Liefde voor de archieven: Vrije toegang vereist

Liefde voor de archieven: Vrije toegang vereist

Liefde voor de archieven: Vrije toegang vereist

Reacties uitgeschakeld voor Liefde voor de archieven: Vrije toegang vereist

De leukste taak van historici is zonder twijfel het archief ingaan. Historici komen naar mijn mening namelijk op bijna geen enkele andere manier in intiemer contact te staan met ons onderzoeksveld, dan wanneer ze zich in de stilte van het archief kunnen afsluiten van het heden en de resten van de geschiedenis in handen krijgen. De mate van toegankelijkheid die sommige archieven verschaffen aan jonge historici is alleen bij tijd en wijlen een persoonlijke bron van irritatie. Hoewel de liefde voor de inhoud van de archieven altijd zal blijven, heeft een negatieve ervaring anderhalf jaar geleden bijgedragen aan een haat-liefdeverhouding met de bureaucratische instelling van sommige archieven en heeft het tevens wat vraagtekens opgeworpen omtrent de vrije toegang van informatie.

Amerikanen in Athene

Voor mijn masterscriptie moest ik inzicht krijgen in de ontwikkelingen van domestieke architectuur op de agora in het oude Athene. Nu is het op zich best mogelijk om de grote lijnen over dat onderwerp binnen te krijgen door wat zelfstudie achter de computer in Nederland. Maar heel veel relevante publicaties en bronnen zijn niet te vinden in Nederlandse universiteitsbibliotheken, of zijn (nog) niet gedigitaliseerd op websites als Jstor en Project Muse. Om met zekerheid te kunnen stellen dat je alle relevante informatie tot je beschikking hebt, kun je het beste ter plekke aan het werk gaan. Daarom besloot ik om een verblijfskostenbeurs aan te vragen bij het Nederlands Instituut Athene (NIA) en van daaruit tijdens een kort bezoek de agora beter te bestuderen.

De opgravingen in de agora worden geleid door Amerikanen en de publicaties over de bijbehorende archeologische vondsten worden dan ook door Amerikanen geschreven. Deze zijn allemaal gearchiveerd in de bibliotheek van The American School of Classical Studies at Athens (ASCSA). Voor bezoekers is deze bibliotheek alleen toegankelijk met een tijdelijke bibliotheekpas. Deze is te verkrijgen wanneer je naast wettelijke legitimatie een aanbeveling meebrengt van je eigen nationale instituut en twee recente pasfoto’s. Bovendien zijn er slechts twee mogelijke momenten waarop je zo’n pas kunt aanvragen – maandag en vrijdag tussen 9 en 10 uur ’s ochtends.

En toch, met deze kennis, met voldoende voorbereiding en met alle benodigdheden op zak, werd mij de toegang tot de bibliotheek tot drie keer toe ontzegd. Ook al was ik aanwezig op de momenten waarop er volgens de website biebpassen werden vergeven – er werd mij dan verteld dat ik dan toch niet op de juiste dag aanwezig was; ook al had ik een aanbeveling van het NIA mee – deze was zonder duidelijke reden niet genoeg: opeens moest ik een kopie van mijn diploma meebrengen. Tijdens mijn laatste poging werd er zelfs gesuggereerd dat toegang alleen mogelijk was met bewijs van een doctoraatsgraad; en zelfs wanneer ik het onderwerp ‘tijdelijke bibliotheekpas’ aankaartte bij het personeel, werd ik wat warrig aangekeken. Alsof er nog nooit iemand zo’n pas had aangevraagd en het instituut er nog nooit één had uitgegeven.

Open archieven

Natuurlijk is het heel goed mogelijk dat er hier allerlei verschillende dingen fout zijn gegaan; wellicht hebben we elkaar niet begrepen door de taalbarrière – het Griekse personeel bij de ingang sprak maar heel mondjesmaat Engels, terwijl ik niet vloeiend Grieks spreek; of wellicht was de informatie die ik had verkregen via de website verouderd of tijdens mijn bezoek in mei 2017 niet van toepassing. Desalniettemin is het wel erg teleurstellend dat mijn intenties destijds, die op geen enkele manier kwaad van aard waren, maar juist in teken stonden van oprecht en objectief wetenschappelijk onderzoek, in de weg werden gestaan door de bureaucratie van het instituut achter dit archief.

Het voorval brengt wel de vraag op waarom er zo moeilijk wordt gedaan over de toegang tot een archief, of zelfs een bibliotheek. In de liberale traditie van persvrijheid hoort de informatie die zij huishouden toch toegankelijk te zijn voor iedereen? Het is begrijpelijk dat er soms enkele maatregelen in achting moeten worden genomen als die informatie in precaire staat verkeert, zoals in archieven waar primaire bronnen liggen. Maar instituten zoals het NIA en het ASCSA worden bij voorbaat enkel bezocht door een heel select publiek: mensen met een specifiek onderzoeksdoel, die hoogopgeleid zijn en die een zeker respect in acht houden voor het materiaal in het archief. De noodzaak die het ASCSA voelt om zulke drastische maatregelen door te voeren lijken mij overtrokken.

The Gennadius Library, onderdeel van The American School of Classical Studies at Athens

Het ASCSA is natuurlijk wel een geval apart, aangezien het een Amerikaans instituut is in een Europese hoofdstad. Het ASCSA en andere voorbeelden op ons continent (zoals het Amerikaanse consulaat aan het Museumplein in Amsterdam bijvoorbeeld) tonen wel aan op welke manier de Amerikanen zich  willen presenteren met zulke gebouwen, en veel minder om vrije informatiestroom of het verwelkomen van buitenstaanders. Het voorbeeld kan beter worden afgekeken van het NIA, waar iedereen welkom is om de bibliotheek te bezoeken.

Digitaliseren?

Maar als instituten zoals het ASCSA in de nabije toekomst hun toegangsbeleid niet versoepelen, is het dan niet beter om alles te digitaliseren? Hoewel ik hier een groot voorstander van ben, wordt er naar mijn mening onderschat hoeveel mankracht en geld hiermee gemoeid gaan. Zeker binnen Oude Geschiedenis ontbreekt het vaak aan beide. Het materiaal dat gedigitaliseerd zou kunnen worden is daarentegen immens. Het zou eeuwen kosten voordat alles digitaal beschikbaar zou zijn.

Digitalisering is daarmee niet de enige oplossing, maar moet des te meer gepaard gaan met onvoorwaardelijke openstelling van archieven.  Alleen op die manier kan worden voorkomen dat toekomstige academici met lege handen komen te staan.

Door Jasmijn Groot

Jasmijn Groot (1989) studeerde Geschiedenis en Oudheidkunde aan de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit en was werkzaam als redactrice bij Skript Historisch Tijdschrift en Codex Historiae.

 

About the author:

Back to Top