Van Katholieke Universiteit Nijmegen naar Radboud University: een argumentenspoor

Van Katholieke Universiteit Nijmegen naar Radboud University: een argumentenspoor

Van Katholieke Universiteit Nijmegen naar Radboud University: een argumentenspoor

1 reactie op Van Katholieke Universiteit Nijmegen naar Radboud University: een argumentenspoor

LEES HIER DE SCRIPTIE WAAR DIT ESSAY OP GEBASEERD IS. BEKIJK HIER ONDERTUSSEN ALLE SCRIPTIES VAN DE UITGEVERIJ.

WIL JIJ OOK JE SCRIPTIE PUBLICEREN EN EEN ESSAY SCHRIJVEN? STUUR DAN NU JE STUK OP.

 

door Elmar van de Ree

 

In oktober 2018 ontstond op de websites van de universiteitsbladen Vox en Folia een polemiek. Folia-columniste Linda Duits was als lid van de promotiecommissie van Marijke Naezer (genderstudies) aanwezig bij een promotie op de Radboud Universiteit (RU). Zij ervoer hier enig ongemak bij het uitspreken van het op de RU gebruikelijke gebed bij een promotie en ook Naezer zelf vond de Latijnse tekst ‘raar’ en ‘bevreemdend’. Wat later stelde Duits in haar column in Folia dat gewetensvrijheid ook gaat over het kiezen voor een ‘godsdienstloze levenshouding’ en dat het te makkelijk is om te zeggen dat promovendi die moeite met een gebed hebben, maar aan een andere universiteit moeten promoveren. Er is immers ‘in de wetenschap ruimte voor religie, maar de wetenschap dient religie niet op te dringen aan haar beoefenaars’.[1] Hoogleraar Nederlandse letterkunde Jos Joosten (RU) stelde in een column op de website van Vox hierop als oplossing voor: de openbare universiteiten in Nederland zijn ver in de meerderheid, dus waarom zou je promoveren op een bijzondere universiteit, wanneer je moeite hebt met de ‘bijzondere’ gebruiken van die universiteit? Over en weer volgde nog een reactie, maar de voorzitter van het College van Bestuur, Daniël Wigboldus, beslechtte spoedig het pleit: het gebed op de RU bleef. Volgens Wigboldus draagt de ceremonie bij aan de onderlinge verbondenheid op de universiteit: ‘Dit ritueel verbindt ons met elkaar en ons verleden, onafhankelijk van ieders (on)geloof, in volledige wetenschappelijke vrijheid.’[2]

De Vox haakte in op bovenstaande discussie en bracht in december 2018 een speciale editie uit over het katholieke geloof, het draagvlak voor het bijzondere karakter van de RU en de relatie van de katholieke identiteit van de RU met wetenschapsbeoefening. In de redactionele inleiding wordt het thema van het nummer als volgt samengevat: ‘Geloven en weten, gaat dat (nog) wel samen?’ Uit een enquête verderop in het nummer blijkt dat nu nog een krappe vijfentwintig procent van de hoogleraren aan de Radboud Universiteit Nijmegen katholiek is – bijna zestig procent is atheïst of agnost.[3] Een flinke afname sinds de jaren zestig, toen op sommige faculteiten van de Katholieke Universiteit Nijmegen (KUN), zoals de naam van de universiteit toen nog luidde, wel negentig procent van de hoogleraren katholiek was. In deze longread volg ik het argumentenspoor vóór het katholieke karakter van de Nijmeegse universiteit, voor de ‘K’, van de ‘lange jaren zestig’ tot de naamswijziging van de universiteit in 2004. Dit gebeurt aan de hand van de gedachtewisselingen, interviews en opiniestukken zoals die verschenen zijn in KU Nieuws/Vox rondom de commissie Schillebeeckx, twee uitgebrachte identiteitsnota’s van het College van Bestuur, in 1984 en 1992, en de naamsverandering van KUN naar Radboud Universiteit Nijmegen in 2004. Ik kijk welke argumenten er in deze discussie te onderscheiden zijn en welke specifiek de doorslag gaven om de ‘K’ uit de naam van de Nijmeegse universiteit te schrappen.

Commissie Schillebeeckx en het benoemingsbeleid

Het beginpunt van de discussie omtrent het katholieke karakter van de Universiteit Nijmegen plaats ik op 3 oktober 1966, toen de eerste vergadering van de Commissie Schillebeeckx plaatsvond. Deze commissie, onder voorzitterschap van de theoloog E. Schillebeeckx, was in het leven geroepen naar aanleiding van een kritisch opinieartikel over de confessionaliteit van de Nijmeegse universiteit in het Nijmeegs Universiteitsblad en had tot doel zich te bezinnen op ‘het bijzondere karakter en de functie van de K.U. te Nijmegen’.[4] In de actieve periode van deze commissie en de jaren daarna kwam de discussie regelmatig tot leven in KU Nieuws. De commissie stelde namelijk een betekeniswijziging van dat predicaat voor. ‘Catholica’ moest verstaan worden naar ‘zijn oorspronkelijke, bovenconfessionele inhoud’: een open, oecumenisch katholicisme. Als dit niet gedaan werd, was het predicaat vervallen tot ‘historisch relikt’ zonder wezenlijke waarde, concludeerde de commissie.[5]

E. Schillebeeckx in 1970.
Afbeelding: Nationaal Archief/Wikipedia Commons.

Hoewel de commissie dus oordeelde dat de universiteit er goed aan zou doen om het predicaat ‘katholiek’ te handhaven, joeg zij toch conservatieve katholieken tegen zich in het harnas vanwege de voorgestelde wijziging in de invulling van de ‘K’. Neerlandicus en historicus L.J. Rogier stelde bijvoorbeeld dat de betekenisverschuiving rechtstreeks in strijd was met de voornemens van de oprichters van de universiteit en alleen al daarom niet wenselijk was.[6] Een ander historisch onderbouwd argument werd naar voren gebracht door hoogleraar empirische sociologie M. Albinski. Hij stelde dat de morele band die de KUN met het katholieke volksdeel had niet uit de weg gegaan kon worden. Dit volksdeel droeg immers van 1923 tot 1947 vrijwel alle kosten voor de universiteit en dat bracht naar mening van Albinski ook in 1971 nog een historisch bepaalde schatplichtigheid met zich mee. Een ander vaak gehoord argument is meer pragmatisch van aard. In een opiniestuk van KUN-alumnus Cornelis Verhoeven werd betoogd het predicaat katholiek te behouden, omdat het onzinnig zou zijn ‘een verandering van karakter door een nieuwe naam tot uitdrukking te willen brengen’.[7]

Een ander pragmatisch argument, dat overigens vooral door (oud-)bestuurders van de KUN werd ingebracht, was dat het bijzondere karakter van de universiteit bepaalde vrijheden met zich meebracht. Een bijzondere universiteit kon bijvoorbeeld een meer ‘universiteits-eigen’ benoemingsbeleid hanteren dan een rijksuniversiteit: in plaats van de Minister van Onderwijs had het episcopaat het laatste woord over een kandidaat-hoogleraar. Dit argument kwam dus neer op het ‘voordeel’ dat men mocht selecteren op het al dan niet katholieke geloof van de kandidaat-hoogleraar. Eind 1975 leek de strijd beslist in het voordeel van de katholieken die waarde hechtten aan de toevoeging ‘katholiek’. Deze toevoeging bleef behouden voor de universiteit, hoewel de invulling van het begrip onder druk bleef staan. Dit bleek bijvoorbeeld in 1984, toen het College van Bestuur de identiteitsnota Meer dan een naam: de identiteit in relatie tot de grondslag uitbracht.

Twee identiteitsnota’s

Deze nota was een ‘bestuursnota met concrete voorstellen ter versterking van de katholieke grondslag overal in het universitaire bedrijf’, een ‘activiteitenplan’.[8] In de nota werd met name de invulling van de ‘K’ aan de orde gesteld. Dat de grondslag katholiek was en dit zo moest blijven, was voor het College van Bestuur geen discussiepunt. Het zou bijvoorbeeld tot uiting moeten komen in een sterke filosofische faculteit die inbreng zou leveren in alle curricula. Ook werd er gedacht aan de oprichting van een meditatief centrum ter religieuze zingeving op het universiteitsterrein en kwam het personeelsbeleid wederom naar voren. Aan personeelsleden mochten zo aanvullende eisen gesteld worden, juist met betrekking tot de katholieke grondslag van de universiteit. Een lid van de bekende katholieke familie Brenninkmeijer werd in maart geïnterviewd in KU Nieuws. Hij liet weten achter het CvB te staan in de identiteitskwestie en merkte op dat op de KUN ‘de cluster van levensbeschouwelijke vragen duidelijk christelijk verwoord naar buiten wordt gebracht’. [9] Dit was volgens Brenninkmeijer zeer positief te noemen. Hij sloot zich erbij aan dat de grondslag an sich niet im frage was en dat het ging om de invulling van die grondslag. Er was, kortom, brede consensus over het behoud van de ‘K’, maar sterke discussie over de invulling ervan. Dit is dezelfde situatie als die we eerder zagen in de jaren zestig rondom de commissie Schillebeeckx.

Wanneer het debat na het interview met Brenninkmeijer verder gevolgd wordt, stuiten we in 1992 op een volgende identiteitsnota: De katholieke universiteit Nijmegen, draagvlak en profilering van haar katholieke identiteit. De naam doet al vermoeden dat, anders dan in 1984, met deze nota ook het ‘draagvlak van de katholieke identiteit’ onderzocht werd. De overeenkomsten met de vorige nota van 1984 worden in KU Nieuws echter meer op de voorgrond geplaatst. Zo schrijft J. van de Woestijne dat in wervingsoproepen voor nieuw personeel de katholieke identiteit van de KUN ‘als positief element om te solliciteren’ werd opgenomen. Ook werd expliciet gevraagd naar de godsdienstige overtuiging van de kandidaat en naar diens bereidwilligheid mee te werken aan ‘mogelijke activiteiten op het gebied van de identiteit’.[10] Toenmalig CDA-kamerlid Ad Lansink noemde de nota in KU Nieuws een ‘moedige stap in deze materialistische samenleving’ en stelde voorts geen docent of student te willen weigeren om diens geloofsovertuiging, maar dat studenten die de gekozen grondslag niet accepteren en willen tegenwerken ‘naar een andere universiteit moeten vertrekken’.[11] In maart 1992 publiceerde M. Slaghekke, voormalig medisch socioloog aan de KUN, een uitgebreid opinieartikel in KU Nieuws. Hierin beargumenteerde Slaghekke de stelling dat de ‘heisa’ aan niet-katholieke zijde over de identiteitsnota overdreven was. Ook in dit opinieartikel werd met name het benoemingsbeleid als belangrijkste punt van de nota (en discussie) gezien. Zo stelde Slaghekke: ‘Niets lijkt me meer voor de hand te liggen dan dat een instelling personeel zoekt dat geëngageerd is met de doelstelling.’[12]

De verdeling die in de jaren zestig reeds geconstateerd is tussen praktische en ideologische argumenten blijft dus ook in de jaren tachtig en negentig overeind. Er wordt enerzijds gewag gemaakt over het ‘eigen’ benoemingsbeleid, waarin katholieken een voorkeurspositie kunnen hebben, en anderzijds over de brede integratie van filosofie en religieuze zingeving in de verschillende curricula. In 2004 werd dan, na veertig jaar commissies en nota’s, de naam van de universiteit aangepast: de ‘K’ verdween uit de naam en het werd Radboud Universiteit Nijmegen. Deze naam is niet zomaar gekozen: zo verwijst hij naar de Sint Radboudstichting, een in 1905 opgerichte stichting die ijverde voor een katholieke universiteit in Nederland – die er in 1923 te Nijmegen zou komen.

Gedenkbordje St. Radboud Stichting. Afbeelding: Katholiek Documentatie Centrum, Radboud Universiteit Nijmegen.

De doorslaggevende reden om voor de naam Radboud Universiteit te kiezen, volgens toenmalig voorzitter van het College van Bestuur Roelof de Wijkerslooth, is dat de universiteit meer eenheid met het academisch ziekenhuis, UMC St. Radboud geheten, wilde uitstralen: ‘Je kunt je als middelgrote universiteit in de toekomst alleen staande houden als je inzet op één beeld, op één herkenbaar gezicht.’[13]  sda

 

 

 

 

 

 

 

 

Niet meer katholiek (in naam)

Er kon moeilijk gesteld worden dat iedereen gelukkig was met de nieuwe naam. Uit een enquête onder hoogleraren in Vox gehouden in 2002 bleek dat toen 3,5% van de hoogleraren de voorkeur gaf aan Radboud, tegenover 29,9% aan geen naamswijziging en 48,3% aan ‘Universiteit Nijmegen’. Schillebeeckx, dan 87 jaar, werd nogmaals naar zijn mening gevraagd en bleek niet van mening veranderd: ‘Wat heeft het voor nut om de “K” plotseling weg te halen?’ Verder stelde hij dat als ‘Catholica’ zo verstaan wordt als de commissie toentertijd voorstelde, er ook inhoudelijk nog meer dan voldoende reden was de ‘K’ te handhaven: ‘Er zijn nog genoeg studenten en docenten bezig met spiritualiteit om de grondslag van de Catholica te laten bestaan.’[14]

Drie historici, die zichzelf aanduidden als ‘Radboud-rebellen’, voegden een nieuw argument aan de discussie toe. De naamsverandering was volgens hen een symptoom dat duidde op het oprukkende belang van valorisatie en een afnemend belang van onderlinge gemeenschapszin op de universiteit: ‘een compleet inwisselbare naam zonder historische connotaties’. Voorts stelden ze dat de conservatieve katholieken te Rome ongetwijfeld blij waren met ‘het verlies’ van Nijmegen: Nijmegen was dan wel katholiek, maar ‘anders, mondiger’. Die kritische tegenstem ging ook nog eens verloren met de naamswijziging, aldus de rebellen.

Tot slot van het artikel is het goed om uit te lichten wat nu de doorslag heeft gegeven tot het schrappen van het predicaat katholiek. Dit is het praktische argument. In 2003 was de internationalisering al ver opgerukt en katholieke universiteiten hadden de naam, zeker in Amerika, een soort tweederangsuniversiteiten te zijn, gefinancierd door de kerk- of kloosterorden. Het paste dus niet meer in de huidige tijd. R. Welters, wetenschapper aan de RU, verwoordde dit doorslaggevende praktische argument in een stuk in de Vox – waarin hij overigens pleitte voor behoud van de ‘ideologische K’ – als volgt: ‘Probeer maar aan een collega uit Harvard uit te leggen dat je ondanks het feit dat je aan een Catholic University bent verbonden geen derderangs wetenschappertje bent die zijn salaris via een of andere schimmige katholieke kloosterclub ontvangt.’[15] Niet iedereen was overigens gevoelig voor dit argument, blijkens een ingezonden stuk in De Gelderlander. Lezer H. Schilder plaatste zich onder de argumentenlijn die we eerder bij onder meer Schillebeeckx zagen door te betogen dat de ‘bewijsplicht’ bij de ‘veranderaars’ lag. Ook stelde hij: ‘als de universiteit van Nijmegen er een was om trots op te zijn, zouden anderen niet flauw doen over haar katholiciteit.’[16]

Wie wel overtuigd was door de argumenten was toenmalig kardinaal Ad Simonis, de rector magnificus ging volgens een reconstructie in de Vox persoonlijk bij hem langs en hij betoonde zich zelfs verheugd: de ideologische invulling ging immers allerminst verloren. Simonis noemde het ‘een verbijzondering van het predikaat katholiek’.[17] Dit valt tegenwoordig ook nog te lezen in het mission statement van de RU: ‘Ook vandaag nog weet de Radboud Universiteit zich verbonden met de katholieke gemeenschap en de christelijke levensbeschouwing. Ze laat zich mede inspireren door waarden als rechtvaardigheid, rentmeesterschap en barmhartigheid.’[18] De RU is dus, zoals Linda Duits in haar eerder aangehaalde stuk schreef, ondanks de naamswijziging van 2004 nog steeds een katholieke universiteit. Niet de ideologische argumenten hebben de doorslag gegeven, maar de praktische. De invulling die de RU geeft aan het praktiseren van het katholieke geloof binnen de muren van de universiteit is niet meer expliciet in de naam van de universiteit terug te vinden, maar de ideologische invulling aan de ‘K’ wordt nog altijd gegeven. Een recent in het oog springend voorbeeld hiervan is de start van een promovendus die bij het eeuwfeest in 2023 een identiteitsnarratief af zal leveren.

 

 

Elmar van de Ree (1994) heeft de bachelor geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen afgerond. Op dezelfde universiteit is hij nu bezig aan de master ‘Geschiedenis en Actualiteit’. Zijn interesse gaat met name uit naar lokale geschiedenis, wat zich heeft geuit in stages bij de Open Monumentendag Nijmegen en Erfgoed Gelderland. In zijn masterscriptie gaat hij in op universiteitsgeschiedenis door te kijken naar de herinneringscultuur aan de Tweede Wereldoorlog op de Nijmeegse universiteit.

 

Noten

[1] L. Duits, ‘aan de uni behoort God facultatief te zijn’, in: Folia (19-10-2018). ; De promotieplechtigheid wordt geopend en afgesloten met een kort gebed in het Latijn. Bij de opening: Spiritus Sancti gratia illuminet sensus et corda nostra – ‘Wij bidden, dat de Heilige Geest ons verstand en ons hart verlicht’. Bij de sluiting: Gratias tibi agimus, omnipotens Deus, pro omnibus beneficiis tuis. Qui vivis et regnas per omnia saecula saeculorum. – ‘Almachtige God, wij danken U voor Uw weldaden, U, die leeft en heerst in de eeuwen der eeuwen’. Zie: Radboud Universiteit Nijmegen, Bijlagen bij promotiereglement, richtlijnen en toelichting.

[2] M. Zuidweg, ‘God blijft onderdeel academische plechtigheid’, in: Vox (8-11-2018).

[3] Ibidem, 7.; Van de in totaal ruim vijfhonderd hoogleraren reageerde bijna de helft op het verzoek van Vox.

[4] O.Schreuder, Proeven van eigen cultuur Dl.II (Nijmegen 1998), 190 – 191.; Het kritische opinieartikel in kwestie is: J. Nas, ‘Hoe katholiek is deze universiteit?’, in: NUB (25-3-1966), 5 – 6.

[5] E. Schillebeeckx e.a., Katholieke Universiteit? Dl I. Kritische reflectie over eigen karakter en functie van de Katholieke Universiteit te Nijmegen (Bussum 1971), met name 32 en 53.

[6] A. Manning (red.), Katholieke Universiteit Nijmegen 1923-1973: een documentenboek (Bilthoven 1974), 46 – 48.

[7] C. Verhoeven, ‘De naam “Katholieke Universiteit”’, KU Nieuws (10-9-1971), 4.

[8] B. Heffels, ‘katholieke grondslag wordt nieuw leven in geblazen’, KU Nieuws (13-12-1984), 1.

[9] B. Heffels, ‘Brenninkmeijer over katholiek onderwijs’, KU Nieuws (21-3-1985), 6.

[10] J. van de Woestijne, ‘Nota identiteit bepleit weging godsdienstige overtuiging’, in: KU Nieuws (17-1-1992), 1.

[11] R. Keulders, ‘CDA-kamerlid Lansink verheugd over Nota Identiteit’, in: KU Nieuws (24-1-1992), 5.

[12] M. Slaghekke, ‘Katholieke universiteit’, in: KU Nieuws (13-2-1992), 7.

[13] P. van den Broek, ‘KU Nijmegen wordt Radboud Universiteit Nijmegen’, in: Vox (18-9-2004), 12–13, alhier 12.

[14] M. Post, ‘Hooglerare-enquete: Predikaat katholiek moet weg’, in: Vox (7-3-2002), 20 – 24, alhier 21 en 23. 201 van de 293 reguliere hoogleraren vulden de enquete in.

[15] R. Welters, ‘De waarde van de “K”’, in: Vox (27-5-2002), 20 – 23, alhier 20.

[16] H. Schilder, ‘Mag het ietsjes meer zijn dan Radboud?’, in: De Gelderlander (6-10-2003).

[17] P. van den Broek, ‘KUN wordt Radboud Universiteit’, in: Vox (18-9-2004), 5.

[18] Radboud Universiteit Nijmegen, Mission Statement, 8.

About the author:

Back to Top