Recensie: Frédéric Martel – Sodoma

Recensie: Frédéric Martel – Sodoma

Recensie: Frédéric Martel – Sodoma

Reacties uitgeschakeld voor Recensie: Frédéric Martel – Sodoma

Frédéric Martel, Sodoma. Het geheim van het Vaticaan?
Uitgeverij Balans, Amsterdam, 2019
ISBN: 9789463820158
€24,99

 

 

In een interview uit 2010 blikt de voormalige paus, Benedictus XVI, terug op zijn eerdere uitspraken over AIDS in Afrika en het gebruik van voorbehoedsmiddelen, waar hij destijds een hoop kritiek op kreeg. De paus sprak zich toen, na een reis door Afrika, sterk uit tegen het gebruik van condooms om het aidsvirus te bestrijden. Volgens Benedictus XVI was onthouding de enige oplossing en maakte condoomgebruik het HIV-probleem alleen maar erger. Terugkomend op condoomgebruik in Afrika zei de paus in het interview:

‘Er kunnen individuele gerechtvaardigde gevallen zijn, bijvoorbeeld als een mannelijke prostituee een condoom gebruikt, waarbij dit een eerste stap kan zijn in de richting van moraliteit. […] Maar het is niet het antwoord op het kwaad van een hiv-infectie. Dat ligt alleen in de humanisering van seksualiteit.’

Waarom sprak de paus expliciet over mannelijke prostituees en niet  over vrouwelijke sekswerkers of gewoon ‘prostituees’, vraagt de Franse socioloog Frédéric Martel zich af in zijn nieuwe boek Sodoma. Hebben we hier te maken met een simpele verspreking, een lapsus linguae? Of met een Freudiaanse? Volgens Martel onthult deze uitspraak meer over  Benedictus dan de paus emeritus had willen toegeven.

Freudiaanse verspreking

De insinuaties die deze Freudiaanse verspreking met zich meebrengt, zijn het onderwerp van Sodoma. Want wat is de gemeenschappelijke factor tussen het aftreden van Benedictus XVI in 2013, de hedendaagse strijd in het Vaticaan tegen paus Franciscus, het Vatileaks schandaal, het verbod op kunstmatige voorbehoedsmiddelen van Paulus VI, de bloeiende mannelijke straatprostitutie in Rome en de aanhoudende homofobie in het Vaticaan? Homoseksualiteit, aldus Martel. Hij noemt Vaticaanstad de ‘grootste homoseksuele gemeenschap ter wereld’, en beweert, op basis van betrouwbare bronnen, dat maar liefst tachtig procent van de katholieke geestelijken in het Vaticaan gay is. Dat is niet incidenteel meer, dat is systematisch.

In vier hoofdstukken neemt Martel ons mee naar de uithoeken van de katholieke wereld. Gedurende vier jaar reisde hij naar meer dan 30 landen in Latijns-Amerika, de VS, Afrika, het Midden-Oosten en Europa. Elke maand verbleef hij één week in Rome en soms overnachtte hij zelfs in het Vaticaan, ‘dankzij de gastvrijheid van hooggeplaatste prelaten die soms zelf ‘van de parochie’ bleken te zijn.’ (‘Van de parochie zijn’ is hier een eufemisme voor gay zijn in het Vaticaan). Hij sprak met talloze geestelijken, prelaten, nuntiussen, journalisten, kenners en prostituees om een zo compleet mogelijk beeld te vormen van ‘de parochie’.

De vier hoofdstukken bespreken vier pontificaten; Franciscus (2013 – heden), Paulus VI (1963 – 1978), Johannes Paulus II (1978 – 2005) en Benedictus XVI (2005 – 2013). Doormiddel van talloze voorbeelden en anekdotes worden de zogenaamde ‘wetten van Sodoma’ gevestigd. De term ‘Sodoma’ verwijst hierbij uiteraard naar de Bijbelse stad Sodom welke door God werd vernietigd vanwege het ontoelaatbare (homo)seksuele gedrag van haar inwoners.

Wetten van Sodoma

De eerste wet van Sodoma verklaart waarom er überhaupt zoveel gays zijn in het Vaticaan: ‘Het priesterschap vormde jarenlang de ideale ontsnappingsmogelijkheid voor jonge homoseksuelen. Hun roeping is deels te verklaren vanuit hun homoseksualiteit.’ In het naoorlogse Italië werd homoseksualiteit niet openlijk geaccepteerd. Jonge gays die in de kast zaten en niet wisten hoe ze met hun gevoelens moesten omgaan, zagen in de kerk hun ideale ontsnappingsmogelijkheid. ‘Een kerkelijke loopbaan was lang de ideale oplossing voor homoseksuelen die hun geaardheid niet konden accepteren’. Door deze en andere ‘wetten van Sodoma’ is homoseksualiteit in het College van Kardinalen en het Vaticaan de regel geworden, niet de uitzondering.

Nog zo’n wet dan: hoe homofober, hoe groter de kans zelf homoseksueel te zijn. Martel illustreert die wet aan de hand van de flamboyante kardinaal Raymond Burke. Burke is een traditionalist en ‘aanvoerder van de homohaters binnen de Romeinse curie.’ Hij noemt homoseksualiteit een ‘grote zonde’ en homoseksueel gedrag acht hij ‘intrinsiek ongeordend’. In Ierland voert hij felle actie tegen het homohuwelijk. Tegelijkertijd gaat de flamboyante kardinaal op ceremonies gekleed in de meest extravagante outfits. Op  internet staan tal van foto’s van Burke in felgekleurde gewaden en lange robes, welke, op het eerste gezicht, niet passen bij een traditionalist als Burke. ‘[Hij] paradeert in die malle lange robe als een pauw die met zijn veren loopt te pronken.’ Soms draagt de kardinaal zelfs een gewaad met een sleep van twaalf meter lang, die wordt gedragen door zijn gevolg van ‘mooie jongens’. Maar bij nadere inspectie blijkt deze situatie toch niet zo paradoxaal als het lijkt. Burke, en vele andere prelaten, bevestigen deze wet van Sodoma: ‘Hoe feller een prelaat zich tegen gays keert en hoe sterker zijn homofobe obsessie, hoe groter de kans dat hij onoprecht is en iets te verbergen heeft.’ Martel wil de ‘homoseksuele dubbellevens’ en de ‘extreme, geïnternaliseerde homofobie’ hiermee aan de kaak stellen. Burke’s homoseksualiteit is nooit bewezen. Martel noemt hem daarom, voor de zekerheid, dus maar unstraight.

Insider in het Vaticaan

Hoewel Martels boek uitstekend inzicht biedt in de stiekeme geheimen van het Vaticaan, plakt er wel een nadeel aan zijn werk. De ‘punchline’– homoseksualiteit speelt een centrale rol in het Vaticaan – is in elk hoofdstuk, elke alinea en elke pagina vrijwel hetzelfde. Niet verrassend dat de Nederlandse uitgave van het boek, met bijna zevenhonderd bladzijden,  wat repetitief overkomt.

Ondanks het wat eentonige karakter is Sodoma de moeite zeker waard. Martel schetst een compleet en  genuanceerd beeld van het Vaticaan op een manier waarop voorheen enkel een insider dat had kunnen doen. Zo worden er niet alleen prelaten met geïnternaliseerde homofobie besproken, maar ook katholieke geestelijken die sympathiek staan tegenover de ‘gaylobby’. Maar ook de vriendjespolitiek, stilzwijgende geheimhoudingscultuur en het hand-boven-het-hoofd-beleid worden uitvoerig behandelt. Martel bespreekt op een extreem gedetailleerde manier hoe groot de rol is van homoseksualiteit in een omgeving die op het eerste gezicht zo homo-onvriendelijk lijkt. Wie wil begrijpen hoe het Vaticaan precies in elkaar zit, van de moderne geschiedenis tot het hedendaagse beleid, en hoe de Heilige Stoel omgaat met homo’s en homoseksualiteit, doet er goed aan Sodoma aan te schaffen.

Tegenover de Tien Geboden van Mozes staan nu Martels Wetten van Sodoma. De vraag is welke er beter worden nageleefd.

Door Kaj Brens.

Kaj Brens studeerde Geschiedenis en Religiewetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is voornamelijk geïnteresseerd in vroegmoderne geschiedenis, ideeën geschiedenis en religieuze radicalisering (historisch en contemporain). Momenteel is hij werkzaam bij het NIOD, Instituut voor oorlogs-, Holocaust- en genocidestudies als onderzoeksassistent.

About the author:

Back to Top