Longread: Anne van der Sanden, Ravensbrück in interviews

 

Geschiedenis wordt traditioneel voornamelijk beoefend aan de hand van schriftelijke bronnen. Historisch onderzoek kan echter ook worden uitgevoerd met behulp van interviews. Dit staat bekend als Mondelinge Geschiedenis. Een voorbeeld hiervan is mijn onderzoek naar concentratiekamp Ravensbrück.

“Ravensbrück heb ik een vreselijk kamp gevonden. Want daar zagen we mensen die geen mensen meer waren. Mensen die schaduwen waren geworden.”[1]  Deze uitspraak is gedaan door Theresia Soetendorp, overlevende van concentratiekamp Ravensbrück. De uitspraak is afkomstig uit een interview dat de USC Shoah Foundation in 1996 met haar heeft gehouden. De USC Shoah Foundation is een stichting die in de jaren negentig interviews heeft afgenomen met overlevenden van de Tweede Wereldoorlog. Dit interview leent zich uitstekend voor gebruik in Mondelinge Geschiedenis.

Soms wordt Mondelinge Geschiedenis als discutabel gezien vanwege de vertekening die kan optreden in de herinnering. Vooral als de interviews lange tijd na de gebeurtenis afgenomen zijn. De interviews die de USC Shoah Foundation heeft afgenomen kunnen echter veel nieuwe historische informatie opleveren. Natuurlijk zijn de meningen en beelden van de geïnterviewde personen subjectief, maar indien er rekening wordt gehouden met de subjectiviteit van de interviews en er geen algemene conclusies uit getrokken worden is dat voor historisch onderzoek geen probleem.

Het is cruciaal rekening te houden met het tijdsverschil tussen de periode waarin het interview wordt afgenomen en de gebeurtenissen waarover in het interview wordt gepraat. De geïnterviewde kan bepaalde gebeurtenissen zijn vergeten of zich door tijdsverschil anders herinneren. Ook is het van belang ervan bewust te zijn dat geïnterviewden bepaalde, vaak pijnlijke, herinneringen soms liever niet bespreken in interviews. Tevens noodzakelijk is een besef van de positie van de interviewer; deze persoon kan het interview door vraagstelling in een bepaalde richting sturen.Mondelinge Geschiedenis kan een nieuwe invalshoek op een al bestaand onderzoek geven. Omdat er meer dan 52,000 interviews zijn afgenomen bij overlevenden is er een enorme hoeveelheid onaangeroerde informatie die kan bijdragen aan onderzoek over de Tweede Wereldoorlog.

Zoals historica Selma Leydesdorff, in haar boek De mensen en de woorden zegt: “Het kenmerk van individuele verhalen is dat ze altijd afwijken van het dominante historische beeld. Niemand leidt een leven dat samenvalt met het algemene beeld.”[2] Individuele verhalen zijn erg interessant omdat ze juist verschillen van het dominante historische beeld en daar dan ook iets nieuws aan kunnen bijdragen. Interviews geven ons de kans om de emoties die bepaalde gebeurtenissen oproepen te interpreteren. Schriftelijke bronnen zijn tevens ook ooit door een persoon opgeschreven en kunnen een even grote mate van subjectiviteit bevatten.

 

Ravensbrück

Concentratiekamp Ravensbrück was een concentratiekamp vlakbij Fürstenberg/Havel in Duitsland, waar voornamelijk vrouwen gevangen zaten. Naar kamp Ravensbrück en de ervaringen van de personen die in dit kamp verbleven heeft men al veel onderzoek gedaan, maar nog niet eerder aan de hand van interviews met Nederlandse gevangenen die tijdens de Tweede Wereldoorlog in het kamp verbleven.De interviews van de USC Shoah Foundation lenen zich uitstekend voor een onderzoek naar de beeldvorming van concentratiekamp Ravensbrück aan de hand van de ervaringen van Nederlands-Joodse vrouwen en Nederlandse politieke gevangenen die tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) in het kamp gevangen zaten.

Vrouwen werden tussen 1933 en 1938 door het Naziregime in gewone gevangenissen geplaatst en later in kleine concentratiekampen zoals Moringen en Lichtenburg. Toen deze kampen qua capaciteit te klein werden om de grote hoeveelheden vrouwelijke gevangenen onder te brengen, werd Ravensbrück in 1938 gebouwd door mannelijke gevangenen uit concentratiekamp Sachenhausen. Ravensbrück was hiermee de laatste van de zes grote concentratiekampen die voor de Tweede Wereldoorlog gebouwd werden door het Naziregime.[3] Op 18 mei 1939 arriveerde het eerste transport met gevangenen uit Lichtenburg in Ravensbrück.


Irene Fainman Krausz

Een van de jongste overlevenden van Ravensbrück was Irene Fainman Krausz. Irene werd op 1 oktober 1936 geboren te Schiedam. Haar vader was Hongaar en haar moeder had, tot ze Irene’s vader trouwde, de Engelse nationaliteit. Omdat ze als Hongaren werden gezien, werd hun deportatie uitgesteld. Hongarije was destijds namelijk een bondgenoot van Duitsland. Uiteindelijk werd het gezin in 1944 toch op transport gesteld. Irene’s vader ging naar Buchenwald en Irene, haar moeder en haar broer werden op transport gesteld naar Ravensbrück, waar het gezin op 5 februari 1944, de verjaardag van Irene’s moeder, aankwam.

Irene is na de Tweede Wereldoorlog naar Zuid-Afrika verhuisd en haar interview is daarom afgenomen in het Engels. Hieronder volgt een korte beschrijving van Irene’s ervaringen in het kamp.“Ravensbrück was not meant..eh..it was not meant as a camp for children.”[4] De dag van aankomst in kamp Ravensbrück is Irene nooit vergeten, in tegenstelling tot vele gebeurtenissen ervoor, waaronder het transport zelf. De aankomst maakte een grote indruk op haar: “It was a terrible shock to see hundreds and hundreds of women completely naked you know, standing like this.”[5] Het gezin kreeg weinig te eten en Irene’s moeder werd te werk gesteld terwijl Irene en haar broer alleen werden gelaten.Irene beschrijft haar verschrikkelijke ervaringen in het kamp: “If there were lots of horrible things, she always did this, she always covered my eyes.”[6] Dit deed Irene’s moeder om haar te beschermen.

Lastig voor Irene en haar familie was ook dat ze de enige Engelsprekenden waren daar. Het ergste voor Irene was dat ze alleen was als kind. “The biggest fear was that my mother would not come back at the end of the day.”[7] “To be a child on your own was horrendous, you needed somebody.”[8] Sommige mensen waren heel aardig voor haar, maar velen ook niet. Ook sommige Duitse barakleidsters waren aardig. Ene Käthe Peters, hun barakleidster, vond dat Irene’s broertje op haar eigen broertje leek. Terwijl ze liet merken dat ze Joden niet mocht, mocht ze hen om Irene’s broertje wel. Käthe kruiste zelfs hun namen een aantal keer van de transportlijst, nadat Hongaren in 1944 stateloos waren geworden.

Terwijl Irene’s moeder bevriend raakte met een aantal vrouwen in het kamp, speelde Irene met de andere kinderen. Riva, een vriendin van Irene’s moeder, hoorde dat er Engelsen het kamp uit werden vrijgelaten, maar Irene’s moeder was officieel stateloos. Uiteindelijk kreeg ze via contacten bij Siemens, dat een fabriek had in de buurt van Ravensbrück, het voor elkaar om op de transportlijst van het Rode Kruis gezet te worden. Op 7 of 8 april 1945 vertrekt Irene met haar moeder in een transport van 100 vrouwen richting Denemarken. Irene vertelt haar verhaal op een erg emotionele manier. Het feit dat ze kind was tijdens haar verblijf in Ravensbrück, heeft ongetwijfeld impact gehad op haar beleving van het kamp. Ze beschrijft voornamelijk hoe verschrikkelijk ze het kamp vond, en de mensen die haar, haar moeder en haar broertje hebben geholpen tijdens de periode dat ze in het kamp zaten.

Het lijkt alsof ze een flink trauma heeft overgehouden aan haar kamptijd. Zo draagt ze nu bijvoorbeeld nog geen blauw gestreepte kleding en eet ze geen bieten. Irene’s interview is erg interessant omdat het informatie geeft over de beleving van een concentratiekamp door de ogen van een kind. In Ravensbrück zaten normaal gesproken geen Joodse gevangen. Alleen omdat Hongarije tot 1944 neutraal was, hadden Irene en haar familie het ‘geluk’ om naar Ravensbrück, en niet bijvoorbeeld Auschwitz, gestuurd te worden. Ook de relatie tussen Irene, de andere gevangenen en de bewaaksters is erg interessant. Dergelijke ervaringen zijn uitsluitend te ontlenen uit egodocumenten zoals interviews. Op deze wijze voegen interviews een nieuwe dimensie toe aan al bestaande geschiedschrijving.


Theresia Soetendorp

Theresia Soetendorp was net als Irene Joods, maar in tegenstelling tot haar al volwassen toen de oorlog uitbrak. Ze kwam veel later dan Irene in het kamp aan. Theresia was tijdens de oorlog samen met haar man ondergedoken, maar belandde door een mislukte abortus in het ziekenhuis, waar iemand uit het verzet haar in ruil voor geld verraadde. Theresia wordt via de Hollandse Schouwburg en Westerbork naar experimentenblok 10 in Auschwitz gestuurd. Ze komt pas in januari 1945 aan in Ravensbrück. Dit is een tijd waarop het kamp overvol was door zich terug trekkende Duitsers die gevangenen uit de meer oostelijk gelegen kampen met zich meenamen.

Theresia kwam in januari 1945, na een van de vele zogenaamde lange dodenmarsen vanuit Auschwitz, in Ravensbrück aan. “En wat we toen zagen dat sloeg ons met stomheid.”[9] “Ravensbrück heb ik een vreselijk kamp gevonden. Want daar zagen we mensen die geen mensen meer waren. Mensen die schaduwen waren geworden.”[10] “Er waren weinig Joden in het kamp waar 80% van de gevangen een politieke achtergrond had.”[11] Ravensbrück was op dat moment overvol. Theresia lag op volgorde van grootte met drie anderen in een bedje. Ze is 14 dagen in het kamp geweest. “Vreselijke omstandigheden.”[12] Uiteindelijk werd ze in een gewone trein gestopt die haar naar een ander kamp, Malchow, bracht.

Theresia had een hele andere ervaring van het kamp dan Irene. Ten eerste was Theresia geen kind en ten tweede kwam ze pas veel later in het kamp aan. Ook verbleef ze er niet zo lang. Over haar beeld van het kamp is ze echter heel stellig. “Ravensbrück heb ik een vreselijk kamp gevonden.”[13] Ze vergelijkt de omstandigheden in het experimentenblok van Auschwitz met Ravensbrück. Ook al vond ze Ravensbrück verschrikkelijk, in vergelijking met de omstandigheden in Auschwitz was het overvolle Ravensbrück voor haar beter. Het is dan ook interessant om het verschil te zien tussen de beschrijvingen van Irene en Theresia, aangezien Irene kind was, lange tijd in het kamp verbleef en het niet vergelijkt met een ander kamp, terwijl Theresia als volwassene in het kamp aankwam, op het moment dat het uit zijn voegen barst, maar het in vergelijking met Auschwitz minder erg vindt.


Hetty Voute

Irene en Theresia waren beiden Joodse gevangenen van het kamp, maar de meerderheid van de gevangen had een politieke achtergrond. Henriette Voute was een van deze politieke gevangenen. Henriette Voute werd op 12 juni 1918 geboren te Utrecht. Ze studeerde biologie in Utrecht toen de oorlog uitbrak en besloot in het studentenverzet te gaan. Voor haar werk in de biologie kreeg ze een strandpas, zodat ze samen met een andere student een zender van Noordwijkerhout naar Engeland kon laten zenden. Ze bracht ook kinderen zonder ouders onder bij pleeggezinnen. Voor dit werk werd ze echter samen met een andere studente in juni 1943 opgepakt. Ze werd meteen naar kamp Vught gestuurd en vervolgens in het zomer van 1944 naar Ravensbrück.

“We hebben ze gehoord, ze zitten vlakbij!”[14] Henriette had niet verwacht dat ze door zou worden gestuurd naar kamp Ravensbrück, omdat de geallieerden volgens haar van beide kanten te horen waren geweest in Vught. Toch werd ze met tachtig anderen op transport gesteld naar Duitsland. In mooie burgerkleding en als trotse Nederlanders kwamen ze het kamp binnen. “We werden overvallen door uitgemergelde lijken.”[15] Henriette en de mensen uit haar transport gooiden al het brood dat ze nog hadden [ze beeldt dit uit] naar ‘de wilde dieren’. “Onbegrijpelijk echt, daar is niets menselijks meer aan, uitgehongerde skeletten…”[16] De commandant sloeg hen vervolgens tegen de muur. “Nou dat kan je je niet erg genoeg voorstellen, dat was gewoon pure ellende.”[17] “Maar we hebben het ons nooit erg aangetrokken.”[18]

Henriette werd aan het werk gezet bij Siemens, waar ze binnen kon werken en extra eten kreeg. Bovendien zat ze er samen met een vriendin. “Dus dat was een ontzettende gunstige situatie voor ons.”[19] Henriette werd uiteindelijk net als Irene bevrijd door het Zweedse Rode Kruis, waarbij ze met het derde transport mee mocht. Ze ging in een vrachtwagen met Canadese chauffeur het kamp uit, terwijl een Duitse militaire colonne zich tussen de Rode Kruis colonne voegde. “Je had geen idee wat het was om verder te leven, dat dood zijn was veel reëler eigenlijk.’’ [20]

Uit Henriette’s verhaal komt naar voren dat haar werk bij Siemens een voorkeurspositie was. Toen ze ziek was, werd ze desondanks opgeknapt door de Duitsers. Wellicht heeft dit ook te maken met het feit dat ze ‘Arisch’ was. Verder noemt ze de omstandigheden in het kamp, zoals in de ziekenbarak en het slaan van de Joden door een Duitse commandant, verschrikkelijk. Toch geeft ze paradoxaal genoeg aan dat ze het zich allemaal niet zo aantrok. Wellicht is dit zelfbescherming. De enige keer dat Henriette emotioneel wordt in het interview is dan ook wanneer ze vertelt over haar eigen bevrijding.


Conclusie

Deze drie interviews vormen een illustratie van het beeld dat de gevangenen van concentratiekamp Ravensbrück van het kamp hadden. Alle drie de geïnterviewden vonden Ravensbrück verschrikkelijk, maar ze geven er allemaal een andere visie op. Irene beschrijft haar beleving van het kamp vanuit het perspectief van een kind. Ze vertelt voornamelijk over haar ervaringen met de bewaaksters en de relatie van haar gezin met andere mensen in het kamp die hun wel of niet geholpen hebben. Theresia beschrijft hoe verschrikkelijk ze het kamp vond op het moment dat het overvol was, maar relativeert dit door het te vergelijken met Auschwitz. Henriette Voute beschrijft ook de verschrikkingen van het kamp, maar tegelijkertijd ook haar eigen (voorkeurs)positie als politieke gevangene.Er zijn dus vele verschillende elementen in het kamp geweest die het beeld dat de geïnterviewden hebben beïnvloed. Nationaliteit, periode van aankomst, bewaking en wel of geen vriendschappen met andere gevangenen zijn bepalend geweest voor het beeld dat de geïnterviewden van kamp Ravensbrück hebben.

Deze Mondelinge Geschiedenis geeft nieuwe informatie vanuit een andere invalshoek dan gebruikelijk. Een voordeel van Mondelinge Geschiedenis is dus dat ook emoties over een bepaalde gebeurtenis geïnterpreteerd kunnen worden. Irene Fainman Krausz is erg emotioneel tijdens haar interview terwijl Henriette Voute weinig emotie toont terwijl ze over haar tijd in het kamp vertelt.

Dit onderzoek kan door deze andere invalshoek bijdragen aan de al bestaande literatuur over kamp Ravensbrück. Het voegt dan ook toe aan de secundaire literatuur die voor dit onderzoek is geraadpleegd. In mijn scriptie: Ravensbrück in interviews Beelden van concentratiekamp Ravensbrück tussen 1939 en 1945, zijn totaal negen interviews geanalyseerd op vergelijkbare wijze als in deze longread. Hiervan zijn er vijf met Joodse gevangenen van het kamp, en vier met politieke gevangenen. Door middel van Mondelinge Geschiedenis kan op deze wijze een completer beeld van concentratiekamp Ravensbrück in de context van de Tweede Wereldoorlog worden gevormd.

LEES HIER DE SCRIPTIE WAAROP DEZE LONGREAD GEBASEERD IS!

Noten:

[1] USC Shoah Foundation; Interview 13204, Theresia Soetendorp, 01:53:08.

[2] S.Leydesdorff, De mensen en de woorden (Amsterdam 2004) 16.

[3] I. Dublon Knebel, Introduction: A Holocaust Crossroads: A Social Historical Perspective, in: A Holocaust Crossroads: Jewish Woman and Children in Ravensbrück (Portland 2010) 2.

[4] USC Shoah Foundation; Interview 06869; Irene Fainman-Krausz, 30 september 1995, Johannesburg, Zuid-Afrika 00:39:56.

[5] USC Shoah Foundation; Interview 06869; Irene Fainman-Krausz, 00:40:40.

[6] Ibidem, 00:48:51.

[7] Ibidem, 00:51:49.

[8] Ibidem, 00:51:55.

[9] USC Shoah Foundation; Interview 13204, Theresia Soetendorp, 9 april 1996, Amsterdam 01:52:56.

[10] USC Shoah Foundation; Interview 13204, Theresia Soetendorp, 01:53:08.

[11] I. Dublon Knebel, Introduction: A Holocaust Crossroads: A Social Historical Perspective, in: A Holocaust Crossroads: Jewish Woman and Children in Ravensbrück (Portland 2010) 2.

[12]USC Shoah Foundation; Interview 13204, Theresia Soetendorp, 9 april 1996, Amsterdam, 01:54:34

[13] USC Shoah Foundation; Interview 13204, Theresia Soetendorp, 01:53:08.

[14] USC Shoah Foundation; Interview 23534, Henriette Voute, Utrecht, 01:40:20.

[15] USC Shoah Foundation; Interview 23534, Henriette Voute, 01:44:05.

[16] Ibidem, 01:44:21.

[17] Ibidem, 01:43:45.

[18] Ibidem, 01: 44:45.

[19] Ibidem, 01:40:42.

[20] Ibidem, 01:50:36

Posts created 925

3 gedachten over “Longread: Anne van der Sanden, Ravensbrück in interviews

  1. Met interesse gelezen, af en toe grammaticaal wat verbeteren
    Bijv. “Zij beeld dit uit” … “Zij beeldt dit uit”

  2. Wat een mooi onderzoek Anne. Beschouw je de interviews vooral als bron van kennis over de historische werkelijkheid, of heb je ook het vertelproces (overeenkomsten, verschillen, patronen, … ) geanalyseerd? Zijn de interviews m.a.w. ook een bron van kennis over de herinnering aan het kamp op een bepaald moment?

Reacties zijn gesloten.

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven