Het Forum Romanum in de negentiende eeuw: “het is thans eene koeweide.”

Het Forum Romanum in de negentiende eeuw: “het is thans eene koeweide.”

Het Forum Romanum in de negentiende eeuw: “het is thans eene koeweide.”

1 reactie op Het Forum Romanum in de negentiende eeuw: “het is thans eene koeweide.”

door Jurian ter Horst

“Hier toch staat gij, hoe de tijd ook zelfs de plaatselijke gesteldheid moge veranderd hebben, op een dier oude zeven heuvelen. (…) Vlak achter, als aan den voet des heuvels, waarop het kapitool zich verheft, en wat verder tusschen dien landweg en den voet van den Palatijn, is de grond ter diepte van ongeveer 20 v. uitgegraven, en rijzen uit de dus blootgelegde ruimte prachtige kolommen en bouwvallen omhoog: het is ’t oude Forum, nu het Campo Vaccino.”[1]

Vanaf het Capitool, in de negentiende eeuw een populaire locatie om Rome te kunnen overzien, aanschouwde Willem Richard Boer rond 1870 het deels uitgegraven Forum Romanum, waarvan niets over was dan slechts enkele kolommen en bouwvallen. Het ooit zo glorierijke Forum had zich door de eeuwen heen ontwikkeld van een verzamelplaats van de samenleving en herinneringen tot een weide waar koeien graasden. Eeuwenlang was het idee van het Forum wel aanwezig geweest, maar was de fysieke werkelijkheid ervan ver te zoeken. Pas vanaf de negentiende eeuw werd het Hart van Rome weer langzaamaan zichtbaar.

De Eeuwige Stad, zoals Rome ook wel wordt genoemd, is de meest beschreven stad ter wereld en staat centraal in een ontelbaar aantal studies, gedichten, literaire boeken, reisgidsen en reisverslagen. Ook Nederlanders hebben hieraan bijgedragen. In de tweede helft van de negentiende eeuw werd het schrijven en lezen van reisverslagen populairder in West-Europa, zo ook in Nederland. De elite kon het zich veroorloven een reis te maken en erover te publiceren, de thuisblijvers beleefden vervolgens al lezend het uitstapje.[2] Zo kwamen zij te weten hoe een voor hen onbekende wereld eruitzag en wat zich daar allemaal afspeelde. De lezers kwamen echter nog meer over de schrijver van een reisverslag te weten. Bewust of onbewust benadrukten en belichtten, verborgen en verzwegen de auteurs namelijk elementen en creëerden zo een bepaalde beeldvorming die was gerelateerd aan de schrijver en de tijd waarin hij of zij leefde[3]

Religieuze overtuiging was een van de aspecten die bijdroegen aan de identiteit van negentiende-eeuwse Nederlanders. Voor schrijvers van reisverslagen lag het bijvoorbeeld voor de hand dat hun werken werden gelezen door thuisblijvers met eenzelfde religieuze voorkeur. In deze longread schenk ik aandacht aan de religieuze achtergrond van enkele Nederlandse Rome-reizigers in relatie tot de reisverslagen die zij over de stad schreven. Het oude hart van de Eeuwige Stad, het Forum Romanum, functioneert hierbij als een uitstekend voorbeeld voor de beeldvorming die de reizigers creëerden en staat daarom centraal in deze longread.

 

jurianterhorst_forumromanum_afbeelding2

“The Forum, Rome”, gravure van A.Willmore (naar foto van W.H.Bartlett). Gepubliceerd in George Newenham Wright, “The Rhine, Italy, and Greece: in a series of drawings from nature” (Londen, 1841). Bron: Ancestry Images.

Het Forum Romanum door de ogen van Nederlanders

Het Forum Romanum zoals het er nu bij ligt, is totaal anders dan hoe men het in de negentiende eeuw kon aanschouwen. Door de eeuwen heen was het oude hart van Rome in verval geraakt en een koeienweide geworden; een Campo Vaccino. Gebouwen waren ingestort en grotendeels aan het oog onttrokken door lagen zand, puin en afval. Pas vanaf het begin van de negentiende eeuw werden er, afgezien van het jagen naar schatten in eerdere eeuwen, opgravingen verricht op het Forum. Onder leiding van Carlo Fea, wiens werkzaamheden tussen 1809 en 1814 werden bepaald door Napoleon en diens protegé Camille de Tournon, legde men verschillende delen van het Forum bloot. Na een periode van strikte pauselijke interventie werden er pas vanaf 1870, na de staatkundige eenwording van Italië met Rome als nieuwe hoofdstad, weer opgravingsprojecten opgestart en ondersteund. In 1898 werd Giacomo Boni benoemd tot directeur van de opgravingen op het Forum. Opgravingen die vanaf dat moment tot op de dag van vandaag plaatsvinden, hebben ervoor gezorgd dat de koeienweide langzaamaan is veranderd tot het archeologische park zoals wij dat nu kennen.[4]

Een van de eerste activiteiten die negentiende-eeuwse reizigers ondernamen, was het bezoeken van het Capitool; een van de zeven heuvelen van Rome. Vanaf daar aanschouwden zij onder andere het wereldberoemde Forum Romanum, om vervolgens “af te dalen naar die overblijfselen van het oude Rome, waarvan gij er daar zoovelen en zoo grootschen met een enkelen blik kunt overzien.”[5] Helaas was er nog maar weinig over van de plaats waar de oude Romeinen in het openbaar leefden. Het valt de hervormde Willem Richard Boer op dat het Forum, dat “het groote middelpunt was van het openbaar en staatkundig leven in de eerste tijden der Republiek,” qua ruimte zo beperkt en gering was.[6] Ook Jan Jakob Lodewijk ten Kate, evenals Boer afkomstig uit een hervormde familie, is teleurgesteld, wanneer hij van het Capitool naar het Forum afdaalt:

Nu zetten we langs de zuidelijke helling van den Kapitoolheuvel onze wandeling voort naar het Forum, het hart van het oude-Rome, maar sedert eeuwen een schrale weide, waar het gesnater der marktgangers den kadans der Ciceroniaansche welsprekendheid vervangen heeft en de ossen grazen tusschen de lijkzerken van goden en halfgoden, (…).[7]

Het centrum van het oude Rome, waar de welsprekende Cicero en zijn volgelingen te horen waren, was nu een weide met ossen en overblijfselen van vereringen aan goden en halfgoden. Het Forum Romanum was een vergane glorie.

Maar wat was er nog te zien van het oude Forum? Volgens de schrijvers waren er nog acht zuilen van de Tempel van Saturnus, drie zuilen van de Tempel van Vespasianus en Titus, de Boog van Septimius Severus, delen van de Rostra en de Via Sacra, de Zuil van Phocas, overblijfselen van de Basilica van Julia, zuilen van de voormalige Tempel van Antoninus en Faustina (ook bekend als de kerk van San Lorenzo in Miranda), drie Korintische pilaren van de Tempel van Castor en Pollux, delen van de Basilica van Constantijn, de kerk van St. Francesca Romana, resten van de keizerlijke paleizen op de Palatijn en de Boog van Titus.[8] Volgens remonstrant Jan Jacob van Vollenhoven had men geen gids nodig om deze monumenten te herkennen. Het waren de zuilen en triomfbogen “uit de afbeeldingen u reeds zoo gemeenzaam, en die gij zoo zeer verlangde in werkelijkheid te aanschouwen.”[9]

Hoewel er dus nog wel degelijk wat zichtbaar was, laat de hervormde Antonius Hirschig, dichter van beroep, ons weten dat “Het forum Romanum met alles wat er achter volgt,” vreselijk en geheel is verwoest.[10] Ook Frits, de hoogstwaarschijnlijk fictieve hoofdfiguur in het reisverslag van Joannes Gerardus Heeres – priester in het dagelijks leven – had als pas afgestudeerde rechtenstudent graag de gehele Rostra bijvoorbeeld nog gezien, de plaats waar Cicero zou hebben gestaan.[11] De Franse priester die de jongeling vergezelt in het reisverslag probeert de teleurstelling uit zijn hoofd te praten. Het Forum Romanum was voor de christelijke bezoeker namelijk van onschatbare waarde. Het marmer dat er te zien was, had “geslachten op geslachten zien voorbijgaan.” Toen de apostel Petrus er voor het eerst kwam, stond alles nog fier overeind. Maar de altaren en tempels van de heidense goden vielen om, toen “de oude eenvoudige visscher uit Galilaea” en zijn opvolgers de enige ware godsdienst hadden verkondigd. Volgens de priester zag men “een grootsch, een indrukwekkend graf, dat beter dan iets ter wereld in staat is, u te toonen, hoe groot, hoe magtig dat christendom moest zijn, dat zulk een graf kon delven!”[12]

Ook Ten Kate ziet de aanwezigheid van het christendom op het Forum. Hij ervaart dit echter niet als een overwinning van de christelijke religie op de heidense, maar eerder als een vermenging van de twee:

Ons oog dwaalt, onzen voet vóóruit, over die voor eeuwig gedenkwaardige plek heen, het kerkhof eener waereldmonarchie, waar de ruïnen nu eens eenzaam zich vertoonen boven het dichte puin, alsof het hand of vinger ware van een overigens bedolven reuzenlichaam, en dan weder met eene Katholijke kerk vereenigd en tot den bouw daarvan gebruikt, als een sprekend zinnebeeld der Historische inéénsmelting of vermenging van Heidendom en Christendom (…).[13]

Ten Kate ziet het kerkhof van een wereldmonarchie, waar enkele fragmenten boven de grond enerzijds de indicatoren van een verborgen wereld onder de lagen zand en anderzijds onderdeel van nieuw gebouwde katholieke kerken zijn. Waar Ten Kate een samensmelting ziet van heidendom en christendom, ziet Boer juist het tegenovergestelde. Boer zegt het volgende, wanneer hij het heeft over de kerken die de heidense monumenten hebben vervangen:

Zulke voorbeelden, die gestadig en dikwerf op veel grover en stuitender wijze zijn op te merken, geven eenig denkbeeld, hoe het nieuwe geloof zich van het oude, en van zijne schoonste gedenkteekenen vaak heeft bediend, daarvan gebruik en schromelijk misbruik heeft gemaakt, voor eigen doeleinden, gemak of sieraad.[14]

Volgens Boer hebben de katholieken misbruik gemaakt van de oude monumenten en ze slechts gebruikt ten gunste van henzelf. Dit maakt de katholieke kerk en de pausen geen beschermers van de overblijfselen uit de oudheid, maar juist de vijanden ervan:

Het leert de geestelijke heerschappij, de Kerk en de Pausen, ten opzigte van de oudheid en hare overblijfselen uit een ander oogpunt beschouwen. Te vaak toch wil men hen alleen laten voorkomen als bewaarders en herstellers van het eerwaardige en schoone uit den voortijd; terwijl zij zich maar al te dikwerf de vijanden, de vernielers daarvan hebben getoond, (…).[15]

Volgens Boer hebben de pausen het oude Rome doen vervagen. Op het Campo Vaccino, de koeienweide, dat ooit gevuld was met monumenten van het Forum Romanum, zag men nu oude brokstukken en de samenkomst van het oude, heidense Rome enerzijds en het katholieke Rome anderzijds.

Bijdragen aan de samenleving

In dezelfde tijd dat deze reisverslagen werden gepubliceerd, ontstonden overal in Europa, tegelijk met de opkomst van de constitutionele en democratische natiestaten, conflicten tussen religieuze en antikerkelijke politieke partijen over de rol en plaats van religie binnen de moderne samenleving. Naast liberale inmenging karakteriseerden conflicten tussen protestanten en rooms-katholieken ook in Nederland het maatschappelijke debat gedurende de tweede helft van de negentiende eeuw. Door een groeiend aantal geletterden en de toenemende mogelijkheden op het gebied van productie en verspreiding van publicaties nam dat debat een steeds belangrijkere rol in binnen de samenleving. Schrijvers trachtten het publiek te beïnvloeden en zagen zichzelf als de pioniers van een betere samenleving, een gedachtegoed dat sterk aanwezig was in negentiende-eeuws Nederland.[16]

jurianterhorst_forumromanum_afbeelding1

“Campo Vaccino seen from the Tower of the Capitol, Rome”, gravure van Frederick Smith (naar foto van T.Creswick). Gepubliceerd in: Rome, and its surrounding scenery; illustrated with engravings by W.B. Cooke, from drawings by eminent artists: accompanied by literary sketches, by H. Noel Humphreys, esq. (Londen, 1840). Bron: Ancestry Images.

Door verder te kijken dan simpelweg de beschrijving van een monument of gebied, wordt duidelijk dat ook gepubliceerde reisverslagen onderdeel van de negentiende-eeuwse, Nederlandse publieke sfeer gingen uitmaken. Het Forum Romanum in Rome is hier een goed voorbeeld van. Alle genoemde reizigers beschreven het Forum als een weideveld met de restanten van een vergane tijdperk, met voortzettingen ervan die in een christelijk jasje waren gestoken. Onderscheidende opvattingen zijn terug te vinden in de mate van waardering die de reizigers voor het Forum hadden. Hirschig en Van Vollenhoven lieten zich amper uit over het Forum Romanum. Boer, Ten Kate, en de Franse priester uit het reisverslag van Heeres deden dat daarentegen wel. Ten Kate zag een duidelijke samenkomst van het oude, heidense en het nieuwe, rooms-katholieke Rome. Hij beschouwde het overigens als een graf met daarin de overblijfselen van een verloren tijdperk. Ook in het reisverslag van Heeres werd door de ogen van een Franse priester het Forum gepresenteerd als een groot graf van heidense monumenten, maar ditmaal als een graf van een tijdperk dat was overwonnen door het christendom, oftewel het rooms-katholicisme. Boer daarentegen liet in zijn beschrijving niets heel van het rooms-katholicisme en de pausen. Zij hadden ervoor gezorgd dat het Forum er in deze erbarmelijke hoedanigheid bij lag en dat, op enkele zuilen en kolommen na, een wereldberoemde plaats volledig was verwoest.

Een verklaring voor deze verschillende perspectieven ligt naar mijn mening grotendeels, of wellicht in zijn geheel, in de religieuze achtergrond van de schrijvers. Van Vollenhoven was een remonstrant, Heeres duidelijk rooms-katholiek en Hirschig, Ten Kate en Boer waren Nederlands hervormd. In de uitspraken van de schrijvers over het Forum Romanum is, overigens per persoon verschillend, de religieuze voorkeur duidelijk terug te lezen. De manier waarop zij het Forum Romanum presenteerden, was sterk gerelateerd aan hun duidelijke voorkeur of afkeur voor het protestantisme of rooms-katholicisme. Voor een katholiek lieten de monumentale resten op het Forum Romanum duidelijk zien hoe krachtig het rooms-katholicisme was; voor een protestant was het een teken van vernieling en dwaasheid.

Door het Forum Romanum op deze manier te presenteren aan het Nederlandse lezerspubliek, kregen reisverslagen nog een tweede functie naast informeren over de geschiedenis van een stad of land en hun monumenten alleen. Het lijkt er sterk op dat de schrijvers via gepubliceerde reisverslagen hun lezerspubliek duidelijke gedachtes voor wilden schotelen over zaken die van belang waren in het thuislan, zoals de vete tussen protestanten en rooms-katholieken. Een andere locatie, in dit geval het Forum Romanum in Rome, kon als vergelijking dienen voor de positie van godsdienst binnen Nederland. De rol die het rooms-katholicisme in Rome op zich had genomen, vormde een voorbeeld voor hoe het er in Nederland aan toeging – en hoe het wel of niet zou moeten gaan.

Conclusie

In de negentiende eeuw was het wereldberoemde Forum Romanum niets meer dan een koeienweide met enkele overblijfselen van een verloren tijdperk en elementen van een nieuw, christelijk tijdperk. Sommige Nederlandse reizigers die het Campo Vaccino bezochten, vonden het in hun reisverslagen niet eens de moeite waard om er uitgebreid over te berichten, anderen zagen juist de mogelijkheden in van een meer diepzinnige analyse. De auteurs konden hun gedachtes erop loslaten in een reisverslag, gedachtes die in grote mate vorm hadden gekregen door de religieuze achtergrond van de reizigers. Protestanten zagen vooral de nadelen in van de opkomst van het katholicisme in Rome; volgens de katholieken lieten de monumentale resten op het Forum Romanum zien hoe machtig de kerk was.

Dergelijke ideeën werden via reisverslagen verspreid onder de Nederlandse bevolking. Godsdienst was een van de bouwstenen van de Nederlandse samenleving en discussie over de rol ervan werd meer en meer onderdeel van het publieke debat. Nederlandse schrijvers gingen zich in de loop van de negentiende eeuw in toenemende mate mengen in dit debat. Ideeën over de positie van religie in de Nederlandse samenleving konden bijvoorbeeld door middel van reisverslagen op een ogenschijnlijk luchtige manier door de elite worden verspreid. Het thuisblijvend lezerspubliek kwam door de beschrijving van een andere locatie, zoals het Forum Romanum in Rome, tegelijkertijd in aanraking met de mooie en minder mooie kanten van het buitenland, alsook met een reflectie op het eigen Nederland.

 

Jurianjurian_foto ter Horst (1993) heeft een bachelor- en masteropleiding Geschiedenis gevolgd aan de Radboud Universiteit. In zijn masterscriptie kwamen verschillende interesses van hem samen, zoals Rome, Europa/Nederland in de negentiende eeuw, beelden van macht en macht van beelden, en het bestuderen van egodocumenten. Daarnaast heeft hij een enorme belangstelling voor een breed spectrum aan historische onderwerpen, waaronder moderne popmuziek, heiligenverering binnen het christendom en beeld- en identiteitsvorming. Jurian maakt geschiedenis graag toegankelijk voor (niet-wetenschappelijk) publiek en hoopt hier zijn werk in te gaan vinden.

LEES HIER DE SCRIPTIE WAAR DEZE LONGREAD OP GEBASEERD IS EN BEKIJK HIER ALLE SCRIPTIES VAN DE UITGEVERIJ.
WIL JIJ OOK JE SCRIPTIE PUBLICEREN EN EEN LONGREAD SCHRIJVEN? STUUR DAN NU JE STUK OP.

NOTEN

[1] Willem Richard Boer, ‘Rome. Herinneringen aan Italië’, De Gids 34.12 (1870) 444-490, 473.

[2] Jan Hein Furnée en Leonieke Vermeer, ‘Op reis in de negentiende eeuw: inleiding’, De negentiende eeuw 7.4 (2013) 257-263; Anna P.H. Geurts, ‘Reizen en schrijven door Noord-Nederlanders: een overzicht’, De negentiende eeuw 7.4 (2013) 264-288, 267, 272-273, 277.

[3] Henk te Velde, ‘Egodocumenten en politieke cultuur’ in: Remieg Aerts, Janny de Jong, en Henk te Velde ed., Het persoonlijke is politiek. Egodocumenten en politieke cultuur, (Hilversum 2002) 9-32; Carl Thompson, Travel writing (New York 2011) 27-28.

[4] Nathalie de Haan, ‘Forum Romanum’, Lampas 40. 4 (2007) 371-380.

[5] Jan Jacob van Vollenhoven, Rome’s kracht en zwakheid. Herinneringen uit Rome (Utrecht 1860) 8.

[6] Boer, ‘Rome’, 483.

[7] Jan Jakob Lodewijk ten Kate, Italië. Nieuwe bladen uit het dagboek der reisherinneringen van J.J.L. ten Kate (Arnhem 1865) 112.

[8] Boer, ‘Rome’, 485-486; Jacobus A. van der Chijs, Reisherinneringen 15 Julij-14 September 1864. Een reisje naar en door Italië in 1864 (Tiel 1865) 57; Joannes G. Heeres, Vijf weken op reis naar Rome (Arnhem 1869) 96-103; Antonius Hirschig, Indrukken, avonturen, plaatsbeschrijvingen en karakterschilderingen op eene reis door Italië in 1861 (Schoonhoven 1863) 132; Ten Kate, Italië, 112-113; Jan Willem Staats Evers, Honderd dagen in Italië en Midden Europa. Reisherinneringen van J.W. Staats Evers (Arnhem 1872) 47; Van Vollenhoven, Rome’s kracht en zwakheid, 8.

[9] Van Vollenhoven, Rome’s kracht en zwakheid, 8.

[10] Hirschig, Indrukken, 132.

[11] Volgens Heeres vertelt Frits in het boek over wat hij en Heeres beide zagen, maar benadrukt dat de levensgeschiedenis van Frits de zijne niet is. In het boek reist Frits met zijn zusje Lucia naar Italië. Op hun weg van Parijs naar Marseille leren ze een Franse priester kennen, die hun vanaf dat moment vergezelt. (Heeres, Vijf weken, 95.)

[12] Ibidem, 96-99.

[13] Ten Kate, Italië, 101.

[14] Boer, ‘Rome’, 485.

[15] Ibidem.

[16] Aerts, De letterheren, 14; en Marita Mathijsen, Nederlandse literatuur in de romantiek, 1820-1880 (Nijmegen 2004) 12, 14.

About the author:

1 Comment

Back to Top