Recensie: Anne Bos – Verloren vertrouwen

Recensie: Anne Bos – Verloren vertrouwen

Recensie: Anne Bos – Verloren vertrouwen

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Anne Bos – Verloren vertrouwen

Anne Bos, Verloren vertrouwen. Afgetreden ministers en staatssecretarissen 1967-2002.
Boom Uitgevers, Amsterdam, 2018
ISBN: 9789089533135
€29,90

 

 

Rutte-III heeft het zwaar. Halbe Zijlstra heeft het veld nog maar nét moeten ruimen, of zijn opvolger, Stef Blok, ligt al onder vuur vanwege controversiële uitspraken over multiculturaliteit. Over zijn politieke lot wordt hoogstwaarschijnlijk na het zomerreces beslist.

De Nederlandse parlementaire geschiedenis kent een groot aantal bewindslieden dat het Binnenhof vroegtijdig heeft moeten verlaten. In Verloren vertrouwen brengt Anne Bos, onderzoeker aan het Centrum voor Parlementaire Geschiedenis, de staatssecretarissen en ministers die tussen 1967 en 2002 voortijdig hun ontslag indienden in kaart.

Politiek drama

Bos opent met de stelling dat politiek draait om macht en eigenlijk een soort theater is: emoties, verraad en intriges hebben vaak een belangrijk aandeel in het vroegtijdige vertrek van een bewindspersoon. Hoewel dergelijke dramatische elementen uiteraard van groot belang zijn, is dat niet Bos’ voornaamste reden om onderzoek te doen naar ontslagnemende bewindslieden. Het vertrek van een bewindspersoon zorgt namelijk niet alleen voor veel theatraal spektakel, maar ook voor een onalledaags moment op het Binnenhof. Deze scharnierpunten zijn volgens Bos bij uitstek geschikt om de werking van het politieke stelsel te laten zien.

Het boek van Bos is opgeknipt in drie, thematische delen; ieder deel correspondeert met een reden voor bewindslieden om vroegtijdig af te treden (aftreden vanwege een conflict met het kabinet, vanwege een conflict met de Kamer of vanwege een persoonlijke feit). Deze thematische structuur van het boek is goedgekozen: de lezer houdt daardoor – veel meer dan bij een chronologische opbouw – het overzicht. Op die manier worden maar liefst negentien casussen besproken, die ieder inzicht geven in het functioneren van de politiek.

Glastra van Loon ruimt het veld

Neem nu de casus van Justitie-staatssecretaris Glastra van Loon (1975). Na een half jaartje formeren waren, op eentje na, alle posities voor het toekomstige kabinet-Den Uyl gevuld: de staatssecretaris voor Justitie moest nog aangezocht worden. Minister van Justitie Van Agt (KVP) meende dat hij zélf op zoek kon naar een geschikte kandidaat – destijds niet ongebruikelijk. Minister-president Den Uyl legde de bal echter bij coalitiepartner Van Mierlo (D’66) om de keuze te maken. Op die manier hoopte Den Uyl Van Mierlo enigszins zoet gehouden. De D’66-prominent vond uiteindelijk de relatief onervaren Glastra van Loon bereid de post te vervullen. Van Agt oordeelde dat die procedure ‘staatsrechtelijk niet zuiver’ was, maar legde zich er tenslotte bij neer.

Eenmaal in functie voelde Glastra van Loon weliswaar weinig binding met het zijn partijgenoten, maar tegelijkertijd ondervond hij weinig problemen binnen het kabinet of met de Tweede Kamer. Anders was dat op het ministerie, waar hij al snel botste met de dienstdoende secretaris-generaal. In interviews deed Glastra van Loon zijn beklag over het ministerie, de hoge ambtenaren en het, in zijn ogen, weinig effectieve beleid van zijn voorgangers. Daarmee haalde hij zich de woede van Van Agt op de hals, die het ministerie namelijk jarenlang gerund had. Deze verzocht Glastra van Loon dan ook met klem om op stappen – het was, zo vond Van Agt, ongehoord dat zijn staatssecretaris zich zo negatief in de media had uitgelaten. Het vertrouwen was verloren.

Van Agt had, geheel tegen alle politieke regels in, Glastra van Loons politieke lot eigenhandig bezegeld. Toch sprong Den Uyl niet voor de staatsecretaris in de bres: de minister-president wilde, koste wat kost, een kabinetscrisis voorkomen. Het belang om minister Van Agt binnenboord te houden, woog zwaarder dan het belang van Glastra van Loon.

Vol vertrouwen

Het is knap hoe Bos de lezer bij iedere casus op heldere wijze meeneemt in de toenmalige politieke context, de partijpolitieke verhoudingen, het betreffende struikeldossier, de persoonlijkheid van de aftredende bewindspersoon en de onderlinge kabinetsrelaties. Op die manier worden op schitterende wijze negentien venstertjes geopend: ieder geeft een inkijkje in de Nederlandse politiek van die tijd. Daarbij nemen we op de koop toe dat het boek – zeker voor de minder ingevoerde lezer – soms ietwat té gedetailleerd dreigt te worden: tientallen namen, organisaties, politieke instanties en complexe dossiers passeren in rap tempo de revue.

Knapper nog dan het schetsen van de brede politieke context en het blootleggen van de dramatische gebeurtenissen rondom het aftreden, is hoe Bos de ontwikkelingen en veranderingen van het politiek systeem in kaart brengt. Zo laat de casus van staatssecretaris Glastra van Loon zien hoe de verhouding tussen minister en staatssecretaris langzaam veranderde. De staatssecretaris was niet meer, zoals in de eerste helft van de twintigste eeuw het geval was, het ‘hulpje’ van de minister, maar een zelfstandig, politiek figuur, wiens aanstelling en portefeuille voortkwamen uit de formatieonderhandelingen.

Ook de achttien andere casussen bieden ieder een nuttig inkijkje in het functioneren van de politiek. Zo leidde de casus-Van Aardenne, overigens het enige geval waarin de bewindspersoon niet aftrad, tot een sterker zelfbewustzijn van de Tweede Kamer en tot herbezinning op de begrippen ministeriële verantwoordelijkheid en politiek vertrouwen. De casus-Van der Linden illustreert vervolgens dat het niet ongewoon is om een pionoffer te brengen: de staatssecretaris voorkwam met zijn aftreden de val een minister of zelfs het gehele kabinet.

Het boek staat bomvol andere inzichten over het functioneren van de politiek en is daardoor razend interessant om te lezen. Het hoge gehalte aan dramatiek, onlosmakelijk verbonden met aftredende politici, maakt het boek bij vlagen zelfs spannend. Kortom: qua invalshoek en inhoud is dit boek van Bos uitermate goed geslaagd.

Door Mark Barrois.

Mark Barrois (1994) studeerde geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Na het volgen van de master ‘Actuele Geschiedenis’ vervolgde hij zijn studie met de interdisciplinaire master ‘Politiek & Parlement’. Inmiddels heeft hij die master ook succesvol afgerond. Zijn interesse gaat onder meer uit naar het functioneren van de lokale democratie en het openbaar bestuur. Met name het thema ‘burgerparticipatie’ spreekt hem daarbij aan. Verder coördineert hij de recensierubriek bij Jonge Historici en is hij redacteur bij Historiek.net. 

About the author:

Back to Top