Op gepaste afstand

Op gepaste afstand

Op gepaste afstand

Reacties uitgeschakeld voor Op gepaste afstand

Het thema van de Maand van de Geschiedenis is ‘Tussen droom & daad’. Geheel in stijl laat een aantal Jonge Historici de komende weken haar licht schijnen op dromers, doeners en daders uit verleden en heden. Vandaag: Emma de Cort over de buitenlandse schilders die naar de pittoreske Lage Landen van hun dagdromen trokken en kennismaakten met rare gewoontes van de plaatselijke bevolking. 

Dat de Lage Landen al in de vijftiende een aantrekkelijk reisdoel voor kunstenaars van elders waren, is vast geen verrassing voor je. Schilders, etsers en tekenaars kwamen af op groeiende welvaart en de evenredig bloeiende kunstmarkt. Vreemd genoeg kwamen ze, voor zover wij weten, niet voor ons later zo bejubelde schilderachtige landschap. Landschappen schilderen was tot in de achttiende eeuw sowieso een Italiaanse aangelegenheid en voor Hollandse schilders betekende dit dat vooral de Italianisanten, de Hollandse schilders van gefantaseerde Italiaanse landschappen in de zeventiende eeuw, hun weg naar buitenlandse kunstverzamelingen vonden.

Pas tijdens de Romantiek, aan het eind van de achttiende eeuw, kregen buitenlandse schilders en verzamelaars meer oog voor het pittoreske Hollandse landschap met haar bossen, weides en kustlijnen. Romantici aanbaden de natuur vanwege haar pure, onbezoedelde en mysterieuze kwaliteiten. Het onnatuurlijk perfecte Italiaanse landschap verloor daardoor terrein, terwijl de schilders van de Hollandse landschappen meer waardering begonnen te krijgen voor de realistische en pure wijze waarop zij hun omgeving hadden afgebeeld. Dit betekende het begin van de grootschalige ontdekking van de Lage Landen door schrijvers met schilders en tekenaars in hun kielzog. Het leidde uiteindelijk tot een ware ´Holland-mode´ onder buitenlanders aan het eind van de negentiende eeuw. Britten, Fransen, Duitsers en Amerikanen droomden allemaal van het Hollandse landschap dat Jacob van Ruisdael (1628/1629 – 1682) en Aelbert Cuyp (1620 – 1691) zo prachtig hadden weergegeven in hun werk.

The windmill at Wijk bij Duurstede *oil on canvas *83 x 101 cm *ca. 1668 - ca. 1670 *signed : Ruisdael

Tijdens hun dromerige zoektocht naar het pittoreske landschap kregen kunstenaars natuurlijk ook te maken met meer reële zaken zoals de cultuur en de attitude van de lokale bevolking. Rare Hollandse gewoontes werden door hen kleurrijk beschreven, vooral in de laatste decennia van de negentiende eeuw. Schrijvers en kunstenaars stonden daarmee aan het begin van de relatief late studie naar Nederlandse folklore, die rond 1900 pas echt losbarstte. Bezoekers waren bijvoorbeeld onthutst over het feit dat mannen én vrouwen zich in de winter op het ijs begaven om te schaatsen, al lurkend aan een pijp. Het moet een merkwaardig gezicht geweest zijn, zeker als je je beseft dat sommige bezoekers überhaupt nog nooit sneeuw hadden zien vallen in hun leven. Twijfelachtig herkenbaar hielden Hollandse vrouwen in de negentiende eeuw de zaken bovendien goed schoon. Als we de rijkdom van tekeningen en schilderijen hierover mogen geloven, poetsten zij voortdurend de hele straat.

Daarnaast maakten Hollanders indruk met hun uitgebreide talenkennis, een traditie die ook heden ten dage blijft voortbestaan in binnen- en buitenland (of het hier een hardnekkige mythe betreft, mag je zelf invullen). Het meest fantastische hieraan is dat de Hollandse uitspraak van het Engels toen eveneens berucht was. Gids Jacob verhaalde zo aan zijn twee Britse toehoorders: ‘Some gentlemens I drafels wiz dey like to vloat about in kondolas in Venice, and some like de schnow moundain-dops in Schwizzerland; some like de picksher-kallery in Florence.’ I always get my sin is er niks bij!

Weeding the Pavement 1882 George Henry Boughton 1833-1905 Presented by Sir Henry Tate 1894 http://www.tate.org.uk/art/work/N01539

Nu waren deze gewoontes nog tamelijk onschuldig en lieflijk. Het was veel erger als de werkzaamheden van de kunstenaar in gevaar kwamen. Even rustig een schetsje maken van een straat in een hoekje van een plein zat er voor veel kunstenaars namelijk niet in. Voor ze het wisten, werden ze aangestaard door tientallen nieuwsgierigen die weinig behoefte voelden om gepaste afstand te bewaren. Het was vervelend voor de kunstenaar die in rust zijn werk wilde doen, en soms was het zelfs eng. De kunstcriticus Paul G. Konody (1872-1933) noemde in dit verband de jeugd van Volendam in het bijzonder en verhaalde op dramatische wijze: ‘Maar op de een of andere manier schijnt de kunstenaar zelf een veel grotere aantrekkingskracht op hen uit te oefenen dan zijn werk. Zij staan hem maar aan te staren met hun grote ogen, zonder een kik te geven. Zij wenden hun blik niet van hem af en volharden in het onbeweeglijke stilstaan; het staren krijgt bijna iets griezeligs, en een folterende angst begint zich onder deze vorsende en doordringende blik van de kunstenaar meester te maken.’ Hollanders konden of wilden hun nieuwsgierigheid niet beteugelen en bewaarden geen gepaste afstand.

Vooral dit laatste doet me denken aan mijn Erasmusverblijf: Duitsers, Finnen, Italianen en Spanjaarden verzuchtte telkens dat Nederlanders altijd zo direct zijn, als ik me weer eens een politiek gezien zeer incorrecte grap liet ontglippen. Ik heb duidelijk ook moeite met gepaste afstand bewaren.

Verder lezen? 

G.H. Boughton, en E.A. Abbey, Sketching rambles in Holland. With illustrations by the author and Edwin A. Abbey (New York 1885)

Hans Kraan, Dromen van Holland: buitenlandse kunstenaars schilderen Holland, 1800-1914 (Zwolle 2002)

P.G. Konody, ‘A Dutch Barbizon’, The Pall Mall Magazine (augustus 1899)

Herman Roodenburg, ‘Making an island in time: Dutch folklore studies, painting, tourism, and craniometry around 1900’, Journal of folklore research (2002)

 

20150710_142548Emma de Cort (24) heeft afgelopen februari haar Geschiedenis-era afgesloten aan de Radboud Universiteit in Nijmegen met een masterthesis over de representatie van de Middeleeuwen door kunst in het Milanese magazine ‘L’Illustrazione Italiana’ ten tijde van het Fascisme. Ze is nu op zoek naar een toffe baan, maar werkt tot die tijd met veel plezier in het Radboud ziekenhuis. Haar vorige stuk voor JH ging over de Bentvueghels. Haar vrije tijd verdeelt ze over haar stage bij de gemeenteraadsfractie van GroenLinks, hardlopen, en vakanties naar Italië bij elkaar fantaseren.  

 

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top