Jonge Historici oordeelt: de Libris Geschiedenis Prijs 2015 – De Stamhouder

Jonge Historici oordeelt: de Libris Geschiedenis Prijs 2015 – De Stamhouder

Jonge Historici oordeelt: de Libris Geschiedenis Prijs 2015 – De Stamhouder

Reacties uitgeschakeld voor Jonge Historici oordeelt: de Libris Geschiedenis Prijs 2015 – De Stamhouder

Wat wordt het beste geschiedenisboek van 2015? Tijdens de Maand van de Geschiedenis beraadt een vakjury zich over die vraag, maar ook wij hebben natuurlijk een mening klaar. Namens JH hebben vijf recensenten de genomineerde titels voor de Libris Geschiedenis Prijs gelezen en een oordeel geveld. Vandaag bespreekt Arnout le Clercq het boek ‘De Stamhouder’, geschreven door Alexander Münninghoff. 

De stamhouder is een adembenemende en onthutsende familiegeschiedenis die vrijwel de gehele twintigste eeuw omspant. Alexander Münninghoff (1944) verhaalt over zijn grootvader, een sluwe Nederlandse ondernemer die in vooroorlogs Letland puissant rijk werd en trouwde met een Russische gravin; over zijn vader, hun oudste zoon Frans, die tijdens de oorlog bij de Waffen-SS aan het Oostfront vocht; over zijn moeder Wera, die hem in Poznan (toen nog Posen geheten) ten midden van Russische bombardementen ter wereld bracht; over andere leden van zijn kleurrijke en twistzieke familie en tenslotte over zichzelf, de stamhouder.

Alles begint wanneer hij op een namiddag op de zolder van het familiehuis in Voorburg een helm vindt: ‘Zwart en dreigend glanzend, met aan de ene kant een zwart-wit-rood embleem en aan de andere kant twee helwitte kleine bliksemschichten. Instinctief begreep ik dat het ding een geheim vertegenwoordigde.’ Zijn wervelende familiekroniek gidst de lezer vervolgens onder meer langs het Baltikum, het Oostfront en naoorlogs Nederland en Duitsland.

De stamhouder plaatst zich binnen een genre van geschiedschrijving dat de laatste jaren in zwang is: de geschiedenis benaderen vanuit het persoonlijk verhaal, vanuit het perspectief van de familie. Zoals bijvoorbeeld het tevens succesvolle The hare with amber eyes van Edmund de Waal (2010). Het boek van Münninghoff maakt ook deel uit van een andere recente trend: het vertellen van minder conventionele oorlogsverhalen, zoals het SS-verleden van zijn vader. Zo verscheen eerder dit jaar Vaderskind van Ad Fransen, eveneens over een vader met een SS-verleden, door een redacteur van NRC Handelsblad nog ‘Münninghoff on speed’ genoemd. Hiermee wordt het starre naoorlogse narratief van daders en slachtoffers enigszins doorbroken, waarbinnen er geen ruimte bestond voor een genuanceerde benadering van familieleden die voor de Waffen-SS (of überhaupt voor de Duitsers) vochten. Ook niet als ze dat in eerste instantie deden vanuit een idealisme dat vooral tégen de Sovjets geënt was, en niet zozeer voor de nazi’s, zoals bijvoorbeeld Frans Münninghoff. Door het Molotov-Ribbentropp pact moest de familie Münninghoff in 1939 Letland verlaten en al hun bezittingen achterlaten.

COVER-BOEK-DE-STAMHOUDER

Hiermee komt een ongemakkelijk historisch onderwerp aan het licht: de grote gedwongen verplaatsing van mensen in Centraal- en Oost-Europa tijdens de Tweede Wereldoorlog. Mensonterende projecten als het Duitse Heim ins Reich zorgde voor de deportatie van duizenden Polen en de gedwongen import van Duitse Balten, terwijl de terreur van Stalin ervoor zorgde dat vele inwoners van de bezette gebieden zich aan de zijde van nazi’s schaarden nadat deze de gebieden ‘bevrijd’ hadden. Een onderwerp dat ook naar voren komt in In de schaduw van de grote broer van Laura Starink, dat tevens genomineerd is voor de Libris Geschiedenisprijs dit jaar.

Het verhaal is echter geen apologie voor de vader van Münninghoff. Een van de elementen die De stamhouder tot een sterk boek maakt is de bewonderenswaardige compromisloosheid waarmee Münninghoff zijn familie weet te schetsen en te karakteriseren. Hij is boven alles een waarnemer en presenteert de gebeurtenissen zonder al teveel opsmuk, hoe bevreemdend of hartverscheurend deze af en toe ook zijn. De doorgaans rommelige familieverhoudingen worden zorgvuldig uitgeplozen, variërend van de onderlinge haat en nijd tot de schalkse amoureuze toespelingen die achter de deuren van het familiehuis plaatsvonden. Dit soort uitweidingen over de familieperikelen maken het verhaal echter nergens langdradig of saai. De stamhouder heeft een aangenaam vlot tempo, mede door de stijl: een prettige combinatie van literaire schoonheid en journalistieke souplesse.

Münninghoff plaatst het portret van zijn familie zorgvuldig binnen de historische gebeurtenissen van de tijd, waar zij ooggetuigen van waren. Hij weet continu een mooie balans te vinden tussen het ‘grote’ historische verhaal en het ‘kleine’ persoonlijke verhaal. Niet alleen de dramatische oorlogsgeschiedenis, maar ook het kille naoorlogse klimaat in Nederland en Duitsland komt goed naar voren. Een tekenende anekdote is wanneer Münninghoff als achtjarige jongen in Duitsland bevriend raakt met een zekere Hans. Wanneer ze gaan spelen met hun speelgoedsoldaten, presenteert Hans zijn eigen leger van tin: ‘‘Waffen-SS, Division Wiking’, zei de trotse bezitter, ‘komplett und unbesiegbar’. Wiking! Dezelfde divisie als waarin mijn vader had gevochten!’ Wanneer de jonge Alexander met een Amerikaanse miniatuurtank wint, is Hans door het dolle heen. ‘Ich bring dich um! Dacht je dat je mij zo kunt beledigen! Dat jij met je Scheissamipanzer mijn Wikinger kunt verslaan? Mijn vader heeft samen met ze gevochten. Hij is gewond, hoor je? Gewond! Kriegsverletzter Erster Klasse!’

Een zure criticus zou kunnen opmerken dat een boek als De stamhouder strikt genomen geen ‘echt’ historisch werk is. ‘De stamhouder is autobiografisch en berust op feiten en familieverhalen’, vermeldt de binnenflap. Voetnoten zijn in geen velden of wegen te bekennen en voor een overzichtsgeschiedenis is de lezer ook niet aan het juiste adres. Maar dat hoeft ook niet. Het boek herinnert ons eraan dat bij geschiedenis juist het verhaal centraal hoort te staan. Münninghoff is een goede verteller en bezit daarnaast een uitstekend historisch zintuig. Dat maakt De stamhouder tot een prachtige kroniek die zowel historici als andere lezers nog lang zal heugen.

Foto Arnout

Arnout le Clercq (1991) is masterstudent geschiedenis in Leiden. Op het moment woont hij in Berlijn en studeert hij aan de Humboldt-Universität. Hij doet daar onderzoek voor zijn masterscriptie, die zal gaan over de gebruikerscultuur van cocaïne en drugspolitiek in Berlijn gedurende de Weimarrepubliek. Verder houdt hij zich bezig met de moderne geschiedenis van het Iberisch schiereiland en Centraal-Europa. Naast geschiedenis liggen zijn interesses bij journalistiek, literatuur en muziek. Hij liep eerder dit jaar stage bij de boekenredactie van NRC Handelsblad. Arnout is daarnaast oud-secretaris van de Jonge Historici. Nu schrijft hij recensies en buitenlandcolumns voor onze website.

About the author:

Back to Top