Daadkracht op het juiste moment

Daadkracht op het juiste moment

Daadkracht op het juiste moment

1 reactie op Daadkracht op het juiste moment
door Floor Hoogeboom

 

Heldendom staat al jaren centraal in de populaire cultuur. Een knappe, gespierde man ontwijkt nonchalant kogels, duikt over voorbijrazende auto´s en blaast een gebouw op. In alle 26 Bondfilms weet hoofdpersoon James zonder enige moeite de grootste heldendaden te verrichten en op hetzelfde moment de mooiste vrouwen te versieren.

Dit stereotiepe beeld is de laatste jaren aan het veranderen. In de populaire cultuur is het idee van een puur “mannelijke held” in de vorm van fysiek geweld en machogedrag niet meer dominant. De film Sully (2016), waarin het waargebeurde verhaal wordt verteld van de spectaculaire landing van een Amerikaans passagiersvliegtuig op de Hudsonrivier in New York in 2009, is een voorbeeld van deze verandering. Piloot en tevens held Chesley “Sully” Sullenberger krijgt een menselijk gezicht omdat zijn twijfel en onzekerheid in beeld worden gebracht. De kijker ziet dat hoofdpersoon Sully onzeker is over de vraag of hij datgene wat hij zijn leven lang deed, zorgen voor de veiligheid van zijn passagiers, ook nu goed heeft gedaan.[1] Zo krijgt de held een menselijker gezicht. Bovendien heeft ook de vrouw het toneel van de held betreden. In de films GI Jane (1997), Lara Croft (2001) en Jessica Jones (2015) worden deze vrouwelijke heldinnen op een mannelijke manier in beeld gebracht. Het optreden van de heldin wordt in films sterk gekleurd door mannelijke normen.

De echte held Sully: Chesley Sullenberger. Foto: Wikimedia Commons.

In dit artikel komt naar voren waaruit heldendom bij vrouwen bestaat. De held, maar vooral de heldin, heeft een omstreden positie binnen de historiografie verkregen. Het levensverhaal van verzetsheldin Tineke Wibaut-Guilonard (1922-1996) maakt duidelijk wat het heldendom van een vrouw betekent. Daarmee staat na lange tijd weer een heldin in de spotlights!

 

Heldendom overkomt je

“Wat is een held? Iemand die straffeloos onvoorzichtig is geweest”[2] stelde W.F. Hermans in zijn oorlogsroman De donkere kamer van Damokles (1958). In deze definitie is heldendom grotendeels afhankelijk van toeval: je hoeft als het ware alleen maar een beetje risico te lopen, de rest doen de omstandigheden. Heldendom overkomt je.[3] Deze –  ogenschijnlijk simpele – definitie geeft aan dat het concept heldendom ingewikkeld is. Dat is zeker zo in de historiografie, waar de held na de Tweede Wereldoorlog een omstreden positie heeft verkregen.

In de eerste twintig jaar na de bevrijding was er een dominant beeld van Nederland tijdens de oorlog: een heroïsch beeld. Alle Nederlanders hadden moedig gestreden tegen de Duitse bezetter. Pas in de jaren zestig brak een periode van kritische reflectie aan en werden vraagtekens geplaatst bij de rol van Nederlanders in de oorlog. Zo kwam de held ter discussie te staan. Vooral Chris van der Heijdens Grijs verleden (2001) zorgde ervoor dat de held, maar vooral de heldin, in de schaduw kwam te staan. Goed en fout, zwart en wit leken niet te hebben bestaan: de afwezigheid van schurken en helden zorgde voor één grote klodder grijs. Daarom deed Marjan Schwegman, voormalig directrice van het Instituut voor Oorlogs-, Holocaust en Genocidestudies (NIOD), tijdens de Van der Lubbelezing in 2008 een oproep: “De helden en heldinnen moeten terug!”[4]

 

De heldin op het podium

Het verhaal van verzetsheldin Tineke Wibaut-Guilonard (1922-1996) dient als antwoord op Schwegmans oproep. Het bekijken van haar leven geeft aan waar het heldendom van vrouwen zoal uit bestaat. Tinekes levensverhaal is een aaneenschakeling van bijzondere feiten en tijdens het bestuderen hiervan realiseer ik me dat het eeuwig zonde is dat ik haar nooit heb gekend. Zij maakt immers duidelijk dat heldendom, zeker in het geval van een vrouw, uit veel meer bestaat dan slechts straffeloos onvoorzichtig zijn.

Tineke tijdens haar verzetsperiode (1943).

Tineke heeft een relatief onbezorgde jeugd. Haar vader, Pieter Guilonard, is technisch directeur bij KLM en hierdoor groeit Tineke op in een liberale en vrije omgeving. In 1938 moet Pieter voor de aanschaf van nieuwe vliegtuigen naar Duitsland, waar hij van 9 op 10 november de Kristallnacht meemaakt. Dit gewelddadige keerpunt in het geweld tegen Joden maakt een diepe indruk op hem en zorgt ervoor dat hij een sterke anti-Duitse houding krijgt. Deze houding is van invloed op Tineke en zorgt ervoor dat, op het moment dat de oorlog in 1940 uitbreekt, zij op verschillende manieren verzet probeert te plegen. Op haar middelbare school Het Amsterdams Lyceum begint haar verzet als verschillende Joodse leraren en leerlingen worden verwijderd. Tineke regelt onderduikadressen en bonnenkaarten voor hen. In het begin van de oorlog heeft haar verzet een speels karakter. Echt gevaar lijkt ze niet te ervaren. In alle onschuld bezoekt Tineke samen met twee klasgenoten begin december 1942 Kamp Westerbork, om een door hen binnengesmokkelde microscoop aan hun voormalige biologieleraar te overhandigen.

 

Het speelse verzet voorbij

Tinekes verzet neemt grotere vormen aan als zij zich in 1943 aansluit bij de Amsterdamse gewapende verzetsgroep CS-6. Daar vervalst ze bonnenkaarten en persoonsbewijzen, vervoert ze wapens en helpt ze onderduikers. De situatie binnen CS-6 verslechtert op een gegeven moment, waardoor Tineke gedwongen wordt om ook onder te duiken. Tineke wordt echter verraden en gevangengezet in het Huis van Bewaring II aan de Amstelveenseweg. Vanaf daar vertrekt Tineke naar kamp Vught, waar zij onder andere het Bunkerdrama meemaakt. Op 15 januari 1944 sluit kampcommandant Adam Grünewald 91 vrouwen op in een cel van negen vierkante meter. Deze vrouwen hebben zich solidair verklaard met een medegevangene, die de haarvlecht van een Duitse vrouw heeft afgeknipt. Tien vrouwen zijn deze in deze nacht overleden. [5] Na kamp Vught begint Tinekes verblijf in Duitsland: Tineke werd gevangen gehouden in kamp Ravensbrück en kamp Reichenbach.

 

Zingend een onzekere toekomst tegemoet

In dit bijzondere verhaal is een aantal ‘ingrediënten’ te herkennen die Tineke tot een ware held maken. Zij was inderdaad straffeloos onvoorzichtig toen zij wapens vervoerde en persoonsbewijzen vervalste. Maar dit is niet per se haar onderscheidende element. Wat haar bijzonder maakt als mens is haar onvermoeibare doorzettingsvermogen. Hierom kunnen we haar met recht een held noemen. Zelfs op de moeilijkste momenten van haar gevangenschap in concentratiekampen bleef Tineke geloven in een uitweg, was ze vastberaden er levend en wel uit te komen.

Transport van Tineke in Duitsland, januari 1944- april 1945

Tineke had een manier gecreëerd om het leven in de concentratiekampen te overleven, door een overlevingsmechanisme toe te passen. De bedoeling was om alle nare herinneringen “in te vriezen” en ze later, op gewenst moment, te laten “ontdooien”. Door dit mechanisme had zij de energie om een groep vrouwen in een overvolle wagon richting kamp Ravensbrück in Duitsland aan te sturen om uit volle borst te zingen, of had zij de kracht om te genieten van de kleine dingen in het leven. In het boek Zo ben je daar, dat zij na de oorlog schreef, is bijvoorbeeld te lezen hoe erg zij genoot van een berkenbosje langs de weg naar haar werk in kamp Reichenbach. Dit overlevingsmechanisme gaf haar ook de kracht om anderen moed te geven. Nadat zij het Bunkerdrama in kamp Vught had meegemaakt, schreef Tineke haar moeder: “Geloof niet alle nare berichten die naar buiten doordringen. Er gebeurt wel eens iets dat minder leuk is, maar daar komen we ook wel weer overheen”. Dat zij daartoe in staat was is fascinerend.

Daarnaast is Tinekes gevoel voor de medemens bewonderingswaardig. In de jaren na de oorlog was Tineke betrokken bij verschillende stichtingen en instellingen, waar ze met een onuitputtelijke energie streed voor een betere toekomst voor jongeren. Ze zette zich in voor de kinderen die “foute ouders” hadden tijdens de oorlog. Zo schreef ze aan Stichting ICODO (Informatie- en Coördinatie Orgaan Dienstverlening Oorlogsgetroffenen) dat de stichting haatgevoelens in stand hield omdat geen hulp verleend werd aan “foute” kinderen. Over haar actieve leven stelde ze later zelf dat het voortkwam uit een plichtsgevoel: “Het is niet zo dat ik met een schuldgevoel het kamp uit ben gekomen. Geen schuldgevoel van: zij zijn dood en ik leef nog. Maar ik hield er wel een plichtsgevoel aan over. Iets van: maar nu moet je het wel waarmaken! Je moet het recht om te leven waarmaken. Telkens weer”.

 

Het monument Frauengruppe in kamp Ravensbrück houdt de herinnering aan het grootste concentratiekamp voor vrouwen in leven. Foto: Wikimedia Commons.

 

Ik zou ook leren schieten

Tinekes doorzettingsvermogen en gevoel voor de medemens maken haar tot een echte heldin. Opvallend is dat het vrouwelijke heldendom ook in de historiografie gekleurd wordt door mannelijke normen, iets wat Tineke frustreerde. In de naoorlogse jaren streed zij als een oorlogsfeministe voor meer erkenning en waardering voor de rol van vrouwen in het verzet. Er was enkel aandacht voor de heldhaftige daden van mannelijke verzetsstrijders, voor verhalen van vrouwen in het verzet ontbrak aandacht. Dat vrouwen minder opvallend heldhaftige daden hadden verricht, was volgens Tineke een resultaat van het traditionele man-vrouw rollenpatroon tijdens de oorlog. Dit patroon dwong vrouwen zoals zijzelf om verzetsactiviteiten van “vrouwelijke aard” te verrichten. Mannen deden immers het betaalde werk en hadden daarmee een dekmantel voor grote en opvallende heldendaden. Zij konden bijvoorbeeld treinen laten ontsporen omdat zij al werkzaam waren bij de spoorwegen. Vrouwen hadden een hele andere dekmantel. Zo wikkelde Tineke geweer in een krant en verstopte deze tussen de andere boodschappen in haar boodschappentas. Ze baalde van deze gedwongen terughoudendheid omdat zij hardere maatregelen tegen de Duitsers wilde treffen. Hierover zei ze later: ‘Ik zou ook leren schieten en ik hád dat ook gedaan als die arrestatie er niet tussen was gekomen!’[6]

 

Een brug voor moed

In april 2016 besluit de gemeente Amsterdam een aantal bruggen in de Verzetsheldenbuurt (Amsterdam Geuzenveld-Slotermeer) te vernoemen naar vrouwelijke verzetsheldinnen. Er is dus een verandering gaande: langzaam maar zeker ontstaat meer aandacht en erkenning voor vrouwelijke helden. Heldinnen worden niet meer enkel en uitsluitend binnen mannelijke normen bekeken: de vrouwen zijn geëmancipeerd en worden op zichzelf staand bekeken. Een goede ontwikkeling, maar daarmee is de lastige positie van de held (m/v) nog niet opgelost. Het grootste probleem ligt immers bij de held zelf. Maar weinig helden durven of willen zichzelf een held noemen. Zo ook Tineke. Als pragmatische en vrijgevochten vrouw was zij betrokken bij de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming (NVSH). Zij was open en durfde een publieke rol en de daarbij komende verantwoordelijkheid op zich te nemen. Maar zichzelf een heldin noemen? Nee – de schaamte voor de oorlog speelde een te grote rol in haar leven. Jarenlang stopte zij haar oorlogsverleden weg. Op haar sterfbed vroeg zij aan haar dochter of zij een kistje met probeersels van vervalste persoonsbewijzen wou bijhouden. Al die jaren had zij zich geschaamd voor de onbeholpenheid ervan.

Een oplossing kan zijn het niet meer over helden en heldendom te hebben, het is immers een beklemmende terminologie. Moed is een goede vervanger: het is een breder en minder omstreden begrip. Een kenmerk van moedige burgers is het tonen van daadkracht op het juiste moment. Deze zin loopt als een rode draad door het leven van Tineke. Het is dan ook prachtig dat vanaf begin juni 2017 de Tineke Guilonardbrug in Amsterdam-Geuzenveld te aanschouwen is. Met “daadkracht op het juiste moment” als ondertitel.

De Tineke Guilonardbrug in Amsterdam-Geuzenveld

Floor Hoogeboom (1993) studeerde Communicatiewetenschappen en Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Sindskort werkt zij bij Oud Wasgoed, een collectief van jonge historici die geschiedenis toegankelijk maken voor een breed publiek. In september begint zij aan de onderzoeksmaster Geschiedenis.

LEES HIER DE SCRIPTIE WAAR DEZE LONGREAD OP GEBASEERD IS EN BEKIJK HIER ALLE SCRIPTIES VAN DE UITGEVERIJ.

WIL JIJ OOK JE SCRIPTIE PUBLICEREN EN EEN LONGREAD SCHRIJVEN? STUUR DAN NU JE STUK OP.

 

NOTEN

[1] Gawie Keyser, ‘De twijfel van de held’ De Groene Amsterdammer, 04-09-2016.

[2] W.F. Hermans, De donkere kamer van Damokles (Amsterdam 1958).

[3] Jaap Cohen en Hinke Piersma ed., Moedige mensen. Helden in oorlogstijd (Amsterdam 2014) 9-22.

[4] Bas Kromhout en Frans Smit, ‘Schwegman en Withuis over oorlogshelden’, Historisch Nieuwsblad 8 (2009).

[5] Hans Olink, Vrouwen van Vught. Een nacht in een concentratiekamp (Amsterdam 1994), 10-19; Marieke Meeuwenoord, ‘Moedige mensen. Non Verstegen, barak 23B en het bunkerdrama’ in: Jeroen van den Eijnde, Clemens Graafsma en Kees Schuyt ed., Moed. verhalen van gewone mensen in ongewone omstandigheden (Amsterdam 2016) 101-107.

[6] Atria, Archief Wibaut, inv.nr. 129, werkgroep Vrouw in Verzet, 1980.

 

About the author:

1 Comment

Nieuwsbrief

Back to Top