deSpiegel | Mogen we dan niets meer zeggen?! – Een pleidooi voor politiek-correct taalgebruik

Het Amsterdam Museum schrapt de term ‘Gouden Eeuw’ en kiest voor het gebruik van ‘de zeventiende eeuw’ als neutrale term. Premier Rutte vond het maar onzin en zei de term te blijven gebruiken, net als Geert Wilders en Thierry Baudet. Minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media Arie Slob, zei in een interview met de NOS dat hij heel moe werd van discussies die alleen maar gingen over welke term er gebruikt moet worden. “Gaan we weer,” verzuchtte hij. Leuzen als “Mogen we dan helemaal niks meer zeggen?!” en “Taalcensuur” klonken al snel.

Het is een veelvoorkomende misvatting dat discussies over woorden slechts over woorden gaan. Ze gaan over wat deze woorden zeggen: het verhaal achter de woorden en de associaties die ze oproepen.

Trots?

In de media werd de keuze van het Amsterdam Museum breed uitgemeten. In De Wereld Draait Door liep de discussie tussen voormalig Tweede Kamerlid Zihni Özdil, Thierry Baudet en historicus Maarten Prak uit op een gesprek over de vraag of we ‘trots’ mogen/moeten zijn op ‘onze’ geschiedenis, alsof je niet trots kunt zijn op de ‘zeventiende eeuw’. Het een sluit het ander niet uit: we kunnen best trots zijn op onze geschiedenis maar tegelijkertijd de geschiedenis herinterpreteren en opnieuw evalueren en erkennen dat ‘Gouden Eeuw’ misschien niet de beste manier is om deze periode te beschrijven.

De discussie over het gebruik van de term ‘Gouden Eeuw’ gaat dus niet over het woord zelf. Het gaat om de visie op de geschiedenis waar deze term voor staat: een niet inclusieve visie waarin geen ruimte is voor verschillende perspectieven.

Framing

Taal is een van de belangrijkste dingen in onze wereld. We gebruiken haar om te communiceren en gebeurtenissen te duiden. Maar taal is niet neutraal. Woorden roepen automatisch associaties op in onze hersenen. Zo schreef de Amerikaanse cognitieve linguïst en filosoof George Lakoff in Don’t Think of an Elephant (2004) dat het onmogelijk is niet aan een olifant te denken bij het horen of zien van het woord ‘olifant’. Onze hersenen roepen bepaalde kennis op die de luisteraar associeert met een olifant: groot dier, flapperende oren etc. Ieder woord roept bepaalde associaties op die bepalen hoe wij de wereld interpreteren.

In de politiek wordt het gebruik van taal om associaties op te roepen ‘framing’ genoemd. Framing is het belichten van een bepaald deel van de werkelijkheid om zo het perspectief van het publiek te beïnvloeden. Een frame is als het ware een bril waardoor je je publiek naar de werkelijkheid laat kijken. Vaak worden hier bepaalde woorden bij gebruikt die positieve, dan wel negatieve associaties oproepen. Een bekend voorbeeld is ‘vrijheidsstrijder’ versus ‘terrorist’: het ene roept positievere associaties op dan het andere. Welke van de twee frames je gebruikt bepaalt welke associaties je oproept bij het publiek. Taal is dus niet enkel taal: taal draagt bepaalde ideeën, normen en waarden – bewust of onbewust – over op een publiek.

Goud voor wie?

De term ‘Gouden Eeuw’ roept net als het voorbeeld van de ‘olifant’ van Lakoff associaties op. Deze kloppen echter niet wanneer gekeken wordt naar de volledige geschiedenis van die periode. ‘Gouden’ associëren we met succes, glimmend en rijkdom. ‘Gouden’ klinkt alsof het de beste tijd van onze geschiedenis was (zoals een gouden medaille het beste is wat je kunt winnen bij een sportwedstrijd), een rijke periode, een periode van bloei (want goud is rijkdom). Zoals conservator Tom van der Molen verklaart op de website van het Amsterdam Museum:

In de westerse geschiedschrijving neemt de ‘Gouden Eeuw’ een belangrijke plek in die sterk gekoppeld is aan nationale trots, maar positieve associaties met de term zoals voorspoed, vrede, weelde en onschuld dekken de lading van de historische werkelijkheid in deze periode niet. De term negeert de vele negatieve kanten van de zeventiende eeuw als armoede, oorlog, dwangarbeid en mensenhandel.

– Tom van der Molen (Conservator Amsterdam Museum)

De nadruk bij deze benaming ligt op slechts een klein deel van de geschiedenis van de zeventiende eeuw: die periode wordt op zo’n manier geframed dat een groot deel van de geschiedenis buiten beschouwing blijft. De zeventiende eeuw was inderdaad een gouden tijd voor de handel, de economie en de kunst in de Republiek. Maar voor de armen, slaven en de koloniën was het geen gouden tijd.

Positief gevolg

Maar mogen we dan helemaal niks meer zeggen? Natuurlijk wel. Het is echter belangrijk om bewust te zijn van de macht van taal en de rol die we als historici hierin kunnen spelen. Taal gaat niet alleen om woorden. Door een bepaalde term te gebruiken, creëert de historicus een frame met bepaalde associaties en beïnvloedt daarmee de perceptie op de werkelijkheid. Dit geldt niet alleen voor de term ‘Gouden Eeuw’ maar voor alles wat de historicus benoemt.

Taal is macht: degene die duidt bepaalt de visie op de werkelijkheid. Het is belangrijk om kritisch met taal om te gaan en bewust te worden  van het wereldbeeld dat je als historicus neerzet. Ik pleit daarom ten zeerste voor discussies over taal en woordgebruik. Dit laat zien dat wij als historici en als samenleving bezig zijn met nadenken over het effect van taal op onze werkelijkheid.

 

Door Hilde Lavell.

Hilde Lavell studeerde Modern History and International Relations. Momenteel is zij werkzaam als onderzoeksassistent en docent aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Posts created 917

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven