Op zoek naar de laatste verzetsstrijders

Op zoek naar de laatste verzetsstrijders

Op zoek naar de laatste verzetsstrijders

Reacties uitgeschakeld voor Op zoek naar de laatste verzetsstrijders

Ieder jaar worden er weer honderden historische boeken uitgebracht. Maar ongeacht je interesse en de bestaande historiografie, primaire bronnen, in al hun soorten en maten, blijven essentieel voor geschiedkundig onderzoek. De komende weken keren we “Terug naar de bron,” en laten we Jonge Historici aan het woord over hun meest waardevolle historische bron. Vandaag bespreekt Anne Verwaaij het gebruik van oral history bij onderzoek naar de verzetswereld van de Tweede Wereldoorlog. 

Het oral history project ‘Verhalen over verzet’ wil graag nog één keer het woord geven aan ooggetuigen van het verzet, onder het mom van: ‘nu het nog kan’. Maar achter die uitspraak volgt ook meteen een groot vraagteken. De Nederlanders die uit eigen ervaring over het verzet kunnen vertellen moeten op zijn minst rond de negentig zijn. Kunnen mensen op deze leeftijd nog wel vertellen over hun herinneringen van ruim zeventig jaar geleden?

Met dit project willen Andere Tijden, het Historisch Nieuwsblad en het Nationaal Comité 4 en 5 mei zoveel mogelijk belangrijke ooggetuigen uit het verzet vastleggen, want er zijn nog zo veel verhalen die we nog nooit gehoord hebben en die zeker niet verloren mogen gaan. Vooral de psychologie van de individuele verzetsheld kan ons veel leren over actuele morele discussies. Hoe is het om met gevaar voor eigen leven tegen de Duitsers in te gaan en voor welke dilemma’s staat een verzetsstrijder?

Obstakels

Hebe Kohlbrugge (1914) . Foto: Jörgen Caris.

Hebe Kohlbrugge (1914). Foto: Jörgen Caris.

De 101-jarige Hebe Kohlbrugge, geboren op 8  april 1914, is één van de bekendere Nederlandse ooggetuigen uit het verzet. Deze buitengewoon eigenwijze vrouw loopt tijdens de Tweede Wereldoorlog voorop in de verzetswereld. Ze begint als koerierster, helpt onderduikers en neemt het initiatief voor een smokkelroute naar Zwitserland: de Zwitserse Weg. Het vastleggen van haar ervaringen lijkt een voor de hand liggende keuze. Toch zit er ook een hele grote ‘maar’ aan haar verhaal. 101, dat is een leeftijd die veel obstakels met zich meebrengt.

Als historicus wil je een kloppend verhaal vertellen, en als televisiemaker moet het ook nog eens toegankelijk zijn voor een groot publiek. De sprekers moeten op een vloeiende en pakkende manier vertellen. Dat is veel gevraagd op zo’n leeftijd en dat is ook het grootste obstakel. Het zijn niet alleen de herinneringen die na ruim zeventig jaar vervagen, maar vooral de hoge leeftijd speelt de oud-verzetsstrijders parten. De oorlog heeft een onuitwisbare indruk achtergelaten waardoor de negentigplussers nog veel weten, maar het valt lang niet altijd niet mee om dat verhaal te vertellen.

Zelfs als ooggetuigen zich nog veel herinneren, blijft het natuurlijk altijd de vraag of het verhaal wel echt klopt. Dit is onvermijdelijk wanneer je aan de slag gaat met oral history: je werkt met herinneringen die door de tijd heen vervormen. Zowel de historicus als de televisiemaker is verantwoordelijk voor het bewaken van de feiten en daarom is achtergrondonderzoek essentieel. Archieven zijn hiervoor een belangrijke hulpbron. Ook kun je verhalen controleren door andere ooggetuigen te interviewen. Zo gebruik je de ene ooggetuige om het verhaal van de ander te bevestigen.

Verborgen in de regio

Op regionaal niveau zweven veel verzetsverhalen rond die weinig mensen kennen. Lokale musea, heemkundeverenigingen en journalisten zijn een belangrijke spil in het opduiken van deze verhalen. In Limburg woont bijvoorbeeld de 93-jarige Gerard Zijlstra. “Mijn eerste verzetsdaad? Ik heb op 31 augustus 1940, de verjaardag van koningin Wilhelmina, met een vriend een brug in Schaesberg oranje geverfd en ‘Leve de koningin!’ op het wegdek geschilderd”, vertelt hij. Tijdens de bezetting zorgt Gerard niet alleen voor onderduikadressen, hij verspreidt illegale lectuur en vervoert wapens. Ook laat hij samen met een vriend een trein ontsporenen hij gaat letterlijk ondergronds: aan het einde van de oorlog vervoert hij via een mijn informatie van bezet naar bevrijd gebied.

Niet iedere ooggetuige uit het verzet heeft verhalen die zo tot de verbeelding spreken, maar dat maakt ze niet minder relevant. De Zeeuwse Marie Verbraeken-Blommaart (95) fietst bijvoorbeeld als koerierster regelmatig van Lamswaarde naar Goes. Ze is zeker tweeënhalf uur onderweg. Marie: “Ik vond het toen eigenlijk helemaal niet zo bijzonder wat ik deed. Nu nog steeds niet.” Juist vanwege die uitspraak is het verhaal van Marie speciaal. Veel jonge meisjes zetten tijdens de oorlog hun leven op het spel als koerierster en realiseren niet hoe belangrijk hun rol is die dreigt te verdwijnen tussen de heldhaftige verhalen.

Marie Verbraeken-Blommaart (1921)

Marie Verbraeken-Blommaart (1921)

Kill your darlings?

In totaal vind ik ruim dertig mensen met bekende en onbekende verhalen over het verzet. De harde realiteit is dat in de special van Andere Tijden volgende maand, ook al duurt hij extra lang, niet genoeg plek is voor iedereen. Als televisiemaker sta je voor een moeilijke keuze: welke verhalen leg je vast? Daarbij kijk je dus niet alleen naar de betrouwbaarheid, maar ook naar de bevlogenheid van de verteller. Het allerbelangrijkste is natuurlijk dat de verhalen een veelzijdig en juist beeld geven van de praktische én psychologische kanten van het verzet.

‘Kill your darlings’ is een veelgehoorde uitspraak onder de regisseurs en redacteuren van Andere Tijden als reactie op deze harde eisen van televisie. Toch wil dat niet zeggen dat we waardevolle, historische verhalen moeten laten terugzakken in de achtergrond. We hoeven ons namelijk al lang niet meer te beperken tot televisie. Op het internet zijn de mogelijkheden groter. Daarom liggen er ook plannen voor een website waarop we zoveel mogelijk verhalen gaan vastleggen. We hoeven de verhalen niet te vergeten.

Ken jij nog mensen die betrokken zijn geweest bij het verzet? Neem dan vooral contact op met de redactie van Andere Tijden: redactie.anderetijd@ntr.nl

IMG_1726Anne Verwaaij (1993) volgde haar bachelor Geschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Voor haar master vertrok ze naar de hoofdstad: Publieksgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Tijdens deze master liep ze stage bij Studio Louter en Andere Tijden. Sinds januari werkt ze als redacteur Nieuwe Media bij Andere Tijden, Verborgen Verleden, de Grote Geschiedenis Quiz en de serie Ondersteboven – Nederland in de jaren 60. Tussen alle klussen door schrijft ze haar masterscriptie over de invloed van Andere Tijden op middelbare scholieren.

About the author:

Nieuwsbrief

Back to Top