Longread: Daam van Dijk, De komst van een asielzoekerscentrum naar een klein dorp

Longread: Daam van Dijk, De komst van een asielzoekerscentrum naar een klein dorp

Longread: Daam van Dijk, De komst van een asielzoekerscentrum naar een klein dorp

Reacties uitgeschakeld voor Longread: Daam van Dijk, De komst van een asielzoekerscentrum naar een klein dorp

Op 2 oktober 2015 opende een groot noodopvangcentrum op Heumensoord bij Nijmegen. Deze locatie biedt 3.000 extra plaatsen aan asielzoekers, nodig door een grote toestroom uit Syrië. Tot 28 september 2015 zijn er al 36.254 asielaanvragen geregistreerd bij het COA. Dat zijn er meer dan in 2012 en 2013 samen.[1]

De laatste keer sinds de jaren negentig dat de komst van een AZC weer groot in het nieuws was, was in november 2014. In het Drentse dorpje Oranje zouden 1400 asielzoekers opvang vinden. Het resultaat was dat de 112 inwoners uit Oranje op de achterste benen stonden, een burgemeester die opstapte en de asielzoekers die uiteindelijk toch naar het vakantiekamp kwamen. In oktober 2015 was Oranje opnieuw in het nieuws. De opvang in het dorp werd vergroot. De staatssecretaris die langskwam om zijn plannen uit te leggen werd zelfs door enkele buurtbewoners belaagd.[2]

2014 was een jaar met een grote instroom van asielzoekers en in 2015 zullen dat er nog meer zijn, maar in het verleden zijn er grotere groepen asielzoekers naar Nederland gekomen. Hoogtepunt hierbij waren de jaren negentig met daarin 1994 met 50.000 asielzoekers als grootste piek uit de recente geschiedenis.[3] Als de komst van een Asiel Zoekers Centrum (AZC) in 2014 leidde tot het aftreden van een burgemeester en een dorp op zijn achterste benen, hoe is dit dan in de jaren negentig geweest?

Een van de dorpen waar in de jaren negentig een AZC kwam was De Lier, een dorp met 10.000 inwoners in het Westland. De gemeente De Lier bevond zich ten noordwesten van Rotterdam en lag tussen Delft en de Nieuwe Waterweg. In 2004 is de gemeente De Lier opgegaan in Westland. De Lier is een dorp waar vooral inkomsten gehaald worden uit glastuinbouw. De keuze voor een dorpsgemeenschap heeft voordelen voor historisch onderzoek. Door de kleine schaal is het leggen van relaties tussen mensen gemakkelijker.

 

Er is nog plaats in de herberg

Om de reacties van burgers in de jaren negentig te onderzoeken heb ik in mijn masterscriptie[4] gekeken naar het Zuid-Hollandse plaatsje De Lier. Het onderzoek in mijn scriptie is een zogenoemd framingonderzoek. Framing is het in een bepaald kader plaatsen van uitspraken om het zo in een groter verband te kunnen plaatsen. Framing is zowel een mediastrategie als iets wat mensen onbewust aannemen. Een voorbeeld van framing als mediastrategie is toen Jan Peter Balkenende (CDA) in een verkiezingsdebat Wouter Bos (PvdA) uitmaakte voor draaikont. In het onderbewustzijn van mensen was Wouter Bos daarna toch een beetje een leugenachtig figuur. Mensen die daarna voor de grap zeiden dat Bos het televisieprogramma Dancing with the Stars kon winnen met zijn draaikontje, gingen ongemerkt mee in het frame van het CDA.

In mijn onderzoek ben ik uitgaan van vier frames: het legalistische frame, het competitie- en angstframe, het kosten-batenframe, en het humanitair-persoonlijke frame. Het legalistisch frame gaat er vanuit dat er een wet of een afspraak is en dat iedereen zich daar aan moet houden. Het competitie- en angst frame wordt in de meest extreme vorm xenofobie, maar ook uitspraken zoals:‘pikken asielzoekers mijn baan in?’ of ‘is het nog wel veilig op straat?’ passen in dit frame. Een ander onderdeel van dit frame is de number game, het aftroeven van elkaar op het gebied van cijfertjes. Kwamen er honderd of tweehonderd asielzoekers en nam de criminaliteit met twee procent toe of nam ze juist een beetje af? Het kosten-batenframe gaat over: ‘wat levert het ons op tegen welke kosten?’ Het gaat hierbij om zowel directe financiële gevolgen als, aan de batenkant, bijvoorbeeld ook het in het dorp blijven van de supermarkt of pinautomaat. Het humanitair-persoonlijke frame bestaat aan de ene kant uit het wantrouwen naar politici. Zeker op het moment dat burgers en politiek met elkaar zaken moeten regelen, ontstaat vaak wantrouwen bij de burgers. De andere kant van dit frame is een christelijke moraal die mensen hoog moesten houden.

In mijn scriptie heb ik gekeken naar bijeenkomsten tussen burgers, politiek en het Centraal orgaan Opvang Asielzoekers (COA), politieke confrontaties in de gemeenteraad en hoe er in de media is bericht over de komst van het AZC. Hieronder licht ik er één bijeenkomst uit, de grootste van de bijeenkomsten met bewoners van De Lier. Dit voorbeeld laat heel duidelijk zien hoe de verhoudingen tussen politiek en burger worden beïnvloed, door frames en door het hebben van een draaiboek.

 

De Sporthalbijeenkomst

Op 10 mei 1994 verzamelden 240 belangstellenden zich in de sporthal van De Lier voor een inspraakbijeenkomst. Er waren toespraken van de gemeente en van twee vertegenwoordigers vanuit het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) en het COA. Daarna was er ruimte voor inspraak van bewoners. Hoe de verhouding voor- en tegenstanders onder de bevolking was, is moeilijk vast te stellen. Dit ligt aan het feit dat niet alle 240 aanwezigen een vraag hebben gesteld.

Burgemeester Van der Meer (CDA) opende de avond door de deelnemers vanuit de Rijksoverheid voor te stellen en de procedure van die avond uit te leggen. De burgemeester vervolgde met een korte geschiedenis over de contacten tussen WVC en de gemeente. De burgemeester benoemde niet hoe het college van B&W of hijzelf over de komst van het AZC naar De Lier dacht. Omdat de burgemeester ook voorzitter was van de bijeenkomst, kon hij niet openlijk een standpunt innemen. Toch kunnen we er van uitgaan dat de burgemeester voor de komst van het AZC was. Zonder draagvlak bij Burgemeesters en Wethouders onderneemt het COA geen actie.

Na de burgemeester kwam de heer Legierse namens WVC aan het woord. Zijn verhaal was opgesplitst in twee onderwerpen. Het eerste was de situatie in de wereld en hoe daar mee om te gaan. Legierse ging in op de situatie in Joegoslavië, Irak en Burundi. Deze brandhaarden waren dagelijks in het nieuws en vanuit die brandhaarden waren 50 miljoen mensen op de vlucht. Met de 4000 asielzoekers die Nederland opnam, zou Nederland een middenpositie innemen. De uitleg over de problemen in de wereld vallen in het humanitair-persoonlijke frame. Na de problemen in de wereld ging Legierse in op de herkomst van de vluchtelingen. Er werd gemeld dat de meeste asielzoekers hoogopgeleid waren en tot de hogere klasse in hun eigen land behoorden. Daarna volgde een stuk over hoe asielzoekers na terugkeer – Argentijnen en Chilenen zouden in de jaren zeventig altijd zijn teruggekeerd [iets wat niet waar was] – het eigen land positief hebben beïnvloed. Na een kort stukje over de procedure de geplande 25 maanden, kwam Legierse weer terug bij het hoogopgeleid zijn van asielzoekers, nu in combinatie met criminaliteit. Asielzoekers zouden niet meer of minder crimineel zijn dan welke andere groep in Nederland. Alles in de toespraak van Legierse leek erop gericht om de grootste angsten bij voorbaat weg te nemen. Het vertellen over de opleiding van asielzoekers valt onder het koste-barenframe en het spreken over de criminaliteit onder het competitie-angstframe.

Wat Legierse hier deed heeft een dubbele bodem. Het verstrekken van informatie spreekt voor zich. De dubbele bodem zit in de emoties die Legierse erbij op wilde wekken: medeleven en medemenselijkheid. Want wie durfde nu nog met droge ogen te zeggen dat hij niets voor deze mensen wil doen? En wie zelf een lange inleiding houdt, geeft minder tijd voor negatieve insprekers om hun mening te uiten. Daarbij slaat een lange inleiding ook een beetje murw en dommelen mensen na veel ontvangen informatie in.

Na Legierse sprak de heer Vonberg, directeur van het AZC in ’s-Gravendeel nabij Dordrecht. Hij ging vooral in op de procedure en benadrukte daarbij het belang vanuit de asielzoekers om negatieve publiciteit te vermijden. De korte bijdrage van Vondberg valt onder het competitie-angstframe. Na Vonberg was er vijftien minuten pauze, waarin er ruimte was om schriftelijke vragen in te dienen. Die konden dan na de pauze beantwoord worden.

 

Inspraak vanuit de burgers

Na de pauze was het tijd voor het beantwoorden van de schriftelijk ingediende vragen. De eerste vraag die werd behandeld was: ‘Hoe kan het zijn dat in ’s-Gravendeel de criminaliteit met 300 procent is gestegen?’ Vonberg ontkende deze grote stijging. Er zou wel een kleine stijging geweest zijn, maar niet meer dan bij een groeiende bevolking hoorde. Dit past bij de number game. De keuze van de vraag is opvallend. Dit was waarschijnlijk een vraag van één van de grootste criticasters van het AZC. Doordat 300 procent erg overdreven lijkt, konden de tegenstanders afgeschilderd worden als dom.

Hierna volgde een vragenronde procedure. Procedure moet in dit geval in de breedste zin van het woord worden opgevat. Zo waren er vragen over de plaats waar dorpsbewoners zich met problemen moest melden; waar asielzoekerskinderen naar school zouden gaan; of asielzoekers mochten werken; waar iemand zich kon melden voor vrijwilligerswerk op het AZC en wanneer de eerste asielzoekers in De Lier konden worden verwacht. De procedurevragen hadden een negatieve ondertoon. Alleen de vraag waar mensen zich konden melden als vrijwilliger was positief en de vragen over onderwijs en medische verzorging waren neutraal. Negativisme was er zeker op het moment dat bij de vragen over de komst direct een number game werd gestart, want was honderd of honderdvijftig asielzoekers niet genoeg voor een dorp als De Lier? Deze laatste vraag kwam twee keer terug. Na de laatste procedures te hebben uitgelegd, sloot de burgemeester de bijeenkomst en konden de bezorgde omwonenden huiswaarts.

 

Analyse van de bijeenkomst.

Hoewel ik hiervan niets in het archief heb gevonden, lijkt deze bijeenkomst vergader-tactisch goed georganiseerd. Eerst de sprekers. Het lijkt logisch om eerst sprekers aan het woord te laten, maar dit was ook zeker handig. Door veel informatie te verstrekken geeft de spreker de indruk dat hij compleet is en de controle heeft. Daarnaast verzadigt het de toehoorders en het is mogelijk om jouw belangrijkste argumenten duidelijk te benadrukken. Daarna mogen de mensen niet spontaan en mogelijk emotioneel vragen stellen, maar laat je de vragen eerst opschrijven. Bij de beantwoording kom je hierdoor weer over als gecontroleerd, zeker en compleet. Uit de schriftelijke vragen werd eerst de meest oppositionele vraag van een tegenstander gekozen, wat de mogelijkheid gaf deze tegenstander af te schilderen als een angsthaas. Daarna werden rustig alle procedurele vragen beantwoord. Dit had als doel om mensen met het tevreden gevoel gehoord te worden huiswaarts te laten gaan.

Als we naar de bijeenkomst kijken schemerde er in de vragen angst door en gingen de sprekers vooral in op procedurele vragen. In totaal waren er 64 schriftelijke vragen gesteld. Er zaten een paar wonderlijke vragen tussen. Zo vroeg een van de deelnemers waarom waslijnen zo in de mode waren op AZC’s.[5] Deze vraag kun je interpreteren als angst voor beeldvervuiling, maar deze vraag kon ook gebruikt worden om de tegenstanders weer als dom of een beetje wereldvreemd af te schilderen.

Ook was het duidelijk dat een aantal vragenstellers de politiek wantrouwde. Een van de deelnemers stelde dat het voormalige militaire Schefferkamp, waar het AZC in gevestigd zou worden, in het verleden was aangekondigd als tijdelijk en uiteindelijk 50 jaar gebleven was. Hieruit kon hij naar eigen zeggen niets anders concluderen dan dat dit in dit geval ook wel zo zou zijn.[6]

De meeste vragen waren proceduregericht en het ging vooral over hoe het geregeld was met het basisonderwijs en criminaliteit. Uit de meeste negatieve vragen blijkt onbekend, onbemind te maken. Toch was het niet alleen negatief. Uiteindelijk werden er tien positieve vragen gesteld. Eén iemand was dusdanig positief, dat deze persoon er al bij zette dat het een positief plan was. Ook meldden sommigen zich direct aan als vrijwilliger, werknemer voor het COA of bouwvakker.

Uiteindelijk zijn de grootste vragen in deze eerste bijeenkomst behandeld. Er is niet op alle vragen ingegaan, maar in grote lijnen zie je toch dat de grootste pijnpunten behandeld zijn. Er was zo geen sprake van agendasetting vanuit de gemeente. Wat tegen de verwachting inging, was dat niet alleen het protesterende deel van de bevolking deze bijeenkomst aangreep om hun mening tegen een AZC duidelijk te maken, maar dat ook de voorstanders en andere geïnteresseerde bewoners hun positieve en meer neutrale reacties lieten horen.

 

Conclusie

Het asielzoekerscentrum in De Lier kwam er en bleef open tot 2003. In een gesprek met een omwonende bleek dat het achteraf allemaal wel mee was gevallen. De reacties in 2014 en zeker vanaf augustus 2015 zijn vele male heftiger dan die in De Lier. De reacties zijn in heftigheid en intensiteit het beste te vergelijken met de komst van de eerste AZC’s in Nederland. Hoewel ook met toen de toon van het debat nu verhard is, valt mij op dat het discours dat wordt gebruikt nog altijd dezelfde is. De argumenten die nu worden gebruikt passen in de frames uit de jaren negentig. Zeker het competitie-angstframe is duidelijk te herkennen. Ook het wegblijven van de premier in de media zal het vertrouwen in de politiek niet hebben doen toenemen. In meer dan tien jaar is er qua discours weinig veranderd in discussies rond de komst van AZC’s.

LEES HIER DE SCRIPTIE WAAR DEZE LONGREAD OP GEBASEERD IS.

WIL JIJ OOK JE SCRIPTIE PUBLICEREN EN EEN LONGREAD SCHRIJVEN? STUUR DAN NU JE STUK OP.

 

NOTEN:

[1] ‘Eerste vluchtelingen naar Kamp Heumensoord’, via: http://nos.nl/artikel/2060812-eerste-vluchtelingen-naar-kamp-heumensoord.html en COA ‘Feiten en Cijfers’ via: https://www.coa.nl/nl/over-coa/feiten-en-cijfers

[2]‘Inwoners Oranje blokkeren toegangswegen en belagen staatssecretaris’, via: http://www.nu.nl/algemeen/4140129/inwoners-oranje-blokkeren-toegangswegen-en-belagen-staatssecretaris.html

[3] CBS, Asielverzoeken; kerncijfers, 1975 – 2006, via: http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?DM=SLNL&PA=37970ned&D1=0,3&D2=0-30&HDR=T&STB=G1&VW=T.

[4] D. van Dijk, Er is nog plaats in De Lierse Herberg. Onderzoek naar de komst van het asielzoekerscentrum naar De Lier en de relatie met de dorpelingen. (Kwintsheul 2015) .

[5] Ibidem.

[6] Ibidem.

About the author:

Back to Top