deSpiegel: Hoe zichtbaar is de koning?

deSpiegel: Hoe zichtbaar is de koning?

deSpiegel: Hoe zichtbaar is de koning?

Reacties uitgeschakeld voor deSpiegel: Hoe zichtbaar is de koning?

Koningsdag lijkt alweer ingeburgerd in de Nederlandse samenleving. Dat is niet verwonderlijk aangezien deze feestdag voortbouwt op de tradities en gebruiken van Koninginnedag, de feestdag waarop de verjaardag van koningin Beatrix werd gevierd. Dit jaar bereikt de koning zijn eerste ambtsjubileum, op 30 april is het vijf jaar geleden dat Willem-Alexander zijn moeder opvolgde als Koning der Nederlanden. Naast de formele taken heeft de koning een samenbindende, vertegenwoordigende en aanmoedigende rol.

Iedere koning geeft een eigen invulling aan het koningschap. Koning Willem-Alexander wil zichtbaar zijn en dicht bij de mensen staan. Met zijn humor probeert hij mensen op hun gemak te stellen.

Debat over de kosten

Gaat het over het Koninklijk Huis, dan gaat het vandaag de dag vooral ook over de kosten. Dat is natuurlijk niet erg. Het is belangrijk oplettend te zijn over hoe overheidsgeld wordt besteed. Niet alleen voor kosten van de monarchie, maar ook bij ministeries, provinciale of bijvoorbeeld gemeentelijke overheden. De afgelopen jaren is in de Tweede Kamer menig debat gevoerd over bijvoorbeeld de Groene Draek, het inkomen van de kroonprinses wanneer deze de leeftijd van achttien jaar bereikt en over de totstandkoming van de hoogte van het salaris en de vergoedingen. Er zouden in het begin van de jaren 1970 afspraken met het Koninklijk Huis zijn gemaakt voor een compensatie regeling vanwege belastingaanslag op het vermogen. Dat de bewering onjuist is voorkomt niet dat er al een negatief beeld is geschetst. Carla Joosten sprak in Elsevier zelfs over de combinatie geld en koningshuis als  ‘een explosief mengsel’.

Die ophef over de kosten heeft tot meer openheid geleid vanuit de regering.  Afgelopen jaar werd een onderzoekscommissie ingesteld die heeft uitgezocht hoe het financieel statuut van het Koninklijk Huis in 1972 tot stand is gekomen. Dit driehonderd pagina’s tellend rapport is online voor iedereen te raadplegen. Op de website van het Koninklijk Huis wordt duidelijker weergegeven hoe het bedrag dat op de rijksbegroting staat onderverdeeld kan worden. Vorige week werd daarnaast bekendgemaakt dat de koning geen aandelen in bedrijven heeft die het predicaat koninklijk voeren. Dit werd gedaan om onduidelijkheden te voorkomen.

Zichtbaarheid vergroten

Deze zichtbaarheid in cijfers en woorden is één kant van de medaille. Waar het Koninklijk Huis de afgelopen jaren ook meer aandacht aan geeft is visuele zichtbaarheid. Wat wordt er dus in feite met het geld gedaan? Op sociale media worden foto’s en video’s geplaatst van activiteiten van de koning en koningin, maar ook van voorbereidingen op het paleis ter gelegenheid van een staatsbanket of prijsuitreiking. Niet te vergeten is ook het feit dat de koning en koningin vele objecten uit de Koninklijke Verzamelingen uitlenen aan musea voor (tijdelijke) tentoonstellingen. Het openhartige interview met Wilfried de Jong werd positief ontvangen en sinds enkele jaren zijn paleis Noordeinde en het Koninklijk Staldepartement in de zomermaanden te bezoeken.

Typisch Nederlands?

De kosten van het Koninklijk Huis zullen ongetwijfeld een gevoelig onderwerp blijven. Misschien is dat ook wel typisch Nederlands. Inzichtelijk maken waar het geld naartoe gaat en waar het aan wordt besteed zal tot meer begrip en goodwill leiden.  En dan moeten we op een gegeven moment ook durven zeggen dat het koningshuis de kosten waard is. Iedere staatsvorm zal namelijk functioneringskosten met zich meebrengen. De koning vertegenwoordigt ons land en al haar inwoners. Dat betekent dat de lat bij de Dienst Koninklijk Huis hoog ligt. Bezoeken worden tot in detail voorbereid en (buitenlandse) gasten zijn meestal erg positief over de wijze waarop zij ontvangen werden door de koning of koningin. Het Koninklijk Huis is ons visitekaartje naar het buitenland!

Fijne koningsdag!

Door Tom Scheepstra

Tom Scheepstra (1994) is masterstudent Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen, finalist in de verkiezing van Jonge Historicus van het Jaar 2018 en de afgelopen tien jaar op projectbasis verbonden aan Paleis Het Loo.

About the author:

Back to Top