Geschiedvervalsing: De stichtingsverhalen van Cyrene

Geschiedvervalsing: De stichtingsverhalen van Cyrene

Geschiedvervalsing: De stichtingsverhalen van Cyrene

Reacties uitgeschakeld voor Geschiedvervalsing: De stichtingsverhalen van Cyrene

Alle data zijn vòòr Christus.

 

In deze tijd van fake news is er veel aandacht voor onjuiste verhalen en subjectieve feiten. Maar een verhaal heeft altijd een bepaalde functie, ook (of misschien wel juist) verhalen over de geschiedenis. Door verhalen op deze manier te zien, is het creëren van verhalen altijd – tot op zekere hoogte – een vorm van geschiedvervalsing. In het oude Griekenland was dit niet anders. Er waren bijvoorbeeld verhalen voor morele doeleinden, voor vermaak of, zoals in het geval van stichtingsverhalen, het creëren van een geschiedenis. Gedurende de Archaïsche periode (ca. 800-500) zijn er vele Griekse koloniën ontstaan in de landen rondom de Mediterrane zee. Veel van deze nieuwe nederzettingen hadden een stichtingsverhaal, waarvan de meeste stichters mythische of bijna mythische figuren werden die vaak ook onderdeel werden van de religie van de stad.

Eén van deze koloniën is Cyrene, gelegen in het huidige Libië nabij Shahat, die rond 631 werd gesticht door Battus vanuit Thera (huidige Santorini). Deze kolonie kent enkele zeer interessante ontwikkelingen die onder het kopje ‘geschiedvervalsing’ passen. Ten eerste ontstond er na de val van de monarchie een verhaal dat er maar acht koningen van de dynastie van Battus zouden regeren, waardoor de politieke verandering gelegitimeerd kon worden. Daarnaast ontstond er meer belang voor een ander stichtingsverhaal, die de stichting van Cyrene ver voor Battus plaatst. Als laatste werd er na het omverwerpen van het koningshuis anders omgegaan met de tombe van de stichter.

Waar historici vroeger stichtingsverhalen als grotendeels voor waar aannamen, is er steeds meer aandacht voor het stichtingsverhaal als sociaal construct. Het maken van zulke verhalen had een strategische politieke en sociale functie: het legitimeerde politieke beslissingen en creëerde een gezamenlijke identiteit.

Ligging Cyrene

De bronnen

De kolonie Cyrene werd in de zevende eeuw gesticht, maar onze eerste literaire bronnen over de stichting komen pas uit de vijfde eeuw. Pindarus (ca. 522-443) schreef enkele odes aan de laatste koning van Cyrene en Herodotus (ca. 485-425/20) schreef in zijn grote werk De Historiën over de stichting van de stad. Interessant is dat beiden niet uit Cyrene komen, dus zich moesten baseren op wat er werd gezegd door de lokale bevolking (indien ze er daadwerkelijk geweest waren) en wat er algemeen bekend was over de stichting. Daarnaast is het interessant dat Pindarus nog schreef tijdens de monarchie en Herodotus net na de val van de monarchie. De latere Romeinse historicus Diodorus Siculus (ca. 90-30) schrijft ook over de stad. Hij schrijft over Cyrene in een periode waar de stichtingsverhalen al een lange tijd bestonden en circuleerden.

De stichting

De Pythische odes van Pindarus, voornamelijk die gericht aan koning Arcesilaus IV (koning van 465-440), benadrukken erg sterk de mythische oorsprong van de stad. Zo spreekt hij over de connectie tussen Cyrene en de Argonauten. Ook refereert hij aan de zonen van de Trojaan Antenor, die Cyrene zouden hebben gesticht. De voorvader van Arcesilaus IV, Battus, had de stad echter groot gemaakt door grote heiligdommen te bouwen ter ere van Apollo, waardoor hij later zelf werd vereerd op de agora in het centrum van de stad. Pindarus eindigt zijn vijfde Pythische ode met de hoop dat iemand anders van de dynastie ook nog een grote prijs op een panhelleens festival zou winnen. Uiteindelijk bleek Arcesilaus IV echter de laatste koning te zijn.

Herodotus vertelt dat de koning van Thera naar het orakel van Delphi ging. Hier kreeg hij de opdracht een kolonie te stichten in Libië. Hij vond zichzelf te oud en gaf de opdracht door aan Battus, die het orakel niet gehoorzaamde omdat hij niet wist waar Libië was. Hierna regende het zeven jaar lang niet op Thera, waardoor ze alsnog een kolonie wilden stichten in Libië. Na vele omwegen kwamen ze uiteindelijk in 631 uit in Cyrene, waar Battus voor veertig jaar regeerde als koning. Na de dood van Battus, kreeg hij, zoals de meeste stichters, een tombe op de agora. Deze tombes kregen vaak een religieuze functie waardoor een stichterscultus ontstond.

Een nieuw verhaal

De monarchie viel in de tweede helft van de vijfde eeuw en werd vervangen door een combinatie van democratische en aristocratische instituties. Herodotus schreef al over een voorspelling van Delphi dat er maar acht koningen van de dynastie zouden regeren: vier met de naam Battus en vier met de naam Arcesilaus. Aangezien hij schreef na de val van de koningen, lijkt dit een verhaal dat de ronde deed om de val van de monarchie te verantwoorden. Het idee dat Delphi het einde van de dynastie voorspelde is een nieuwe toevoeging die bijvoorbeeld niet te vinden is in Pindarus, waardoor het niet onwaarschijnlijk is dat dit inderdaad een toevoeging was van na de val van de dynastie.

Ook werd er ten tijde van de politieke verandering anders omgegaan met de tombe van Battus. De tombe werd verwaarloosd in de tweede helft van de vijfde eeuw en bij de uitbreiding van de agora naar de rand verplaatst. Daarentegen kwam er op de agora een heiligdom voor Aristaeus, die centraal kwam te liggen. Aristaeus komt voor in verschillende verhalen vanaf Hesiodos (8ste eeuw) Hij was de zoon van Apollo en de nimf Cyrene, geboren op de plek waar uiteindelijk de stad zelf kwam te staan. In de vijfde eeuw kreeg hij pas een heiligdom, dat leek op de tombe van Battus en werd zo een erg zichtbare tegenhanger van het koninklijke stichtingsverhaal. Na een periode van verwaarlozing werd het heiligdom van Battus echter weer gerestaureerd. Dit is wederom ook gelegitimeerd in een verhaal: volgens Diodorus Siculus was de eerste Battus de enige koning die goed regeerde, terwijl de latere koningen een tirannie vormden en de goden vergaten te eren. Hierdoor bleef alleen Battus belangrijk voor de identiteit van Cyrene.

Religie veranderde ook. Terwijl Apollo en Zeus in de koninklijke periode de belangrijkste goden in Cyrene waren, werden dit vanaf de tweede helft van de vijfde eeuw steeds meer Demeter, de Dioscuri en Hestia. Demeter was hiervoor ook belangrijk, maar haar heiligdom werd erg uitgebreid. Zij waren minder verbonden met het koningshuis dan Apollo en Zeus. Kortom, tijdens de politieke verandering werden ook andere goden, die meer connecties hadden met het volk, belangrijker.

Geschiedvervalsing?

Wat dit voorbeeld uit de oude Griekse wereld illustreert, is dat politieke veranderingen hebben geleid tot nieuwe verhalen over Cyrene. Verhalen werden aangepast om een functie te blijven vervullen in de samenleving, wat geschiedvervalsing genoemd kan worden. In dit geval was het een manier om met deze politieke veranderingen om te gaan. De poging om de koninklijke dynastie te vergeten door de creatie van nieuwe verhalen en het verschuiven van de tombe van de stichter is echter niet gelukt, aangezien Battus belangrijk bleef voor de identiteit van de stad. Het behouden van de collectieve identiteit was belangrijk en de verandering van de politieke situatie was de katalysator voor het creëren van de genoemde nieuwe  aspecten van het verhaal.

 

Door Pim Schievink.

Pim Schievink (1996) volgt de Research Master Classical, Medieval and Early Modern Studies aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn fascinatie is culturele geschiedenis van de oudheid, waarbinnen religieuze geschiedenis van de oudheid de grootste interesse geniet. Naast zijn studie is hij sinds januari 2018 redacteur van het Tijdschrift voor Mediterrane Archeologie.

 

 

About the author:

Back to Top