Heldenstatus

Heldenstatus

Heldenstatus

Reacties uitgeschakeld voor Heldenstatus

Deze column werd op 27  maart 2019 uitgesproken tijdens ‘Friese helden – Historisch Café‘ in Tresoar, georganiseerd door Jong KNHG en Jonge Historici – mede mogelijk gemaakt door het Hendrik Muller Fonds, GO Fonds, Tresoar en Brouwerij Grutte Pier.

Dit stuk liever in het Fries lezen? Dat kan hier!

Heldenverering is zo oud als de weg naar Rome. In vroegere tijden werden door de skalden en barden liederen gezongen over koningen en dappere strijders die eigenhandig een vijandelijk leger in de pan hadden gehakt. Zendelingen, toch een soort van helden van het christendom, kregen hun eigen heiligenlevens. Vandaag de dag zijn het de popsterren en sporters die bijna een heldenstatus hebben, met miljoenen volgers en nog meer likes op de social media. Sommige krijgen zelfs een plein naar zich vernoemd, of zelfs een geheel stadion met direct een beeld erbij. Of wat te denken van de verfilming van het leven van Freddie Mercury, Bohemian Rhapsody, die recentelijk vier Oscars heeft gewonnen.

Er is blijkbaar een menselijke behoefte om tegen mannen en vrouwen op te kijken en hen te verheerlijken. Ik wil niet ingaan waar die behoefte vandaan komt, en alle psychologie en filosofie die erachter steekt. Ik wil het in deze column namelijk over de helden zelf hebben.

Laten we het naar aanleiding van deze avond bij Redbad en Grutte Pier houden: wat zouden zij vinden van het feit dat ze immer nog als Friese helden, als vrijheidsstrijders, worden herdacht? Vinden ze dat geweldig? Of laat het hen juist koud, zo van ‘dat moeten die mensen mooi zelf weten!’. Of zouden ze er faliekant op tegen zijn? Ik bedoel, Pier Gerlofs Donia werd Grutte Pier door stom toeval (of zou het het lot geweest zijn?), omdat zijn boerderij en gezin op een nacht met de grond gelijk werd gemaakt door Saksische huurlingen. Hij had vast niet al die moorden op zijn geweten willen hebben, maar liever tot op z’n oude dag het gewas van het land gehaald. Misschien was hij wel liever als boer herinnerd, in plaats van als verzetsstrijder. Of zou hij hebben gedacht dat er op deze manier althans iets goed van de hele ellende overgebleven is.

Johannes Hinderikus Egenberger, ‘De dapperheid van Grutte Pier’ (Stadhuis Sneek)

Dan lig je al zo’n verschrikkelijk lange tijd onder de groene zoden, komen er ineens een paar brouwers die jouw naam gebruiken om er bier van te brouwen. Daar kun je dan ook niks meer van vinden, laat staan er iets van zeggen. Wellicht vond Grutte Pier bier wel helemaal niet lekker. Had hij stiekem liever een wijntje of, waarschijnlijker, een jonge jenever. Wat te zeggen van Redbad. Het ligt voor de hand dat hij veel liever mede dan bier dronk omdat hij als heidense koning misschien meer zag in de honingwijn drinkende Vikingen. Die verklaring ligt ook weer niet voor de hand, omdat de Noormannen meer dan eens Dorestad hebben platgebrand. Echter is dat een anachronisme, want deze plunderingen zijn van een latere datum. De enige mogelijkheid die dan overblijft is dat hij bier niet kon ruiken, omdat het immers werd gebrouwd door monniken en Redbad was net degene die zich niet wilde laten dopen.

Met de vraag wat de helden er nu zelf van zouden vinden, vraag ik mij tevens af wat ik er zelf van zou vinden, mocht ik het ooit tot held schoppen. Niet waarschijnlijk, maar de vraag op zichzelf is interessant.

Even puur hypothetisch redeneren. Stel dat Fryslân zijn autonomie terug zou krijgen en er een president moet komen en niet Jenny Douwes maar ik word verkozen. Zoals Redbad de laatste Friese en heidense koning was, zo word ik de eerste Friese en heidense president. Ik zeg met opzet president, omdat een koning uiteraard een verouderd ambt is, maar om het daarover te hebben ligt buiten beschouwing van deze column. Om de reden dat ik het (natuurlijk) zo goed zou doen, ga ik als een ster de annalen in.

Zou dan mijn postume ego worden gestreeld wanneer er een bier naar mij wordt genoemd? Laat mij de hypothese verder oprekken. Door de klimaatverandering stijgt de waterspiegel steeds meer, zodat Nederland onder water dreigt te lopen. Daarom heb ik mij in de geschiedenis als een moderne Caspar de Robles ingezet voor de verhoging van de dijken. Er is ook al niets nieuws onder de zon, maar het lukt en in de toekomst willen ze dit wapenfeit eren met een bier. Tevens willen ze mijn taalpurisme eren, dus het bier krijgt de vanzelfsprekende naam Greate Geart (Grote Geart) als voortreffelijke anagram en doet het internationaal goed, omdat het ook op z’n Engels kan worden uitgesproken. Ik zou het persoonlijk geweldig vinden, zolang het bier maar niet, zoals met Grutte Pier, door twee Nederlandse brouwers wordt gemaakt.

Wat ik eerder ook al aanstipte, ben je misschien allang blij dat je niet in het vergeetboek terecht bent gekomen. Dat je dus door toeval (ja, of het lot) wordt aangespoord tot grote daden. Was Pier Gerlofs Donia zijn boederij niet in de fik gestoken, dan was hij in z’n eigen tijd niets anders geweest dan een sterke boer. Dan had hij de bijnaam Sterke Pier gekregen, die nu toegekend is aan die Droegehamster Sterke Hearke (spreek uit: ‘Jerke’). Voor hetzelfde geld had Redbad de Franken verslagen. Of misschien een zoon van hem, zodat Redbad niet de laatste, maar gewoon één der Friese koningen was.

Ik bedoel te zeggen dat je als held wordt gezien tegen eigen wil. Je besluit niet op een dag om held te worden, net zoals je meester of juf of piloot wilt worden. Je kan uiteraard op een veel minder nastrevenswaardige wijze bekend worden, zoals Donald Trump. Dat is bijna een soort antiheld, maar hij staat vast en zeker over een paar eeuwen nog in de geschiedenisboeken.

Desalniettemin dat voorbeeld is het niet verkeerd om wel te streven naar een heldenstatus. Ik bedoel niet dat je dan met een ploeg in één keer vijf man moet doodslaan. Ik bedoel om te streven naar het doen van grote dingen, waar lieden jou om zullen bewonderen en loven. Want schuilt er in ons allemaal niet een kleine Grutte Pier? Willen wij toch niet stiekem dat er later een biertje naar ons wordt vernoemd?

 

Door Geart Tigchelaar.

Foto: Pieter Postma

Geart Tigchelaar (1987) is vertaler en schrijven. Hij is opgegroeid in de Friese Wouden, maar nu woonachtig in Harlingen. Op steenworp afstand van Kimswerd, waar zijn vader is geboren, dus met die roots zit het wel goed. Al vroeg kreeg hij een voorliefde voor speciaalbier, dat hem geholpen heeft menig verhaal en gedicht te schrijven.

 

About the author:

Back to Top