Een geschiedenis van transitie

Een geschiedenis van transitie

Een geschiedenis van transitie

Reacties uitgeschakeld voor Een geschiedenis van transitie

Deze column werd op 30 april 2019 uitgesproken tijdens ‘Ondergronds – Historisch Café’ in het Regionaal Historisch Centrum Limburg, georganiseerd door Jong KNHG en Jonge Historici – mede mogelijk gemaakt door het Hendrik Muller Fonds, GO Fonds, het RHCL en Brouwerij Kompel.

 

Ik heb wel eens de Wilhelminaberg in Landgraaf beklommen. Niet op het tempo van de meest fanatieken die langs mij afzoefden, maar alsnog met flink verzuurde benen voordat ik boven was. Het geeft een idee wat voor een immense berg werk de mijnwerkers hebben verzet. Een heuvel die eigenlijk pas is gaan ontstaan sinds de opening van de staatsmijn Wilhelmina. De mijnen hebben Limburg onherroepelijk veranderd. Heerlen was in de jaren ’50 en ’60 een van de rijkste steden van Nederland, vandaag de dag is het een van de armste. In totaal is 568.261.000 ton gesteente uit de grond gehaald in Limburg. Veel Limburgers hebben het gevoel dat zij betaald hebben voor de welvaart van Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Dit klopt tot zekere hoogte ook.

De Wilhelmaberg is nu een plaatsnaam die herinnert aan het mijnverleden. Een toponymisch gegeven waarmee men later het belang van de mijnen voor Nederland kan duiden. Ik moest hier aan denken, toen ik mij af ging vragen waar de naam Heerlen eigenlijk vandaan komt. Het is blijkbaar een verbastering van “heers loo” ofwel het bos van de heer. Een bos dat allang niet meer bestaat. Evenals het stadsdeel van Heerlen, Hoensbroek, tegenwoordig geen moeras meer is, waar de naam wel op duidt “Hoens broek”, ofwel het moeras van ridder Hoen. Het adagium “God heeft de wereld gemaakt, maar de Nederlanders hebben Nederland gemaakt” gaat zeker op. Geen enkele vierkante centimeter in Nederland is nog puur natuur. De naam Holland is oud Nederlands voor “hout land” en gaat terug tot de 10e eeuw. Dit hout is uiteraard gekapt om ruimte te maken voor woningen, wegen en landbouw, maar het is ook lang gebruikt om de woningen te verwarmen in het koude kikkerlandje. Nederland heeft al zolang als het bewoond is een energiebehoefte. Die is niet pas komen aanwaaien rond 1906.

Tot ver in de middeleeuwen waren wij in Nederland afhankelijk van hout en houtskool. Onze bevolking groeide echter behoorlijk vanaf 1500. De Gouden Eeuw heeft hier ook zeker zijn steentje aan bijgedragen. De houtkap verliep sneller dan de bomen terug konden groeien. Er moest een oplossing komen, want anders zou de houtskool ver boven het budget van Jan met de pet komen te liggen. Deze hebben we indertijd gevonden op onze eigen bodem: turf. De Vinkeveens plassen zijn ontstaan door deze turfsteking, evenals de groei van het Haarlemmermeer, het stichten van de Groninger veenkoloniën en vele van de polders waar ons land bekend om staat. Tot in 1980 is in Nederland voor commerciële doeleinden turf gestoken. Maar tot diep in de 19e eeuw waren wij grotendeels afhankelijk van turf voor onze verwarming en onze industrie. Ook de turfwinning is enorm belangrijk geweest voor het economisch succes van Nederland.

Tegenwoordig hebben wij bevingen in Groningen. Heel de ondergrond is leeg getrokken en het gasnetwerk ingepompt. Elk jaar toch weer een substantieel aandeel van de miljoenennota. Woedende Groningers vragen zich af waarom zij de prijs moeten betalen van de Nederlandse welvaart. Een heel terechte vraag. Volgens de algemene rekenkamer hebben wij om en nabij de 290 miljard euro verdiend aan het leegzuigen van Slochteren. Eenzelfde vraag hebben de Limburgers zich gesteld. Echter is de koek tegenwoordig wel op. De bossen zijn gekapt, de turf is gestoken, het kool is gemijnd en het gas is gewonnen. Wat nu? Een groot aandeel van het Nederlands economisch succes is dat zij zichzelf in haar energie behoefte kon voldoen. Momenteel importeren wij gas uit Rusland en olie uit Saoedi-Arabië. Beide landen hebben een grotere invloed op ons politiek systeem dan waarmee wij ons prettig voelen. Sluiten zij de pijpleiding af, dan komt Nederland tot stilstand. Het zou niet de eerste keer zijn dat er crisis is door hoge olieprijzen.

Het woord “energietransitie” staat op allerlei borden, komt voor in alle debatten en leest men in alle kranten. Het wordt besproken alsof het een nog nooit eerder geziene onderneming is. Een immense verandering die ons land tot in de kern zal raken, terwijl het eigenlijk juist heel sterk past bij het karakter van Nederland. Nu heet de mijnregio al parkstad. Van zwart naar groen. Een ambitieus plan om de regio aantrekkelijk te maken door zich toe te spitsen op iets anders wat Limburg te bieden heeft: namelijk de prachtige natuur en stukken groen. Ik hoop niet dat er plaatsen in Groningen vernoemd worden naar gasbellen, zoals wel met het bos, de polders en de steenkolenbergen gedaan is, maar ik zou enkele plaatsnamen als “Windmolendorp” of “Zonnedaelen” niet erg vinden. Het zou betekenen dat ditmaal geen regio in zijn eentje opdraait voor het werken van het kookstel van de anderen.

 

 

Dyan Nöllgen heeft na de havo een aantal jaar bij defensie gezeten. Hij heeft de leraarsopleiding geschiedenis gevolgd op Fontys, Sittard en liep stage bij het Mijnmuseum. Nu werkt hij bij bij Mad Science, waar hij jonge kinderen les geeft met verschillende scheikundige en natuurkundige experimenten om hen te enthousiasmeren voor de wetenschap.

About the author:

Back to Top