Jonge Historici oordeelt: de Libris Geschiedenis Prijs 2015 – Eigen meester, niemands knecht

Jonge Historici oordeelt: de Libris Geschiedenis Prijs 2015 – Eigen meester, niemands knecht

Jonge Historici oordeelt: de Libris Geschiedenis Prijs 2015 – Eigen meester, niemands knecht

Reacties uitgeschakeld voor Jonge Historici oordeelt: de Libris Geschiedenis Prijs 2015 – Eigen meester, niemands knecht

Wat wordt het beste geschiedenisboek van 2015? Tijdens de Maand van de Geschiedenis beraadt een vakjury zich over die vraag, maar ook wij hebben natuurlijk een mening klaar. Namens JH hebben vijf recensenten de genomineerde titels voor de Libris Geschiedenis Prijs gelezen en een oordeel geveld. Vandaag bespreekt Ferry Gouwens het boek ‘Eigen meester, niemands knecht’, geschreven door Cees Fasseur. 

‘Zelden zijn mannen met groter ongeduld verblijd, wij zullen ook de ontvangst bereiden die zij verdienen. Verdienen als de soldaten van de vrijheid, als vernietigers van de ergerlijkste dwingelandij die de wereld ooit heeft gekend. (…) Het uur der bevrijding heeft geslagen.’
(Gerbrandy in een van zijn toepraken voor Radio Oranje)

Na de verschijning van Eigen meester, niemands knecht waren de Nederlandse dag- en weekbladen lyrisch. De verwachtingen waren dan ook hooggespannen voordat het boek goed en wel was opengeslagen. Een goede biografie staat of valt met een geschikte hoofdpersoon; wat dat betreft leek Gerbrandy als minister-president tijdens de Tweede Wereldoorlog een goede keus. Pieter Sjoerds Gerbrandy (1885-1961) zal nog bij veel hoogbejaarden bekend staan als een van de stemmen die zij op Radio Oranje konden horen, de minister-president die nauw bij de opkomst en bloei van de radio betrokken was geweest en de kracht van dit toentertijd nog nieuwe medium  kende. Een kale man met een snor waar menig hipster jaloers op kan zijn en de enige minister-president die van de eerste tot de laatste dag regeerde zonder parlement. Kortom, een politiek figuur die zonder meer een eigen biografie verdiende en met Fasseur een uiterst geschikte biograaf heeft gekregen.
Eigen-meester-niemands-knecht-–-Cees-Fasseur

Voor Fasseur was het na de voltooiing van de biografie van Wilhelmina een logische stap om aan een biografie van Gebrandy te beginnen. Bij zijn onderzoek voor de Wilhelmina-biografie miste hij namelijk een wetenschappelijk onderbouwde biografie van Gerbandy, dus de optelsom was snel gemaakt. De biografie van Gerbrandy is een traditionele biografie, beginnend bij de vroege jeugd op de ouderlijke boerderij in het Friese Goëngamieden en eindigend bij zijn dood door de ziekte van Kahler, botkanker, in september 1961. Ook besteedt Fasseur kort aandacht aan de herinnering aan Gerbrandy in latere jaren.

In die zin is het een complete biografie geworden, vlot geschreven, vol met mooie anekdotes die kleur geven aan de persoon Gerbrandy. Fasseur vat Gerbrandy in zijn inleiding al samen als een ‘dwarsligger en een vat vol tegenstrijdigheden’. Maar hij was ook zeer godsdienstig (hij strooide regelmatig met citaten uit de Bijbel) en stijfkoppig en direct, wat wellicht te danken was aan zijn Friese achtergrond. Het bracht hem regelmatig in conflict met Wilhelmina en deed in Engeland de wenkbrauwen fronsen. Zo hield hij zijn tafelgenoten tijdens een lunch met Britse en Nederlandse hoogwaardigheidsbekleders doodleuk voor dat de Duitse concentratiekampen waren afgekeken van de Britse interneringskampen in de Boerenoorlog (p. 223). Dat het een gevoelige opmerking was is een understatement.

De biografie is in grote mate een politieke biografie geworden, met een sterke en goed te rechtvaardigen nadruk op de periode 1940-1945. Over de persoon Gerbrandy in de privésfeer komen we verder weinig te weten en Fasseur heeft zich bewust niet gewaagd aan psychologie van de koude grond, omdat historici daar in zijn woorden niet voor geleerd hebben. Dat is soms wel een gemis, je hoopt als lezer toch dat jarenlang onderzoek meer boven water zou krijgen. Ondanks dat maken de hoofdstukken 11 t/m 24 veel goed. Daarin komt onder meer de relatie tussen Gerbrandy en Wilhelmina aan bod en besteedt Fasseur bijvoorbeeld aandacht aan de oorlogsretoriek van de minister-president. Gerbrandy haalde zijn inspiratie deels uit de geschiedenis van de Tachtigjarige Oorlog. In de beginjaren van de Nederlandse Opstand leek de situatie immers ook niet meer te redden, maar hadden de Nederlanden met een Oranje aan het hoofd zich toch aan de tirannie van Filips II weten te onttrekken. Ook verwees Gerbrandy naar de Glorious Revolution van 1688 en de strijd tegen de annexatiedrift van Lodewijk XIV, waarbij een voorvader van Prime Minister Winston Churchill, John Chruchill, als veldheer een hoofdrol vertolkte (p. 294).

De relatie tussen Gerbrandy en de koningin is met name interessant omdat hun verstandhouding veranderde in de loop der jaren. Gerbrandy toonde zich in de eerste jaren een volgzame minister-president, wat Fasseur verklaart door onzekerheid in zijn nieuwe rol en zijn geworstel met de Engelse taal. Later kwamen de twee vaak in conflict, omdat zij beiden andere ideeën hadden over hoe Nederland na de oorlog politiek en maatschappelijk ingericht moest worden. Wilhelmina had een sterke vernieuwingsdrift, terwijl Gerbrandy en andere ministers veel conservatiever waren. Daarnaast durfde Gerbrandy zich veel meer uit te spreken tegenover de koningin die zulke tegenspraak niet gewend was. Gerbrandy was ook te veel een einzelgänger om compromissen te sluiten. Polderen en de kunst van de persuasie waren niet aan hem besteed. Dat bleek zijn grootste politieke zwakte en het maakt het des te opmerkelijker dat hij de ministerraad zo lang bij elkaar heeft weten te houden.

Dat deze biografie is genomineerd voor de Libris Geschiedenisprijs is geen verrassing. Biografieën doen het altijd goed en Fasseur is zonder meer een boeiende verteller. Toch zijn er wat minpunten aan het boek; zo blijft het jammer dat we alleen kennis maken met de politicus Gerbrandy, ook al kan dat (deels) worden verklaard door de aard van het bronnenmateriaal. Hoewel het onderzoek verder heel grondig is ontbreekt een theoretisch kader volledig en persoonlijk voelde ik sterk het gemis van een zakenregister. Ondanks deze minpuntjes heeft Fasseur een Gerbrandy-waardige biografie geschreven.

Cees Fasseur, Eigen meester, niemands knecht. Het leven van Pieter Sjoerds Gerbrandy. Minister-president van Nederland in de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam, 2014, Uitgeverij Balans, 606 blz., ISBN 978 94 600 3825 9) €24,95

0669f3aFerry Gouwens (1990) rondde in september 2013 de research master Medieval and Early Modern European History af aan de Universiteit Leiden door een politieke biografie te schrijven van de Utrechtse edelman Johan van Reede, heer van Renswoude (1593-1682). Over dezelfde Van Renswoude verscheen in mei 2015 van zijn hand een artikel in Virtus. Journal for Nobility Studies. Daarnaast publiceert hij ook artikelen over maritieme geschiedenis. Tijdens zijn studie was hij redactielid bij Leidschrift, onder meer als eindredacteur. Momenteel werkt hij bij het wetenschappelijk tijdschrift BMGN-Low Countries Historical Review, verbonden aan het KNHG in Den Haag.

About the author:

Back to Top