Elmar van de Ree. In Dei Nomine Feliciter! “We blijven dus katholiek!”: Een onderzoek naar de argumenten voor de katholiciteit van de Katholieke Universiteit Nijmegen in de jaren 1958-1975.

Elmar van de Ree. In Dei Nomine Feliciter! “We blijven dus katholiek!”: Een onderzoek naar de argumenten voor de katholiciteit van de Katholieke Universiteit Nijmegen in de jaren 1958-1975.

Elmar van de Ree. In Dei Nomine Feliciter! “We blijven dus katholiek!”: Een onderzoek naar de argumenten voor de katholiciteit van de Katholieke Universiteit Nijmegen in de jaren 1958-1975.

1 reactie op Elmar van de Ree. In Dei Nomine Feliciter! “We blijven dus katholiek!”: Een onderzoek naar de argumenten voor de katholiciteit van de Katholieke Universiteit Nijmegen in de jaren 1958-1975.

EERST HET ESSAY LEZEN? DEZE VIND JE HIER.

In de ‘lange jaren zestig’ veranderde het landschap van de katholieke gemeenschap in Nederland grondig. Er ontstond een tegenstelling tussen conservatieve en progressieve katholieken, tussen ‘rekkelijken’ en ‘preciezen’. Deze tegenstelling manifesteerde zich op allerlei vlakken, waarvan een de katholiciteit van de Katholieke Universiteit Nijmegen was. De ‘preciezen’ wilden geen, door ‘rekkelijken’ gewenste, naamswijziging van de universiteit. Ze wilden niet alleen de naam, maar ook de ideologische confessionaliteit van de universiteit, het ‘sluitstuk der emancipatie’, nadrukkelijk behouden. In deze scriptie wordt eerst de ‘K’-discussie in bredere context gezet, om in hoofdstuk twee en drie specifiek naar de Nijmeegse universiteit te kijken.

Uiteindelijk wordt geconcludeerd dat er verschillende argumenten zijn die gebruikt worden voor een naamswijziging. Zo wijzen voornamelijk oud-rectores magnifici erop dat het zijn van een confessionele universiteit een bepaalde onafhankelijkheid van Den Haag met zich meebrengt. In plaats van de Minister van Onderwijs heeft het episcopaat immers het laatste woord bij zaken als hoogleraarsbenoemingen. Ook was er aan de confessionele universiteit meer ruimte om door ‘een katholieke bril’ naar de wereld te kijken. Een ander argument is dat het katholieke volksdeel, tot eind jaren zestig de Rijksoverheid honderd procent financiering bood, via donaties een groot deel van de kosten van de universiteit heeft gedragen. Kortom, er wordt geconstateerd dat de argumenten onderverdeeld kunnen worden in ideologische en pragmatische argumenten. Daarnaast wordt geconcludeerd dat de ‘K’ niet wezenlijk in gevaar geweest is: de pragmatische argumenten voor de ‘K’ in de KUN waren breed gedragen. Wel kwam de invulling van de ‘K’ onder druk te staan en werd dat door de ‘preciezen’ gezien als een aanval op de ‘K’.

About the author:

1 Comment

Back to Top