Recensie: De ongetemde tong

Recensie: De ongetemde tong

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: De ongetemde tong

‘Tong breekt been, al heeft ze er geen.’

In tegenstelling tot het veelgebruikte huidige spreekwoord ‘schelden doet geen pijn’, kan de tong volgens bovenstaand Middelnederlands spreekwoord wel degelijk schade berokkenen. De tong – in Middelnederlandse juridische, kerkelijke en profaan-ethische teksten weergegeven als metoniem (een term die in letterlijke zin iets weergeeft dat slechts een relatie heeft met datgene wat in feite bedoeld wordt, red.) van het menselijke spreekvermogen – heeft volgens laatmiddeleeuwse auteurs grote schadelijke potentie. Door te liegen, lasteren en schelden verandert de tong in een wapen dat steekt, bijt en verwondt. Ze zou zelfs in staat zijn botten te breken.

In De ongetemde tong schrijft Martine Veldhuizen over de preoccupatie van laatmiddeleeuwse (1300 – 1550) moralistisch-didactische teksten met de zonden van de tong. In haar boek gaat ze op zoek naar wát schadelijk spreekgedrag is en wáárom het zo schadelijk is. Zo probeert ze een beeld te scheppen van de destijds geldende normatieve ethiek van het gesproken woord.

Om antwoord te vinden op de vraag wát volgens laatmiddeleeuwse auteurs nu precies schadelijk spreekgedrag was, onderzoekt Veldhuizen bronnen uit drie verschillende domeinen. Allereerst wordt er door Veldhuizen gekeken naar het kerkelijke domein. Bij deze bespreking dient de moraaltheologische Summa vitiorum (1236) van dominicaan Guillelmus Peraldus, die de zonde van de tong als achtste hoofdzonde doopte, als sleuteltekst. Daarnaast wordt het profaan-ethische domein besproken. Moralistische teksten, in het bijzonder de wijsheidsboeken en ethische traktaten van de dertiende-eeuwse Noord-Italiaanse jurist Albertanus van Brescia, dienen hierbij als bron. In het derde domein wendt Veldhuizen zich tot juridische teksten. Een rechtszaak uit 1480 tussen pachter en pachtheer betreffende meinedige woorden fungeert binnen dit domein als uitgangspunt.

De teksten uit de verschillenden domeinen zijn vervolgens geanalyseerd met behulp van een taaltheoretisch instrumentarium om erachter te komen wáárom zondig spreekgedrag schadelijk was. Hieruit blijkt dat schadelijke woorden ten eerste kunnen leiden tot een face-threatening act. De ongetemde tong is schadelijk, omdat ze de reputatie van de spreker en degene over wie of tot wie gesproken wordt, kan schenden. Kwade woorden verwoesten niet alleen de reputatie van de spreker én degene over of tot wie gesproken wordt, maar brengen ook het zielenheil van die persoon in gevaar. Een geschonden ziel heeft na de dood minder kans op hemelse bevrijding in het hiernamaals. Veldhuizen spreekt in dit geval van een grace-threatening act.

In De ongetemde tong toont Veldhuizen aan dat bovenstaand van oorsprong Middelnederlands spreekwoord niet op zichzelf staat. Het maakt deel uit van een breed gedragen laatmiddeleeuws besef van de schadelijk kracht van het gesproken woord. Veldhuizen is de eerste academicus die zich aan een comparatieve studie van schadelijk spreekgedrag uit verschillende domeinen waagt. De poging is an sich al bewonderingswaardig, maar het analyseren en samenbrengen van teksten uit verschillende domeinen is ook nog eens vernuftig gedaan. Het instrumentarium dat hiervoor gebruikt is, zorgt niet alleen voor innovatieve analyses, maar ook voor vernieuwende conclusies. Dankzij dit instrumentarium heeft Veldhuizen een ‘overkoepelend discours’ (een overeenkomend gedachtengoed en taalgebruik) vast weten te stellen van schadelijk spreekgedrag voor de Laat-Middelnederlandse samenleving. Vooral het kerkelijke-en het profaan-ethische domein vertonen overeenkomsten in het hun symboliek en didactische toon: zoals een dompteur een leeuw temt, zo moet de mens zijn tong temmen. Men doet er goed aan niet meer woorden dan noodzakelijk te gebruiken. Mijn enige kritiek is dan ook deze: in een studie waarin de ‘ars loquendi et tacendi’ (‘kunst van het spreken en zwijgen’) zodanig benadrukt wordt, zou je een perfecte balans van de twee verwachten. In de slotbeschouwing maakt Veldhuizen zich echter schuldig aan het ‘vele sprekens’ waar ze zelf over schrijft. Haar bevindingen worden in het boek per domein samengevat in tussenconclusies. Deze bevindingen worden op hun beurt weer in een afsluitend comparatief hoofdstuk vergeleken. De slotbeschouwing, die diezelfde bevindingen nogmaals op een rijtje zet, maakt de analyse niet alleen wat droog, maar vooral ook repetitief en kan daarom als overbodig worden gezien.

Desondanks presenteert De ongetemde tong een inspirerend onderzoek. Het boek geeft inzicht in Middelnederlands, maar trekt ook een vergelijking met Middelengels materiaal. Het draagt dus ook bij aan inzichten op internationaal niveau en het nodigt uit tot verder onderzoek naar dit weerbarstige lichaamsdeel.

De ongetemde tong, door Martine Veldhuizen. Uitgeverij Verloren, Hilversum (2014). 197 pagina’s, prijs: €22,-

ChloéChloé Vondenhoff (1988) studeerde in 2013 Cum Laude af aan de Universiteit van Utrecht in de richting Medieval Studies. Haar expertise ligt op het gebied van literair-historisch onderzoek. Zo deed zij in het verleden onderzoek naar emoties in de middeleeuwse ridderroman. Het interpreteren en analyseren van, oftewel betekenis geven aan, (historische) literatuur is voor haar dan ook een ware passie. In haar vrije tijd leest ze graag, uit een verscheidenheid aan genres, voornamelijk uit de Nederlandse en Engelse canon. Naast literatuur speelt reizen een belangrijke rol in haar vrijetijdsleven.

About the author:

Back to Top