deSpiegel: Het woord als wapen – Taal in de politiek

deSpiegel: Het woord als wapen – Taal in de politiek

deSpiegel: Het woord als wapen – Taal in de politiek

Reacties uitgeschakeld voor deSpiegel: Het woord als wapen – Taal in de politiek

Afgelopen 14 september noemde de kersverse Italiaanse vicepremier en minister van Binnenlandse Zaken Matteo Salvini migranten uit Afrika de ‘nieuwe slaven’. Salvini’s woorden zijn het zoveelste voorbeeld van een trend in de hedendaagse politiek: politici en opiniemakers krijgen meer bijval als zij politiek incorrecte meningen verkondigen en ongemakkelijke ‘waarheden’ durven te benoemen.

Het is gemakkelijk om laconiek te doen over de intellectuele waarde van wat politici zeggen. Bijvoorbeeld door te wijzen op het feit dat politici vaak liegen. Of door te stellen dat ze weinig boeken lezen, en als ze deze al lezen, daar weinig van te merken is. Mark Rutte’s favoriete boek is bijvoorbeeld De Toverberg van Thomas Mann, een boek rijk aan visie en ideeën. Een andere strategie om de woorden van politici te bagatelliseren is om te wijzen op de invloed van de media, die ieder idee of verhaal tot eenvoudige soundbites of quotes reduceren die via twitter verspreid kunnen worden.

De intellectueel vs. de politicus

Het is echter een vergissing om te denken dat de soundbites die politici spuien er niet doen of dat politici zich vooral inhoudelijker moeten presenteren, met meer argumenten. Deze laatste vergissing maakte de Canadese intellectueel Michael Ignatieff toen hij een academische carrière die hem onder andere naar Harvard voerde inwisselde voor een rol als parlementslid van de Liberal Party in Canada.

Aanvankelijk was deze stap een groot succes. Al snel was hij leider van zijn partij, maar tijdens de verkiezingen in 2011 leed de Liberal Party een grote nederlaag. In de aanloop van de verkiezingen wisten tegenstanders hem te framen als een politieke avonturier die niet echt om Canada gaf.

Ignatieff trad af en schreef een boek waarin hij de diepere oorzaken voor zijn falen als politicus aanstipte. In Vuur en as (2013) schreef hij dat er fundamentele verschillen zijn tussen de rol van politicus en intellectueel. Een succesvolle intellectueel volgt ideeën tot hun logische conclusie en verkrijgt daar ook aanzien mee bij collega’s. Een politicus gebruikt woorden en ideeën vooral om een verbinding te leggen met andere partijen, instituties en kiezers. Omgekeerd kan een politicus woorden inzetten om de kloof met anderen te benadrukken. Emoties zijn in de academie van ondergeschikt belang; in de politiek zijn emoties feiten, aldus Ignatieff.

Dingen ‘benoemen’

Het is gemakkelijk om deze karakterising van politiek toe te passen op de praktijk. Als Trump zegt dat bij de protesten in Charlottesville ‘some very fine people, on both sides’ aanwezig waren, dan legt Trump met zijn woorden een band met de Ku Klux Klan en versterkt hij hun positie. Iets dichter bij huis wordt sinds Fortuyn regelmatig gezegd dat ‘dingen uitgesproken moeten worden’, waarbij het vaak gaat om allochtonen, migranten en moslims (of een combinatie van deze), alsof dit spreken een neutrale aangelegenheid is. Het politieke effect van spreken over deze groepen gaat echter veel verder dan dat, zoals te zien is in het maatschappelijk aanzien van bovengenoemde groepen.

Als de Thierry Baudet ‘modernisme in de architectuur’ en ‘bizarre conceptuele beeldhouwwerken’ afwijst als ‘vervreemdend’ van het huis of thuis, dan heeft hij als intellectueel recht op zijn mening. Als politicus slaat hij hiermee echter de plank mis, omdat zulke woorden onvermijdelijk verbinding leggen met de ‘entarte kunst’ van de nazi’s. Een historicus als hij zou moeten weten welke associaties zijn uitspraken over kunst hebben.

De verantwoordelijkheid van Salvini

Diezelfde verantwoordelijk heeft ook Salvini. Het gaat er in de tijd van sociale media niet eens primair om wat Salvini precies bedoelde met zijn uitspraak. De poging van De Dagelijkse Standaard om zijn woorden te contextualiseren en bagatelliseren is daarom besides the point.

Waar het wel om gaat is dat er in Italië afgelopen jaar een heel aantal aanvallen zijn geweest op Afrikaanse asielzoekers, met inmiddels meerdere doden en gewonden als gevolg. Dat is een feit. De relatie tussen oorzaak en gevolg blijft schimmig. In Florence werd vlak na de verkiezingen, gewonnen door Salvini’s Lega Nord, een zwarte man doodgestoken door een verwarde man. Was dat racisme? Dat is de verkeerde vraag. De vraag moet zijn: wat is het effect van de woorden van Salvini, verspreid via twitter, facebook en andere ‘sociale media’ op het aanzien en de status van Afrikaanse asielzoekers?

Het is een understatement om te zeggen dat Salvini’s uitspraak over ‘nieuwe slaven’ niet bijdraagt aan hun veiligheid. Salvini’s woorden dragen een emotie en een boodschap uit: namelijk dat het normaal is om asielzoekers neer te zetten als anderen, als obstakels die geen plek hebben in Italië. Het legt een verbinding met mensen die hetzelfde denken en soms bereid zijn om dat met geweld te uiten. Daarmee ligt de vraag op tafel of het ‘benoemen’ een politiek probleem of een oplossing is.

Door Gertjan Schutte.

Gertjan Schutte studeerde intellectuele geschiedenis en economie in Rotterdam. Deze twee interesses probeert hij bij elkaar te brengen in zijn PhD onderzoek naar economisch denken in het laatste kwart van de achttiende eeuw dat hij doet aan het Europees Universitair Instituut in Florence.

About the author:

Back to Top