Geschiedenis studeren is feest, maar hang zelf de slingers op

Geschiedenis studeren is feest, maar hang zelf de slingers op

Universiteiten adverteren op hun websites met de vele mogelijkheden die historici op de arbeidsmarkt hebben. Ze zeggen er niet bij dat je als geschiedenisstudent je eigen kansen moet creëren.

Volgens de website van de Universiteit van Amsterdam komen afgestudeerde Geschiedenisstudenten terecht ‘in de journalistiek en bij media, in de museumwereld, bij bibliotheken en uitgeverijen, in de politiek, bij archieven, bij overheidsinstellingen, bij grote bedrijven, banken en adviesbureaus.’ Andere universiteiten noemen ongeveer dezelfde mogelijkheden. Het is bijna teveel om op te noemen. Zijn er überhaupt beroepen die je als historicus niet kan uitoefenen? De Universiteit Leiden maakt het concreter: ‘Leidse historici zijn o.a. premier, vicepremier, ambassadeur in De Volksrepubliek China enz.’ En Koning der Nederlanden, niet te vergeten!

Het lijkt een plezierig vooruitzicht. Je dacht misschien dat je later beperkt zou zijn tot onderwijs of onderzoek, maar volgens je universiteit word je vrijwel overal met open armen ontvangen. Maar waarom is het dan voor pas afgestudeerde historici zo moeilijk om een baan te vinden? Om te beginnen kan het gevoel dat alles mogelijk is ontmoedigend werken. Waar begin je met zoeken naar vacatures, met solliciteren en netwerken? Studenten kunnen niet vroeg genoeg beginnen daarover na te denken.

De historici die een baan vinden als bijvoorbeeld journalist, of premier, hebben dit immers ook gedaan. Met alleen een master Geschiedenis en zonder netwerk of werkervaring kom je op de arbeidsmarkt niet ver. Historici komen alleen in de journalistiek terecht als ze al gepubliceerd hebben, of als ze naast Geschiedenis een journalistieke opleiding hebben gevolgd. En de Leidse historicus die premier werd, was al tijdens zijn studie voorzitter van de jongerenorganisatie van de VVD.

De bewering dat historici overal terecht kunnen schept ook een misleidend beeld van de huidige arbeidsmarkt, want er zijn op het moment minder banen dan afgestudeerden. Vijf jaar geleden ging het misschien nog op dat je als historicus overal welkom was. Nu is de realiteit dat je als sollicitant vaak een van de honderden bent. Daarbij: alleen voor de functie van historisch onderzoeker of geschiedenisdocent is een diploma Geschiedenis een vereiste. Voor andere banen moet je als historicus concurreren met mensen van andere opleidingen voor wie het pad ook nog niet is uitgestippeld. Dat zijn er nogal wat.

Stage lopen is de meest laagdrempelige (maar waarschijnlijk wel de meest effectieve) manier van oriëntatie op de arbeidsmarkt. Je kunt er vaak studiepunten voor krijgen, veel bedrijven zoeken juist nu stagiairs (die hoeven ze immers niet te betalen), het geeft je een beeld van wat je later voor werk zou kunnen doen en, misschien wel het belangrijkst, je bouwt een netwerk op. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor Geschiedenisstudenten, maar wel in grotere mate omdat in weinig beroepen specifiek om kennis van de geschiedenis gevraagd wordt.

Universiteiten zouden er verstandig aan doen het marketingpraatje aan de huidige situatie aan te passen. Niet alleen benadrukken hoeveel mogelijkheden er zijn met Geschiedenis, maar ook dat het vinden van een baan niet vanzelf gaat en dat het belangrijk is om je hier al lang voor je afstuderen mee bezig te houden. Ook docenten moeten beginnende studenten hierop wijzen.

Wat universiteiten zeggen is waar: historici komen overal terecht en hebben vaardigheden die in veel beroepen van pas komen. Ze laten alleen iets cruciaals weg, namelijk dat je om als historicus iets te bereiken naast je studie ook nog keihard moet werken. Sommige van mijn studiegenoten die tegelijk met mij zijn afgestudeerd  hebben nu inderdaad banen die uiteenlopen van beleidsmedewerker  tot journalist. Maar anderen hebben een uitkering. Vrijwilligerswerk, in het buitenland studeren, stage lopen, bestuurservaring: het vergroot allemaal je kansen op de arbeidsmarkt. Universiteiten kunnen dit stimuleren door bijvoorbeeld een verplichte stage in te voeren, of afgestudeerden uit te nodigen om te praten over hun werk en hoe ze daar terecht gekomen zijn. Gelukkig worden dit soort maatregelen hier en daar al getroffen. Als meer universiteiten dit voorbeeld volgen worden historici hopelijk snel weer met open armen op de arbeidsmarkt ontvangen.

esther nu

Wil je meer horen over jonge historici en de arbeidsmarkt? Op 22 november organiseren wij het evenement ‘Maak werk van geschiedenis.’ Je kan je hier aanmelden. 

Esther Ladiges (1984) studeerde Duitslandstudies en schreef haar scriptie over de vroege NSDAP. Momenteel is zij werkzaam als freelance redacteur.

1 Comment

  1. Richard  - 9 juni 2016 - 20:20

    Inderdaad goed als er meer naar de toekomst wordt gekeken. Na mislukte pogingen om in het historisch onderzoek, musea en in het onderwijs aan het werk te komen, laat ik mij nu nog op 28-jarige leeftijd omscholen tot ict-er. Want er wordt je nooit van te voren verteld dat er ook in het onderwijs en in de museale wereld op elke vacature minstens 100 sollicitanten zijn met dezelfde papieren. Ik zit nu in een situatie die ik niemand zou toewensen. Je bouwt niks op en het kost je enorm veel geld en verloren jaren. Geschiedenis vind ik nog steeds hartstikke leuk, maar het is een fuik op de arbeidsmarkt. De opleidingsinstituten hebben daar ook een verantwoordelijkheid. Je leidt mensen niet bewust op voor de werkloosheid lijkt mij. Als ik dit eerder had geweten was ik veel doelgerichter te werk gegaan, richting een segment waar wel werk is.

Leave a comment

Nieuwsbrief

Back to Top