deSpiegel: Vrouwen al veel langer in dienst bij de krijgsmacht

deSpiegel: Vrouwen al veel langer in dienst bij de krijgsmacht

deSpiegel: Vrouwen al veel langer in dienst bij de krijgsmacht

2 Reacties op deSpiegel: Vrouwen al veel langer in dienst bij de krijgsmacht

Een kleine twee weken geleden, op dinsdag 5 maart, kondigde het Ministerie van Defensie de ‘viering’ van 75 jaar vrouwen bij de krijgsmacht af. Op die dag was het 75 jaar geleden dat het Vrouwenkorps Koninklijk Nederlands Indisch Leger (VK-KNIL) werd opgericht en, aldus het Ministerie van Defensie, de eerste vrouwen aan de slag gingen bij de Nederlandse krijgsmacht. Hoewel de oprichting van het VK-KNIL (dat overigens niet eens het eerste Nederlandse vrouwenkorps was)* en de andere vrouwenkorpsen een bijzondere gebeurtenis was en zeker belangrijk is geweest voor de integratie en acceptatie van vrouwelijke militairen, betekende het geenszins de ‘intrede’ van vrouwen in de krijgsmacht.

Ook ruim voor de oprichting van de vrouwenkorpsen deden vrouwen al dienst bij de Nederlandse krijgsmacht en vervulden zij belangrijke militaire taken. Het feit dat hier bij de herdenking van ‘75 jaar vrouwen bij de krijgsmacht’ geen aandacht aan wordt besteed is een gemiste kans en houdt onterecht het beeld in stand dat oorlog en krijgsmacht van ‘oudsher’ puur mannelijke aangelegenheden zijn.

Essentiële militaire taken

Hoewel lange tijd gedacht werd dat vrouwen in het verleden geen rol van betekenis speelden in het krijgsbedrijf, is daar de afgelopen jaren verandering in gekomen. Onder invloed van vernieuwingen in het militair-historisch onderzoek, waarbij naast de traditionele focus op veldslagen en generaals ook aandacht is gekomen voor de sociale context van geweld en de belevingswereld van de ‘gewone’ soldaat, zijn historici tot de conclusie gekomen dat tot ver in de zeventiende eeuw, ook vrouwen in grote getalen deel uitmaakten van militaire organisaties.

Deze vrouwen waren echter niet als soldaat in dienst, maar waren, vaak als partner of echtgenote van een soldaat, onderdeel van de legertros. Die legertros vormde het ‘civiele deel’ van het leger en bestond uit bakkers, handelaren, karrevoerders, smeden en andere lieden die met de legers op campagne meetrokken. Met name in de periode voor de zeventiende eeuw, toen soldaten voor allerlei zaken nog vooral op zichzelf waren aangewezen, vervulden de vrouwen in de legertros belangrijke logistieke taken. Naast het wassen en repareren van kleding, het bereiden van maaltijden en het verzorgen van gewonden, waren het vaak de vrouwen die door middel van handel (of plunderen wanneer de omstandigheden dat toelieten) soldaten van gevechtskleding en -schoeisel, en soms zelfs wapens voorzagen (de term ‘marketentster’ is hiervan afgeleid). Volgens de gerenommeerde militair historicus John Lynn, die in 2008 als een van de eersten een uitvoerig boek over de geschiedenis van wasvrouwen en marketentsters schreef, konden vroegmoderne legers niet effectief oorlogvoeren zonder de diensten van deze vrouwen.[1]

Anthonie Constantijn Govaerts, ‘De marketentster’ (1825-1827). Bron: Rijksmuseum

Uit beeld verdwenen

Hoewel door toenemende professionalisering het aantal vrouwen dat de legers vergezelde in de loop van de zeventiende en achttiende eeuw afnam, zouden wasvrouwen en marketentsters nog tot in de negentiende eeuw deel uitmaken van Europese legers. In die hoedanigheid bleven ze het gat vullen tussen dat wat de legers nodig hadden en dat wat de staat kon leveren en zouden ze lief en vooral ook leed met de soldaten delen (net als de soldaten, kregen ook vrouwen te maken met beschietingen, bombardementen, krijgsgevangenschap en andere vormen van geweld – iets wat in de bestaande geschiedschrijving nogal eens vergeten wordt).

Ook de Nederlandse krijgsmacht zou tot het einde van de negentiende eeuw officieel wasvrouwen en marketentsters in dienst hebben. Deze vrouwen dienden in vredestijd, maar droegen ook hun steentje bij aan bijvoorbeeld de Slag bij Waterloo (1815) en de Tiendaagse Veldtocht (1830) – een aantal van hen zou daar later ook nog een militaire onderscheiding voor krijgen, iets wat ook de waardering en erkenning voor deze vrouwen in die tijd laat zien.[2]

Dat men de bijdragen van deze vrouwen zo lang over het hoofd heeft gezien, is op zich niet vreemd. In de loop van de negentiende eeuw verdwenen, zoals gezegd, de marketentsters en wasvrouwen, door verdere professionalisering van het leger, langzaam van het toneel, waardoor het in de eerste helft van de twintigste eeuw misschien leek alsof vrouwen nooit aanwezig waren geweest in het krijgsbedrijf. Nieuw historisch onderzoek laat echter zien dat de geschiedenis van vrouwen in de krijgsmacht niet begon bij de oprichting van de vrouwenkorpsen, maar dat vrouwen naar alle waarschijnlijkheid altijd al deel hebben uitgemaakt van militaire instituties. Rond het einde van de negentiende/begin twintigste eeuw zijn ze slechts kortstondig uit dienst verdwenen, om tijdens de Eerste (en in Nederland de Tweede) Wereldoorlog weer terug te keren. Laten we die vrouwen niet vergeten.

Door Kim Bootsma.

 

*niet alleen is het idee dat de geschiedenis van vrouwen in de krijgsmacht begon bij de oprichting van de vrouwenkorpsen onjuist, ook de bewering dat het VK-KNIL het eerste Nederlandse gemilitariseerde vrouwenkorps zou zijn klopt niet. Al in december 1943 was in Londen de zogenoemde ‘hulpkorpsbeschikking’ uitgegeven, waarmee het Vrouwen Hulpkorps (VHK) – dat al in de loop van 1943 was opgezet – als eerste Nederlandse vrouwenkorps een militaire status kreeg. Daarop volgde in maart 1944 het VK-KNIL en in oktober 1944 de MARVA, de Marine Vrouwenafdeling.

[1] John Lynn, Women, armies and warfare in early modern Europe (Cambridge: Cambridge University Press, 2008).

[2] Kim Bootsma, “Onbezongen oorlogsheldinnen: Oorlogsbijdragen en lotgevallen van wasvrouwen en marketentsters in het negentiende-eeuwse Nederlandse leger,” Groniek 51 (2019): 49-64.

 

Kim Bootsma (1992) is promovendus aan de Rijksuniversiteit Groningen. Begin 2017 rondde zij haar onderzoeksmaster Modern History and International Relations aan de Rijkuniversiteit Groningen af met een scriptie over de geschiedenis van de Nederlandse militaire vrouwenkorpsen (1940-1946). In september 2017 is zij begonnen met haar promotieonderzoek naar de integratie van vrouwen in de Nederlandse krijgsmacht (1971-heden).

 

 

About the author:

2 Comments

  1. Vrouwen en krijgsmacht - Maas+deNatris  - 20 maart 2019 - 17:32
    /

    […] Kim Bootsma gooit in een korte blogpost op de website Jonge Historici de knuppel in het hoenderhok: Vrouwen zijn al veel langer betrokken bij de krijgsmacht dan de […]

Back to Top