Liefde voor de Archieven: Archiefgeheimen

Liefde voor de Archieven: Archiefgeheimen

Liefde voor de Archieven: Archiefgeheimen

Reacties uitgeschakeld voor Liefde voor de Archieven: Archiefgeheimen

Maaike van den Berg ontdekte haar liefde voor archieven tijdens twee stages, bij het NIOD, Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, en bij de Bundesbeauftragte für die Unterlagen des Staatssicherheitsdienstes der ehemaligen Deutschen Demokratischen Republik (BStU). In deze column vertelt zij over haar ervaringen.

Bij het NIOD deed ik onderzoek naar ‘foute liefjes’: Nederlandse vrouwen die gedurende de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië een liefdesrelatie kregen met Japanners. Hiervoor mocht ik naar het Nationaal Archief in Den Haag om in de archieven van de Nefis te kijken. Nefis staat voor Netherlands Forces Intelligence Service. Deze inlichtingendienst werd in 1942 opgericht om informatie te verzamelen over het door Japan bezette Nederlands-Indië. Na de oorlog probeerde deze dienst te achterhalen wie er tijdens de bezetting strafbare feiten had gepleegd of zich ‘fout’ had gedragen. Vrouwen die tijdens de oorlog een liefdesrelatie hadden gehad met Japanners, waren interessant voor deze dienst. De relatie an sich was niet strafbaar, al bleek het voor sommigen een beletsel om later een functie bij de overheid te kunnen uitoefenen. Het doorspelen van informatie aan Japanners was wel strafbaar. Het ging hierbij bijvoorbeeld om het verklikken van iemand die naar een verboden radiozender had geluisterd en hierdoor in de gevangenis was beland.  Het Nefis-archief dat ik bestudeerd heb bestaat uit dossiers van personen. In de dossiers bevinden zich gesprekken met de verdachte en getuigenverklaringen. Deze laatste werden vaak afgenomen door Nefis-medewerkers aan boord van de repatriëringsschepen van Nederlands-Indië naar Nederland. Blijkbaar waren deze schepen handige locaties om informatie te verzamelen. Ik vond het interessant dat ik door de personendossiers een beeld kreeg van de manier waarop de Nefis te werk ging.

De tweede archiefstage vond plaats in Berlijn, bij de Stasi-archieven. Dit overheidsarchief is in 1990 op initiatief van Burgercomité’s opgericht om de documenten van de Stasi te archiveren en inzichtelijk te maken. De Stasi  was de bijnaam van de inlichtingendienst in de DDR en is berucht vanwege zijn omvang. In de overgangsfase die volgde op de val van de Berlijnse Muur op 9 november 1989, deed de Stasi een poging om zoveel mogelijk dossiers te vernietigen. Toen de Burgercomité’s hier achter kwamen hebben ze de Stasikantoren bezet en troffen ze 111 kilometer aan dossiers, 15.500 zakken met papiersnippers, 1.7 miljoen foto’s, 27.600 geluidsfragmenten en 2800 films aan. Deze enorme hoeveelheden zijn symbool gaan staan voor de DDR als ‘Unrechtstaat’. Als stagiaire op de onderzoeksafdeling van de BStU las ik onderzoeksrapporten van mensen die door de Stasi en zogenaamde Inoffizieller Mitarbeiters (IM) in de gaten waren gehouden. Ik zat soms te huilen boven de dossiers: bijvoorbeeld bij het dossier over de vrouw die bij de Stasi haar vriend veraadde. Het was confronterend om stukken in handen te hebben waarop roddels, observaties en oordelen waren getypt over mensen die zich nergens van bewust waren en zich niet konden verdedigen. De stukken die ik las kwamen uit de jaren 50 en ik dacht steeds: ‘mijn grootouders zaten destijds veilig in Nederland op hun boerderij en de mensen in de dossiers, nog geen 600 kilometer verderop, werd het leven zuur gemaakt.’

Ik mocht dus twee keer archiefstukken bekijken die eigenlijk niet voor mijn ogen bedoeld waren. Ze waren in het geheim geschreven, maar met het verstrijken van de tijd en door een regimeverandering werden ze toegankelijk. Het meest confronterende vond ik het feit dat roddels zoveel kunnen aanrichten. Privé-informatie over liefdesrelaties kon in beide archieven door de overheid voor politieke doeleinden worden gebruikt om mensen schade toe te brengen. Als historicus vond ik het meest interessant dat ik fysiek contact had met het verleden door middel van de dossiers. De geur van het papier waarop de ambtenaren hadden getypt, de foto’s van ‘objecten’, de verklaringen over mensen, en vooral het jargon dat gebezigd werd: door het lezen van de dossiers ging er een wereld voor mij open.

pasfoto

  Maaike van den Berg (1987) studeerde Geschiedenis aan de VU.  Nu doet zij de master Duitsland      Studies aan de UvA en de onderzoeksmaster Geschiedenis aan de VU. Momenteel werkt zij aan    haar  masterscriptie over Duitsers in Nederlands-Indië in de periode 1915-1940.

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top