Nederlandse propaganda in de Eerste Wereldoorlog: Holland Neutraal

Nederlandse propaganda in de Eerste Wereldoorlog: Holland Neutraal

Nederlandse propaganda in de Eerste Wereldoorlog: Holland Neutraal

Reacties uitgeschakeld voor Nederlandse propaganda in de Eerste Wereldoorlog: Holland Neutraal

door Bas Nordkamp

Op 4 september 2017 zou de documentaire Jesse over GroenLinks-leider Jesse Klaver uitgezonden worden op landelijke televisie. Dit kwam omroep BNNVARA op veel kritiek te staan. De documentaire werd door critici bestempeld als ‘propagandafilm’, aangezien filmmaker Joey Boink niet onafhankelijk zou zijn. Door de negatieve connotatie van de term kwam de documentaire in een kwaad daglicht te staan. BNNVARA zag uiteindelijk af van de uitzending.

100 jaar eerder, op 9 januari 1917, ging met Holland Neutraal de eerste Nederlandse propagandafilm in première. Net als bij Jesse bestempelden critici de film als propaganda, maar toen was het overgrote deel van de bevolking niet tegen vertoning van de film. Het feit dat de overheid opdracht gegeven had tot het maken en vertonen van Holland Neutraal was voor de meesten geen probleem. Sterker nog: de film werd in het algemeen goed ontvangen en de overheid probeerde niet eens te verhullen dat ze achter de film zat. Enkele recensenten waren zelfs uitgesproken positief over het feit dat de overheid gebruikmaakte van de film als propagandamiddel. Om erachter te komen waarom deze film wél positief ontvangen werd – terwijl in het geval van Jesse de term ‘propaganda’ als quasi scheldwoord fungeerde om de film zwart te maken – duiken we in de geschiedenis van deze unieke Nederlandse propagandafilm.

Het is echter goed om eerst stil te staan bij wat ‘propaganda’ betekent. In het standaardwerk Propaganda and Persuasion uit 1999 wordt het omschreven als een opzettelijke, systematische poging om percepties, kennis en gedrag van een publiek te beïnvloeden, om een door de propagandist gewenste reactie of doel te bereiken. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van eenzijdige of incorrecte informatie, of wordt een beroep gedaan op emotie. Dit is anders dan informatievoorziening, waarin de initiatiefnemer van de communicatie uitsluitend als doel heeft om het publiek van betrouwbare informatie te voorzien, zonder dat de initiatiefnemer een verandering in de publieke opinie tot stand wil brengen.[1]

Still uit de openingsscène van de film Holland neutraal (Collectie EYE Filmmuseum).

De Eerste Wereldoorlog en Nederland

Na het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog op 28 juli 1914 verklaarde Nederland zich neutraal in de hoop de oorlog hiermee relatief ongeschonden door te komen. Dit betekende echter niet dat Nederland geen hinder ondervond van de oorlog. Zo nam Nederland honderdduizenden vluchtelingen op en ontstonden er tekorten aan voedsel en brandstoffen door handelsrestricties. Honger en tekorten leidden onder andere tot het Aardappeloproer in juni en juli 1917, waarbij in grote steden rellen plaatsvonden. Bij het neerslaan van de rellen in Amsterdam vielen enkele doden.

Daarnaast besloot de overheid een leger van 200.000 à 250.000 soldaten te mobiliseren. Dit was niet alleen bedoeld voor het geval een andere staat zou aanvallen, maar diende ook ter afschrikking. Het gaf het signaal af dat Nederland een sterk leger had en bereid was haar neutraliteit te verdedigen. Een sterk leger vergrootte dus de kans dat Nederland de hele oorlog neutraal zou kunnen blijven. Deze ‘gewapende neutraliteit’ vroeg echter veel van de Nederlandse bevolking: behalve dat een groot aantal jongemannen weg moest bij huis en haard, zorgde de mobilisatie er ook voor dat er minder werknemers waren. Dit verslechterde de economische situatie van Nederland en verergerde de voedselschaarste.

De politie achtervolgt plunderaars tijdens het Aardappeloproer in Amsterdam (1917) (Bron: Wikimedia Commons).

Neutraliteit, mobilisatie en publieke opinie

Bij het uitbreken van de oorlog leek de hele Nederlandse samenleving eensgezind: Nederland moest neutraal blijven. Niet alleen spaarde dit een heleboel mensenlevens, het paste ook bij de positie die Nederland in de wereld had. De neutraliteitspolitiek hing nauw samen met het zelfbeeld van Nederland als handelende natie, en had een positieve invloed op de handelspositie. Daarnaast wilde Nederland graag een gidsland zijn voor een toekomst zonder oorlog. Neutraliteit was een eerste stap in die richting. Tot slot had de Nederlandse bevolking niet de ambitie om gebiedsuitbreiding na te streven. De hele samenleving omarmde dus de neutraliteit als de te varen koers in de oorlog.

Er was echter wel kritiek op de dienstplicht en mobilisatie van het volksleger. Grote delen van de bevolking vonden het onzinnig om dienstplichtigen op te roepen voor een oorlog waar Nederland toch niet aan meedeed. Daarnaast waren er ook groeperingen, met name uit de socialistische hoek, die de dienstplicht om principiële redenen afwezen. Enkele van deze organisaties stelden het ‘dienstweigeringsmanifest’ op, waarin ze dienstplichtigen opriepen dienst te weigeren. Zowel het aantal dienstweigeraars als het aantal leden van antimilitaristische verenigingen nam tijdens de oorlog toe. Zo had het maandblad De wapens neder van de Internationale Antimilitaristische Vereeniging (IAMV) aan het eind van de oorlog een oplage van 290.000 exemplaren.

In de ogen van de overheid was dit een gevaarlijke ontwikkeling. Zij meende immers dat een sterk leger nodig was om de neutraliteit te kunnen behouden. Hiervoor was de steun van de bevolking cruciaal. Zonder deze steun zouden dienstplichtigen immers kunnen weigeren in dienst te gaan, wat zou leiden tot een kleiner leger. Daarnaast kon onvrede over het beleid van de overheid ook leiden tot spanningen en demonstraties. Ten slotte konden ook buitenlandse mogendheden nieuwsberichten over dienstweigering oppikken, waardoor ze het Nederlandse leger als minder krachtig, gedisciplineerd en gemotiveerd konden beschouwen. Dit kon de drempel om Nederland aan te vallen verlagen. Om deze redenen achtte de overheid het noodzakelijk de publieke opinie te beïnvloeden.

Holland neutraal

Hoewel de Nederlandse overheid ook op andere manieren probeerde de publieke opinie te beïnvloeden, is de film Holland neutraal (ook bekend als de Leger- en vlootfilm) het duidelijkste en meest tot de verbeelding sprekende, toegepaste propagandamiddel. Film was ten tijde van de Eerste Wereldoorlog een redelijk nieuw communicatiemiddel, maar werd door de oorlogvoerende mogendheden meerdere malen toegepast om propagandaboodschappen te verspreiden. Dit moest de steun aan en de liefde voor het leger en het vaderland vergroten.

In 1916 gaf het Nederlandse Ministerie van Oorlog, onder leiding van generaal Cornelis Jacobus Snijders, filmproducent en -regisseur Willy Mullens de opdracht een propagandafilm te maken. Deze film was bedoeld ‘om aan het Nederlandsche Volk, aan de bewoners van onze Koloniën en aan het buitenland een indruk te geven, dat onze weermacht, met de haar ten dienste staande middelen eene vergelijking met de buitenlandsche strijdmachten gerust kan doorstaan.’[2] Kortom, een sterk en strijdvaardig leger zou de Nederlandse neutraliteit verdedigen. Daarnaast moest de film de Nederlandse bevolking ervan overtuigen dat mobilisatie noodzakelijk was voor het beschermen van de neutraliteit. Aangezien de film voor de gehele Nederlandse bevolking toegankelijk was en niet gericht was aan specifieke bevolkingsgroepen, moest Holland neutraal zorgen voor een brede steun voor de mobilisatie. Aangezien de overheid een duidelijk politiek doel voor ogen had, en dat wilde bereiken door de publieke opinie te beïnvloeden met de film, is Holland Neutraal een voorbeeld van propaganda.

Generaal Snijders (midden) werd vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog benoemd tot opperbevelhebber van de Land- en Zeemacht. Tijdens de oorlog gaf hij opdracht tot het maken van de Leger- en vlootfilm. Hier wordt hij geflankeerd door zes generaals van het Nederlandse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog (Bron: Nationaal Archief).

Holland Neutraal verschilt weinig van propagandafilms uit de oorlogvoerende naties. De film, die maar liefst twee uur en drie kwartier duurt, bestaat bijna volledig uit beelden die opgenomen zijn tijdens speciaal daarvoor georganiseerde legeroefeningen. Hierop is vooral aandacht voor de soldaten en het materiaal dat zij gebruiken, wat moest aantonen dat het Nederlandse leger serieus genomen moest worden. Verder is er ook veel aandacht voor de individuele soldaat, waardoor de kijker zich kan identificeren met deze ‘Nederlandse jongens’ aan het front en zich kan verplaatsen in de offers die zij moeten brengen voor de Nederlandse neutraliteit. Deze beelden worden afgewisseld met tussentitels die het thema van de scènes aangeven.

De Nederlandse filmpionier Willy Mullens, regisseur van Holland neutraal (Bron: Wikimedia Commons).

Dat Holland neutraal een propagandafilm is blijkt ook uit het feit dat het leger de inhoud van de film bepaalde. Het filmen gebeurde onder leiding van E.H. van den Akker, kapitein van het Nederlandse leger. Daarnaast stelde hij een militaire commissie samen, die bepaalde welke delen van de opnames getoond mochten worden, en welke niet. De Nederlandse overheid deed echter niet geheimzinnig over het feit dat Holland neutraal een propagandistisch karakter had: in de kranten was te lezen dat de militaire commissie besloot over de inhoud van de film, en op reclameaffiches werd Holland neutraal aangeduid als ‘Regeeringsfilm’.[3]

Receptie van de film

Over het algemeen was de reactie op de film positief. Waar de term ‘propaganda’ tegenwoordig een haast allergische reactie oproept, werd propaganda in de context van de Eerste Wereldoorlog niet per se als negatief gezien. Sterker nog, een groot aantal recensies in de kranten sprak zich positief uit over het feit dat de Nederlandse overheid gebruikmaakte van propaganda. Het Algemeen Handelsblad schrijft:

Wij twijfelen er niet aan, of deze filmvoorstellingen zullen het beoogde doel bereiken. Ze zullen, beter dan duizend krantenartikelen, het volk doen meeleven met onze jongens aan de grenzen en op zee. En dat is juist wat wij in dezen tijd hoog nodig hebben.[4]

Hiermee wordt niet alleen erkend dat de film een propagandamiddel van de overheid is, maar wordt ook gesteld dat het goed is dat de overheid dit doet. Volgens de recensent is het immers nodig dat het volk meeleeft met ‘onze jongens aan de grenzen en op zee’, en is de film een effectief middel om dit bereiken. De recensent is over de inhoud van de film eveneens positief: ‘Er zijn prachtige opnamen bij, zeer merkwaardige, zeer indrukwekkende en ook herhaaldelijk grappige.’ Wel merkt hij op dat de film ‘een weinig te lang’ is.

Aangezien het grootste deel van de bevolking de mobilisatie steunde, was een groot deel van de bevolking positief over Holland neutraal. Kritiek op de propagandafilm kwam voornamelijk uit socialistische hoek. Dit blijkt onder andere uit een recensie in Het Volk van 13 januari 1917. De auteur van dit artikel meende dat de toeschouwer van de film vooral zou realiseren welke persoonlijke en economische offers gemaakt werden tijdens de mobilisatie, waardoor ‘de vurige wensch gewekt wordt, dat eindelijk Europe aan den wurgenden greep van het militarisme ontkomen moge’. Daarnaast verweet de recensent de filmmakers dat ze het leger ‘op z’n Zondagsch’ tonen: in de film is de verveling en verwaarlozing van de gemobiliseerde soldaten en de zorgen van de gezinnen immers niet te zien. Dit is volgens de recensent erg schadelijk: ‘En daarom geeft deze film slechts de halve waarheid, die erger is dan de leugen.’[5] Daarnaast protesteerde onder andere de IAMV met ongeveer tweehonderd in Amsterdam tegen ‘het voeren der militaristische propaganda door het vertoonen van haar bekende film.’[6]

Still uit Holland neutraal (Bron: Collectie EYE Filmmuseum).

Conclusie

Dat de propagandafilm Holland neutraal overwegend positief ontvangen werd is vooral te verklaren uit de context. De meeste groepen in Nederland tolereerden propaganda tijdens de Eerste Wereldoorlog vanwege de grote gevaren die voor Nederland dreigden. Toch waren er ook mensen kritisch over de vertoning van Holland neutraal. Dit waren echter voornamelijk mensen die al tegen mobilisatie en dienstplicht waren, en dus ook propaganda voor mobilisatie en dienstplicht afkeurden. Deze kritiek was dus niet primair tegen propaganda als middel gericht, maar eerder tegen het doel dat de propaganda probeerde te bewerkstellingen. Wel hekelden sommige auteurs het verzwijgen van de slechte omstandigheden van de gemobiliseerde soldaten.

Tegenwoordig wordt propaganda in het populaire discours vaak gezien als een slinkse manier van opiniebeïnvloeding. De term heeft met name vanaf de Tweede Wereldoorlog een negatieve connotatie gekregen en wordt gebruikt om (vermeende) persuasieve of eenzijdige communicatie in een kwaad daglicht te stellen. De casus van Holland neutraal toont dat er ook anders gedacht kan worden over propaganda of opiniebeïnvloeding. Propaganda werd tijdens de Eerste Wereldoorlog immers niet als iets gezien dat per definitie slecht was. Daarnaast biedt het verhaal van de eerste Nederlandse propagandafilm een inkijkje in een onderbelichte periode van de Nederlandse geschiedenis: het toont hoe de Nederlandse overheid alle mogelijke middelen moest inzetten om haar neutraliteit te behouden.

 

De film Holland neutraal is hier volledig te bekijken.

 

Bas Nordkamp (1995) rondde in de zomer van 2017 de bachelor Geschiedenis aan de Radboud Universiteit af, en heeft met name interesse in politieke cultuur en publieke opinie in de moderne periode. Voor het schrijven van de scriptie combineerde Bas deze interesse met een onderbelichte periode in de Nederlandse geschiedenis: de Eerste Wereldoorlog. Binnen dit onderzoek wordt de focus op pacifisme en militaristische propaganda gelegd. Inmiddels volgt Bas de master Tourism and Culture aan de Radboud Universiteit.

 

Noten

[1] Garth Jowett en Victoria O’Donnell, Propaganda and Persuasion (Thousand Oaks 1999) 1-10.

[2] Bert Hogenkamp, De Nederlandse documentaire film 1920-1940 (Amsterdam 1988) 9-11.

[3] Zie bijvoorbeeld: ‘Leger en Vlootfilm’, De Telegraaf  (9 augustus 1916) 8; en Hogenkamp, De Nederlandse documentaire film, 10.

[4] ‘Eerste Nederlandsche Regeeringsfilm’, Algemeen Handelsblad (10 januari 1917, ochtend) 2.

[5] ‘”Holland neutraal” of “Waar onze dubbeltjes blijven”’, Het Volk (13 januari 1917) 3.

[6] ‘Een protest tegen de regeeringsfilms’, De Tribune: soc. dem. weekblad (19 januari 1917) 4.

 

DE SCRIPTIE WAAR DEZE LONGREAD OP GEBASEERD IS VERSCHIJNT HIER BINNENKORT. BEKIJK HIER ONDERTUSSEN ALLE SCRIPTIES VAN DE UITGEVERIJ.

WIL JIJ OOK JE SCRIPTIE PUBLICEREN EN EEN LONGREAD SCHRIJVEN? STUUR DAN NU JE STUK OP.

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top