“Ik kan altijd nog leraar worden.”

“Ik kan altijd nog leraar worden.”

“Ik kan altijd nog leraar worden.”

Reacties uitgeschakeld voor “Ik kan altijd nog leraar worden.”

Nee, dat kan je niet. Of beter: dat zou je niet moeten kunnen of willen. Zelf ben ik een geschiedenisstudent (nu bezig met het afronden van mijn Master Geschiedenis aan de UvA) die voor dit mooie vak gekozen heeft met als enige doel uiteindelijk voor de klas te mogen staan. Ik leg expres de nadruk op mogen omdat ik het leraarschap zie als een ambacht waar passie en enthousiasme voor nodig zijn. Als je dit mist of ben je slechts zijlings geïnteresseerd in het ambacht dan wens ik je ontzettend veel succes in het vinden, volhouden en leuk vinden van je baan. Je zult het nodig hebben.

Waarom vind ik het nodig dit te zeggen? In de loop van mijn studie ben ik verschillende mensen tegengekomen die niet weten waarom ze eigenlijk geschiedenis zijn gaan studeren. Ze vinden geschiedenis leuk, en geschiedenis is ook hun passie, maar hebben geen duidelijk doel voor ogen wanneer ze aan de studie beginnen. Alle geschiedenisstudenten zullen herkennen dat er menigmaal aan ze gevraagd is door vrienden/familie/kennissen wat ze eigenlijk met de studie kunnen doen of worden. Het standaard antwoord is natuurlijk dat je bijna alles kan worden. Geschiedenis studeren is een manier van denken aanleren, een zekere analytische kijk ontwikkelen en het kunnen doorgronden van grote hoeveelheden tekst en beeldmateriaal. Allen zeer gewilde eigenschappen in de politiek, journalistiek, of zelfs het bedrijfsleven. En toch… toch vervalt een deel van de studenten in de ‘veilige’ gedachte van de zin “maar als dat niet lukt kan ik altijd nog leraar worden.”

Deze opvatting of deze visie doet het vak, je toekomstige leerlingen, je toekomstige collega’s, maar zeker ook jezelf gewoon tekort. Daarnaast doe je er de arbeidsmarkt zelf ook geen plezier mee. Er zijn namelijk wel degelijk studenten die (heel) graag voor de klas willen staan. Het is natuurlijk niet gezegd dat al deze mensen ook daadwerkelijk geschikt zijn om voor de klas te staan, maar dat is voor nu even een iets andere discussie. Geschiedenis, maatschappijleer en biologie zijn de enige vakken waarvoor nu theoretisch gezien een overschot aan mensen voor is. Zitten de opleidingen en scholen dan echt te wachten op sollicitanten die het leraarschap als een laatste vangnet zien? Die vraag kan ik voor je beantwoorden: dat zitten ze zeer waarschijnlijk niet.

Het enige wat ik met deze column wil bereiken is dat studenten geschiedenis die er zo over denken als ik hierboven heb geschetst, nog eens goed nadenken of dit echt is wat ze willen. Tuurlijk, flexibiliteit in het kiezen van een studie en gewoon kijken wat er op je pad komt aan stages of baanmogelijkheden is leuk en soms ook zeer aan te raden, maar werken naar een doel heeft ook zo zijn voordelen. Zeker een doel als het worden van een leerkracht is het waard om er lang en uitvoerig over nagedacht te hebben wat je eigenlijk met je leven wilt. 45 jaar voor de klas staan is geen pretje als je er van te voren al weinig zin in (lijkt) te hebben.

Wil je meer horen over jonge historici en de arbeidsmarkt? Op 22 november organiseren wij het evenement ‘Maak werk van geschiedenis.’ Je kan je hier aanmelden. 

SONY DSCDiederik Dol (1990) doet nu de MA geschiedenis aan de UvA, met de specialisatie Oudheid. Hij is vooral bezig met religie in het Vroege Romeinse Rijk. Voordat hij aan zijn BA Geschiedenis aan de VU begon, heeft hij twee jaar de IPABO gedaan, waar hij zijn passie voor lesgeven ontdekte. Het enige nadeel was de doelgroep.

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top