Jilles Al: Versailles – Sedan – Königgrätz

Jilles Al: Versailles – Sedan – Königgrätz

Reacties uitgeschakeld voor Jilles Al: Versailles – Sedan – Königgrätz

Jilles Al

Samenvatting

Meer Duits dan Frans. Meestal gaat de aandacht van de historici naar Frankrijk wanneer het gaat om de Frans-Duitse oorlog van 1870 -1871. Maar voor de geschiedenis van Duitsland was het winnen van de oorlog misschien nog wel veel ingrijpender dan het verliezen ervan door Frankrijk. Jilles Al laat zien hoe belangrijk deze oorlog was voor de eenwording van Duitsland en de rol die leidende politici als Bismarck daardoor konden spelen.

Download de PDF

Jilles Al (pdf)

Lees met ISSUU

Volledige Tekst

INLEIDING

Op 18 januari 1871 werd in de Spiegelzaal van het paleis van Versailles de koning van Pruisen, Willem I, tot keizer van het Duitse Rijk gekroond. Enkele maanden eerder, op 4 september 1870, was de Franse keizer, Napoleon III, juist uit zijn functie ontheven nadat hij door de Duitsers gevangen was genomen na de, door de Duitsers gewonnen, slag bij Sedan. Zo kon het zijn dat Frankrijk de Frans-Duitse Oorlog begon met een keizer en deze tijdens de oorlog verloor, en dat het nieuw ontstane Duitse Rijk juist onder leiding van een keizer kwam te staan. Deze tegenstelling was aanvankelijk het onderwerp van dit onderzoek, maar omdat de Franse kant van het verhaal historisch weinig interessant is, is het ontstaan van het Duitse Rijk en de rol van de Frans-Duitse oorlog hierbij onderwerp van dit onderzoek geworden. Deze Frans-Duitse Oorlog begon op 19 juli 1870 en eindigde op 10 mei 1871.
Het ontstaan van het Duitse Rijk is een van de belangrijkste geopolitieke ontwikkelingen in de laatste anderhalve eeuw geweest. Er ontstond een groot economisch en militair machtsblok midden in het hart van Europa. De impact van deze ontwikkeling was eigenlijk meteen duidelijk. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het bekende citaat van Benjamin Disraeli, de premier van Groot-Brittannië ten tijde van het ontstaan van het Duitse Rijk:

‘This war represents the German Revolution, a greater political event
then the French Revolution of the last century – I don’t say a greater, or
as great, a social event. What its social consequences may be are in the
future. Not a single principle in the management of our foreign affairs,
accepted by all statesmen for guidance up to six months ago, any longer exists. There is not a single diplomatic tradition which has not been
swept away.’

Disraeli had een vooruitziende blik. Duitsland is tot op de dag van vandaag het hart van zowel politiek als economisch Europa. Bovendien is Duitsland het belangrijkste land in de geschiedenis van Europa. Het aandeel dat Duitsland had in de Eerste en Tweede Wereldoorlog en de centrale rol tijdens de Koude Oorlog maken Duitsland met afstand het meest belangrijkste land in de Europese geschiedenis sinds het ontstaan van het Duitse Rijk.
Dit onderzoek beperkt zich tot 18 januari 1871, de gebeurtenissen na de kroning in de spiegelzaal spelen geen rol. Een begin is echter lastiger aan te geven. Een mogelijkheid is bijvoorbeeld de slag bij Waterloo, toen Napoleon werd verslagen en de verschillende Duitse staten ontstonden, tevens is 1815 ook het geboortejaar van Otto von Bismarck. Historici die meer naar de lange termijn kijken kunnen ook het Heilige Roomse Rijk of zelfs Karel de Grote als het begin van de Duitse natiestaat aanwijzen. Hier zal echter vooral de nadruk liggen op de ontwikkelingen van 1848, maar waar nodig zal er verder in de tijd worden teruggegaan. De Frans-Duitse Oorlog is op veel verschillende manieren een plaats gegeven in de geschiedenis van Duitsland. Na de Tweede Wereldoorlog is er een theorie ontstaan die bekend is geworden onder de Duitse term ‘Sonderweg’. Deze theorie stelt dat Duitsland een speciale weg heeft afgelegd in de geschiedenis, wat uiteindelijk heeft geleid tot de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog.
Om de ontwikkelingen rond het ontstaan van het Duitse Rijk beter te begrijpen zijn er drie onderwerpen die verder moeten worden uitgediept. Dit zijn de Frans-Duitse Oorlog zelf, de aanloop naar het ontstaan van het Duitse Rijk en de belangrijkste man van deze periode, Otto von Bismarck. Deze drie onderwerpen zijn dan ook, in deze volgorde, de onderwerpen van de paragrafen van dit onderzoek. Hoewel dit veel informatie lijkt voor dit onderzoek, is het echter essentieel voor het goed begrijpen van dit onderwerp. Ook de niet-chronologische volgorde is een bewuste keuze, die hopelijk na het lezen ervan duidelijk wordt. Door te beginnen met het einde, de Frans-Duitse Oorlog, wordt duidelijk dat deze oorlog niet per se het eindpunt was van dit proces, maar dat er nog andere mogelijkheden waren. Bij een chronologische volgorde ligt de onvermijdelijkheid altijd op de loer, en in de geschiedenis is weinig onvermijdelijk. In de conclusie zullen deze drie verschillende onderwerpen samenkomen, zodat het ontstaan van het Duitse Rijk beter geduid kan worden.

1: SEDAN

De aanleiding van de Frans-Duitse Oorlog is een van de weinige onderwerpen in de historiografie over deze oorlog waarover historici het eens lijken te zijn. Een neef van de koning van Pruisen, de latere keizer Wilhelm I von Hohenzollern, was een van de vier kandidaten voor de troon van Spanje. Het gaat om Leopold von Hohenzollern-Sigmaringen. Frankrijk was bang ingesloten te raken tussen Pruisen en Spanje, die geregeerd zouden worden door dezelfde familie, zoals ook het geval was ten tijde van de Habsburgers. Daarom drongen de Fransen erop aan dat de Pruisische kandidaat afstand zou doen van zijn kandidatuur. Als Leopold zich terug zou trekken, eisten de Fransen dat er nooit een lid van de familie Hohenzollern op de Spaanse troon zou mogen zitten. De onderhandelingen tussen Frankrijk en Pruisen mislukten hierdoor, en Frankrijk verklaarde de oorlog aan Pruisen.
Een uitgebreide beschrijving van de aanloop naar de oorlog en de minutieuze ontwikkelingen tijdens de onderhandelingen zijn te vinden in A Duel of Giants. Bismarck, Napoleon III and the Origins of the Franco-Prussian War van de historicus David Wetzel (2001). Hierin laat Wetzel op overtuigende wijze en in tegenstelling tot andere historici een genuanceerd beeld zien van de onderhandelingen en de rol van Bismarck hierin. Veel historici hebben geschreven dat Bismarck de onderhandelingen opzettelijk zou hebben laten mislukken, om zo een oorlog met Frankrijk uit te lokken. Wetzel voorziet dit beeld van enkele kanttekeningen. Over de persoon Bismarck en zijn rol in dit hele proces zal in paragraaf drie verder worden ingegaan.
Op 19 juli 1870 verklaarde Frankrijk de oorlog aan Pruisen. Er was bij het begin van de oorlog op militair niveau geen bovenliggende partij aan te wijzen. De Fransen waren zich al sinds 1866 aan het voorbereiden op een oorlog met Pruisen en hadden beter materieel. Het Pruisische leger had bewezen over een snel en goed georganiseerd leger te beschikken en stond onder zeer ervaren leiding. De Minister van Oorlog Albrecht Roon en generaal Helmuth von Moltke waren de Pruisische legeraanvoerders, die al eerder hun diensten voor Pruisen hadden bewezen. Frankrijk kon bij een goed begin van de oorlog waarschijnlijk ook nog rekenen op de steun van Oostenrijk, Italië en Denemarken, omdat zij in het dichtbije verleden ook in conflict met Pruisen waren geweest. Pruisen kon in geval van nood rekenen op de steun van Rusland en Engeland. Uiteindelijk is gebleken dat zowel Frankrijk als Pruisen het alleen met zichzelf moesten doen, omdat de andere landen om verschillende redenen zich niet mengden in de oorlog.
Het is niet de bedoeling om hier een dag-tot-dag-verslag te geven van wat er gebeurde in de eerste maanden van de oorlog. Een uitgebreid verslag en veel militaire details zijn te vinden in The Wars of German Unification van Dennis Showalter (2004). Slechts de gebeurtenissen die de loop van de oorlog bepaalden zullen hier besproken worden. De belangrijkste gebeurtenis uit de eerste maanden van de oorlog is de Franse nederlaag bij de noord-Franse stad Sedan op 2 september 1870. Napoleon III gaf zich, samen met het leger van Châlons, op deze dag over aan het leger van Pruisen. Frankrijk capituleerde niet, alleen de keizer en een leger werden gevangen genomen. Dit succes voor Pruisen kwam onverwacht snel en ze stonden nu ineens tegenover dezelfde tegenstander, onder een andere leiding.
Op 4 september 1870 werd in Parijs de derde Franse Republiek uitgeroepen. Hiermee kwam een eind aan het tweede Franse Keizerrijk en ontstond de derde Franse Republiek. Hoewel de Fransen door deze ontwikkeling een hernieuwde moraal kregen, heeft het Frankrijk niet gered. Al snel werd Parijs door de Pruisische troepen omsingeld en afgesloten van de rest van Frankrijk. Tours werd de nieuwe hoofdstad van Frankrijk, waar ze niet konden voorkomen dat op 18 januari 1871 in de spiegelzaal van het paleis in Versailles de Pruisische koning werd gekroond tot keizer van het Duitse Rijk. Deze gebeurtenis was waarschijnlijk nog pijnlijker dan de aanstaande nederlaag van de Franse Republiek. In de zaal, die symbool stond voor de Franse suprematie ten tijde van het ancién regime, werd de keizer van de nieuwe aartsvijand van Frankrijk gekroond.
De Franse nederlaag werd definitief toen de Fransen en Duitsers op 10 mei 1871 het Verdrag van Frankfurt tekenden. De belangrijkste territoriale winst voor het jonge keizerrijk was de annexatie van de Franse provincies Elzas en de Lorraine. De belangrijkste winst was echter voor Pruisen en Bismarck, die niet alleen de oorlog maar een heel keizerrijk hadden gewonnen. Overigens waren de kosten in levens van deze oorlog relatief laag, er waren minder dan dertigduizend doden gevallen aan de Duitse zijde. Tot zover de basisinformatie die nodig is voor het verder begrijpen van deze oorlog en haar plek in de Duitse geschiedenis.
De verschillende manieren waarop de Frans-Duitse Oorlog een plaats gegeven is in de geschiedenis van Duitsland zijn ruimschoots aanwezig in de historiografie. De Sonderweg-theorie is een van de bekendste, maar is al snel weer in onbruik geraakt omdat de theorie veronderstelt dat er een gewone weg is die landen afleggen in de geschiedenis, in tegenstelling tot de weg die Duitsland aflegde. Bovendien veronderstelt de theorie dat dit de enige mogelijkheid was en dat er geen andere uitkomsten mogelijk waren behalve datgene dat gebeurd is. Hoewel de theorie tegenwoordig niet meer gebruikt wordt, is het in het verleden een belangrijk punt van discussie geweest.
Een historische discussie die nog wel gevoerd wordt, is de discussie over de plek die historici deze oorlog geven in de Duitse geschiedenis. De Frans-Duitse Oorlog kan namelijk gezien worden als het sluitstuk van de zogenaamde ‘Wars of German Unification’, of als de eerste van een serie van drie conflicten tussen Frankrijk en Duitsland. De andere twee conflicten zijn uiteraard de twee wereldoorlogen. Dit verschil wordt duidelijk door twee titels naast elkaar te leggen. The Wars of German Unification van Dennis Showalter en De Frans-Duitse oorlogen. Een tragedie in drie bedrijven van Feiko R.S. van Asperen de Boer maken mooi duidelijk op welke manier er tegen deze oorlog kan worden aangekeken.
De theorie van Van Asperen de Boer is gebaseerd op de landen die aan de basis stonden van deze oorlogen. Bovendien vormden deze landen het hart van het Europese vasteland en zodra zij in oorlog met elkaar raakten keek de rest van Europa en de rest van de wereld gespannen toe. Ook is de Frans-Duitse Oorlog het begin van vijfenzeventig jaar onrust op het west-Europese vasteland. Van Asperen de Boer stelt dat voor de Duitsers na de overwinning in de Frans-Duitse Oorlog ‘een nieuwe wereld van macht en zelfvervulling open is gegaan’. Het blijkt echter toch vooral moeilijk een causaal verband te vinden tussen de Frans-Duitse Oorlog en de twee wereldoorlogen.
Er is een nog zwaarwegender verschil. In de Frans-Duitse Oorlog zijn veel minder slachtoffers gevallen dan is in de Eerste en Tweede Wereldoorlog. De impact van de Frans-Duitse Oorlog was in de gewone huiskamers veel minder dan in de twee wereldoorlogen, toen bijna iedereen wel iemand kende die was gesneuveld. Dit is een belangrijk gegeven, omdat de mate van betrokkenheid een grote rol speelt in publieke opinie. Ook bleef de Frans-Duitse Oorlog beperkt tot twee landen, de rest van de wereld keek slechts toe, in plaats van zich in de strijd te mengen. Het boek van Van Asperen de Boer is een van de weinige Nederlandstalige publicaties waarin de Frans-Duitse Oorlog een rol speelt. Helaas is het boek slecht te lezen en is Van Asperen de Boer geen geschoold historicus maar een chirurg. Nu hoeft dat geen probleem te zijn, maar dat is het in dit geval wel. In het boek probeert Van Asperen de Boer een direct verband te leggen tussen de verschillende Frans-Duitse oorlogen, hij is echter niet in staat dit op een overtuigende wijze te doen. Een belangrijk struikelblok is de vreemde stijl die Van Asperen de Boer erop na houdt.
De Frans-Duitse Oorlog kan dan ook beter gezien worden als sluitstuk van een serie oorlogen die omschreven worden als ‘The Wars of German Unification’. Hoewel de verschillende oorlogen niet direct de ‘Unification’ van Duitsland tot doel hadden, hebben ze wel de vorming van het Duitse Rijk mogelijk gemaakt. Bovendien komen deze oorlogen beter overeen als er gekeken wordt naar de schaal van de oorlogen en de landen die bij de oorlogen betrokken waren. De Frans-Duitse Oorlog was wel de meest omvangrijke oorlog in vergelijking met de oorlogen die eraan vooraf gingen. John Breuilly beweert zelfs dat de Frans-Duitse Oorlog de eerste nationale oorlog in Europa was, dus een oorlog waarbij het hele land betrokken was, in plaats van alleen het leger. De periode die aan de Frans-Duitse Oorlog vooraf gaat is onderwerp van de volgende paragraaf.

2: KÖNIGGRÄTZ

Een onderwerp waar, in tegenstelling tot de oorlog zelf, wel veel historische discussie over is, is de periode die aan de Frans-Duitse Oorlog vooraf ging. Er zijn een aantal historici die de nadruk leggen op de militaire ontwikkelingen in deze periode, en er zijn historici die vooral de nadruk leggen op de sociaaleconomische ontwikkelingen. Er zijn echter een aantal gebeurtenissen die essentieel zijn voor het ontstaan van het Duitse Rijk. Nadat Napoleon Bonaparte verslagen was, richtten de nieuwe Duitse staten de Duitse Bond op. Een van de staten die zich ook bij de Duitse Bond voegde was Oostenrijk. Oostenrijk vervulde een cruciale rol in deze periode, het maakte deel uit van de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie en was dus een machtige staat. Bovendien woonden er veel etnische Duitsers. Pruisen en Oostenrijk waren de belangrijkste partijen in de Duitse Bond en beide staten hadden graag de leiding over de Duitse Bond
In 1848 vond een andere belangrijke ontwikkeling plaats, minder dan vijfentwintig jaar voor de eenwording van Duitsland. Het ‘revolutiejaar’ 1848 ging ook in dit deel van Europa niet ongemerkt voorbij, de revolutionairen probeerden de Duitse staten te verenigen onder één kroon. Het democratisch gekozen Frankfurter Parlement slaagde er echter niet in om Duitsland te verenigen omdat de koning van Pruisen, Frederik Willem IV, de door het parlement aangeboden kroon weigerde. Opvallend is dat een vergelijkbare situatie, een aantal jaar later, in Italië wel leidde tot de formatie van een verenigd Italië.
Een ander belangrijk orgaan dat de verschillende Duitse staten op economisch vlak aan elkaar bond, was de Zollverein. Dit was een soort economische bond die de handel en industrie moest bevorderen. Het belangrijkste doel van de Zollverein was de Duitse staten te beschermen tegen economische inmenging van buitenaf. Oostenrijk werd echter buiten de Zollverein gehouden. Op economisch gebied scheidden de Duitse staten zich van Oostenrijk af. De Duitse historicus Helmut Böhme was de eerste en meest belangrijke historicus, die de nadruk legde op het belang van de Zollverein in de ontwikkeling van het Duitse Rijk. Böhme’s Deutschlands Weg zur Grossmacht (1966), is de basis voor andere historici die het sociaaleconomische belang benadrukken. Een andere historicus, John Breuilly, heeft in 1996 in The formation of the first German nation-state, 1800-1871 de nadruk op diezelfde Zollverein gelegd en laat daarmee zien dat deze historische theorie de tand des tijds heeft doorstaan. Toch heeft de nadruk op de sociaaleconomische ontwikkelingen veel te maken met de marxistische achtergrond van deze historici.
Een andere groep historici legt de nadruk op de reeks militaire overwinningen van Pruisen in de periode 1848-1871. Deze periode begon in 1848 met een oorlog met Denemarken en eindigde met de Frans-Duitse Oorlog. In 1848 maakte de Duitse Bond aanspraak op Sleeswijk en Holstein, twee hertogdommen in het noorden van het huidige Duitsland die onder de Deense kroon vielen. Dit mondde uit in de eerste Duits-Deense Oorlog, die eigenlijk niet veel veranderde aan de situatie tussen de Duitse Bond en Denemarken door de tussenkomst van andere landen, die in deze oorlog expansiedrift van Pruisen zagen en dit probeerden te dwarsbomen. In 1864 werden na de tweede Duits-Deense Oorlog alsnog Sleeswijk en Holstein aan de Duitse Bond toegevoegd. De manier waarop deze hertogdommen bestuurd moesten worden leidden tot een conflict tussen Pruisen en Oostenrijk.
De echte scheiding tussen Pruisen en Oostenrijk vond twee jaar later plaats. In 1866 raakten de landen in oorlog met elkaar toen Pruisen Holstein binnenviel, dat op dat moment onder Oostenrijks gezag stond. De nieuwe Pruisische koning Willem I (op de troon sinds 1861) en Otto von Bismarck (sinds 1862 eerste minister van Pruisen), waren de drijvende krachten achter deze oorlog. Zij wilden de positie van Pruisen versterken en Oostenrijk buiten de deur houden. Dat betekende dat ze kozen voor de zogenaamde ‘klein-Duitse oplossing’ in plaats van de ‘groot-Duitse oplossing’, dus met Oostenrijk. Willem I en Bismarck wilden de Duitse staten verenigen onder leiding van Pruisen, waarvoor Oostenrijk buitengehouden moest worden.
De oorlog tussen Oostenrijk en Pruisen duurde niet lang, maar zorgde er wel voor dat er een definitieve breuk kwam tussen beide landen. Na een campagne van zeven weken troffen beide partijen elkaar bij Königgrätz, in het huidige Tsjechië. Daar versloeg Pruisen Oostenrijk. Volgens veel historici is deze gewonnen slag, en oorlog, beslissender geweest dan de Frans-Duitse Oorlog in het proces dat leidde tot het ontstaan van het Duitse Rijk. In Königgrätz stonden bijna een half miljoen soldaten tegenover elkaar, de grootste militaire veldslag tot dan toe in de wereldgeschiedenis. Tijdens deze slag was het optreden van Helmuth von Moltke, de bevelvoerende generaal, doorslaggevend. Aanvankelijk leek het erop dat het Pruisische leger de slag niet zou winnen, omdat niet alle troepen gearriveerd waren. Toen hem werd gevraagd hoe er eventueel werd teruggetrokken, antwoordde hij: ‘Hier wordt niet teruggetrokken. Het gaat hier om Pruisen!’
Het belang van de Oostenrijks-Duitse Oorlog en slag bij Königgrätz is onderwerp van historische discussie. Showalter schrijft:

‘General histories present the war of 1866 in a “Whig” context: part of a linear process resulting ultimately in the establishment of the Second
German Reich. Austria’s expulsion from Germany seems correspondingly predictable, almost natural.’

Showalter is het niet eens met deze visie, de slag bij Königgrätz was een dubbeltje op zijn kant. De overwinning had net zo goed naar Oostenrijk kunnen gaan. Beide kampen hadden problemen en aan het begin van de oorlog was er geen bovenliggende partij aan te wijzen. Dat maakt de slag bij Königgrätz dus een erg belangrijk moment, omdat het op dit moment helemaal anders had kunnen lopen, in tegenstelling tot de eerdere oorlogen.
De Duitse staten die Oostenrijk hadden gesteund in de oorlog werden door Pruisen geannexeerd. Ook werd de Noord-Duitse Confederatie opgericht, alle staten boven de rivier Main behoorden tot deze confederatie, die onder leiding stond van Pruisen. Oostenrijk had nu niets meer te zeggen in dit deel van Duitsland. Alleen de zuid-Duitse staten stonden nu nog een verenigd Duitsland in de weg. Deze zuid-Duitse staten waren grotendeels katholiek in tegenstelling tot het protestantse noorden, om die reden was het zuiden nog op de hand van Oostenrijk, dat onder leiding stond van een katholiek vorst.
Toen de Frans-Duitse Oorlog in 1870 uitbrak, ontstond er in alle Duitse staten groot enthousiasme om Pruisen te steunen. Bismarck begreep dat dit het moment was om te handelen, hij riep de leiders van de zuid-Duitse staten bijeen om te overleggen over een verenigd Duitsland onder leiding van de Pruisische vorst. De leiders die dit niet zagen zitten werden omgekocht. Zo kon het zijn dat na drieëntwintig jaar de Pruisische vorst deze keer wel de vorst van een verenigd Duitsland wilde zijn. Na een mislukte poging van onderaf door het volk, werd nu succesvol de vereniging van Duitsland geregeld. Politiek gezien was Duitsland nu verenigd, maar er zijn historici die vraagtekens zetten bij de culturele eenheid van het Duitse Rijk. Breuilly schrijft:

‘“Unification” refers not to what happened to Germans or to Germany
but to the German states (sic). It means the destruction of multiple
sovereignities, or more precisely the transformation of state sovereignity from medium to smaller German states to Berlin where it
was merged with the sovereignity of the Prussian state.’

Ook geeft Breuilly aan dat het nieuw ontstane rijk bijvoorbeeld nog geen volkslied had en dat er problemen waren met de keuze voor een nationale vlag. De huidige Duitse driekleur was namelijk gebruikt door de revolutionairen in 1848 en ook de Pruisische vlag was niet geschikt, dus werd er voor een combinatie van die twee gekozen, de zwart-rood-witte vlag. Hoewel dit slechts kleine, overkomelijke problemen waren, gaven ze wel aan dat culturele eenheid nog niet aan de orde was.
Een belangrijke vraag die tot historische discussie heeft geleid is de vraag of de nadruk gelegd moest worden op binnenlandse of de buitenlandse politiek van Pruisen in de aanloop naar de Duitse eenwording. In de historiografie wordt dit vraagstuk aangeduid met de Duitse termen: ‘Primat der Aussenpolitik’ tegenover ‘Primat der Innenpolitik’ Wanneer het over de buitenlandpolitiek gaat, zijn natuurlijk vooral de historici aan het woord die ook de nadruk leggen op de militaire overwinningen van Pruisen. De historici die de binnenlandse politiek belangrijker vinden richten vooral hun aandacht op de Duitse Bond en de Zollverein. Deze scheiding is niet geheel terecht, omdat de binnenlandse politiek gebaseerd is op de buitenlandse politiek en andersom. Het is dus onwaarschijnlijk dat de binnenlandse of de buitenlandse politiek het predikaat ‘Primat’ verdient. Dat betekent echter niet dat het belang van beide onderschat moet worden, het betekent slechts dat de discussie heel moeilijk te voeren is.
Dit maakt het lastig een doorslaggevend moment aan te wijzen in de aanloop van de Duitse eenwording. Dat betekent eveneens dat het lastig is een concluderend oordeel te vellen over de periode van 1848 tot 1870. Duidelijk is wel dat veel van de in deze paragraaf genoemde organen en gebeurtenissen samenkomen in de Frans-Duitse Oorlog. Er vanuit gaande dat niets in de geschiedenis onvermijdelijk is, moet er dus iets gebeurd zijn of iemand geweest zijn die deze losse stukken op een beslissend moment heeft laten samenkomen.

3: VERSAILLES

Een naam die opzettelijk nog niet vaak gevallen is tot hier aan toe, is die van Otto von Bismarck. Zijn persoon en rol in het hierboven beschreven proces is vaak en uitgebreid beschreven. Volgens een van zijn biografen Otto Pflanze is Bismarck na Napoleon en Hitler de meest beschreven persoon in de moderne Europese geschiedenis. Vanwege zijn rol in de vorming van het Duitse Rijk is in Duitsland Bismarck in verschillende periodes (Weimar, Derde Rijk) verschillend gewaardeerd. In het artikel Between Saviour and Villain: 100 Years of Bismarck Biographies beschrijft Karina Urbach honderd jaar na de sterfdatum van Bismarck de reeks aan biografieën die over Bismarck zijn verschenen. Ze schrijft dat:

‘His life has been taught to at least six generations, and one can fairly
say that almost every second German generation has encountered another version of Bismarck. No other German historical figure has
been as used and abused for political purposes. Bismarck served scholars as a martial figurehead during the First World War, as an ideal Nazi predecessor in the thirties, and as a caricature of everything ‘Prussian’ after 1945.’

Het is onmogelijk en onnodig al deze verschillende interpretaties hier te bespreken. De nadruk zal vooral op de recente ontwikkelingen gelegd worden. Toch is er een publicatie waarnaar alle hier genoemde historici verwijzen. Het gaat om de biografie van Otto Pflanze Bismarck and the development of Germany, in 1963 voor het eerst verschenen en in 1990 opnieuw uitgegeven in een driedelige uitgebreide versie. Het veelvuldig gebruik van dit werk en de positieve opmerkingen die geplaatst worden maken dit boek tot een van de meest interessante publicaties over Bismarck.
Otto von Bismarck werd geboren in 1815 in een adellijke familie en was volgens bijna alle biografen een vreemde eend in de bijt. Zijn jeugd is een van de weinige dingen die alle biografen van elkaar overnemen en kopiëren, en zodoende dus weinig interessant om verder veel over te vertellen. In 1847 kwam volgens veel biografen het keerpunt in het leven van Bismarck; hij nam toen bewust afscheid van zijn aristocratische achtergrond. Hij ontwikkelde vanaf dat moment een nationalistische visie, die eigenlijk niet paste bij zijn adellijke afkomst. Bismarck had een opvallend voorkomen, dat Helge Hesse als volgt samenvat:

‘Bismarcks verschijning was imposant. Voor zijn tijd was hij erg lang,
één meter negentig. Zijn imposante kale schedel met het hoge, brede,
gewelfde voorhoofd werd gecompleteerd door een lange, ruige snor,
grote, uitpuilende ogen en doordringende blik. Bismarck had een gevestigde reputatie als redenaar, daar deed zijn falsetstem niets aan
af.’

Bismarck vervulde verschillende politieke functies, hij was onder andere gezant van Pruisen in Parijs en in St.Petersburg. In 1862 riep de toen net aangetreden koning Willem I hem terug naar Berlijn omdat hij hem moest helpen met een belangrijke hervorming van het leger waar veel geld voor nodig was en waar het parlement op tegen was. Bismarck was als enige bereid tegen de wil van het parlement in te regeren en zonder de door hen goedgekeurde Rijksbegroting.
Vanaf het moment dat Bismarck tot eerste minister werd gekozen drukte hij meteen zijn stempel op de Pruisische politiek. Toen hij op 30 september 1862 (hij was toen een week eerste minister) de begrotingscommissie toesprak, sprak hij de woorden die voor altijd aan hem verbonden zullen worden: ‘Niet door praten en meerderheids-besluiten worden de grote problemen van deze tijd opgelost, dat is de grote fout van 1848 en 1849, maar door ijzer en bloed’. Waren deze woorden niet zo typerend voor hem geweest, dan hadden ze vast de tand des tijds niet doorstaan. Zoals bleek uit de reeks oorlogen die gevoerd werden, meende Bismarck ieder woord uit het bovengenoemde citaat. Veel biografen brengen de door Bismarck gevoerde politiek in verband met een ander beroemd citaat, dat van Carl von Clauzewitz: ‘Oorlog is de voortzetting van politiek, met andere middelen’. Bismarck gebruikte de oorlogen vooral om zijn eigen politieke doel te bewerkstelligen: een verenigd Duitsland zonder Oostenrijk en onder leiding van Pruisen.
Recente publicaties leggen de nadruk op het belang van Bismarck, in tegenstelling tot historici die in de jaren ervoor vooral de nadruk legden op langere sociaaleconomische processen zoals de Duitse Bond en de Zollverein. De titel van het boek van David Wetzel laat echter niets te raden over. In A Duel of Giants beschrijft hij uitvoerig de aanloop naar de Frans-Duitse Oorlog. De rol van Bismarck was hierin volgens Wetzel cruciaal. Urbach concludeert echter in haar artikel dat de huidige Bismarck-biografen zijn persoonlijkheid en manier van regeren misschien te veel simplificeren. De spanning die tussen deze twee conclusies zit, is moeilijk weg te nemen. Hoe meer teksten er gelezen worden hoe gecompliceerder het beeld wordt.
Otto Pflanze’s biografie is waarschijnlijk de beste keuze als we op de andere historici afgaan. In het eerste van drie delen, concludeert hij dat Bismarck succesvol drie verschillende tradities heeft gecombineerd om zo het Duitse Rijk te vormen. Hij doelt dan op het autoritarisme van de Hohenzollerns, het militarisme van Pruisen en het Duitse nationalisme. Oostenrijk buiten de Zollverein houden en de oorlog tegen Oostenrijk, hebben ervoor gezorgd dat Bismarck alleen deze tradities bij elkaar moest brengen. Pflanze is ook stellig over Bismarcks bedoelingen ten aanzien van de Frans-Duitse Oorlog. Pflanze schrijft: ‘Trough a national crusade against France, Bismarck expected to produce a flood of German sentiment that would overflow the barriers of southern particularism.’ Op de vraag in welke mate Bismarck verantwoordelijk is voor de vorming van het Duitse Rijk, is geen concreet antwoord te geven. Het is wel duidelijk dat Bismarck met zijn voorkomen en met zijn politieke ideeën, meer dan zijn stempel heeft gedrukt op de geschiedenis van het Duitse Rijk en het vervolg daarvan.
Aanvankelijk was het de bedoeling Bismarck niet op te nemen in dit onderzoek uit angst voor de enorme hoeveelheid aan biografieën en andersoortige informatie. Toen bleek dat er geen weg om Bismarck heen ging, is ervoor gekozen om gebaseerd op recente publicaties een beeld te schetsen van Bismarck. Op het geringe aantal pagina’s hier voorzien, kan niets anders dan een karikatuur weer worden gegeven. Soms geeft een eenvoudige weergave een beter overzicht dan een compleet beeld. Voor Bismarck gaat dit niet op. Ook uitgebreidere beschrijvingen van Bismarck hebben te maken met problemen, het leven van Bismarck is doorspekt van tegenstrijdigheden. Dat maakt het niet alleen lastig zijn leven te begrijpen, ook keuzes en voorkeuren zijn op deze manier moeilijk te destilleren uit de bronnen die over zijn. Alleen de basis van deze informatie is hier weergegeven, en daar komt een beeld uit naar voren van een man die een doel voor ogen had en dit probeerde te verwezenlijken. Op weg naar de eenwording van Duitsland schuwde hij de inzet van mensenlevens niet, net zoals Clauzewitz zag Bismarck in oorlog slechts een andere manier om zijn politieke doel te bereiken.
Het is uiteindelijk lastig om een concluderend oordeel te geven over hoe Bismarck precies het Duitse Rijk heeft gecreëerd. Duidelijk is wel dat Bismarck een sleutelrol vervulde in de tijd die aan het ontstaan van het Duitse Rijk vooraf ging. Ook tijdens de Frans-Duitse Oorlog was Bismarck de belangrijkste politieke persoon van Duitsland. Het is echter onmogelijk te stellen dat het Duitse Rijk zonder Bismarck niet had bestaan.

CONCLUSIE

Het ontstaan van het Duitse Rijk is een gebeurtenis die de rest van de geschiedenis van Europa heeft veranderd. Het blijkt echter lastig een goed antwoord te geven op de vraag welke rol de Frans-Duitse Oorlog speelde in dit proces. De grote hoeveelheid literatuur en de verschillende invalshoeken die door verschillende historici zijn gevonden maken het lastig een goede interpretatie van deze oorlog te geven. De oorlog raakte de juiste snaar in de Duitse staten en maakte zo de vereniging mogelijk. Toch duurde het even voordat de eenwording tot stand kwam, nadat Napoleon III gevangen was genomen. De impact van de oorlog was wel groter dan die van de oorlogen die eraan vooraf gingen.
De aanloop naar de vorming van het Duitse Rijk was een weg die op heel veel momenten heel anders had kunnen lopen. Op sociaal en economisch gebied waren er belangrijke ontwikkelingen die mogelijkheden schiepen voor andere opties. De Duitse Bond en de Zollverein zijn hiervan de meest duidelijke voorbeelden. Beide hadden de mogelijkheid op een bepaalde manier de vorming van de Duitse staat op zich te nemen. Er zijn historici die in deze organen de belangrijkste voorwaarden zien voor het ontstaan van het Duitse Rijk. Daar tegenover staan de historici die menen dat de reeks oorlogen die Pruisen voerde een doorslaggevend element waren in het proces. De slag bij Königgrätz was volgens Showalter een beslissend moment, had Pruisen deze slag en dus de oorlog met Oostenrijk verloren, dan zouden we waarschijnlijk geen Duits Rijk gehad hebben.
Dat Otto von Bismarck een niet te onderschatten rol heeft gespeeld in de geschiedenis van Duitsland is duidelijk. Hoe deze rol beschreven en gewaardeerd moet worden is al sinds het overlijden van Bismarck een discussie onder historici. In de meest recente publicaties wordt Bismarck weer als de spil van de Duitse eenwording gezien. De biografie van Otto Pflanze is basis voor verder onderzoek en maakt goed duidelijk waar Bismarck mee bezig was. Volgens Pflanze combineerde Bismarck de verschillende tradities die in de Duitse staten aanwezig waren. Dat is waarschijnlijk de beste conclusie als het om Bismarck gaat, de rest van zijn doen en laten staat nog steeds ter discussie.
Dat het Duitse Rijk tijdens de Frans-Duitse Oorlog is ontstaan is een feit. Dat is eigenlijk het enige dat met zekerheid is vast te stellen omtrent het ontstaan van het Duitse Rijk. De Frans-Duitse Oorlog was zowel een einde als een begin. Het is het einde van de oorlogen dat Duitsland verenigde, en het was het begin van een groot economisch en politiek machtsblok midden in Europa. Dat dit grote gevolgen heeft gehad voor de geschiedenis van Europa en de rest van de wereld wisten we al. Het is echter opvallend dat over het ontstaan van dit Europese machtsblok nog steeds geen consensus is bereikt in de historiografie.
De niet chronologische aanpak, die gebruikt is om dit historische proces te beschrijven, is niet op ieder historisch onderwerp toepasbaar. In dit geval maakt het echter goed duidelijk dat er niet één mogelijkheid was. De niet-chronologische aanpak maakt goed duidelijk dat er geen sprake was van onvermijdelijkheid in de periode voor de Frans-Duitse Oorlog. Belangrijker is misschien dat het mijzelf het inzicht heeft gegeven dat geschiedenis niet altijd in een rechte lijn beschreven hoeft te worden, en dat een andere aanpak ook een bevredigend resultaat kan hebben.

LITERATUURLIJST

Asperen de Boer, Feiko R.S. van, De Frans-Duitse oorlogen. Een tragedie in drie bedrijven. Over oorzaken, achtergronden en onvermijdelijkheid (Soesterberg 2007).

Breuilly, John, The formation of the first German nation-state, 1800-1871 (Londen en New York 1996).

Hesse, Helge, Dan liever de lucht in! De wereldgeschiedenis in 75 beroemde uitspraken (Frankfurt am Main 2006).

Martel, Gordon ed., Modern Germany reconsidered, 1870-1945 (Cambridge 1992).

Noble, Thomas F.X. e.a., Western Civilization. Beyond Boundaries (Boston en New York 2008).

Pflanze, Otto, ’Bismarck and German Nationalism’, The American Historical Review 60 (1955) 548-566.

Pflanze, Otto, Bismarck and the development of Germany. Volume 1: The period of unification 1815-1871 (Princeton en Oxford 1990).

Showalter, Dennis, The wars of German unification (New York 2004).

Urbach, Karina, ‘From Saviour to Villain. 100 years of Bismarck biographies’, The Historical Journey 41 (1998) 1141-1160.

Wetzel, David, A Duel of Giants. Bismarck, Napoleon III, and the origins of the Franco-Prussian war (Madison en Londen 2001).

About the author:

Back to Top