Liefde voor de archieven: Aantekeningen in de kantlijn – Onopgemerkte details in archieven

Liefde voor de archieven: Aantekeningen in de kantlijn – Onopgemerkte details in archieven

Liefde voor de archieven: Aantekeningen in de kantlijn – Onopgemerkte details in archieven

Reacties uitgeschakeld voor Liefde voor de archieven: Aantekeningen in de kantlijn – Onopgemerkte details in archieven

Eigenlijk was ik nog nooit in een archief geweest, totdat het een verplicht onderdeel was van het vak Paleografie dat ik tijdens mijn bachelor Geschiedenis volgde. In eerste instantie leerden we zestiende- en zeventiende-eeuwse handschriften lezen aan de hand van kopieën. Toen kwam het moment dat we zelf het archief in konden.

Het is niet gebleven bij dat ene archiefbezoek. Voor mijn scripties heb ik heel wat uren tussen de originele stukken doorgebracht. Op dit moment ben ik er nog steeds wekelijks te vinden, omdat ik meewerk aan een project van de brieven van raadpensionaris Johan de Witt[1].  Een deel van de brieven die we hier tegenkomen is al gedrukt en uitgegeven. Waarom zitten we dan toch met een grote groep elke week maar weer in het archief? Simpel, je komt zo veel meer tegen dan alleen de tekst die in de gedrukte edities staat.

Het archief vs. thuis

Waar je vóór het digitale tijdperk nog daadwerkelijk naar een archief moest, is het tegenwoordig veel gemakkelijker om historisch onderzoek te doen. Het is niet meer noodzakelijk om oude handschriften te kunnen lezen. Veel bronnen zijn immers gedigitaliseerd en getranscribeerd in een goed leesbaar lettertype dat je vanaf je laptop kan inzien. Door op deze manier onderzoek te doen mis je echter wel veel bijzondere details, zeker als je gebruik maakt van een gedrukte editie zonder afbeeldingen van de bron.

Een van de dingen die je mist als je alleen gedrukte edities gebruikt, zijn de vele zegels die op brieven en documenten zitten. Een brief zonder afzender kun je onder andere aan de zegel soms terug herleiden naar de juiste auteur. Zegels zijn namelijk erg persoonlijk, waardoor elke schrijver over het algemeen een eigen zegel heeft.

Ook officiële documenten zijn soms ondertekend met zowel een handtekening als een zegel. De tekst van dit soort documenten is vaak bekend, en staat gedrukt in verschillende boeken. Ook de belangrijkste ondertekenaars worden hier vaak bij genoemd. Maar de minder bekende personen worden niet vermeld. Aan de hand van hun zegel en handtekening zijn deze personen toch te achterhalen.

Gedrukte samenvatting van de Vrede van Breda, met zegel en handtekening van de onderhandelaars. Bijlage in een brief van De Huybert aan Johan de Witt (Nationaal Archief Den Haag, archief Johan de Witt (3.01.17), inventarisnummer 1493C)

Codetaal

Wanneer een brief bij de ontvanger binnenkwam, werden er weleens aantekeningen gemaakt. Omdat papier duur was, en waarschijnlijk ook om de aantekeningen niet kwijt te raken, werd er door de ontvanger op de brief zelf geschreven. Zo maakte Johan de Witt op de brieven die hij als raadpensionaris ontving vaak aantekeningen van zaken die hij moest navragen of regelen. Soms onderstreepte hij alleen de belangrijke passages. Dit laat zien wat de ontvanger belangrijk vond. Maar helaas zijn ook dit soort aantekeningen bijna nooit opgenomen in de bronnenedities.

Een andere zaak die vaak verloren gaat in de bronnenedities is het geheimschrift. Als je onderzoek doet naar politieke correspondentie is de kans groot dat je hiermee te maken krijgt. In tijden van oorlog of politieke spanning was het geen garantie dat de brieven alleen door de geadresseerde gelezen werden. Stukken die uitsluitend voor de ontvanger bestemd waren, werden daarom gecodeerd verzonden. Afhankelijk van de ontvanger is de ontcijfering al op de brief zelf geschreven. Soms hebben historici later de code kunnen kraken. Wanneer dit soort brieven worden uitgegeven, en de ontcijfering bekend is, is vaak niet aangegeven welke passages in eerste instantie in cijfer stonden. Als onderzoeker weet je dus niet welke informatie zodanig gevoelig was dat niemand behalve de ontvanger dit mocht lezen. Ook hierbij is het belangrijk om het originele document erbij te houden.

Detail van een brief van 4 januari 1653 van Van Beuningen aan De Witt, met daarin geheimschrift ontcijferd. (Nationaal Archief Den Haag, Archief Johan de Witt (3.01.17), inventarisnummer 2010)

De adressering

Tot slot zegt ook de achterkant van de brief iets over de achtergrond of inhoud van de brief. Omdat er in de zeventiende eeuw nog geen enveloppen bestonden, werd de brief zodanig opgevouwen dat hij zonder envelop verzonden kon worden. De brief werd dichtgemaakt met een zegel en op de achterkant werd de naam en woonplaats van de ontvanger geschreven. Soms stonden daar aanwijzingen bij, als iemand bijvoorbeeld naast een herkenbaar gebouw, zoals de kerk of een herberg, woonde. Ook als iemand een belangrijke functie had waaraan hij herkend kon worden, werd dit in het adres meegenomen.

Aantekeningen die bij de adressering werden geschreven, kunnen ons meer informatie geven. Moest de brief bijvoorbeeld snel bezorgd worden, dan schreef men er ‘cito, cito’ op. Hoe vaker dit woord op de envelop staat, hoe meer haast er was. Als er met de brief een pakketje meegestuurd werd, dan staat dat ook op de envelop. Zo stuurde Anna de Witt in januari 1670 een brief naar haar vader Johan. Ze stuurde hem daarbij ook een aantal kledingstukken. Op de envelop schreef ze “met een zakje”. In dit geval weten we wat er in het zakje heeft gezeten, omdat Anna hier in haar brief ook over schreef. Dit is helaas lang niet altijd bekend. In zo’n geval vertelt de envelop ons in ieder geval dat er iets is meegestuurd.

Het papier werd soms ook gebruikt voor persoonlijke aantekeningen, zoals rekensommen. Soms is het papier versierd met tekeningen. Hebben de kinderen van de schrijver of ontvanger de brief in handen gekregen? (Nationaal Archief Den Haag, Archief Johan de Witt (3.01.17), inventarisnummer 1484)

Conclusie

De gedrukte bronnenedities maken het onderzoek voor velen een stuk gemakkelijker. Het zorgt er echter ook voor dat veel details onopgemerkt blijven. Als je bronnen niet goed kunt lezen, omdat ze bijvoorbeeld in een onleesbaar handschrift geschreven zijn, is het handig om gebruik te kunnen maken van de transcriptie van iemand anders. Zorg er alleen ook voor dat je de originele bron een keer hebt gezien. Zo weet je of alle informatie in de transcriptie is opgenomen. Grote kans dat je interessante aantekeningen of details vindt, die een ander beeld van de ontvanger en verzender kunnen geven.

Door Marinka Joosten.

Marinka Joosten (1993) is afgestudeerd historica. Ze heeft zich gespecialiseerd in familiecorrespondentie uit de zeventiende eeuw. Op dit moment is zij als gastonderzoeker verbonden aan het project rondom Johan de Witt, van het Huygens ING. Hierbij wordt het brievenarchief van de raadpensionaris ontsloten. (http://resources.huygens.knaw.nl/BriefwisselingJohandeWitt) Daarnaast is ze werkzaam op een mbo-school als studievoorlichter.

 

 

[1] Het gaat om project van de brieven van raadpensionaris Johan de Witt van het Huygens ING. Dit project heeft als doel om alle brieven die De Witt heeft ontvangen én geschreven op metadata te ontsluiten. We zorgen ervoor dat de brieven straks op bijvoorbeeld datum, afzender en onderwerp doorzoekbaar zijn. Daarnaast maken we van elke brief een foto, zodat je het origineel vanuit huis kunt lezen.

About the author:

Back to Top