Ralph van Hertum: De werkelijke Genghis Khan

Ralph van Hertum: De werkelijke Genghis Khan

Reacties uitgeschakeld voor Ralph van Hertum: De werkelijke Genghis Khan

Ralph van Hertum

Samenvatting

Genghis Khan de Mongoolse wereldveroveraar spreekt tot de verbeelding, maar hij zwijgt in de bronnen. Dit is hoogst opmerkelijk. Immers, de woeste steppekrijger en briljante veldheer veroverde een ongeëvenaard groot deel van de wereld. Gelukkig zijn wetenschappers – zoals Weatherford, Biran en Man – creatieve mensen, die het ongemak van het bronnentekort over Genghis omzeilen door hun verbeelding en inventiviteit aan te spreken. Is hun werk echter nog wel objectief te noemen? Ralph van Hertum biedt soelaas door zich te verdiepen in het werk van deze onderzoekers. Het resultaat is een gericht en keurig onderzoek op microniveau naar menselijke interpretaties van een van de belangrijkste figuren uit de wereldgeschiedenis.

Download de PDF

Ralph van Hertum (pdf)

Lees met ISSUU

Volledige Tekst

INLEIDING

Genghis Khan (ca. 1162 – 1227), Hitler (1889 – 1945), Stalin (1878 – 1953) en Napoleon Bonaparte (1769 – 1821); dit zijn zonder twijfel enkelen van de belangrijkste heersers in de wereldgeschiedenis. Over de laatste drie historische titanen is veel bronnenmateriaal overgeleverd, maar Genghis Khan heeft nauwelijks sporen achtergelaten in de bronnen. Dit ondanks dat de veroveringen van de Mongoolse leider tot heden ten dage ongeëvenaard zijn gebleven qua omvang. Dit gebrek staat gelukkig niet in de weg van Genghis’ beruchtheid: de Mongool heeft gedurende zijn leven – en nog vele eeuwen daarna – een grote stempel gedrukt op de geschiedenis. Oftewel, hier is sprake van een interessant dilemma: Genghis Khan spreekt tot de verbeelding, maar hij zwijgt in de bronnen.
In 1206 verenigde Genghis de onderling oorlogvoerende Mongoolse stammen. Vervolgens leidde hij zijn krijgers in succesvolle campagnes tegen twee volkeren: de Tanguten in het noordwesten van China en de Jin in het noordoosten (het huidige Mantsjoerije). Nadat Genghis zijn gezag vestigde in deze steppegebieden, trok hij naar het westen. Hij versloeg aldaar het Chwarizm-rijk (huidig Oezbekistan). Andere spectaculaire veroveringen bleven niet uit: op het moment dat Genghis zijn laatste adem uitblies in 1227, strekten zijn rijk zich uit van Oost-Azië tot aan West-Azië. Opvolgers van de Mongoolse leider zouden zelfs zover komen als Europa en de Middellandse-Zee. In de moderne historiografie is veel (met name positieve) aandacht besteed aan Genghis Khan. Dit is opmerkelijk. Immers, het reeds vermeldde bronnentekort maakt het leveren van een zinnige bijdrage aan de geschiedschrijving over de Mongoolse veldheer lastig. Het is dan ook interessant om te onderzoeken hoe historici het gebrek aan primaire bronnen hebben omzeild/opgelost in hun zoektocht naar de persoon Genghis Khan. Zodra dit is achterhaald, kan vervolgens een antwoord worden gegeven op de centrale vraag van dit onderzoek: ‘In hoeverre schetsen moderne historici – respectievelijk Biran, Man en Weatherford – een objectief beeld van Genghis Khan, de Mongoolse wereldveroveraar die tussen 1206 en 1227 een groot deel van Midden-Azië veroverde?’.
Bovenstaande in beschouwing genomen, rijst de vraag hoe historici – niettegenstaande het gebrek aan informatie over Genghis Khan – boeken vol kunnen schrijven over de Mongoolse veldheer. Waar halen zij hun informatie vandaan? Het antwoord op deze vraag wordt gegeven aan de hand van drie toonaangevende historici (en hun werkwijze), die een publicatie hebben gewijd aan Genghis.
Dit onderzoek bestaat uit vier hoofdstukken. In het eerste hoofdstuk zal worden belicht welke primaire bronnen uit de tijd van Genghis Khan de tand des tijds hebben weerstaan, en in hoeverre hieraan objectieve informatie valt te ontlenen. In het tweede, derde en vierde hoofdstuk wordt gekeken naar wat moderne historici hebben gedaan met de informatie uit de primaire bronnen. Dit loopt langs de volgende lijnen: allereest wordt enige algemene informatie over de historici (Weatherford, Biran en Man) gegeven, alvorens wordt overgegaan tot het bespreken van hun werkwijzen. Hierna zullen hun unieke invalshoeken en visies op Genghis Khan worden bekeken. Vervolgens volgt een uitleg over welke bronnen de schrijvers hebben gebruikt voor hun onderzoek. Hierop volgen de belangrijkste inhoudelijke punten van hun publicaties. De meningen van de schrijvers over elkanders gekozen invalshoeken, komen hierna aan bod. Tot slot zal in de tussenconclusies worden beoordeeld of de schrijver in kwestie objectief het onderwerp, Genghis Khan, heeft benaderd.
De geschiedenis van Genghis Khan, de manier waarop hij aan de macht kwam en hoe hij de Mongoolse stammen verenigde en vervolgens leidde in vele oorlogen, wordt in dit onderzoek als bekend verondersteld. De nadruk ligt vrijwel volledig op de manier waarop genoemde historici invulling geven aan de bestaande feiten, en op welke wijze zij omgaan met het bronnentekort. Kortom, dit is een gericht onderzoek op microniveau naar menselijke interpretaties van belangrijke geschiedenis.

1: De geheime geschiedenis van de Mongolen

Zoals reeds vermeld: het aantal primaire bronnen over Genghis Khan is uiterst gering. Dit kwam mede door de grootschalige ongeletterdheid onder de Mongolen. Zij communiceerden via woord en daad; niet via schrift. De geheime geschiedenis van de Mongolen is de uitzondering op de regel en wordt over het algemeen gezien als de belangrijkste, schriftelijke bron over Genghis Khan. Wat is de De geheime geschiedenis? Het is naar alle waarschijnlijkheid geschreven in het midden van 1228, het jaar na de dood van de Mongoolse leider. Tijdens een belangrijke vergadering (khuriltai) bespraken de belangrijkste Mongoolse ‘staatslieden’ de toekomst van het rijk. De nieuwe Khan en derde zoon van Genghis, genaamd Ögedei (1189 – 1241), liet in de hoofdstad Avraga de levensloop van zijn vader op schrift vastleggen. De verhalen waren gebaseerd op orale informatie en werden overgebracht door de oudste aanwezigen. De geheime geschiedenis bestond uit legendes, tradities, epossen, gedichten en herinneringen. De overleden Genghis Khan stond centraal. Zijn grootheid, zijn daden en zijn belangrijkste woorden werden opgeschreven. De zestigduizend woorden zijn, volgens historicus Man, te vergelijken met bekende werken als De Ilias en Het Nibelungenlied. Het doel van De geheime geschiedenis was om ritmisch vast te leggen hoe het Mongoolse rijk haar toenmalige vorm had bereikt. De inhoud bestond uit Mongoolse legendes (zoals het ontstaan van het Mongoolse volk) en het levenspad van Genghis Khan en zijn bloedlijn. De geheime geschiedenis was propaganda voor de Khan, want alle glorieuze momenten uit de historie bewezen de kracht en dapperheid van de Mongoolse leiders. Het epos raakte in de loop der tijd uit de ogen van historici verloren. Pas in de negentiende eeuw werd de tekst herontdekt in China, en na veel onderzoeken hebben taalkundigen het epos teruggebracht tot de originele versie, voor zover dat mogelijk is.
De geheime geschiedenis is niet objectief, omdat het werk is geschreven met propaganda en heldenverering als doel. Daarnaast is de geschiedenis onvolledig en worden belangrijke zaken en gebeurtenissen uitgelegd als te danken aan ‘de wil van de Eeuwige Blauwe Hemel’. Daarbij kwam de bron voort uit de herinneringen van Mongolen, die geen afstand konden nemen van de gebeurtenissen die ze zelf hadden meegemaakt. Zij beleefden het moment zelf en konden niet de importantie van veldslagen, beslissingen en acties inschatten over lange tijdsperiodes, hoewel ze dat wel claimden. Sommige momenten beleefden ze niet zelf, maar hadden ze van vernomen via orale overlevering. En de orale tradities waren gebaseerd op aannames en van horen zeggen, waardoor de betrouwbaarheid van De geheime geschiedenis gering is. Ook speelde de wil om levendig te schrijven mee. Immers, het verhaal moest beeldend zijn indien de aanhoorders het wilden onthouden. Tevens werden later (tot aan 1241) passages aan de tekst toegevoegd, die niet conform de werkelijkheid waren. De toevoegingen waren nodig om het gezag van de nieuwe Khan te ondersteunen.
De Altan Debter, een andere geschiedenis van het Mongoolse rijk, is verloren gegaan, maar diende als een bron voor het werk van historicus Rashid-al-Din (1247 – 1318). De Perzische historicus kreeg de opdracht om voor de Mongolen hun geschiedenis te schrijven. Hij was één van de buitenlandse schrijvers, die over de daden van de Mongolen schreef. Slechts het eerste en tweede deel van zijn uitgebreide encyclopedie over de geschiedenis van Perzië, Jami’al-tawarik, zijn bewaard gebleven. Rashid-al-Din baseerde zijn werk voor het grootste deel op de schriften van Ata al-Mulk Juvayni (1226 – 1283). Deze laatstgenoemde historicus had onderzoek verricht in het land van de Mongolen. Daarbij had Juvayni geschreven over de historie van de stammen op de steppen. Het is niet onwaarschijnlijk dat hij in De geschiedenis van de wereldveroveraar (Juvayni’s meesterwerk) eveneens teruggreep op de Altan Debter en De geheime geschiedenis. De Perzische historici Wassaf (1299 – 1323) en Hamdollah Mostowfi (1281 – 1349) hielden zich eveneens bezig met de geschiedenis van het Mongoolse Rijk.
Ook de Chinezen hebben enkele historische bronnen nagelaten over de Mongolen. Nadat Genghis Khan en zijn nazaten China hadden veroverd, namen de Mongolen de Chinese keizerdynastie over. Deze Yuan-dynastie liet de geschiedenis van de Mongolen opschrijven. Het werk van Cha’ang Chún, een taoïstische monnik die Genghis Khan had ontmoet, en dat van afgevaardigden van de Sung-dynastie, golden als schriftelijke bronnen over de Mongolen. De belangrijkste Europese bronnen zijn ruime tijd na het leven van Genghis geschreven door afgezanten, die namens een machtige instantie onderzoek kwamen doen in het Mongoolse rijk. Twee franciscanen, John of Plano Carpini (1182 – 1252) en Willem van Rubroeck (ca. 1210 – 1270), trokken naar Mongolië. Zij schreven gedetailleerde reisverslagen. Ook Marco Polo (1254 – 1324) schreef over de Mongolen en hun oorsprong gedurende zijn verblijf in China.
Vrijwel alle boeken over Genghis Khan en zijn rijk zijn terug te voeren op De geheime geschiedenis. Het epos is echter, zoals vastgesteld, niet objectief en daarom onbetrouwbaar als bron. Daar komt bij dat objectiviteit voor de historicus uitermate lastig is te handhaven, omdat de historicus’ keuze voor de te gebruiken feiten, in de eerste plaats iets zegt over de historicus zelf en minder over zijn onderwerp. Immers, de keuze om informatie te gebruiken of juist weg te laten, wordt direct door de persoonlijke voorkeur van de historicus beïnvloed. Al met al stonden de historici in dit onderzoek – Biran, Weatherford en Man – voor een lastige opgave: objectief schrijven over de Khan. De vraag is dan ook: hoe gaven zij invulling aan het leven van een groot veroveraar, waar weinig feitelijk materiaal van is overgeleverd? Op deze vraag wordt hieronder een antwoord gegeven.

2: Genghis Khan en de moderne wereld

Jack Weatherford zet in het boek Genghis Khan and the making of the modern world (2004) uiteen wat de invloed van de Mongoolse Khan is geweest op het verloop van de wereldgeschiedenis. De bijdrage van Genghis Khan en zijn nazaten aan de handel in Azië is volgens Weatherford indirect te verbinden met de ontdekking van Amerika door Christoffel Columbus (1451 – 1506) die op zoek ging naar een manier om Oost-Azië via zee te bereiken.

Professor Weatherford
Weatherford is professor in de antropologie aan het Macalester College in de Amerikaanse staat Minnesota. Hij heeft met collega’s onderzoek gedaan in de Amazone-gebieden op het grondgebied van de indianen, en in het koude Mongolië. Na zijn boek The History of Money (1997) werd de aandacht van de antropoloog getrokken door de invloed die de Mongolen hebben gehad op de handel. In de afgelopen jaren (2000-2010) heeft Weatherford zich vooral geconcentreerd op de geschiedenis van de Mongolen en hun impact op de moderne wereld, waaronder de vijftiende en zestiende eeuw wordt verstaan. De Amerikaan probeert het historische belang van de Mongolen aan te tonen door hun waarde voor de handel, en daarmee het verplaatsen van mensen en goederen, weer te geven. Critici wijzen vaak op zijn al te bewonderende houding ten opzichte van de Mongolen.

Genghis en de moderne wereld
De invalshoek van Weatherford bestaat vooral uit het leggen van een verbinding tussen Genghis Khan en het ontstaan van de moderne tijd. Het boek geldt daarnaast als een eerbetoon aan de Mongolen en probeert op overtuigende wijze duidelijk te maken hoe het steppevolk de handel in het Azië van de dertiende eeuw op poten zette. Eveneens probeert Weatherford de lezer mee te nemen naar het leven van Genghis Khan, de man die alles in gang zette. De rol van Genghis Khan is volgens Weatherford niet die van verwoestende krijgsheer, maar eerder die van een handelaar, die op succesvolle wijze een nieuw handelssysteem oprichtte.
Weatherford gebruikt als bronnen antropologisch materiaal uit de Ikh Khorig (de vooronderstelde laatste rustplaats van Genghis; een grondgebied van ongeveer 240 km2), De geheime geschiedenis en latere bronnen die teruggrijpen op dit epos. Voorbeelden van deze laatste bronnen zijn de werken van Matthew Paris (ca. 1200 – 1259) en de reeds genoemde Rubroeck en Carpini. Vooral het antropologische materiaal; het bestuderen van de gebieden waar Genghis Khan en zijn ruiters zijn geweest, is een waardevolle toevoeging aan het onderzoek naar Genghis Khan. De Ikh Khorig is eeuwenlang afgesloten geweest voor mensen, waardoor het landschap niet ingrijpend is veranderd en hier zinvol onderzoek kan worden gedaan. Weatherford lost het gebrek aan informatie over Genghis Khan op door vooral te kijken naar wat de Mongolen in gang zetten; wat de gevolgen van de veroveringen waren. Hierdoor vermijdt hij een te diep ingaan op ontbrekende informatie. Soms voegt hij over detailkwesties een persoonlijke aanname toe. Hij richt zich voornamelijk op het thema ‘handel’, gedurende een vastgestelde periode (1162-1336).

The modern world
Genghis Khan and the making of the modern world is gericht op het onderbouwen (en daardoor bevestigen) van de Mongoolse importantie in het verbeteren van de lange afstandshandel in Azië. Genghis Khan streefde naar complete controle van de zijderoute. Mohammed II (r. 1200 – 1220), die Genghis’ invitatie tot het drijven van handel met de Mongolen zag als een voorwendsel van een invasie en vervolgens zowel Mongoolse handelaren als diplomaten liet vermoorden, ontlokte in 1219 een oorlog met Genghis. De strijders te paard pasten slimme, Mongoolse tactieken toe, waardoor de Perzen uiteindelijk werden verslagen en een deel van de controle over de zijderoute werd veiliggesteld door Genghis. Het veroveren van nieuwe goederen en inkomsten werd vervolgens een van de belangrijkste doelen van de Mongolen. Daarnaast waren verkenningstochten, het veroveren van nieuw grondgebied en het oplossen van familiespanningen een sterke drijfveren van verdere expansie van het Mongoolse imperium.
Weatherford besteedt ook aandacht aan de verandering van de Mongoolse hoofdstad. De nieuwe hoofdstad, Karakorum (gelegen nabij het huidige Harhorin), lag namelijk dichterbij de zijderoute, waardoor de handel vanaf de hoofdstad makkelijker was te controleren. Ögedei, zoon en opvolger van Genghis Khan, hechtte veel waarde aan het drijven van handel. Als eerste betaalde hij enorme prijzen voor de producten van de handelaren, om te zorgen dat de kooplieden zijn paleis aandeden op hun tochten. Tevens voerden de Mongolen een standaardsysteem van gewichten en maten in om geen tijd te verliezen in het omrekenen van de ene grootheid naar de andere. Bovendien kreeg de handel volledige financiële dekking. De problemen van de kooplieden werden met vergoedingen opgelost. Ook het yam-systeem, een wegennetwerk dat diende voor het verplaatsen van gezanten, het goederentransport tussen Mongolië en China, en het transporteren van verordeningen van de keizer, was een belangrijke verandering onder de Mongolen. Het yam-systeem is omschreven als ‘na het leger (…) de best georganiseerde instelling van Yuan-China’. De verversingspunten, de duidelijk aangegeven handelsroute en de bescherming onderweg kwamen de uitwisseling van kennis en handelsgoederen ten goede. De moslimwereld en China stonden via de zijderoute in direct contact. Dit systeem resulteerde in de Pax Mongolica: een vredige en stabiele periode.
Koeblai Khan (1279 – 1294), een latere opvolger van Genghis Khan, legde een stevig fundament voor de Yuan-dynastie in China. Hij probeerde gelijke wetten, rechten en beleid door te voeren in heel China. Daarnaast besteedde hij veel aandacht aan het leger en de propaganda van de dynastie. Het doel van deze ontwikkelingen was om een machtsbasis te creëren, waarin de Mongolen via oorlogen en handel – vooral het laatste – de macht hielden en kostbare goederen uitwisselden met West-Azië en verder gelegen gebieden. In vijftig jaar groeide het Mongoolse systeem uit tot een intercontinentale brug tussen Europa en Azië. De Pax Mongolica zorgde voor politieke eenheid en stimuleerde onderlinge handel tussen volkeren. Een heuse wereldhandel was geboren. Priesters, kooplieden en ambassadeurs bezochten onbekende oorden. Dit leidde tot de vorming van een nieuwe kalender, betere landbouw en een verdere stimulatie tot meer uitwisselingen van goederen en personen. Europa profiteerde. Zo kwamen de Europeanen via de zijderoute in het bezit van nieuw voedsel en nieuwe kennis, zoals de boekdrukkunst. Bovendien stimuleerde de kennis van het oosten de ontwikkeling van de humanisten, die op hun beurt de renaissance in gang zetten. Drie ontwikkelingen waren volgens de Engelse filosoof en staatsman Francis Bacon (1561 – 1626), en Weatherford die hem aanhaalt, van belang voor de ‘hergeboorte’ van Europa. Allereerst het kompas, aangeleverd door China, om de zeeroute naar het oosten te vinden. Ten tweede de boekdrukkunst, ook uit China afkomstig, waardoor informatie zich sneller en massaler kon verspreiden en de Europese kennisontwikkeling werd versneld. Als derde het buskruit, eveneens uit China, dat een militaire revolutie teweeg bracht. Weatherford schrijft al deze ontwikkelingen toe aan de Pax Mongolica.
Vanaf 1335-1368 stortte het handelssysteem in. Door de uitbraak van de pest stierven veel mensen en hierdoor raakten de handelsstations onderbemand. Bovendien verloren de Mongolen de mogelijkheid om goederen uit te wisselen en konden zij niet langer hun machtsbasis op het gebied van belangrijke handelscontacten handhaven. China en de islamitische wereld gingen ieder hun eigen weg en de Mongolen ‘verdwenen’ uit de geschiedenis. Dit nieuws drong niet door tot Europa. In 1492 ging Columbus op zoek naar het roemruchte rijk in het oosten en stuitte op Amerika. Een ontdekking die mede te danken was aan de Mongolen.

Andere schrijvers versus Weatherford
Biran is het eens met Weatherford dat de Mongolen een belangrijke rol hebben gespeeld in de ontwikkeling van de lange afstandshandel. Door de verbondenheid van de Mongoolse gebieden steeg de vraag naar bepaalde producten en kon in deze vraag worden voorzien. De Mongoolse elite wilde investeren in de kooplieden, die veel geld ontvingen voor hun diensten, in ruil voor de nieuwste goederen. Tevens bloeide de maritieme handel op. Het bereik van de handel werd vergroot en direct handelscontact tussen China en de islamitische landen werd frequenter. De gevolgen hiervan waren de verplaatsing van mensen, goederen, kennis, planten, dieren en later bacteriën. Ook de moslimgemeenschap in China maakte een tijdelijke groei door. Dit alles dankzij de Pax Mongolica. Alleen Biran gaat niet zover om de verspreiding van de zwarte pest in Europa, de ontdekking van Amerika en andere punten van Weatherford aan de Mongolen toe te schrijven.
Man hecht niet veel waarde aan de rol die de handel speelde in de tijd van de Mongolen. Volgens hem liet Genghis Khan zijn sporen achter op drie manieren. Als eerste was hij de grondlegger van de Yuan-dynastie in China en diende hij als symbolische stamvader van Koeblai Khan en zijn zonen. Ten tweede legde hij de fundamenten voor de Mongoolse eenheid door de onafhankelijkheid van de Mongolen, hun tradities, gevoelens, karakters en nomadische levensstijl te benadrukken. Het derde en laatste spoor dat Genghis achter liet, is zijn eigen genetisch materiaal, met behulp van zijn afstammelingen, die zich over heel Azië verspreidden en zich massaal voortplanten. De handel was volgens Man slechts een middel om de wereld te veroveren. Het vergaren van kennis van vijandelijke gebieden en het houden van orde in het eigen gebied waren van opperste belang.
May, geschiedenisprofessor in Georgia, kraakt in een terugblik op Weatherfords boek kritische noten. Hij waardeert de grote, helder en goed geschreven lijnen van het boek, maar beticht Weatherford van het maken van detailfouten, die te wijten zijn aan het feit dat hij geen historicus van huis uit is. Bovendien zou de antropoloog vervallen in speculaties en overdrijvingen. Zo wees May op Weatherfords onterechte, voortdurende enthousiasme over de Mongolen en de opmerkelijke grote rol die de antropoloog toeschreef aan de Mongolen in het ontstaan van de renaissance en de tocht van Columbus.

Het nut van antropologie en enthousiasme
Weatherford voegt zijn antropologische kennis toe aan de discussie over Genghis Khan. Hij baseert zich op bekende bronnen en vult de ontbrekende details in met speculaties en aannames. Zijn kernpunt – de Mongolen hebben een belangrijke invloed gehad op de wereldhandel – blijft overeind staan. Wel schiet de antropoloog te ver door in het leggen van verbanden tussen de Mongolen enerzijds en de renaissance en de reis van Columbus anderzijds. Het dilemma van te weinig bronnen lost Weatherford op met behulp van eigen in- en aanvullingen (de reeds genoemde speculaties en aannames) en door het verhaal niet te diepgravend te maken. Genghis Khan and the making of the modern world is geschreven voor een breed publiek. Voor historici schiet het enthousiaste verhaal van deze antropoloog jammer genoeg tekort. In grote lijnen zijn andere schrijvers het weliswaar met Weatherford eens, maar vooral de door hem benadrukte impact van de Mongolen op de Europese geschiedenis, is door Man en Biran afgezwakt. Het antwoord op de vraag of Weatherford een objectief beeld heeft geschetst van Genghis luidt: nee. Hij overdrijft het belang van de Mongoolse veroveringen veel te sterk.

3: De islamitische wereld en Genghis Khan

Michal Biran richt haar onderzoek op de relatie tussen de Mongolen en de islamitische wereld. Zij beschouwt Genghis Khan als één van de belangrijkste grondleggers van de islam. Niet zozeer omdat de Mongoolse leider zelf islamitisch was – dat was hij niet – maar vanwege zijn veroveringen, die uiteindelijk positieve veranderingen tot stand brachten voor de islam.

Biran
Biran bekijkt vooral wat de Mongolen hebben betekend voor de verspreiding van de islam. Haar boek Chinggis Khan and the Moslim World (2007) maakt onderdeel uit van een Oxford-serie over belangrijke figuren in de geschiedenis van de moslimwereld. Andere boeken van haar zijn eveneens gericht op de betekenis van de Mongolen voor de islamitische wereld, zoals Qaidu and the rise of the independent Mongol state in Central Asia (1997) en The empire of the Qara Khitai in Euroasian history. Between China and the islamic world (2005). Ze is professor aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem.

Genghis en de moslims
In haar boek aanschouwt Biran de veroveringen van Genghis en zijn nakomelingen vanuit het perspectief van de moslimlanden. Het belang van de Mongoolse veldheer voor de islamitische geschiedenis en de moslims is te danken aan drie redenen. Allereerst vanwege het verslaan van de gevestigde orde en het opnemen van de moslimgebieden in het Mongoolse rijk. Ten tweede is de godsdienstige tolerantie in het rijk cruciaal geweest voor de verspreiding van de islam naar nieuwe werelddelen zoals China. Ten derde, de Mongoolse vorst en kleinzoon van Genghis genaamd Hülegü (1217 – 1265) stichtte de Il-kanaat-dynastie in Midden-Azië, wiens heersers zich in verloop van tijd bekeerde tot de islam.
Zoals vermeld, let Biran vooral op de invloed van de Mongolen op de moslimwereld. Het is daarom logisch dat zij wil weten wat de moslims schreven over hun Mongoolse veroveraars. Voor het leven van Genghis Khan grijpt zij terug op De geheime geschiedenis. Voor de latere ontwikkelingen gebruikt zij de restanten van de Altan Debter, die door Perzische historici was overgenomen. De geschriften van Rashid-al-Din (1247 – 1318) en Juvayni (1226 – 1283), beiden Perzische historici, vormen tevens een belangrijke bron voor het werk van Biran. De overwonnen volken hadden vooral veel aandacht voor de Mongoolse gevechtstactieken, die soms uitliepen op het uitmoorden van volledige steden, zoals Bagdad in 1258.

Khan and the Moslim World
Om de stelling te verdedigen dat Genghis Khan een van de belangrijkste historische figuren is geweest voor de moslimwereld, noemt Biran negen punten. Als eerste was Genghis Khan de stamvader van de dynastie die later via Hülegü over Midden-Azië zou heersen. De sociale, culturele en economische waarden van de Mongolen vonden via deze weg hun ingang in de moslimwereld. Ten tweede werden de wetten van Ögedei, nazaat van Genghis Khan, ingevoerd. De zogenaamde yasak-wetten verleenden gelijkheid voor de wet aan alle burgers. Wettelijk werd vastgelegd dat alle religies met evenveel respect moesten worden behandeld, ook de islam. De yasak werd aangevuld met de sharia, de wetten van de islam, en vormde de basis voor de relatieve orde en stabiliteit in de moslimwereld. Het derde punt betreft de centrale administratie. Het Mongoolse rijk centraliseerde de belastinginkomsten, waardoor de uitbuiting door lokale machthebbers sterk verminderde. De belastingen moesten namelijk draagbaar zijn voor de bevolking, zodat zij in de volgende jaren de belasting zou (en kon) betalen. Als vierde wijst Biran op de globalisering. Ondanks de relatief grote afstanden kwamen China en de moslimwereld via het yam-systeem met elkaar in contact. Hierdoor vond uitwisseling van culturen plaats.
Daarbij werd Genghis Khan een voorbeeld voor latere heersers. De machthebbers in Midden-Azië probeerden zich als erfgenaam van de machtige Mongoolse Khan te presenteren. Timoer de Grote (1336 – 1405) is hiervan een uitstekend voorbeeld.
Daarnaast mobiliseerden de Mongolen de inwoners van hun rijk. Soldaten, ambtenaren, gouverneurs en priesters trokken door het hele rijk om orde aan te brengen. De Mongolen stelden doorgaans buitenlandse gezanten aan, om zich te verzekeren van hun steun in de lokale politiek. Het zevende punt van Biran: de nazaten van Genghis Khan bouwde nieuwe steden. Peking is hiervan een bekend voorbeeld en in de moslimgebieden zijn tevens verwoeste steden herbouwd. Ook zorgde de tolerante godsdiensthouding van de Khans ervoor, dat de verkondigers van de islam zich vrij door het Mongoolse rijk konden bewegen. Handelaren en priesters verspreidden de islam. Drie van de vier Mongoolse dynastieën werden tot de islam bekeerd. Tot slot drong Chinese kennis door tot de moslimlanden. Tevens kregen moslims de kans om hun ontdekkingen te delen met de andere volken.
Kortom, het belangrijkste punt van Birans Chinggis Khan betreft de uitbreiding van de invloed van de islam. Door opgenomen te zijn in het Mongoolse rijk ging een wereld aan mogelijkheden open voor de moslims.

Andere schrijvers versus Biran
Weatherford vindt de acceptatie en de overname van de islam door de Mongolen cruciaal voor de ontwikkeling van deze godsdienst. Volgens hem vielen de islamgebieden ten prooi aan de Mongoolse veroverzucht door de impopulariteit van de sultan, de verdeeldheid onder de koninklijke familie en het gebrek aan eenheid onder de moslims. Een voorbeeld van Mongoolse tolerantie was Karakorum: hier waren alle vertegenwoordigers van de verschillende godsdiensten welkom. Zo kwam de tolerantie aan bod in een debatwedstrijd tussen joden, moslims en christenen. Verder vindt Weatherford de Mongoolse zeges tussen 1219 en 1258 een dieptepunt in de geschiedenis van de islam, vanwege de militaire zwakte van de moslims. Daarnaast noemt de antropoloog ook de uitwisseling van kennis, mensen en goederen via het handelssysteem. Hij is het verder grotendeels eens met Biran op het punt van de belangrijke invloed van de Mongolen op de moslimgeschiedenis.
Man richt zich niet op de invloed van de Mongolen in de moslimwereld. Hij probeert het belang van Genghis Khan voor het heden te duiden. Wel geeft Man aan dat handel een belangrijke motivatie was voor Genghis om ten strijde te trekken tegen het rijk van Mohammed II. Daarnaast belicht Man de onvrede van de overwonnen volken, zoals de moslims, over de verwoestingen van de Mongolen. Steden als Bagdad en Samarkand waren welvarende steden, totdat de Mongoolse horde langskwam. De schrijver spreekt Biran niet tegen, maar zwakt het verhaal van de vele Mongoolse toevoegingen aan de moslimwereld enigszins af.

Het belang van Genghis voor de islam
Biran maakt vooral gebruik van islamitische bronnen om vanuit het oogpunt van de moslims te kijken naar de Mongoolse veroveringen. Door zich specifiek te richten op wat de nazaten van Genghis Khan voor de moslims hebben betekend, vermijdt ze de noodzaak om dieper in te gaan op het leven van Genghis. Haar verhaal over de positieve invloed van de Mongolen is helder, alleen ze overschat de mate van Mongoolse invloed op de moslimwereld. Na het instorten van het Mongoolse rijk, ging de islamitische wereld haar eigen weg.
Het antwoord op de vraag of Biran een objectief beeld heeft geschetst over Genghis Khan luidt als volgt: hier valt over te twijfelen. Ze overdrijft de positieve gevolgen van de Mongoolse veroveringen. Daarbij lost ze het probleem van de weinige beschikbare bronnen over Genghis op door te kijken naar bronnen van latere tijden – logischerwijs minder betrouwbaar – en door zich vooral te richten op de jaren na het leven van de Mongoolse vorst. Bovendien beroept Biran zich op de onbetrouwbare Geheime geschiedenis. Zij gebruikt echter wel de beschikbare bronnen en realiseert zich ook dat Genghis verwoestingen heeft aangebracht in de islamitische wereld. Kortom, Birans beeld is simpelweg te positief.

4: Genghis Khan: zijn leven, dood, wederopstanding en leiderschap

John Man heeft twee boeken geschreven over Genghis Khan. Het eerste boek Genghis Khan. Life, death and resurrection (2004) probeert het leven van de Mongoolse warlord naar het heden te trekken, door nauwkeurig de plaatsen te omschrijven waar Genghis Khan geweest zou zijn en hoe die plaatsen er tegenwoordig bij liggen. Het tweede boek van Man legt aan de lezer uit welke 21 ‘lessen’ van Genghis Khan kunnen worden geleerd. The leadership secrets of Genghis Khan (2009) doorloopt systematisch het leven van de veroveraar en stelt regels op, die bruikbaar en leerzaam zijn voor moderne (wereld)leiders. Man belicht vier thema’s in de twee boeken. Het leven, de dood, de wederopstanding en de leiderschapslessen van Genghis Khan.

Man
De Britse historicus Man is vooral bekend van zijn reisverhalen over Mongolië en China. De Engelsman reisde door grote delen van Oost-Azië, onderzocht historische plaatsen, zoals Burkhan Khaldun (een heilige berg in Mongolië en de mogelijke geboorteplaats van Genghis), de Liupon vallei in China, Avraga (legendarische, Mongoolse steppe) en interviewde de inwoners van die gebieden. Sinds 1999 werkt hij aan boeken over de Mongolen en de Chinese geschiedenis. Voorbeelden hiervan zijn Gobi. Tracking the desert (1997), Attila. The Barbarian king who challenged Rome (2005), The Terracotta Army. China’s first emperor and the birth of a nation (2007), The Great Wall. The extraordinary story of China’s wonder of the world (2008) en Xanadu. Marco Polo and Europe’s discovery of the east (2009). Man combineert het heden met het verleden. Zo ook in zijn twee boeken over Genghis Khan.

De relevantie van Genghis
Man wil nieuw licht laten schijnen over wie Genghis Khan was, en wat hem belangrijk maakt voor het heden. Hij doet dit in zijn twee boeken door achtereenvolgens: de feiten uit Genghis’ leven op een rijtje te zetten, de mythische dood van Genghis te onderzoeken, zijn wederopstanding uit te leggen en door de lessen die van de wereldheerser te leren zijn, te actualiseren. Man wenst Genghis Khan actueel te maken en hem een plaats te geven in de tegenwoordige tijd, ondanks dat de Mongool al meer dan zeven eeuwen dood is. In praktijk komt het erop neer Man achterhaalt waaraan Genghis Khan zijn grootsheid heeft te danken en hoe die uitzonderlijke kwaliteiten ook in het heden kunnen worden toegepast.
De Brit gebruikt een grote variatie aan bronnen. Als eerste grijpt – ook hij – terug op de onbetrouwbare Geheime geschiedenis. Daarnaast onderzoekt hij de plaatsen waar Genghis Khan is geweest, zoals Burkhan Khaldun, Avraga en de Liupon Vallei. Hij bekijkt het landschap en probeert zich voor te stellen hoe dit meer dan achthonderd jaar geleden eruit moet hebben gezien. Ook past hij hedendaagse, psychologische regels toe op de Mongolen van toen. Hij analyseert waarom Genghis Khan bepaalde beslissingen neemt en tracht zorgvuldig zijn karakter te schetsen. Oftewel, Man probeert met een groot aantal gecombineerde onderzoeksmethodes het optimale resultaat te behalen in zijn boek.

Genghis volgens vier thema’s
In Mans publicaties staan vier, reeds genoemde, punten centraal: het leven, de dood, de wederopstanding en de leiderschapslessen van Genghis Khan. Als eerste besteedt de Engelsman veel zorg aan het leven van de veroveraar. Volgens Man valt het leven van de steppekrijger terug te voeren tot tien punten. Als eerste moest trouw worden beloond aan de onderdanen, vrienden en familie. Ten tweede was het van belang voor Genghis dat hij vasthield aan de tradities van de steppevolken. Ten derde was het cruciaal om over zelfcontrole te beschikken – leren van fouten en het beheersen van ondoordachte reacties zorgden beide voor betere ‘resultaten’ in de toekomst. Als vijfde was Genghis Khan genadeloos voor zijn vijanden. Zelfs Jamuka, bloedbroeder en boezemvriend van Genghis, werd ter dood veroordeeld na zijn verraad. Het zesde punt: de Mongoolse leider wilde onnodig lijden voorkomen. Gruwelijkheden, zoals martelingen, werden vermeden. Zevende punt: Genghis stond open voor nieuwe technieken, veranderingen in zijn stijl van leidinggeven en in zijn leven. Ook het aanwenden van een goddelijke missie leverde hem veel steun op. Met de steun van de ‘Eeuwige Blauwe Hemel’ kon hij, dachten zijn volgelingen, alle vijanden verslaan. Daarbij stond het overtuigen van anderen van zijn goddelijke missie hoog in het vaandel. Tot slot hield Genghis Khan vast aan het respecteren van het geloof van zijn soldaten én de religieuze overtuigingen van zijn tegenstanders.
De dood van Genghis Khan is volgens Man symbolisch voor zijn leven: alle details klopten tot in de puntjes. In 1227 overleed de als Temüjin geboren Genghis vlak voor het einde van een campagne tegen de Tanguts. Het lichaam van de steppekrijger werd vervoerd van de Liupon Vallei in China naar Mongolië. Enkele zaken waren van direct belang.
Zo moest de Xi Xia-keizer zich nog onderwerpen aan de Mongolen. Als dit achter de rug was, verkregen de Mongolen het recht om de leider van de Tanguts te doden. Hierna werd Genghis Khan vervoerd naar Mongolië. Niemand mocht van de precieze begraafplaats afweten. Waarom niet? Op deze wijze werd bewerkstelligd dat er altijd twijfel zou bestaan over de dood van Genghis (was hij wel echt dood?). In De geheime geschiedenis wordt dan ook niets verteld over de begraafplaats. De locatie van de begraafplaats van de leider moest een staatsgeheim blijven. Daarbij moest een legende over Genghis Khan opgang komen. Mythes moesten alle ruimte krijgen om te groeien, waardoor de angst voor de Mongolen, één van hun grootste wapens, in de nog niet veroverde gebieden toenam. Volgens de legende zouden alle mensen en dieren die de begrafenisstoet hadden gezien, gedood zijn door soldaten. Man betwijfelt dit zeer. Volgens hem werd pas in de latere bronnen, zoals Polo’s verslagen, melding gemaakt van de moordpartijen op weg naar Genghis’ laatste rustplaats. Een deel van de mythe rondom hem ontstond, doordat zijn lichaam nooit is gevonden. Man vermoedde dat de veroveraar ergens in de buurt van de berg Burkhan Khaldun is begraven, maar tot op de dag van vandaag is zijn laatste rustplaats onbekend.
Het derde thema van Man is de wederopstanding van Genghis. Vooral in China en Mongolië werd (en word) de veroveraar vereerd. Dit kwam door de eenheid die hij heeft gesmeed in de beide landen. Genghis verenigde de steppevolken. Zijn zoons breidde het Chinese grondgebied uit tot hedendaagse proporties. Hij was de stamvader van de Yuan-dynastie en in China beschouwt men hem tegenwoordig nog steeds als een grootheid. Daarbij heeft zijn nomadische levensstijl in Mongolië standgehouden tot op de dag van vandaag. Bovendien geldt Genghis als een spirituele halfgod voor sommige Mongolen, een intermediair tussen de aarde en de ‘Eeuwige Blauwe Hemel’. Ten slotte zijn (o.a.) kinderen, vliegvelden en plaatsen naar hem vernoemd. En standbeelden met daarop een strijdbare Genghis Khan zijn alles behalve zeldzaam in Mongolië.
Het laatste belangrijke punt van de Engelse historicus betreft de leiderschapskwaliteiten van de Mongoolse leider. Volgens Man kunnen wij 21 lessen trekken uit de daden en denkwijze van Genghis Khan:

1. Controleer de berichtgeving naar je onderdanen.
2. Accepteer en leer van kritiek.
3. Volg en geloof in je visie.
4. Hou je aan je beloftes.
5. Deel het lot van je volgers.
6. Ken je beperkingen.
7. Maak trouw belangrijk, beloon het.
8. Stel duidelijke regels op en hou je eraan.
9. Besef wat er gebeurt, blijf realistisch.
10. In rustige tijden, bereid je voor op zware tijden.
11. Maak jouw belang, het algemene belang.
12. Kies goede erfgenamen.
13. Sta debatten over belangrijke punten toe.
14. Kies de beste persoon voor de functie.
15. Bouw verrassingen in.
16. Hard optreden, alleen met een doel.
17. Meewerken biedt voordelen.
18. Filosofeer over mogelijkheden.
19. Richt je op het algemene doel, niet op het eigen.
20. Plan voor de toekomst.
21. Ken je limieten.

Andere schrijvers versus Man
Weatherford is het grotendeels eens met Man. De antropoloog belichtte vooral de gevolgen van het leven van Genghis. Zijn kracht lag volgens Weatherford in de voortdurende veroveringen in de richting van alle windstreken. De Mongolen hadden een doel in hun leven, bleven vechten, bleven winnen en vergaarden rijkdom. Daarnaast wijst hij op het belang van de steun van de ‘Eeuwige Blauwe Hemel’. De halfgod Genghis Khan kon, door de steun van de goden, rekenen op de trouw van veel volgelingen. Wat het sterven van Genghis betreft benadrukt Weatherford evenzo dat door de mysteriën omtrent het overlijden, legendes ontstonden en de geest van Genghis Khan, door Weatherford gesymboliseerd in de banier van Temüjin, nog steeds rondwaart door Mongolië. De wederopstanding van Genghis Khan is volgens Weatherford van belang vanwege twee redenen. Als eerste had de Pax Mongolica belangrijke gevolgen voor Europa en de ontdekking van Amerika door Columbus. Als tweede was de wederopstanding van belang voor het huidige Mongolië, waar Genghis als een held wordt gezien. Tot slot ziet de antropoloog de ‘gewoonheid’ van Genghis Khan als zijn grootste leiderschapskwaliteit. Opgegroeid met bijna niets, werkte hij zich omhoog. Hij stond dicht bij zijn mensen en deelde hun lief en leed.
Biran kan zich eveneens vinden in de meeste conclusies van Man. Wel hecht zij meer waarde aan de gevolgen van de veroveringen van Genghis Khan, vooral die in de moslimwereld. De kracht van Genghis was zijn creatieve manier van veroveren. De militaire cultuur van de Mongolen verraste volgens Biran de moslims. De tümen, de tienduizend (‘tienduizend’ is een letterlijke vertaling van tümen/toman) strijders van Khan, de loyaliteit aan hun leider, de discipline en de gevechtskwaliteiten en technieken maakten de Mongoolse, vele veroveringen mogelijk. Tevens leidde de slachtingstrategie – ongehoorzame steden werden uitgemoord – tot minder verzet en vlugge overgaven van steden die vernamen van de bloederige consequenties van verzet. Ook waren de planning van de veldslagen, het gebruik van de wapens en de snelheid van de Mongoolse aanvallen van belang. De dood van Genghis, en alle omliggende omstandigheden, zijn volgens Biran eveneens tot mythische proporties uitgegroeid. Zoals reeds besproken, was propaganda hiervan het doel. De propaganda heeft gewerkt: voor de Chinezen is Genghis de grondlegger van het huidige China en in de loop der eeuwen werd hij niet meer als een barbaar gezien, maar een ‘soort’ Chinees, die van binnenuit de staat veroverde. Voor de Mongolen is hij een nationale held. De moslims, Russen en Europeanen hebben in de loop der tijd wisselend gedacht over Genghis Khan. Het beeld van een veroveraar is het meest blijvend. Biran vat de leiderschapskwaliteiten van Genghis Khan samen in vier kernpunten. Als eerste had Genghis de wil om te leren van anderen, waardoor hij nieuwe tactieken kon toepassen. Daarbij zette hij met succes specialisten in voor cruciale taken. Hij wilde de beschikbare kennis in zijn gebied volledig gebruiken. Zo moesten Chinese bouwers van belegeringswerktuigen mee naar Perzië om aldaar hun ambacht in de praktijk te brengen. Als derde toonde Genghis al in zijn jonge dagen zowel diplomatieke als politieke talenten. Zo creëerde hij een eenheid uit de Mongolen. Als laatste wijst Biran op het succes van het succes: hoe meer Genghis won, hoe groter het vertrouwen van zijn soldaten werd in hun leider.

Conclusie Man
Man gaat op zoek naar de huidige ligging van de belangrijkste plaatsen in De geheime geschiedenis. Hij komt in Avraga, waar De Geheime Geschiedenis is opgesteld, in de Liupon Vallei, waar Genghis Khan stierf, en op Burkhan Khaldun, waar Man vermoedt dat Genghis ligt begraven. Hij past tevens moderne wetenschappen als genealogie, psychologie en antropologie toe om meer informatie te achterhalen over de wereldveroveraar. Man stelt Genghis Khan centraal in zijn boeken. Het verhaal draait om Temüjin/Genghis, zijn leven, zijn dood, zijn wederopstanding en zijn wijze lessen. De geboden informatie wordt door Man duidelijk gebracht, ondersteund door verscheidene onderzoeksmethoden en sluit grotendeels aan bij wat collega’s Biran en Weatherford aanvoeren.
Daarbij aarzelt Man niet om de gruwelijkheden van de Mongolen te bespreken en probeert hij zich, zo goed als mogelijk, bij de feiten te houden. Wel zit in zijn verhaal een onzekerheidsfactor. Bijvoorbeeld de begraafplaats van Genghis Khan: ligt hij echt op die berg? Bovendien grijpt ook hij terug op de onbetrouwbare Geheime geschiedenis. Heeft Man een objectief beeld geschetst van Genghis Khan? Het antwoord luidt: hij komt in de buurt. Natuurlijk, hij is in zijn onderzoek beperkt door het gebrek aan bronnen, maar door verschillende wetenschappen en onderzoeksmethoden te gebruiken, doet hij een bewonderens-waardige poging om het verhaal van Genghis Khan op een objectieve wijze weer te geven.

CONCLUSIE

De centrale vraag van dit werkstuk was: ‘In hoeverre schetsen moderne historici – respectievelijk Biran, Man en Weatherford – een objectief beeld van Genghis Khan, de Mongoolse wereldveroveraar die tussen 1206 en 1227 een groot deel van Midden-Azië veroverde?’ De wetenschappers Weatherford, Biran en Man hanteren alle drie hun eigen invalshoeken. De geheime geschiedenis is (nog steeds) de belangrijkste geschreven bron voor alle auteurs over Genghis Khan, en evenzo zeldzaam als belangrijk. Het geschrift wordt over het algemeen gezien als een onbetrouwbare bron. De wetenschappers waar dit onderzoek om draait, hebben ieder een oplossing gezocht voor het gebrek aan bronnenmateriaal. Zo wil Weatherford in al zijn enthousiasme de Mongolen betrekken bij de ontdekking van Amerika. Het resultaat is een (grotendeels) eenvoudig leesbaar verhaal, maar qua objectiviteit gaat hij de mist in. Daarbij vervalt hij in ongegronde aannames, die in dienst staan van het verbinden van de renaissance aan de Mongolen. De antropoloog bewijst wel met succes dat de Mongolen een belangrijke invloed hebben gehad op de handel in Azië. Biran beschouwt Genghis Khan als een belangrijk figuur in de moslimgeschiedenis. Zij richt zich bijna volledig op het verband tussen de opvolgers van Genghis en hun positieve invloed op het bestaan van de moslims. Biran slaagt erin met de Perzische bronnen een redelijk betrouwbaar beeld van Genghis neer te zetten, maar door haar positieve en bewonderende houding ten opzichte van de Mongolen, staat zij tekort stil bij de massale verwoestingen in de moslimlanden. Desondanks doet zij een deels geslaagde poging om objectief te zijn, en dat is op zijn minst bewonderingswaardig. Man komt van alle auteurs het dichtst bij een zekere vorm van objectiviteit. Natuurlijk, ook zijn boeken lopen over van de bewondering voor Genghis, en hij kan eveneens niet om de onzekerheid rondom De geheime geschiedenis heen. Alleen Man combineert meerdere wetenschappen waaronder antropologie, historiografie, psychologie en de genealogie om het belang van Genghis Khan aan te tonen voor deze tijd. Dit verhoogt de plausibiliteit van zijn onderzoek.

Objectiviteit bestaat niet. De keuzes die historici maken over het vermelden of het weglaten van feiten is hun handtekening. Aan de andere kant kan een historicus altijd een poging doen om, door alle beschikbare middelen te combineren, de schijn van een te grote partijdigheid te vermijden. Het is noodzakelijk om te vermelden dat historici immer afhankelijk zijn van hun bronnen, en dat De geheime geschiedenis niet betrouwbaar is. Indien meer informatie over Genghis Khan zou zijn overgeleverd, hadden Biran, Weatherford en Man hun onderzoeken kunnen baseren op een breder spectrum van primaire bronnen.
Het is belangrijk om altijd kritisch te blijven nadenken over de objectiviteit van historische publicaties. Het is een lastige opgave om met weinig bronnen een goed onderbouwd (en daardoor wetenschappelijk verantwoord en objectief) verhaal te schrijven. Wellicht bijna onmogelijk. Sommige historici, zoals Weatherford, overkomen deze hindernis door te speculeren. Man toonde aan dat met de combinatie van meerdere wetenschappen al een betere onderbouwing mogelijk is. Desondanks valt op het werk van Man eveneens iets aan te merken. Immers, zijn onderzoek is gebaseerd op De geheime geschiedenis: een onbetrouwbare bron.

LITERATUURLIJST

Biran, Michel, Chinggis Khan (Oxford 2007).

Hierman, Ann, e.a., China – een maatschappelijke en filosofische geschiedenis van de vroegste tijden tot de twintigste eeuw (Gent 2008).

Jackson, Peter, The Mongols and the West, 1221-1410 (Harlow 2005).

Man, John, Genghis Khan. Life, Death and Resurrection (Londen 2004).

Man, John, The Leadership Secrets of Genghis Khan (Londen 2009).

Morgan, David, The Mongols (Oxford 1986).

Weatherford, Jack. Genghis Khan and the Making of the Modern World (New York 2004).

About the author:

Back to Top