Recensie: Carla Hoetink – Macht der gewoonte

Recensie: Carla Hoetink – Macht der gewoonte

Recensie: Carla Hoetink – Macht der gewoonte

Geen reacties op Recensie: Carla Hoetink – Macht der gewoonte

Carla Hoetink, Macht der gewoonte. Regels en rituelen in de Tweede Kamer na 1945.
Uitgeverij VanTilt, Nijmegen, 2018
ISBN: 9789460042768
€29,95

 

 

Spektakel tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen afgelopen september: Thierry Baudet verdedigde zijn afwezigheid in de Tweede Kamerdebatten door te stellen dat hij het “beneden zijn waardigheid” vond om deel te nemen aan de debatten. Hij weigerde “eindeloos mee te spelen in het spel” van gespeelde verontwaardiging van collega-Kamerleden tijdens het debat. Hoongelach, benadrukt door het typische roffelen op de bankjes door de meeste andere Tweede Kamerleden, viel Baudet ten deel. Ook minister-president Mark Rutte bood droogjes aan om hem, buiten het zicht van de camera’s, de procedures in de Tweede Kamer nog eens uit te leggen.

Hoewel Baudets uitspraken door collega-Kamerleden gewraakt werden, leggen zij een fundamentele clash bloot tussen de dragers van de Tweede Kamercultuur en de uitdagers daarvan. In haar nieuwe boek Macht der gewoonte ontleedt parlementair historica Carla Hoetink, op een haast cultureel-antropologische wijze, de naoorlogse cultuur van de Tweede Kamer en laat zij zien hoe die parlementaire cultuur zowel evolueert als zichzelf bestendigt.

Parlementaire cultuur ontleed

Net als iedere organisatie of bedrijf kent de Tweede Kamer haar eigen cultuur: “een complex geheel van gedeelde waarden en denkbeelden, geschreven en ongeschreven regels, uiterlijke vormen, geïnternaliseerde gedragspatronen, van generatie op generatie overgedragen opvattingen over hoe het eigenlijk hoort en periodieke zelfreflectie over dit alles.”

Door het hanteren van deze ruime definitie, stelt Hoetink zichzelf voor een lastige taak: haar ruime definitie vraagt namelijk om een uitgebreide studie, waarin alle facetten van de parlementaire cultuur aan bod moeten komen. Het feit dat nog geen wetenschapper zich eerder gewaagd heeft aan een dergelijke grootscheepse analyse van de naoorlogse parlementaire cultuur, maakt het er voor Hoetink niet makkelijker op. Toch slaagt zij erin het veranderende zelfbeeld van de Tweede Kamer, het toenemende belang van Kamercommissies, het verdwijnen van het ceremonieel vertoon rond de Kamervoorzitter, de explosieve toename van het gebruik van het parlementair instrumentarium en het veelvuldige schaven aan haar eigen Reglement van Orde, allemaal aan bod te laten komen. Aan de hand van talloze bronnen – tientallen archieven, periodieken en Kamerstukken zijn geraadpleegd – plaatst de historica de transformerende parlementaire cultuur in de steeds wisselende politiek-maatschappelijke contexten.

Vernieuwing?

Neem de jaren zestig van de vorige eeuw. Het politieke establishment wordt uitgedaagd en deels verdrongen door nieuwe politieke bewegingen als de PSP, D66 en de Boerenpartij. Die herschikking van de politieke machtsverhoudingen vroeg ook om een informelere parlementaire cultuur, waarin de volksvertegenwoordigers hun notabelengedrag moesten afleggen. De nieuwe partijen streefden naar meer democratische en staatkundige vernieuwingen. Een gevolg was dat onder andere het Reglement van Orde in 1966 werd aangepast, waardoor commissievergaderingen openbaar werden en er een apart hoofdstuk over interpellaties aan het Reglement werd toegevoegd.

Hoewel de komst van deze partijen dus wel degelijk van invloed was op de parlementair cultuur, dient dit, volgens Hoetink, toch gerelativeerd te worden. Veel bleef namelijk bij hetzelfde. Het spreken via de voorzitter, de vaste ritmen in het parlementaire jaar en de lege Kamerbankjes als gevolg van absenteïsme – nog altijd welbekende fenomenen in de Tweede Kamer. Zelfs D66’er Imkamp verontschuldigde zich bij zijn maidenspeech voor zijn ruwe debatstijl door te stellen dat hij ‘nog niet zo politiek ervaren was.’

In plaats van een radicale breuk is er dus eerder sprake van een meer schoksgewijze herijking van de parlementaire cultuur – een trend die al langer gaande was, maar door de komst van de nieuwe partijen in een stroomversnelling terecht kwam. Het bevestigen van de bestaande praktijken enerzijds en de wens om het parlement bij de tijd te brengen anderzijds, gingen hand in hand.

Aan de hand van dergelijke, scherpe analyses, gecombineerd met het stevige theoretische fundament, laat Hoetink overtuigend zien dat de parlementaire cultuur een duurzaam en stabiel karakter kent, waardoor zij zich, op het eerste oog, weliswaar moeilijk laat veranderen, maar toch constant evolueert onder invloed van interne partijpolitieke en externe maatschappelijke ontwikkelingen. Daarmee heeft de historica, als het ware, een ‘biografie’ van de parlementaire cultuur geschreven.

Politieke relevantie

Hoetinks conclusie kent ook een politieke relevantie: Kamerleden ondergaan de sturende werking van de parlementaire cultuur. De geschreven en ongeschreven regels, de ‘parlementaire mores’ en de opvattingen over ‘goede politiek’ leggen, als een soort korset, Kamerleden namelijk gedragspatronen op en sturen zodanig hun handelen. Individuele Kamerleden die volharden en zich blijven onttrekken aan deze parlementaire cultuur zullen op korte termijn geen rol van betekenis in de besluitvorming kunnen spelen. De meerderheid van de Kamer bepaalt immers niet alleen hoe het hoort, maar ook wie er mee mogen doen en wie als paria’s worden buitengesloten. Op langere termijn, of als de cultuuruitdagers in aantal groeien, kunnen zij echter veranderingen in de dominante cultuur bewerkstelligen.

Tegelijkertijd kunnen Kamerleden, die de regels, procedures en conventies uitstekend kennen, gebruik maken van hun kennis om tijdens het debat invloed uit te oefenen: zo kan een kundig opgesteld, op het juiste moment ingebracht oppositioneel amendement soms toch op een goedkeuring van de meerderheid rekenen.

Beheersing van de rituelen en regels betekent macht. Dat maakt Macht der gewoonte een buitengewoon relevant boek: het toont hoe het Binnenhof in elkaar steekt en maakt de heersende machtsstructuren inzichtelijk voor buitenstaanders.

Door Mark Barrois.

Mark Barrois (1994) studeerde geschiedenis aan de Radboud Universiteit Nijmegen, waar hij de geschiedenismaster ‘Actuele Geschiedenis’ en de interdisciplinaire master ‘Politiek & Parlement’ succesvol afrondde. Zijn interesse gaat onder meer uit naar het functioneren van de lokale democratie en het thema ‘burgerparticipatie’. Als trainee bij De Toekomst van Brabant gaat hij daarmee verder aan de slag.

About the author:

Leave a comment

Back to Top