Recensie: Anne-Marie Mreijen – De rode jonker

Recensie: Anne-Marie Mreijen – De rode jonker

Recensie: Anne-Marie Mreijen – De rode jonker

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Anne-Marie Mreijen – De rode jonker

Anne-Marie Mreijen, De rode jonker. De eeuw van Marinus van der Goes van Naters 1900-2005
Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2018

ISBN: 9789089533395
€24,50

 

 

 

De ondertitel van het boek, ‘De eeuw van Marinus van der Goes van Naters’, vat de inhoud van de biografie over de ‘rode jonker’ goed samen. De biografie is namelijk niet alleen een persoonsbeschrijving, maar ook, en misschien wel vooral, een tijdsbeschrijving. Aan de hand van het leven van Marinus van der Goes van Naters, prominent PvdA-lid uit de twintigste eeuw, licht Mreijen verschillende belangrijke gebeurtenissen uit die periode uit. Zo beschrijft zij de positie van de adel rond 1900, de opkomst van het socialisme en nazisme, de Tweede Wereldoorlog, de dekolonisatie-oorlog en de vorming van de milieubeweging, de Europese samenwerking en de ontwikkelingssamenwerking.

De rode jonker

Marinus van der Goes van Naters werd op 21 december 1900 geboren. Hij groeide op in een protestants-liberaal milieu in het katholieke Nijmegen. Op 13-jarige leeftijd verkreeg Van der Goes het predicaat ‘jonkheer’. Mreijen schetst de positie van de adel rond 1900 en het belang dat families zoals de familie Van der Goes aan de adellijke titel hechtten. Tegelijkertijd problematiseert zij de ambigue houding van Van der Goes ten opzichte van deze ‘pikante combinatie’ van adellijke afkomst enerzijds en socialistische opvattingen, die hem de bijnaam ‘rode jonker’ gaven, anderzijds. Hoewel Van der Goes zeer verbolgen kon zijn over deze bijnaam, koesterde en exploiteerde hij hem ook. Volgens eigen zeggen ‘bekeerde’ Van der Goes zich in 1918 tot het socialisme. Mreijen toont aan dat deze ambigue houding van Van der Goes ook  zijn socialistische carrière bleef kenmerken. Hij maakte zich weliswaar hard voor de positie van de arbeiders, maar deed dit nadrukkelijk als intellectueel. Hoewel hij enerzijds een soort bewondering voor de arbeiders koesterde, bleef hij anderzijds de voorkeur geven aan het contact met, zoals zijn moeder het typeerde, ‘ons soort mensen’.

Politiek engagement

Onder andere vanwege zijn publiekelijke afkeer van het nazisme in de jaren dertig werd Van der Goes na de bezetting van Nederland als krijgsgevangene vastgehouden in Buchenwald en Sint-Michielsgestel. Daar discussieerde hij volop met politici en intellectuelen van verschillende politieke kleur en dacht hij na over de naoorlogse hervorming van het Nederlandse staatsbestel. Na de oorlog trad hij toe tot de nieuw opgerichte Partij van de Arbeid. Als fractievoorzitter van de partij was hij nauw betrokken bij de dekolonisatieoorlog in Indonesië.

Van der Goes was een eigengereide persoonlijkheid, waardoor hij meermaals in conflict kwam met andere partijprominenten zoals Willem Drees en Koos Vorrink, over de onderlinge rolverdeling en de bijbehorende verantwoordelijkheden. Dit leidde ertoe dat hij in 1951 zijn ontslag indiende bij de Kamervoorzitter. Vervolgens verwisselde de PvdA’er de nationale politiek voor de Europese politiek. De Indonesië-kwestie werd omgeruild voor de Saarkwestie, waar hij zich intensief, en eveneens eigengereid, mee ging bemoeien. Op latere leeftijd ging hij zich inzetten voor de ontwikkelingssamenwerking tussen Europa en Afrika. In het slothoofdstuk bespreekt Mreijen zijn levenslange inzet voor de milieubeweging. Het boek, dat is opgezet rond verschillende thema’s die elkaar min of meer chronologisch opvolgen, leest erg prettig. Het laatste hoofdstuk doet afbreuk aan deze opbouw, en is zowel in chronologie als in politieke verwantschap afwijkend van de andere hoofdstukken. Het doet daardoor wat ‘toegevoegd’ aan.

Icoon van de sociaaldemocratie

Mreijen geeft, in tegenstelling tot veel andere biografen van politici, niet zozeer een beschrijving van het publieke leven en de prestaties van haar hoofdpersoon, maar ze heeft geprobeerd om zijn relevantie en invloed op de loop van de geschiedenis te problematiseren. Vertrekpunt voor deze biografie is namelijk de reputatie die Van der Goes van Naters aan het einde van zijn leven had opgebouwd. Bij zijn overlijden in 2004 werd hij herdacht als de ‘icoon’ van de sociaaldemocratie.  Het leidende vraagstuk in het boek is dan ook om te achterhalen waar deze reputatie op was gebaseerd. In de beantwoording van deze vraag baseert Mreijen zich niet alleen op de archieven en publicaties van Van Naters, maar ook op nationale en Europese overheidsarchieven, interviews met zijn kinderen en secundaire literatuur. Om zijn reputatie te duiden, onderscheidt Mreijen vier onderzoeksthema’s, namelijk politiek, professie, decor en beeldvorming. De laatste twee thema’s hadden door het boek heen soms sterker aangezet kunnen worden. Daarnaast leiden de soms lange en erg inhoudelijke beschrijvingen van de politieke kwesties de aandacht af van de hoofdpersoon. Toch weet Mreijen in haar boek duidelijk te maken dat Van der Goes’s claim to fame het gevolg was van zijn lange politieke carrière en van het beeld dat hij van zichzelf creëerde in de vele interviews die hij gaf en door het publiceren van zijn autobiografie. Zo werd de rode jonker een icoon.

Door Marleen van den Berg.

Marleen van den Berg rondde recent  de research master Colonial and Global History aan de Universiteit Leiden af. Tijdens haar studie specialiseerde zij zich in de contemporaine geschiedenis van Nederland en Nederlands-Indië en zendingsgeschiedenis. Haar scriptie richtte zich op de houding van de Nederlandse zendeling H.A.C. Hildering gedurende de Indonesische dekolonisatieoorlog.

 

 

About the author:

Back to Top