David de Jong: Curzon Line

David de Jong: Curzon Line

Reacties uitgeschakeld voor David de Jong: Curzon Line

David de Jong

Samenvatting

Politieke spelletjes, geheime agenda’s en diplomatieke hoogstandjes: het verdelen van de invloedssferen in Europa door de geallieerde bondgenoten aan de vooravond van de Koude Oorlog bevat genoeg stof voor een gros politieke thrillers. In dit spraakmakende essay worden op secure wijze documenten uit het archief van de Foreign Relations of the United States nauwkeurig bestudeerd door David de Jong. De briefwisselingen tussen de politieke kopstukken Churchill, Stalin en Roosevelt schetsen een haarscherp beeld van een bewogen tijd. Het neusje van de zalm wat betreft historisch materiaal uit de Tweede Wereldoorlog.

Download de PDF

David de Jong (pdf)

Lees met ISSUU

Volledige Tekst

INLEIDING

Het thema van dit werkstuk betreft de houding van de Verenigde Staten ten aanzien van Oost-Europa en de Sovjet-Unie in het jaar 1945. Het jaar 1945 was een bijzonder jaar: Nazi-Duitsland en Japan zouden zich overgeven en daarmee de Tweede Wereld Oorlog beëindigen. De belangrijkste geallieerde machten, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie, konden eindelijk na een aantal slopende jaren waarin in totaal ongeveer 60 miljoen mensen de dood vonden zich opmaken om de naoorlogse wereld vorm te geven. Dit zou geen gemakkelijke opdracht blijken, sterker nog, enkele jaren later zou de wereld opnieuw door een wereldwijd conflict in de greep worden gehouden.
De Koude Oorlog zou de wereld tot begin jaren ’90 verdelen in twee machtsblokken: het kapitalistische blok onder leiding van de Verenigde Staten en het communistische blok onder leiding van de Sovjet-Unie. De verdeling van Europa in twee invloedssferen begon al voorzichtig in het jaar 1945, nog voor het einde van de Tweede Wereld Oorlog, in een tijd waarin de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten nog officiële bondgenoten waren.
Dit werkstuk bestaat naast deze inleiding en een conclusie, uit twee delen. In het eerste deel zal ik ingaan op de wetenschappelijke theorievorming/status quo op basis van secundaire literatuur. In het tweede deel zal ik met behulp van primair bronnenmateriaal uit de Foreign Relations of the United States (FRUS) trachten te achterhalen hoe het buitenlandse beleid van de Verenigde Staten in de periode januari tot en met mei 1945 haar vorm kreeg.
Mijn uitgangspunt hierbij is om na te gaan of, en zo ja, in hoeverre de opvolging van Franklin D. Roosevelt door Harry S. Truman gevolgen had voor het buitenlandse beleid van de Verenigde Staten met betrekking tot de situatie in Polen. Ik besteed ter ondersteuning van deze hoofdvraag aandacht aan de belangrijkste ontwikkelingen in de relatie tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie in de kwestie van Polen.


1: DE STAND VAN DE WETENSCHAP

Het traditionele beeld (in de Westerse wereld) over het ontstaan van de machtsblokken in de loop van de jaren ’40 stelt dat de Sovjet-Unie Oost-Europa communistisch wilde maken om zodoende een bufferzone met bevriende staten te creëren tussen de Sovjet-Unie enerzijds en de Verenigde Staten en haar bondgenoten anderzijds. Marc Trachtenberg zegt in zijn artikel ‘The United States and Eastern Europe in 1945 A Reassessment’ (2008) hierover:

There was a time when it all seemed so simple. The Soviet Union it was said, sought to communize Eastern Europe at the end of World War II; the Western powers, and especially the United States, were deeply opposed to that policy; and the ensuing clash played a decisive role in triggering the Cold War. But historians in recent years have been moving away from that sort of interpretation.

Volgens Trachtenberg gaat het niet zo zeer om een nieuwe interpretatie van het beleid van de Sovjet-Unie onder Stalin. De huidige gangbare visie onder academici is dat, hoewel de Sovjet-Unie geen gedetailleerd plan had om Oost-Europa communistisch te maken, Stalin aan het einde van de oorlog wel degelijk enkele algemene doelen had gesteld en een algemene strategie om deze te verwezenlijken had ontwikkeld. De Sovjets zouden in Oost-Europa in eerste instantie een gematigde politieke koers varen en voorzichtig de basis van hun macht uitbreiden. Pas als het geschikte moment zich zou voordoen, zou het communisme volledig worden ingevoerd . Om dit uitgangspunt over de stand van de wetenschap te ondersteunen, haalt Trachtenberg verschillende acade-mici van naam en faam zoals Vladislav Zubok, Odd Arne Westad, Hugh Seton-Watson en Zbigniew Brzezinski aan.
Trachtenberg stelt dat er tegenwoordig wél anders gekeken wordt naar het beleid van de Verenigde Staten met betrekking tot Oost-Europa. Voor veel academici zou het steeds aannemelijker lijken dat in tegenstelling tot het ‘traditionele beeld’, de Verenigde Staten weinig belang hechtten aan Oost-Europa. Met name het voorstaan van representatieve verkiezingen in de regio zou tegen het einde van 1945 verworden zijn tot een houding waaruit bleek dat het politieke systeem dat door de Sovjets geïnstalleerd werd, acceptabel was voor de Verenigde Staten. Trachtenberg voegt hieraan toe dat voor zover de Verenigde Staten al een congruent beleid voor ogen hadden, ze een bepaalde samenwerking met de Sovjet-Unie in stand wilden houden. Hij benadrukt hierbij expliciet dat dit niet een algemeen geaccepteerde visie is en dat er ook wetenschappers zijn die stellen dat de Verenigde Staten zich wel degelijk bekommerden om Oost-Europa en die Stalin bekritiseren voor zijn ambivalente houding die wel een reactie van de Verenigde Staten moest teweegbrengen.
Het eerste struikelblok voor de Verenigde Staten in Oost-Europa in relatie tot de Sovjet-Unie was het opzetten van een regering in Polen. Hoewel het Sovjetleger al in augustus 1944 Warschau naderde, zou ze pas in januari 1945 Warschau en de rest van Polen bevrijden van Nazi-Duitsland. Tijdens de conferentie van Jalta in februari 1945 ontmoetten de leiders van Groot-Brittannië, de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten elkaar en spraken hier onder andere over Polen. De Amerikanen drongen samen met de Britten bij de Sovjet-Unie aan op een reorganisatie van de door de Sovjets geïnstalleerde regering op basis van vrije verkiezingen en met de opname van leden van de vooroorlogse Poolse regering in ballingschap (deze verbleef in Groot-Brittannië). Stalin deed in Jalta weliswaar de concessie dat er op termijn vrije verkiezingen zouden worden gehouden, maar in dit verband is het belangrijk te beseffen dat er in Polen alleen Sovjetsoldaten gelegerd waren en dat betekende dat de Sovjet de touwtjes stevig in handen hadden.
Miscamble stelt in zijn boek From Roosevelt to Truman. Potsdam, Hiroshima, and the Cold War (2007) dat Stalin aan Roosevelt voorhield dat een maand na de Jalta-akkoorden er al verkiezingen konden plaatsvinden in Polen. De details voor de in de Jalta-akkoorden voorgenomen reorganisatie van de Poolse regering werden besproken in Moskou, maar de drie mogendheden kwamen er niet uit. Iets meer dan een week voor zijn dood stuurde Roosevelt Stalin nog een brief waarin hij zijn onvrede uitdrukte over de gang van zaken rond de kwestie Polen. De brief van Roosevelt lijkt in zijn bewoordingen een duidelijke waarschuwing aan het adres van Stalin om tot een vergelijk te komen en een benadrukking van de importantie daarvan voor de Verenigde Staten (de inhoud van deze brief zal in het tweede deel uitgebreid worden besproken). Op 12 april 1945 zou Roosevelt komen te overlijden. Harry S. Truman werd de nieuwe president van de Verenigde Staten.
Trachtenberg stelt dat Truman aan het einde van april 1945 in nog hardere woorden duidelijk maakte aan de minister van Buitenlandse Zaken van de Sovjet-Unie, Vyacheslav Molotov, dat de Verenigde Staten vast hielden aan de Jalta-akkoorden met betrekking tot Polen. Zoals Trachtenberg ook opmerkt, zou deze houding snel veranderen. In een brief die Truman aan Churchill stuurde op 13 april is namelijk te lezen dat Truman, hoewel hij het uitgangspunt met betrekking tot Polen onderschrijft, vreest dat indien er publiekelijk wordt afgegeven op de houding van de Sovjet-Unie, dit de politieke en militaire samenwerking met de Sovjets in gevaar zou brengen.
Truman stuurde in mei 1945 Harry Hopkins, een voormalig adviseur van Roosevelt, naar Moskou. Het resultaat hiervan was dat er niet-communistische Polen in de regering werden opgenomen in onbelangrijke functies. Op 2 juli 1945 stuurde Truman een brief aan Churchill waarin hij schreef dat hij bevestigd had gekregen van zijn ambassadeur in Moskou, Harriman, dat de ‘nieuwe’ Poolse regering was geïnstalleerd. Truman gaf Churchill te kennen dat hij deze regering officieel zou erkennen en hoopte dat Churchill hetzelfde zou doen. Daarop erkenden zowel de Britten als de Amerikanen in juli 1945 de Poolse regering die, hoewel aangepast, nog steeds een duidelijke communistische kleur had. Volgens Trachtenberg wordt onder academici vaak aangenomen dat de reis van Hopkins naar Moskou een breekpunt vormde in het beleid van de Verenigde Staten. Hij haalt hierbij een citaat aan van Eduard Mark aan:

Virtually his [Truman] first act in relation to Eastern Europe was to accept what Roosevelt had vowed he would not: in return for Stalin’s renewed promise to permit free elections, the United States recognized a ‘thinly disguised continuance’ of the Lublin regime as the interim government of Poland.

Miscamble stelt dat toen Truman van Hopkins te horen had gekregen dat Stalin bereid was om de Jalta akkoorden na te leven, hij direct Churchill en leden van de Poolse regering in ballingschap vroeg om akkoord te gaan. Volgens Miscamble wilde Truman zo snel mogelijk af van de belemmering die het gesteggel over de Poolse kwestie veroorzaakte in de relatie tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Miscamble concludeert dat Truman, ondanks het feit dat Churchill bleef volhouden dat Stalin enkel een betekenisloze concessie had gedaan (door enkele niet-communistische Polen op te nemen in de regering) een werkbare samenwerking met de Sovjets als uitgangspunt koos. Op de terugweg van Moskou naar de Verenigde Staten verbood Truman Hopkins zelfs om een tussenstop in Londen te maken voor overleg met Churchill. Volgens Miscamble deed Truman dit om de schijn van een Amerikaans-Brits blok tegen over de Sovjet-Unie te voorkomen en zag Truman voor de Verenigde Staten een rol als bemiddelaar tussen de Sovjets en de Britten.
Trachtenberg is niet overtuigd dat de wijze waarop Truman in mei 1945 omging met de kwestie van Polen een omslag was in het beleid van de Verenigde Staten. Hij stelt dat in deze periode nog niet vaststond dat Polen een communistische politiestaat zou worden en dat de deal die Hopkins met Stalin maakte niet werd gezien als een nederlaag. Het bewijs voor de breuk ligt volgens Trachtenberg in de houding van de Verenigde Staten, toen in de loop van de tweede helft van 1945 duidelijk werd dat communisten hun greep op de macht niet wilden opgeven.
Eduard Mark stelt in zijn artikel ‘American Policy Toward Eastern Europe and the Origins of the Cold War, 1941-1946: An Alternative Interpretation’ (1981) dat beide (toenmalige) stromingen binnen de historiografische school van de Koude Oorlog, de traditionele en revisionistische, het in grote lijnen met elkaar eens waren over de uitgangspunten van het beleid van de Verenigde Staten ten aanzien van de Sovjet-Unie. Het centrale punt in de overeenstemming betreft de aanname dat de Verenigde Staten tegen het ontstaan van invloedssferen waren. Volgens Mark bleef dit het uitgangspunt in het buitenlandse beleid van de Verenigde Staten tot de herfst van 1945 en daarmee dus het aanvankelijke beleid van zowel Roosevelt als Truman. In oktober 1945 werd het voor de Verenigde Staten duidelijk dat de Sovjet-Unie niet van plan was om met minder genoegen te nemen dan een ring van satellietstaten in Oost-Europa waar de Sovjet-Unie volledig de dienst uitmaakte.
Volgens Leffler in zijn boek For the Soul of Mankind. The United States, The Soviet Union and the Cold War (2007) was Truman aan de vooravond van de Potsdam conferentie ietwat somber gestemd over het feit dat hij naar Berlijn moest om zijn twee bondgenoten, Churchill en Stalin te ontmoeten. Leffler stelt dat, nu de oorlog in Europa voorbij was, de tijd was gekomen om tot een overeenkomst te komen over Duitsland en Oost-Europa, maar dat de prioriteit voor Truman lag in het houden van Stalin aan zijn tijdens de Jalta-conferentie gemaakte belofte om Japan de oorlog te verklaren. Als de Sovjets Japan zouden aanvallen, zouden er minder troepen beschikbaar zijn om Amerikaanse slachtoffers te maken wanneer zij Japan zouden aanvallen. Leffler onderstreept hierbij dat Truman voorafgaande aan de Potsdam-conferentie niet over absolute zekerheid beschikte met betrekking tot de atoombom.
Truman kreeg van verschillende adviseurs, waaronder Harriman, te horen dat de Sovjets in Oost-Duitsland aan het plunderen waren geslagen en in Oost-Europa communistische regeringen aan het installeren waren. Ondanks het advies van zijn adviseurs dat hij stelling moest nemen tegen de Sovjets op deze punten, voelde Truman volgens Leffler hier weinig voor. Wat de plunderingen in het oosten van Duitsland betreft: Truman schijnt hiervoor begrip te hebben gehad met het oog op de wreedheden van Nazi-Duitsland jegens de Sovjet-Unie.
In een reactie op het artikel van Trachtenberg, dat onderdeel uitmaakt van een zogenaamde roundtable in H-Diplo, zegt Fraser J. Harbutt dat hij het eens is met Trachtenberg dat Truman vertegenwoordigd door zijn minister van Buitenlandse Zaken Byrnes, in 1945 trachtte om met de Sovjet-Unie tot een vergelijk te komen ten aanzien van Oost-Europa. Hij voegt hier overigens aan toe dat hij Trachtenberg te hard van stapel vindt lopen met zijn constatering dat een breder en constructief beleid van de VS ten aanzien van Oost-Europa ontbrak. Harbutt stelt dat het uitgangspunt van Roosevelts beleid gericht was op de blijvende betrokkenheid van de Sovjets in de oorlog. Dit betekende dat het beleid dat Roosevelt voerde, ondergeschikt was aan dit uitgangspunt. Zodoende verklaart Harbutt de dubieuze regelingen die Roosevelt trof met Stalin aangaande Oost-Europa en in het bijzonder Polen. Volgens Harbutt is hierbij ook van belang dat Roosevelt een oprechte hoop koesterde dat de samenwerking Stalins beleid positief zou beïnvloeden en daarom bereid was concessies te doen. Hoewel dit optimisme in de loop van 1945 tot aan zijn dood in april verminderde, hield hij er aan vast.
Harbutt is van mening dat Truman weinig op had met Roosevelts benadering van de Sovjets, waarbij samenwerking centraal stond. Hij stelt dat de veranderende omstandigheden hier in de eerste plaats aan ten grondslag lagen. Truman werd president in een tijd van crisis na Jalta waarbij de resultaten door de VS en de Sovjet-Unie heel verschillend werden uitgelegd, de Westerse mogendheden steeds meer naar elkaar toegroeiden, de Sovjets en de Britten uit elkaar dreven en het voor de VS steeds duidelijker werd dat de Sovjets meer belang hechtten aan macht en invloed in Oost-Europa dan aan samenwerking met de VS. Het is volgens Harbutt daarom logisch dat Truman, en de publieke opinie in de VS, weinig op hadden met Roosevelts benadering.
Miscamble concludeert in zijn boek From Roosevelt to Truman. Potsdam, Hiroshima, and the Cold War (2007) in niet mis te verstane bewoordingen dat er geen sprake was van een ommekeer in het buitenlandse beleid van de Verenigde Staten ten aanzien van de Sovjet-Unie en Oost-Europa in 1945. Hij voegt hieraan toe dat de veelgehoorde aanname dat de dood van Roosevelt ofwel de uitbraak van de Koude Oorlog veroorzaakte, dan wel er aan bijdroeg, dankzij zijn studie naar het rijk der fabelen kan worden verwezen. Volgens Miscamble is het duidelijk dat Truman in eerste instantie het beleid van Roosevelt probeerde voort te zetten. Miscamble zegt hierover:

To ensure a well-grounded understanding of American foreign policy from 1944 until 1947, one must comprehend Roosevelt’s rather romantic plans and vision for the postwar world, how such plans initially guided Truman, and how it took Truman’s administration substantial time to forge a realistic foreign policy including a new approach to the Soviet Union.

2: DE PRIMAIRE BRONNEN

In februari 1945 zou de conferentie van Jalta plaatsvinden, waar de leiders van de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië elkaar zouden ontmoeten. Uit documenten die voorafgaand aan de conferentie waren opgesteld, blijkt dat de Verenigde Staten een Provisional Security Council (een tijdelijke Veiligheidsraad) voor Europa wilden oprichten. De oprichting van deze Veiligheidsraad wordt door de Deputy Director of the Office of European Affairs, Hickerson, in een brief op 8 januari 1945 aanbevolen aan de Secretary of State, Stettinius jr. Het plan zou voorgelegd worden op de Jalta-conferentie aan Stalin en Churchill. In het voorstel van Hickerson staat dat de Veiligheidsraad zou moeten bestaan uit afgevaardigden van de regeringen van de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Groot-Brittannië en Frankrijk. De belangrijkste taak van de voorlopige Veiligheidsraad zou moeten bestaan uit het toezien op de installatie van representatieve regeringen in de bevrijde landen van Europa tot de voorgenomen oprichting van de Verenigde Naties. Op aanvraag van elk van de vier leden zou de Raad het recht hebben om afgevaardigden te sturen naar een betreffende staat om de situatie aldaar te analyseren. Bij onenigheid tussen de vier deelnemers zou een afvaardiging van de Raad het recht hebben om verkiezingen uit te schrijven, waarvan de representatieve uitkomst door alle vier de deelnemers moest worden geaccepteerd.
Hickerson schrijft in hetzelfde document dat een dergelijke Raad naar zijn mening zeer geschikt is om de situatie van Polen en Griekenland aan te pakken. Hij zegt ook dat, hoewel hij verwacht dat de Sovjet-Unie akkoord zal gaan met de oprichting van de Raad, hij niet verwacht dat Stalin Polen onder toezicht van de Raad zal willen stellen. Hickerson laat Stettinius jr. weten dat de Sovjets de Baltische Staten al hebben opgenomen in hun eigen territorium, dat ze overeenstemming hebben bereikt met Finland over grensgebieden en dat ze een groot deel van Oost-Pruisen en Polen zullen claimen. Volgens Hickerson is dit een voldongen feit en zijn de Verenigde Staten niet in staat om hier tegen in te gaan en zal het geaccepteerd moeten worden. De acceptatie van de situatie koppelt hij aan het belangrijkste uitgangspunt van zijn voorstel ten aanzien van de Sovjets, namelijk dat het van het grootste belang is om de steun van de Sovjets in de oorlog tegen Duitsland en Japan te behouden en bovendien dat de steun van Stalin onontbeerlijk is om de vrede in Europa te regelen.
In een memorandum aan president Roosevelt van 18 januari 1945 geeft Stettinius jr. aan dat de oprichting van een voorlopige Veiligheidsraad (zoals omschreven door Hickerson) wenselijk is, met dien verstande dat hij de Raad omschrijft als een ‘Emergency High Commission for Liberated Europe’. De belangrijkste taak blijft hetzelfde: de afgevaardigden van de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie, Groot-Brittannië en Frankrijk moeten gezamenlijk toezien op de installatie van representatieve regeringen in de voormalige bezette landen van Europa (met uitzondering van Duitsland) en acute economische oplossen. Stettinius jr. wees erop dat de vorming van een dergelijke raad de publieke opinie in de Verenigde Staten en in andere landen gerust zou stellen, omdat het de samenwerking van de vier belangrijkste grootmachten zou bevestigen en dat het een belangrijke stap zou betekenen in de richting van de oprichting van de Verenigde Naties.
Volgens Trachtenberg was Polen het belangrijkste struikelblok voor de verhoudingen tussen de drie geallieerde machten in de eerste helft van 1945. Hij zegt hierover:

How did the U.S. government deal with the problem of Eastern Europe in early 1945, say from January through April of that year – that is, through the first month of the new administration of President Harry S. Truman? (…) The fate of Poland was the key issue in relations between the Soviet Union and the Western powers at this time.

De kwestie van Polen was al een onderwerp van discussie onder de geallieerden sinds de Conferentie van Teheran in november 1943. In een telegram van de Amerikaanse ambassadeur in de Sovjet-Unie Harriman aan Roosevelt, is te lezen dat hierover is gesproken tijdens een overleg op 14 oktober 1944 tussen Stalin, Molotov (minister van Buitenlandse zaken van de Sovjet-Unie) Churchill en Mikolajczyk (de minister-president van de Poolse regering in ballingschap in Londen). Harriman is bij dit overleg als observator uitgenodigd en neemt dus niet actief deel aan de discussie. Mikolajczyk kreeg bij deze bijeenkomst van Stalin te horen dat het door de Sovjets geïnstalleerde regime in Polen (Polish Committee of National Liberation, ook wel Lublin Committee genoemd) en de Curzon Line (de voorgenomen nieuwe grens tussen Polen en de Sovjet-Unie) ) erkend dienden te worden. Churchill steunde volgens Harriman ondubbelzinnig Stalins positie met betrekking tot de Curzon Line. Molotov voegde hier aan toe dat tijdens de Conferentie van Teheran de Curzon Line door alle drie de machten was vastgesteld als nieuwe grens, hoewel de goedkeuring van Roosevelt niet openbaar gemaakt mocht worden. Harriman voegt hier aan toe dat hij later met Churchill hier over gesproken had en dat beiden zich niet konden herinneren dat Roosevelt zich duidelijk had uitgesproken in deze kwestie.
In een memorandum van Harriman van 16 oktober 1944 valt te lezen dat hij Romer (de Poolse minister van Buitenlandse Zaken in ballingschap) verzekerde dat Roosevelt in Teheran niet akkoord was gegaan met de Curzon Line en dat hij zowel privaat als publiekelijk zich niet wenste uit te spreken over de kwestie. Hoewel Romer zichzelf volgens Harriman tevreden toonde, volgde al snel een telegram van Mikolajczyk aan Roosevelt. In dit telegram uit Mikolajczyk zijn onvrede over de Curzon Line. De Poolse regering kan immers niet akkoord gaan met een verlies van bijna de helft van haar territoria en alle daarin gelegen belangrijke culturele en economische waarde.
In reactie op Mikolajczyk en gesprekken met de Poolse ambassadeur schrijft Stettinius jr. op 15 november 1944 aan Roosevelt dat hij hem sterk aanraadt om Mikolajczyk een brief te schrijven waarin hij een algemene (lees: vage) positie inneemt in het grensconflict. Terwijl Roosevelt het advies in beraad heeft, volgt er op 25 november 1944 een telegram van Winant (de Amerikaanse ambassadeur in Londen) aan Stettinius jr. waarin hij mededeelt dat Mikolajczyk ontslag heeft genomen, omdat hij vindt dat er op korte termijn een overeenkomst moet komen tussen de Polen en de Sovjets, maar dat de drie grote partijen uit zijn kabinet willen wachten tot na de beëindiging van de oorlog. Mikolajczyk wist dat hij zich zeer impopulair bij de Poolse bevolking zou maken indien hij de Sovjets hun zin gaf, maar ook dat aan de andere kant, indien er gewacht werd met een overeenkomst tot na de oorlog, Polen alsnog haar territorium zou verliezen in het oosten zonder een tegemoetkoming van territoria (ten koste van Duitsland) in het westen. Het opstappen van Mikolajczyk wordt in de Britse media afgeschilderd als een reactie op het weigeren van een garantie van de Poolse grenzen door de Amerikanen, schrijft Stettinius jr. aan Roosevelt op 28 november 1945. Hierop laat Stettinius jr. een persbericht uitgaan waarin hij deze bewering ontkent:

The specific question of the guarantee of the Polish frontier by this Government was not and could not have been an issue since this Government’s traditionally policy of not guaranteeing specific frontiers in Europe is well known.

Op 15 december krijgt Roosevelt van Stettinius jr. te horen dat Churchill in een reactie op deze zaak in het Britse House of Commons heeft gezegd dat hij het in principe eens is met de eisen van de Sovjets met betrekking tot de Poolse grens en dat het niet gelukt was om tot overeenstemming te komen, omdat de regering van de Verenigde Staten zich op de vlakte hield. Stettinius jr. zegt verder dat hij niet zeker is van de bedoelingen van Churchill in dit verband en dat Roosevelt er verstandig aan zou doen hier met Churchill over te praten. Roosevelt stuurt dezelfde dag nog een telegram aan Churchill waarin hij refereert aan Churchills uitspraken in het House of Commons. In dit telegram vraagt hij aan Churchill om opheldering van zijn uitspraken en of Churchill een mogelijkheid ziet om Mikolajczyk terug te halen. Tenslotte vraagt Roosevelt wat er volgens Churchill moet gebeuren indien het Lublin regime (Lublin Committee) zich tot officiële regering zou uitroepen en Stalin deze regering zou erkennen. Bovendien stelt hij voor om Stalin te vragen zich te onthouden van actie tot zij alle drie bij elkaar zijn om de zaak te bespreken. Churchills antwoord bestaat alleen uit een bevestiging van het voorstel om Stalin te vragen om te wachten op een overleg.
Op 18 december wordt er een persbericht vrijgegeven door de Amerikanen waar in wordt gereageerd op de Poolse kwestie. Hierin staat onder andere dat het uitgangspunt van de Verenigde Staten is, dat er een zelfstandige Poolse staat gevormd zal worden met indien nodig de hulp van de Verenigde Staten en andere landen. Daarnaast wordt er benadrukt dat het beleid van de Verenigde Staten geen garanties kan bieden over uiteindelijke grenzen, welke vast gesteld moeten worden na beëindiging van de vijandelijkheden. Hier wordt aan toegevoegd dat Polen geenszins anders gezien wordt dan de andere landen in Europa (in het persbericht staat ‘United Nations’).
Op 19 december 1944 stuurt Harriman een telegram aan Roosevelt waarin hij duidelijk maakt dat de houding van de Sovjets hem zorgen baart. Hij schrijft dat Stalin steeds verder lijkt te gaan in zijn eisen op het oosten van Polen en daar tegenover stelt dat compensatie van territorium van verschillende landen ten koste van Duitsland moeten gaan. Bovendien zou Stalin op deze manier invloed willen verwerven over interne Poolse aangelegenheden. Harriman waarschuwt Roosevelt dat de uitvoering van Stalins ideeën enorme praktische bezwaren met zich mee zal brengen (zoals enorme volksverhuizingen van etnische Duitsers).
Roosevelt ontvangt eind december 1944 een telegram van Stalin waarin hij stelt dat er voor de Sovjet-Unie geen reden is om de erkenning van het Lublin regime uit te stellen. Hij voegt hier aan toe dat Polen met name voor de Sovjet-Unie belangrijk is vanwege de ligging en het feit dat het Rode Leger de bevrijding heeft bewerkstelligd. Daarnaast zegt Stalin dat de Poolse regering in ballingschap terroristische activiteiten ondersteunt en vraagt hij aan Roosevelt om het Lublin regime ook te erkennen. Op 30 december 1944 laat Roosevelt in niet mis te verstane bewoordingen aan Stalin weten, ontstemt te zijn over zijn standpunt met betrekking tot erkenning van het Lublin regime. Roosevelt wijst Stalin erop dat uitstel van erkenning tot nader overleg geen bezwaar zou moeten zijn en dat erkenning op dat moment desastreuze gevolgen zou hebben voor de wereldopinie en het moraal van de vijandelijke troepen. Vervolgens laat Roosevelt weten absoluut niet van plan te zijn om het Lublin regime te erkennen en dat hij nog steeds voor ogen heeft dat er na de bevrijding van heel Polen er representatieve verkiezingen en erkenning van een nieuwe en definitieve Poolse regering kan plaatsvinden. Roosevelt brengt Churchill hiervan op de hoogte die daarop volgend laat weten aan Roosevelt en Stalin te willen wachten op het overleg in Jalta.
De uitkomst van de Conferentie van Jalta, wat betreft het Poolse vraagstuk, is terug te vinden in een gezamenlijke verklaring die ondertekend is door Roosevelt, Churchill en Stalin. De verklaring begint met de volgende treffende woorden:

We came to the Crimea Conference resolved to settle our differences about Poland. We discussed fully all aspects of the question. We reaffirm our common desire to see established a strong, free, independent and democratic Poland. As a result of our discussions we have agreed on the conditions in which a new Polish Provisional Government of National Unity may be formed in such a manner as to command recognition by the three major powers.

Uit de verklaring blijkt dat er een nieuwe situatie is ontstaan nu het Rode Leger Polen heeft bevrijd. Nu zou er een voorlopige regering gevormd kunnen worden die representatiever is dan haar voorganger, waarin zowel leden van het Lublin regime als van andere democratische partijen moeten worden opgenomen. Deze nieuwe voorlopige regering wordt aangeduid als de Polish Provisional Government of National Unity. De voorlopige regering zal zo snel mogelijk vrije verkiezingen uitschrijven op basis van universeel kiesrecht, waarbij alle democratische en anti-Nazi partijen gerechtigd zijn om deel te nemen. Wanneer de verkiezingen hebben plaatsgevonden, zullen de drie grootmachten de nieuwe regering erkennen en diplomatieke relaties aangaan. Wat de kwestie van de nieuwe grenzen betreft spreken de grootmachten af dat de Curzon Line wordt aangehouden, met uitzondering van enkele gebieden waar deze grens vijf tot acht kilometer wordt opgeschoven in het voordeel van Polen. Er wordt erkend dat dit ‘verlies’ in het westen (ten koste van Duitsland) gecompenseerd moet worden, maar de precieze uitlijning hiervan wordt vooruit geschoven naar het moment waarop de nieuwe regering is geïnstalleerd en de vredesconferenties met Duitsland zijn begonnen.
Volgens de afspraken die tijdens de Conferentie van Jalta werden gemaakt, ging een commissie van vertegenwoordigers van de drie grootmachten aan het werk om een voorlopige regering van nationale eenheid samen te stellen in Polen. In de weken na Jalta werd hierover druk gecorrespondeerd tussen Harriman en de Acting Secretary of State. Vanuit Londen laat Arciszewski (minister-president van de Poolse regering in ballingschap) in een geheime brief op 17 februari aan Roosevelt weten dat hij ontstemd is over de overeenkomst die aangaande de Poolse kwestie op Jalta is opgesteld. Volgens Arciszewski betekent de overeenkomst een nieuwe opdeling van Polen en opname in de Sovjetzone. De bijeenkomsten in Moskou, waar vertegenwoordigers van de grootmachten onderhandelden over de nieuw te vormen Poolse regering verlopen zeer stroef, omdat de sovjetvertegenwoordiger Molotov naar de smaak van de Britten en in mindere mate de Amerikanen, het Lublin regime probeert te handhaven.
Churchill uit in een telegram aan Roosevelt op 10 maart zijn ongenoegen over de situatie. Hij schrijft dat de Polen in Londen hem blijven vertellen over massale arrestaties en executies van hun vrienden in Polen door het Lublin regime. Bovendien beklaagt Churchill zich er over dat vertegenwoordigers van de Britse regering in Polen niet welkom zijn. Daarnaast verdenkt hij de Sovjets er van dat ze gebruik maken van de impasse in de onderhandelingen om tegenstribbelende elementen uit de Poolse samenleving te verwijderen. Churchill maant Roosevelt tot actie: bij Stalin moet worden aangedrongen op een directe oplossing. Op 11 maart 1945 schrijft Roosevelt hierover aan Churchill dat hij contact met Stalin onverstandig acht. Hij stelt dat het verstandiger zou zijn om een algemene politieke wapenstilstand tussen de verschillende Poolse facties onderling en een overeenkomst tussen de vertegenwoordigers van de grootmachten (die in Moskou onderhandelen) te bewerkstelligen. Roosevelt benadrukt overigens wel in een ander telegram van dezelfde datum dat hij absoluut wil vasthouden aan de regeling van Jalta.
In de hierop volgende weken blijft Churchill er bij Roosevelt op aandringen dat indien er niet snel iets veranderd, hij gedwongen zal zijn publiekelijk toe te geven dat de Jalta-akkoorden mislukt zijn. Hij laat tevens tussen de regels door merken dat hij hierbij zal laten weten dat Roosevelt zich naar zijn smaak te passief heeft opgesteld. Uiteindelijk is ook het geduld van Roosevelt op wat de impasse in de onderhandelingen betreft. In een telegram aan Churchill van 29 maart 1945 schrijft Roosevelt dat het tijd wordt om Stalin persoonlijk aan te spreken op de houding van de Sovjets in de onderhandelingen over Polen. Op 1 april 1945 stuurt Roosevelt een telegram aan Stalin waarin hij zijn ongenoegen laat blijken. Roosevelt schrijft hierin onder meer:

I must make it quite plain to you that any solution which would result in a thinly disguised continuance of the present Warsaw regime would be unacceptable and would cause the people of the United States to regard the Yalta agreement as having failed (..) I wish I could convey to you how important it is for the successful development of our programme of international collaboration that this Polish question be settled fairly and speedily. If this is not done all of the difficulties and dangers to Allied unity which we had so much in mind in reaching our decision at the Crimea will face us in an even more acute form.

Stalin reageert op Roosevelts brief op 7 april 1945. Hij erkent dat de onderhandeling over Polen hopeloos zijn vastgelopen, maar legt de schuld bij de vertegenwoordigers van de Britten en de Amerikanen die naar zijn mening zouden zijn afgedreven van de overeenkomsten van Jalta. Stalin stelt vast dit op drie punten duidelijk naar voren komt. Ten eerste zou het Lublin regime de kern van de nieuwe regering vormen. Ten tweede zou de afgesproken beperking van te consulteren Polen worden geschonden en ten derde klaagt Stalin over het feit dat er was afgesproken dat er alleen Polen geconsulteerd zouden worden die de Curzon Line accepteren en vriendelijk staan tegenover de Sovjet-Unie. Vervolgens komt Stalin met een stappenplan om de impasse te doorbreken, waarbij hij in feite vasthoudt aan zijn drie eerder genoemde grieven en daar aan toevoegt dat de samenstelling van de regering in vertegenwoordiging zou kunnen lijken op die van Joegoslavië.
Op 11 april schrijft Roosevelt zijn laatste telegram aan Churchill waarin hij hem toevertrouwt dat het ‘Sovjetprobleem’ altijd weer opspeelt, maar ook altijd meevalt. Op 12 april overlijdt Roosevelt en wordt hij opgevolgd door Harry S. Truman. In zijn eerste telegram aan Churchill schrijft Truman op 13 april 1945 dat dringende vraagstukken hun gezamenlijke aandacht vereisen, waarmee hij verwijst naar de problemen omtrent Polen en de Sovjethouding in de onderhandelingen in Moskou. Hij verzekert Churchill dat hij in algemene zin weet wat Roosevelt van plan was en dat hij in de geest van zijn voorganger wil handelen. In zijn volgende telegram schrijft Truman dat, hoewel hij met Churchill eens is dat de Sovjets gebruik maken van de situatie door tijdens de vastgelopen onderhandelingen dissidenten in Polen uit de weg te ruimen, hij de gevolgen van een publieke aanval op Stalin vreest. Hij stelt daarom voor om een gezamenlijke verklaring naar Stalin te sturen. In deze verklaring weerleggen Churchill en Truman Stalins grieven en stellen ze dat:

The real issue between us is whether or not the Warsaw Government has the right to veto individual candidates for consultation. (…) It appears to us that you are reverting to the original position taken by the Soviet delegation at the Crimea which was subsequently modified in the agreement.

Vervolgens stellen Truman en Churchill voor aan Stalin om:
1. Een aantal specifieke Polen uit te nodigen voor consultatie in Moskou.
2. De Lublin Polen eerst bij de commissie te laten komen.
3. De uitgenodigde Polen een nader te bepalen aantal andere Polen te laten uitnodigen.
4. Het voorbeeld van de samenstelling van de Joegoslavische regering op te geven, daar de situatie niet vergelijkbaar is en ze zich niet prematuur willen vastleggen op een bepaalde samenstelling.

Op 23 april stuurt Truman opnieuw een brief aan Stalin waarin hij hem oproept om de voorstellen uit de gezamenlijke verklaring in overweging te nemen. Hij sluit af met de woorden:

The Soviet Government must realize that the failure to go
forward at this time with the implementation of the Crimean decision on Poland would seriously shake confidence in the unity of the three Governments and their determination to continue the collaboration in the future as they have in the past.
Op 4 mei 1945 stuurt Truman Stalin wederom een brief waarin vermeld staat dat de onderhandelingen over Polen (die inmiddels zijn verplaatst naar San Francisco) nochtans geen noemenswaardige resultaten hebben opgeleverd. Hij waarschuwt Stalin dat elke suggestie om vertegenwoordigers van het Lublin regime naar San Francisco te sturen onacceptabel is voor de Verenigde Staten, omdat dit een erkenning zou zijn van dit regime, wat tegen de akkoorden van Jalta zou indruisen. Op 10 mei 1945 reageert Stalin op Truman brief. Zijn belangrijkste statement is:

As it seems to me you do not agree to regard the Provisional Polish Government as basis for the future government of national unity and do not agree that the Provisional Government should occupy in this government a place which rightfully belongs to it. I must say that such a position does not give opportunity to reach a harmonious solution of the Polish question.

Op 23 mei 1945 stuurt Truman een speciale gezant, Harry Hopkins, met Harriman naar Moskou om te overleggen met Stalin. Truman laat Churchill op 1 juni 1945 weten optimistische geluiden te ontvangen van Hopkins over de vorderingen in de onderhandelingen met Stalin. Truman verheugt zich te kunnen zeggen dat Stalin de eerder samengestelde lijst van Polen die voor consultatie in Moskou benaderd moeten worden (conform de Jalta akkoorden) eindelijk heeft goed gekeurd. Churchill laat Truman op 4 juni 1945 weten dat hij blij is met de concessie wat betreft de consultaties, maar zich zorgen maakt over een aantal Poolse dissidenten die zijn opgepakt door het Lublin regime en vrienden zijn van Mikolajczyk. Hij concludeert dat hoewel Hopkins goed werk heeft geleverd ze niet moeten vergeten dat het proces nodeloos maanden vertraging heeft opgelopen en het alleen een stap in de goede richting betekent indien er daadwerkelijk een democratische en representatieve Poolse regering uit voort komt.

CONCLUSIE

In deze conclusie wordt door middel van een analyse van de verzamelde informatie een antwoord gegeven op de hoofd- en deelvragen. Uit de secundaire literatuur en het primaire bronnenmateriaal dat is gebruikt, komt naar voren dat 1945 in veel opzichten een turbulent jaar was voor de wereld en zeker ook voor de twee presidenten van de Verenigde Staten. In het begin van 1945 moesten de geallieerde bondgenoten, de Verenigde Staten, Groot-Brittannië en de Sovjet-Unie nog een hoop werk verzetten om de As-mogendheden, Nazi-Duitsland en Japan, te verslaan. Een enorme inzet van mensen, materieel en een intensieve en soms stroef verlopende samenwerking maakten dit uiteindelijk mogelijk.
In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog werden de Verenigde Staten, de Sovjet-Unie en Groot-Brittannië geconfronteerd met bondgenoten die elk een eigen agenda hadden. Toch leek het geen optie om het bondgenootschap in 1945 te ontbinden. Alle drie de partijen waren afhankelijk van onderlinge en gezamenlijke samenwerking. Dit wil niet zeggen dat de samenwerking sprankelend was. Regelmatig kwamen onderhandelingen vast te zitten en moesten met het nodige kunst- en vliegwerk impasses worden doorbroken. Aan de andere kant komt ook een beeld naar voren waarbij beide partijen uiteindelijk elke keer weer tot een oplossing kwamen en de moeilijkheden vaak onderdeel leken te zijn van het ‘diplomatieke spel’. In die zin moeten de laatste woorden van Roosevelt aan Churchill als profetisch worden beschouwd.
Het voeren van een buitenlands beleid was overduidelijk geen gemakkelijke opgave in deze tijd, niet in de laatste plaats omdat in relatief korte tijd zoveel gebeurde en veranderde in de wereld. Toch komt uit de literatuur en de bronnen een beeld naar voren waarin sprake is van beleid, hoewel soms zeer onderhevig aan de omstandigheden van de tijd. Roosevelt probeerde tot aan zijn dood tot een vergelijk te komen met Stalin en Churchill in de kwestie van Polen. Of Roosevelt echt was begaan met Polen of dat hij Stalins macht wilde beperken (of een combinatie van beide), is niet met zekerheid vast te stellen. Over het algemeen lijkt Roosevelt oprecht begaan met het lot van Polen, maar het was tegelijkertijd essentieel om de samenwerking met Stalin in stand te houden. Op andere gebieden (denk hierbij bijvoorbeeld aan zijn New Deal-programma uit de Amerikaanse crisisjaren) had Roosevelt reeds laten zien dat hij, zeker voor een Amerikaanse president, behoorlijk idealistisch was.
Op de vraag of er een breuk ontstond in het Amerikaanse beleid na het aantreden van Truman moet ontkennend worden geantwoord. Truman zette in de eerste weken na zijn aantreden het beleid van Roosevelt voort. Het is opvallend dat hij in een brief aan Stalin op 23 april 1945 zich bijna in dezelfde bewoordingen uitdrukt als Roosevelt deed in een brief aan Stalin op 1 april 1945. Het verloop van de contacten zoals beschreven in paragraaf 2 lijkt een logische opeenvolging van acties van de kant van Roosevelt en Truman. Voor Jalta werkte Roosevelt toe naar het beleidsmatig geformuleerde voornemen om een representatieve regering in Polen te bewerkstelligen. Toen na Jalta duidelijk werd dat de Sovjet-Unie dit proces opzettelijk vertraagde en saboteerde, deed Roosvelt zijn best om de situatie te redden. Terwijl zijn bondgenoot Churchill al in het begin van maart 1945 Stalin direct wilde confronteren, probeerde Roosevelt de Sovjetonderhandelaars op andere gedachten te brengen. Toen dit bij herhaling onsuccesvol bleek, was de Amerikaanse president bereid over te gaan op een directere aanpak. Op dat moment verschijnt Truman op het toneel, die het laatste voornemen van Roosevelt wat de Sovjets en Polen betreft volledig overnam. Dat Truman Hopkins naar Moskou liet gaan om met Stalin te onderhandelen is een logische volgende stap in dit proces geweest.
Trachtenbergs stelling dat de Verenigde Staten weinig belang hechtten aan Oost-Europa kan wat Polen betreft niet worden onderschrijven. Miscamble’s conclusie dat er geen sprake was van een ommekeer in het buitenlandse beleid van de Verenigde Staten in 1945 blijkt plausibel, met de restrictie dat dit geldt met betrekking tot Polen in de periode tot grofweg begin juni 1945. In dit onderzoek bleek uit verschillende bronnen dat uiteindelijk wel degelijk ergens tussen de tweede helft van 1945 en 1947 (afhankelijk van de auteur) een ommekeer plaatsvond in het Amerikaanse beleid. Dit is echter een onderwerp voor een volgend werkstuk.

LITERATUURLIJST

U.S. Department of State, Foreign Relations of the United States (FRUS) 1945, Conferences at Malta en Yalta 1945 (1945).

U.S. Department of State, Foreign Relations of the United States (FRUS) Diplomatic Papers 1945, Europe (1945), vol. V.

U.S. Department of State, Foreign Relations of the United States (FRUS) Diplomatic Papers, The Conference of Berlin (The Potsdam Conference) 1945 (1945) vol. I.

Dijk, R. van en Arnold A. Offner, “Perspectives on From Roosevelt to Truman. Potsdam, Hiroshima and the Cold War” Journal of Cold War Studies 10 (2008) afl. 4, 133-141.

Melvyn P. Leffler, For the Soul of Mankind: the United States, the Soviet Union, and the Cold War (New York 2007).

Lundestad, G. “Empire by invitation? The United States and Western Europe, 1945-1952” Journal of Peace Research 23 (1986) afl. 3, 263-277.

Thomas Maddux ed., “H-Diplo Article Roundtable Review, Marc Trachtenberg’s The United States and Eastern Europe in 1945 A Reassessment”, H-Diplo 10 (2009) afl. 12, 94-132.

Mark, E. “American Policy Toward Eastern Europe and the Origins of the Cold War, 1941-1946: An Alternative Interpretation” The Journal of American History 68 (1981) afl. 2, 313-336.

Wilson D. Miscamble, From Roosevelt to Truman. Potsdam, Hiroshima, and the Cold War (New York 2007).

Thomas F.X. Noble e.a., Western civilization: Beyond boundaries volume II. Since 1560 (6e ed.; Boston 2008).

Trachtenberg, M. “The United States and Eastern Europe in 1945 A Reassessment” Journal of Cold War Studies 10 (2008) afl. 4, 94-132.

About the author:

Back to Top