Longread: Judith Hellemons, ‘Ik handel in vlees’

Longread: Judith Hellemons, ‘Ik handel in vlees’

Longread: Judith Hellemons, ‘Ik handel in vlees’

Reacties uitgeschakeld voor Longread: Judith Hellemons, ‘Ik handel in vlees’

‘Ik handel in vlees’. De verhouding tussen de hoerenbeweging en de feministen tijdens de hoerencongressen van 1985 en 1986.

 

‘Vroeger had ik geen macht over seks, nu heb ik de touwtjes in handen.’
‘Wat voor macht heb je dan? Want mannen komen toch om zelf uit te zoeken?’[1]

In de show van Sonja Barend werd het maar al te duidelijk dat feministen niks snapten van de standpunten van sekswerkers die streden voor destigmatisering en decriminalisering. Tijdens de hoerencongressen van 1985 en 1986 streden prostituees en bondgenoten van deze dames van plezier namelijk voor meer rechten, zoals recht op pensioen of ziektekostenvergoeding. De show Sonja op maandag is een goed voorbeeld van de spanningen tussen de sekswerksters en de anti-prostitutie-feministen, terwijl er tijdens het hoerencongres ook feministen waren die zich wel degelijk wilden inzetten voor de strijd die de sekswerksters streden. Dit wil echter niet zeggen dat er geen spanningen bestonden tussen deze feministische bondgenoten en de sekswerksters. Over de sociale spanningen tussen de verschillende groepen vrouwen gaat deze thesis.

 

Het feminisme: van de pil tot seksualiteit

De feministen streden tijden de jaren zestig voor gelijkheid en waren het beu om aan de maatschappelijke norm te voldoen. De norm stelde dat de vrouw voor het huishouden en de kinderen moest zorgen en zich niet hoefde te ontplooien op intellectuele wijze. De feministen gingen hier tegenin waardoor er groepen ontstonden zoals Dolle Mina en Man Vrouw Maatschappij. Naarmate zij hun doelen bereikten, in 1962 werd de pil beschikbaar gesteld en ook abortus werd begin jaren tachtig legaal, richtten zij zich tijdens de jaren tachtig op seksualiteit. De feministische beweging was eensgezind tegen seksueel geweld. Naarmate de tijd vorderde voerden ze ook acties tegen peepshowtheaters door de deuren dicht te kitten en gooiden ze de ruiten in van seksshops.[2] Deze acties geven al een idee over hoe sommige vrouwen zich opstelden ten opzichte van prostitutie. Zij zagen deze seksuele dienst als een bevestiging van de mannelijke dominantie. Dit terwijl sekswerkers het juist zagen als een manier om onafhankelijk te worden: zij verdienden geld en hoefden daardoor niet hun handje op te houden bij een echtgenoot. De sekswerkers en feministische bondgenoten zagen emancipatie op een hele andere manier dan de doorsnee feministen.

Desalniettemin streden sekswerkers en bondgenoten voor de rechten van deze sekswerkers. Dit deden zij door onder andere internationale hoerencongressen te organiseren. Het eerste congres werd gehouden in 1985 en was nog kleinschalig. Er werd echter groots uitgepakt tijdens het tweede internationale hoerencongres in 1986. De locatie was al buitengewoon: Er werd vergaderd in het Europees Parlement. Tijdens dit congres werd er gediscussieerd over de situatie van sekswerkers over de hele wereld en wat er gedaan moest worden om deze vrouwen meer rechten te geven. Deze discussies verliepen in harmonie aangezien er alleen voorstanders voor rechten van prostituees werden uitgenodigd. De sekswerkers konden hun ei kwijt tijdens het congres en verkeerden in een vacuüm, een bubbel van comfort.

 

Madonna’s en hoeren

Dat gevoel van geruststelling en gemak duurde echter niet lang. De eerder genoemde show van Sonja Barend is daarvan een goed voorbeeld. Bea Oving, een sekswerkster, was te gast in de show en trachtte uit te leggen waarom zij wel degelijk een feministe was. Ze werd echter al snel aangevallen door feministen die daar geen snars van begrepen. Oving stelde dat het geen zin had om te zeggen ‘weg-met-de-prostitutie’, want mannen vonden dan wel een andere weg. Vervolgens stelde een prostituee uit het publiek dat zij zich geen lustobject voelde tijdens haar werk, maar wel als zij in een volle bus ‘in haar reet geknepen’ werd. Vanuit het publiek kwam naast deze opmerkingen vooral veel onbegrip naar de oppervlakte. De meeste aanwezige vrouwen konden maar niet begrijpen dat er een feministische glans werd gegeven aan de hoerenbeweging. Zoals Sonja samenvattend opmerkte: ‘Leg me uit hoe je een feminist kan zijn als je je lichaam beschikbaar stelt aan min of meer willekeurige mannen.’[3]

Een groot deel van de vrouwen in Nederland snapte vrij weinig van de argumenten van de sekswerkers. Een kleine groep feministen schaarde zich juist achter deze kwetsbare groep om de hoerenbeweging meer draagkracht te geven. Dit was nodig aangezien sekswerkers niet altijd bereid waren uit te komen voor hun beroep. Uit de anonimiteit treden, kon hun familie en kinderen maatschappelijk schaden of ze riskeerden een conflict met hun pooier. De feministische bondgenoten zorgden er door deelname voor dat de hoerenbeweging groter werd. Daarnaast leverden deze feministen kennis. Dit was hard nodig aangezien veel sekswerkers überhaupt nog nooit vergaderd hadden, laat staan een subsidie aangevraagd of een beleidsplan opgesteld. Hoeren wisten dat zij streden voor rechten, maar hoe dat te doen, dat was een andere vraag. Een plan van aanpak werd daarom aanvankelijk opgesteld door de bondgenoten.

De Amerikaanse Gail Pheterson had hier veel invloed op. De sociologe deed onderzoek in Nederland naar prostitutie en hoorde over een praatgroep voor prostituees die eerder werd opgericht. Zij spoorde hen aan om een hoerencongres te organiseren en Pheterson belandde uiteindelijk zelf in het International Committee for Prositutes’ Rights. Een internationaal comité dat streed voor prostitutierechten. In dit comité zaten kortom niet alleen prostituees. Dit was opmerkelijk aangezien er juist getracht werd om de authenticiteit van de hoerenbeweging te garanderen. Het moest voor de buitenwereld duidelijk zijn dat hoeren zelf alle beslissingen namen en dat de organisatie gedragen werd door de dames in het vak. Prostituees verschenen daarom op televisie, zodat zij daar konden bewijzen dat de hoerenorganisatie wel degelijk authentiek was.

Desalniettemin verscheen ook Gail Pheterson in het programma Nieuwslijn in oktober 1986. Hierin beargumenteerde zij dat er meer naar sekswerkers geluisterd zou moeten worden. Ook was het, volgens haar betoog, een hoofddoel van de organisatie om prostituees zelf aan het woord te laten. In het tv-programma werd uiteraard ook het hoerencongres belicht. Dit congres had meer allure dan het eerste, maar vond plaats achter gesloten deuren omdat hoeren bang waren om uit de anonimiteit te treden. Dit gold, ondanks dat zij in vergelijking met andere landen een relatief goede sociale positie hadden, ook voor de Nederlandse dames van plezier. Zo wilde één van de dames niet op televisie komen, uit angst dat haar familie erdoor in de problemen kwam. Ze beweerde dat zij zich niet schaamde voor haar beroep, maar dat de maatschappij haar en haar omgeving er wel op aankeek. Dat imagoverlies leek voor de dames het grootste probleem te zijn.[4]

Een ander probleem was echter ook hoe zij destigmatisering en decriminalisering wilden verwezenlijken. De sekswerksters trachtten dit te doen door samen te werken met de feministen. Zoals eerder beschreven was deze samenwerking vrij wankel. Dit kwam niet alleen doordat de sekswerkers niet goed wisten hoe zij om moesten gaan met administratie en dergelijke, maar ook omdat de sekswerkers de feministen veroordeelden. De prostituees zagen andere vrouwen als preuts en noemden hen daarom vaak ‘theemutsen’. Zij verantwoordden dit door hun eigen positie op te waarderen. Sekswerkers stelden dat prostitutie gelijk was aan het huwelijk: beide groepen hadden seks voor geld maar de voorwaarden waren verpakt in een ander hoesje. ‘Keurig’ getrouwde vrouwen waren op deze manier ‘slechter’ bezig dan sekswerkers; sekswerkers konden hun eigen geld verdienen en waren dus financieel onafhankelijk. De prostituees negeerden zo het seksuele aspect van hun werk en vergaten dat seks als dienstverlening toch anders was dan seks in het huwelijk. Prostituees hadden immers seks om de man te plezieren, terwijl vrouwen in het huwelijk er (hoop ik) ook nog een leuke tijd aan overhielden en zich seksueel bevredigd voelden. Sekswerkers vonden echter dat theemutsen vrouwen waren die hun man geen seks durfden te weigeren. Dit impliceert dat sekswerkers wel veel mannen konden weigeren, terwijl dit in de praktijk betekende dat zij geen inkomsten genereerden. Door dit doolhof van argumenten wordt nogmaals duidelijk wat voor een complexe relatie sekswerkers hadden met feministen.

 

Conclusie

In de sociale beweging die de hoerenbeweging werd genoemd was er kortom een lastige kwestie gaande. Aan de ene kant stonden de sekswerkers en de feministische bondgenoten, aan de andere kant een grotere groep: de anti-prostitutie feministen. In de groep sekswerkers en bondgenoten was er nog een complexe relatie gaande: beiden streefden hetzelfde doel na maar hun identiteit en imago was duidelijk anders. Toch werkten zij samen, maar door het verschil in klasse, kennis en imago ontstonden er vaak akkefietjes. Daarnaast waren sekswerkers niet altijd bereid in de openbaarheid te treden, waardoor er minder aanhang ontstond voor de beweging dan nodig was om de hoerenbeweging authentiek te maken. De sekswerkers die actief waren in de beweging zaten vaak niet meer achter de ramen of in de clubs; zij waren namelijk diegenen die er wel tijd voor hadden. De dames die werkten hadden vaak een drukke agenda of werden tegengehouden door bijvoorbeeld hun bordeelhouder. In hoeverre de hoerenbeweging succesvol en authentiek was, valt dus te betwijfelen. Verder is de keuze voor het werven van feministische bondgenoten wellicht een minder gunstige geweest. Desalniettemin heeft de hoerenbeweging zeker ook vooruitgang geboekt. Sommigen verschenen op televisie, maakten zichzelf bekend en het werd voor de gemiddelde Nederlander duidelijk dat sekswerkers ook gewoon mensen waren. Zo merkte een feministe die aanwezig was bij het tweede internationale hoerencongres op: ‘Ze leken mensen uit een andere wereld, totdat ik de eerste drempel nam, ik ontmoette een sekswerker. Het zijn gewoon mensen zoals ik die koffie drinken, sandwiches eten en gaan slapen. Toch zou ik willen dat vrouwen konden overleven zonder prostitutie.’[5]

LEES HIER DE SCRIPTIE WAAR DEZE LONGREAD OP GEBASEERD IS.

WIL JIJ OOK JE SCRIPTIE PUBLICEREN EN EEN LONGREAD SCHRIJVEN? STUUR DAN NU JE STUK OP.

 

NOTEN

[1] VARA, ‘Sonja op maandag’, (27 oktober 1986).

[2] V. van de Loo, De Vrouw Beslist: de tweede feministische golf in Nederland (Wormer 2005) 33, 136-151 & 187.

[3] VARA, ‘Sonja op maandag’, (27 oktober 1986).

[4] VOO, ‘Nieuwslijn’, (1 oktober 1986).

[5] G. Pheterson (ed.), A Vindication of the Rights of Whores (Seattle 1989) 174-175.

About the author:

Back to Top