Geschiedvervalsing: Ostalgie – In strijd met de tijd

Geschiedvervalsing: Ostalgie – In strijd met de tijd

Geschiedvervalsing: Ostalgie – In strijd met de tijd

Reacties uitgeschakeld voor Geschiedvervalsing: Ostalgie – In strijd met de tijd

De afbraak van de Muur in ons hoofd zal langer duren dan de sloop van de zichtbare Muur. Deze profetie deed Peter Schneider in zijn roman Der Mauerspringer (1982).

Niets leek minder waar toen in 1989 beelden uit Berlijn de wereld over gingen: massa’s die met hamers de muur te lijf gingen, de euforische knuffels tussen Oost- en West-Duitsers. De vereniging leek een vreugdevol huwelijk, maar in de jaren die volgden zou blijken dat de profetie van Schneider een pijnlijke waarheid bevatte.

Ostalgie als gevaar

DDR-producten en -merken, die snel uit de vakken waren geconcurreerd door westerse producten, maakten een comeback in de jaren negentig. Oude zeep- en voedselmerken, DDR-cola en ‘Ostbieren’ waren ineens weer gewild. Ze veranderden van simpele gebruiksvoorwerpen in materiële herinneringen aan de DDR, en verkregen zo een cultstatus in de popcultuur.

Deze materiële trend kreeg de naam Ostalgie, een nostalgie naar het Oosten. Nostalgie wordt geassocieerd met het verheerlijken van het verleden, selectief vergeten en geschiedvervalsing. Voor velen was de DDR na de hereniging van Duitsland niets om naar terug te verlangen. Ostalgie werd daarom afgedaan vanwege haar onkritische blik op het verleden. Het witwassen van een totalitair regime werd in Duitsland gezien als een gevaar voor de eenheid, democratie en het huidige politieke systeem.

Van slachtoffer naar verdachte

De herinneringscultuur van de nieuwe Bondsrepubliek was echter net zo goed een herschrijving van de geschiedenis, vooral van het Oost-Duitse verleden. De totalitaire theorie werd de grondslag van waaruit het Duitse verleden en de twee dictaturen in de twintigste eeuw geprobeerd werden te begrijpen. Dit bracht de DDR onder één noemer met het nationaalsocialistisch regime. Voor West-Duitsers bood dit een nationale identiteit die inherent ‘goed’ was; voor de politieke elite een bevestiging van het nieuwe systeem. Voor Oost-Duitsers wier herinnering niet paste in de dader-slachtoffer dichotomie van het totalitaire verhaal, was geen plaats.

Oost-Duitsers werden snel tot verdachte gemaakt in het nieuwe narratief. Zij waren potentiële stasi-informateurs en ze waren onvoldoende in opstand gekomen tegen hun regime. Voor Oost-Duitse geschiedschrijving was ook geen plaats, die werd afgedaan als propaganda. Zodra er achterhaald werd dat een Oost-Duits historicus in contact was geweest met de stasi, werd aangenomen dat zijn werk onbetrouwbaar was. ‘Je kan tonnen aan Oost-Duitse literatuur vergeten’ schreef historicus Hans-Ulrich Wehler in 1992. Dat contact met de stasi vrijwel onvermijdelijk was als academicus in de DDR en niet gelijk stond aan solidariteit aan het regime, werd niet erkend.

Veel Oost-Duitsers ervoeren dat hun herinneringen en de waarden van de DDR niet werden geïntegreerd, maar gestigmatiseerd in het nieuwe Duitsland. Het gevoel bestond dat Oost-Duitsland werd ‘gekoloniseerd’ en dat hun geschiedenis hen werd afgenomen. De mentale kloof tussen Oost en West ontstond opnieuw, of was nooit verdwenen.

Ostalgie als verzet

Recenter onderzoek zet Ostalgie niet simpelweg neer als geschiedvervalsing en selectief vergeten. Patricia Hogwood bijvoorbeeld schrijft dat Ostalgie een protest is tegen het door de staat ‘voorgeschreven’ selectief vergeten, waardoor het groeiend verschil tussen de nationale herinneringscultuur en de herinnering van Oost-Duitsers wordt blootgelegd. Ondanks de onderdrukking van de Oost-Duitse herinnering vindt deze zijn weg op andere manieren. De vraag naar Ostalgie producten onder Oost-Duitsers is hier een voorbeeld van. Deze producten zijn materiële herinneringen die alleen door de Oost-Duitsers worden gedeeld. Zo creëren zij een herinneringsgemeenschap van onderaf.

Hogwood en anderen sturen de discussie voorbij de vraag of verheerlijking van de DDR geschiedvervalsing is. Ostalgie biedt geen kritische blik op het verleden, maar toont wel een kritische blik op het heden. Als we Ostalgie zien als een reactie op het heden, is het makkelijker ermee te sympathiseren. De vreugde van de hereniging had voor veel Oost-Duitsers snel plaats gemaakt voor teleurstelling. De beloofde welvaart bleef uit terwijl de sociale zekerheid verdween en men voelde zich behandeld als tweederangsburgers. ‘Het ideaal dat nu niet wordt geleefd, wordt geprojecteerd op het verleden,’ schrijft Linda Hutcheon.

Ostalgie als utopie

The future was a beautiful place, once.’ Met deze mooie zin uit een gedicht van Simon Armitage leidt Peter Thompson zijn interpretatie van Ostalgie in. Volgens Thompson is Ostalgie niet zozeer een verlangen naar het verleden en meer dan een kritiek op het heden. Ostalgie is volgens hem een verlangen naar een ingebeelde gemeenschap (imagined community) die nooit heeft bestaan. De ideologie van de DDR was gebaseerd op de utopie van een socialistische heimat. Of deze utopie door DDR-bewoners destijds als bereikbaar werd beschouwd, is zeer de vraag. Maar door de bril van Ostalgie leek die toekomst nét buiten bereik, waardoor het nog mogelijk leek om er naartoe te leven.

Met de Wende werd de utopie van het socialisme vervangen door die van het kapitalisme. De ingebeelde gemeenschap van de socialistische heilstaat werd vervangen door die van een verenigd Duitsland. Maar ook dit toekomstbeeld ging verloren in de realiteit van de Duitse hereniging. Oost-Duitsers vonden weer geen thuis maar werden immigrant in eigen land. Thompson stelt dat de Oost-Duitsers verlangen naar een voorstelbare toekomst, bereikbaar of niet. Ostalgie is nostalgie naar de tijd waarin zij nog een toekomst voor zich konden zien.

‘When the future collapses, the past rushes in’

Dit gemis is niet uitsluitend Oost-Duits. Ervaren versnelling van de tijd, doemscenario’s, het zogenaamde cultuurpessimisme… Er zijn veel redenen waarom de toekomst voor velen steeds onvoorstelbaarder wordt. Utopie wordt daarom niet meer gezocht in de toekomst, maar in het verleden. Verheerlijking is hier een teken van.

Is nostalgie dan altijd zelfdeceptie of geschiedvervalsing? Niet per sé. Svetlana Boym stelt dat nostalgie constructief kan zijn, als het reflectief is. Reflectieve nostalgie houdt zich niet bezig met het herbouwen van een mythisch thuis, maar onderzoekt het verlangen van mensen om toe te behoren aan een thuis en een gemeenschap. Die vorm van nostalgie is niet sentimenteel, want ze verheerlijkt niet het verleden, maar onderzoekt juist ontwrichting in het heden. Misschien dat door dit zelfonderzoek de onzichtbare muur eindelijk kan worden afgebroken.

 

Door Laura de Jong.

Laura de Jong (1995) heeft geschiedenis gestudeerd aan de Rijksuniversiteit Groningen en is nu masterstudent geschiedenis & actualiteit in Nijmegen. Haar interessegebied is de herinneringscultuur van de Tweede Wereldoorlog in Nederland en Duitsland.

About the author:

Back to Top