom de Tweede Wereldoorlog. Nog voor de capitulatie van het Derde Rijk deed Malaparte op adembenemende wijze verslag van de zijn avonturen als oorlogscorrespondent aan het oostfront.

In een zestal thematisch ingedeelde hoofdstukken voert hij de lezer mee door de balzalen van Warschau, waar decadente Duitse militairen hun suprematie op het Poolse volk vieren, over de uitgestrekte vlaktes van Oekraïne, waar de geest van rottende paarden rondwaart over de apocalyptische steppes, en door de ijzingwekkende wildernis in Finland, waar het front is uitgelopen op een totale patstelling.

De pracht van het werk is de surreële atmosfeer die Malaparte oproept door tal van morbide anekdotes op te roepen in een complexe raamvertelling. Dit gebeurt niet alleen in de duistere en macabere passages waarin de lezer met de trivialiteit van de dood wordt geconfronteerd, maar ook door de geanimeerde conversaties aan de eettafel, waarin Malaparte zijn doorgaans Nazistische disgenoten zo cru ten tonele brengt.  Hoogtepunt voor mij was de mand met oesters die Malaparte gepresenteerd krijgt. Bij een nadere beschouwing blijken dit namelijk geen oesters zonder schelp te zijn, maar ogen die uit hun kassen zijn gehaald.

Na de publicatie van Kaputt viel Malaparte naast de grote lof die hem ten dele kwam,  ook ten prooi aan een stroom van kritiek. Zijn verslag van de oorlog bleek voor een groot gedeelte uit de duim gezogen. De grens tussen feit en fictie werd door Malaparte niet gezien als een daadwerkelijke demarcatie. Hiermee komen we op een interessante vraag: In hoeverre is het geoorloofd om de roman Kaputt als een historisch relevant verslag te beschouwen?

Malapartes verslag balanceert op de rand tussen feit en fictie, zonder dat zijn geloofwaardigheid als schrijver wordt aangetast. De waarde van het boek als een kunstwerk over de oorlog staat buiten kijf, maar kan het beschouwd worden als een bron? Malaparte toont aan dat er een wezenlijk verschil is tussen de waarheid en de werkelijkheid van de Tweede Wereldoorlog. In dit onbegrensde gebied tussen de ontstaat er nieuwe mogelijkheden, waarin historiciteit ten dienste staat van het succes van het verhaal.

Bovendien wordt duidelijk dat het verslag van het oorlogsgebied zeer onderhevig is aan het trauma dat Malaparte heeft opgelopen in zijn reis: men zou haast kunnen zeggen dat zijn waarheid los staat van feitelijke gebeurtenissen. Men kan verschillende ooggetuigen terug laten blikken op eenzelfde gebeurtenis, de beleving zal altijd enigszins verschillen. Met de oorlog wordt dit verschil alleen maar uitvergroot. Dit is natuurlijk anders dan het vertellen van een onwaarheid, niettemin is duidelijk Mapartes verslag een ander perspectief op de harde strijd van het oostfront genereert.

Met de surreële beschrijvingen geeft Malaparte ook een benadering van de werkelijkheid die weliswaar niet geheel overeenkomt met de feiten, maar wel de impact van de oorlog in kaart brengt. De keuze is uitermate inventief: een abstracte weergave is misschien wel de beste manier om de krankzinnigheid van de oorlog te kunnen duiden. Hiermee geeft hij echter een benadering van het sublieme die met een nauwkeurig feitenrelaas waarschijnlijk niet haalbaar was geweest.

Uiteindelijk wordt duidelijk dat Kaputt een roman is, een tocht door oorlogsgebied waarin de werkelijkheid niet de leidraad van het verhaal is, maar eerder een bijkomstigheid.
jb

Een gevolg hiervan is dat de feitelijkheid van de gebeurtenissen een twistpunt wordt. Wat heeft er nu de prioriteit: een benadering geven van de gruwel, of van de feitelijke sequentie van gebeurtenissen?
Malaparte heeft stelling genomen. 

Berend Sommer doet een master Geschiedenis aan de Universiteit Leiden. In 2012 was hij spreker bij de Dag van de Jonge Historicus in Amsterdam. Naast zijn studie is hij werkzaam bij JHSG. 

Leave a comment

Back to Top